28-05-14

Jean-Luc Dehaene, een politicus uit de vorige eeuw die tegelijk zijn tijd vooruit was.

1280px-Jean-Luc_Dehaene_675_(cropped).jpg“Misschien liggen de oplossingen buiten de politiek. Het is me gaan dagen toen ik het boek ‘De wereld redden’ las, van de Belgische filosoof Michel Bauwens”, zo sprak Jean-Luc Dehaene in zijn laatste interview met De Morgen (19 april2014).

Dehaene zag zichzelf als een politicus uit de vorige eeuw. Volgens hem dateerden klassieke politieke partijen maar ook vakbonden en werkgeversorganisaties uit de ‘vroegere maatschappij’. Niet de politiek, maar wel technologie is de drijfveer geworden van verandering. In De Standaard van 19 april verwees hij in dat verband expliciet naar “gedelocaliseerde peer-to-peer-initiatieven, een beetje zoals het ontstaan van de vakbonden en coöperaties tijdens het begin van de industriële samenleving.”

Dehaene was natuurlijk niet alleen om aan te voelen dat we de problemen van vandaag niet langer kunnen oplossen met formules van gisteren. Volgens Jan Rotmans, professor transitiekunde aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, beleven we vandaag een kantelmoment tussen twee tijdperken. Rotmans pleit in deze overgangsfase vurig voor een sterke overheid om het transitieproces op de best mogelijke manier te begeleiden.  

RIP Kapitalisme

Een paar maand geleden verscheen het boek “The Zero Marginal Cost Society” waarin Jeremy Rifkin niets minder dan het einde van het kapitalisme voorspelt, zo ergens in het midden van de eenentwintigste eeuw. Volgens Rifkin zullen tegen dan de “collaboratieve commons” zijn uitgegroeid tot het dominante economische model. Al wat digitaal is kan immers zo goed als gratis worden gekopieerd, terwijl we met 3-D printers, fablabs en microfabrieken ook meer en meer fysieke producten tegen zero marginale kosten kunnen produceren (eens de vaste kosten zijn terugbetaald, is de kost voor elke extra eenheid zo goed als niets aangezien we gerecycleerde materialen kunnen gebruiken). Exit de grote fabrieken met hun schaalvoordelen, leve de productie op maat in de microfabriek. Meer doen met minder, de nadruk leggen op geluk, zelfrealisatie en welzijn en niet meer op de groei van het BNP: dat wordt het motto van de eenentwintigste eeuw. Het toekomstbeeld dat Rifkin schetst ligt volledig in de lijn met de ideeën die Michel Bauwens en de P2P Foundation al in 2005 heeft naar voor gebracht!

De overheid als partner

De vraag die we ons vandaag dus moeten stellen is: hoe moet de overheid omgaan met dat soort van technologische, sociale en economische aardverschuivingen? Een belangrijke aanzet hiertoe is het concept van de partnerstaat van Michel Bauwens. In plaats van het verdienmodel van het huidige cognitieve kapitalisme dat vooral steunt op intellectuele eigendomsrechten, goedkope arbeid uit de derde wereld en goedkope fossiele brandstoffen met hand en tand te verdedigen (denk maar aan de brave huisvader die 40.000 euro boete riskeert omdat hij een paar Disneyfilms had gedownload voor zijn kinderen), moet de nieuwe overheid samenwerken en delen juist bevorderen en daarnaast helpen bij de uitbouw van de infrastructuur waarop de postindustriële kennismaatschappij kan gedijen. Rifkin spreekt in dat verband over een fusie tussen het huidige communicatie-internet en een ontluikend energie-internet (smart grid) en logistiek internet tot een ‘internet der dingen”. Tussen haakjes, Rifkin is geen futuroloog en evenmin een stiekeme marxist, maar een van de inspiratoren van de Deutsche Wende en adviseur van ondermeer de Duitse, Franse en Chinese overheid. Michel Bauwens adviseert dan weer de Ecuadoriaanse overheid, waar hij gedurende zes maanden het “FLOK Society project” leidt. Met dit project streeft Ecuador naar open kennismaatschappij, waarbij het delen van kennis op vlak van onderwijs, wetenschap en overheidsdata zoveel mogelijk gestimuleerd wordt, zodat iedere burger of bedrijf die kennis kan gebruiken om verder te innoveren. Ecuador is hiermee het eerste land ter wereld dat op nationale schaal experimenteert met een dergelijk transitieplan, gestuurd door de overheid als partnerstaat.   

Rumble in the jungle

Eens je duikt in de wereld waar de echte revolutie plaatsvindt, lijkt het huidige politieke debat in België totaal futiel. De echte staatshervorming zou moeten gaan over de democratisering van de overheid en de omvorming van een betuttelende en bureaucratische staat naar een partnerstaat die de huidige welvaartsstaat niet vervangt, maar overstijgt. 

 

Je hoeft immers geen genie te zijn om in te zien dat je geen sociaaleconomisch systeem dat steunt op een industriële samenleving in stand kan houden als robotten de productie overnemen en steeds meer mensen buiten de traditionele sferen van overheid en bedrijven om waarde creëren in gemeenschappelijke poelen van kennis (Wikipedia), code (Linux) en design (Wikispeed). Ze verpulveren in de praktijk de neoliberale ideologie van de homo economicus, die uitgaat van materieel eigenbelang als belangrijkste drijfveer van het menselijke handelen. Empathie, nieuwsgierigheid en samenwerking zijn vandaag veel belangrijkere drijfveren voor economische, maatschappelijke en sociale vooruitgang. De boeiende wereld van “de commons” en “peer-to-peer” geeft ons  weer hoop voor de toekomst en staat in schril contrast tot de ‘rumble in the jungle’ van het politiek debat, om het eens met de woorden van De Wever te zeggen. Maar vroeg of laat zal de politieke economie wel moeten volgen. Ik vermoed dat Dehaene het over dit laatste wel eens akkoord had kunnen zijn.   

 

(foto overgenomen uit Wikipedia)

 

21:32 Gepost door Jan Lievens | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

23-09-13

Michel Bauwens helpt Ecuador bij de transitie naar een postkapitalistische samenleving

Ecuador haalt zelden het nieuws. Zijn ambassade in Londen die al meer dan een jaar onderdak biedt aan Julian Assange is waarschijnlijk bekender dan het land zelf, dat 15 miljoen inwoners telt en geleid wordt door de linkse president Rafael Correa 487px-Rafaelcorrea08122006.jpgdie in februari dit jaar met een monsterscore van 57% opnieuw verkozen werd. Sinds januari 2007 is zijn Alliantie PAIS er aan de macht, een sociaaldemocratische partij met een ambitieus hervormingsprogramma dat ook hier de moeite loont om onder de loep te nemen, temeer omdat onze landgenoot Michel Bauwens, oprichter van de Peer-to-Peer Foundation, er een internationaal onderzoeksteam zal leiden dat tot doel heeft Ecuador “volledig heruit te vinden op basis van de principes van open netwerken, peer-productie en de commons” en zodoende “de basis van de Ecuadoriaanse economie te hernieuwen en een transitie op gang te brengen naar een maatschappij van vrije en open kennis.”

Het strategisch onderzoekproject en de aanstelling van Michel Bauwens werd vorige week woensdag aangekondigd door de Free/Libre Open Knowledge Society of FLOK Society, een project van de universitaire instelling IAEN dat gesteund wordt door het ministerie van ‘Human Resource en Kennis’. De baseline van de FLOK Society is "een wereld ontwerpen voor de commons.”

Naar een economie gebaseerd op de commons en peer-productie.

Het onderzoekproject zal zich focussen op een aantal onderling verbonden thema’s zoals  “open onderwijs, innovatie en wetenschap”, “kunst en zingevende activiteiten”, “open design commons”, “open en gedistribueerde productie” en “duurzame landbouw”. Het onderzoek zal zich eveneens richten op de wettelijke en institutionele kaders ter ondersteuning van open productieve activiteiten, nieuwe open technische infrastructuren en systemen voor de bescherming van de privacy, veiligheid, data-eigendom en digitale rechten en manieren om de fysieke infrastructuur van de samenleving te mutualiseren en collaboratieve consumptie te bevorderen.  

Het project van de FLOK Society is een voortzetting van het nationaal ontwikkelingsplan 2009-2013 dat de originele titel "Nationaal Plan voor het Goede Leven –De Bouw van een plurinationale en interculturele staat” meekreeg. Het document levert vlijmscherpe kritiek op de neoliberale visie op handel en ontwikkeling en levert een fris alternatief op de  gebruikelijke voorschriften van de Wereldbank, dat ook de progressieve krachten in Europa kan inspireren.  

Schermafbeelding 2013-09-23 om 03.20.57.png

Het frappante aan dit ontwikkelingsrapport is dat het niet is toegespitst op het aanzwengelen van de economische groei, het ontginnen van de natuur en de privatisering van natuurlijke hulpbronnen, maar op het idee van buen vivir of “het goede leven”. Het land streeft zelfbewust naar een paradigmaverandering die “het leven ten volle leven” centraal stelt. Om een idee te krijgen van de progressieve en innovatieve inhoud van het rapport en om de context te schetsen waarbinnen de opdracht van Michel Bauwens zich afspeelt, volgen hier enkele passages.

Paradigmaverschuiving: van ontwikkeling naar het goede leven

“Het overheersende concept van ‘ontwikkeling’ verkeert in een diepe crisis. Dit is gedeeltelijk toe te schrijven aan het koloniaal standpunt van waaruit dit concept werd afgeleid. Maar het is ook het resultaat van zijn wereldwijd falen. De wereldcrisis toont aan dat het onmogelijk is om de huidige accumulatiepatronen aan te houden. De weg naar ontwikkeling  is voor het Zuiden vernietigend en uitbuitend, met ongelijke machts- en handelsverhoudingen met het Noorden. Bovendien leiden de onbegrensde consumptiepatronen die van dat model zijn afgeleid naar een vernietiging van de planeet aangezien de biosfeer niet in staat is haar herstelvermogen te verzekeren. Daarom is het van essentieel belang om nieuwe productie-, consumptie- en organisatiewijzen van het leven en het samenleven te bevorderen.”  

Het rapport gaat verder met een verklaring van het concept van het “Goede Leven” en hoezeer dit verschilt van het klassieke wereldbeeld op ontwikkeling:

“Het concept van het Goede Leven voert ons noodgedwongen naar het idee van “wij”. De gemeenschap behoedt, beschermt, vraagt; ze ligt aan de basis van de reproductie van het collectieve subject dat ieder van ons is. Dat is de reden waarom mensen ontworpen zijn als deel van een geheel dat we niet kunnen begrijpen als alleen maar de som van zijn delen. Het geheel is aanwezig in elk wezen en elk wezen is aanwezig in het geheel. Het universum is permanent; het heeft altijd bestaan en zal er altijd zijn; het wordt geboren en sterft in zichzelf en enkel de tijd kan het veranderen (Kichwa uitdrukking). Daarom: als je de natuur beschadigt, beschadig je jezelf. Sumak kwasay, of “voluit leven”, draagt die cosmovisie over…”    

Dit brengt de notie van “ontwikkeling’” terug naar de basis.  Deze visie gaat er immers niet van uit dat meer iPhones en microgolfovens meer voorspoed en geluk zullen brengen. Het rapport gaat verder met een kritiek op de neoliberale politieke filosofie en stelt specifieke doelstellingen voor het bevorderen van “sociale en territoriale gelijkheid, cohesie en integratie met diversiteit.”

bauwens-michel.jpg

Over de aanstelling van Michel Bauwens en de P2P Foundation

Tot slot volgt hier de vertaling van de officiële aankondiging van de aanstelling van Michel Bauwens door de FLOK Society:

“In het eerste semester van 2014 zal Bauwens een globaal netwerk van transitieonderzoekers helpen op touw zetten. De P2P Foundation is een globaal netwerk van onderzoekers die de verschuiving naar open, participatieve en op de commons gerichte praktijken op elk terrein van de menselijke activiteit documenteert, maar in het bijzonder ook de verschuiving van samenwerking rond open kennis en code, naar samenwerking rond open design, open hardware, open wetenschap, open bestuur en de verschuiving naar open landbouw- en productiepraktijken met een groot potentieel voor het verhogen van de productiviteit en duurzaamheid van landbouw en industriële processen.

Ecuador is het eerste land ter wereld dat zich ertoe verbindt om een samenleving te creëren die steunt op commons van open kennis. Voor de transitie naar een buen saber-, of “goede kennis”-samenleving, die een uitbreiding is van de officiële strategie naar een buen vivir-maatschappij, heeft het IAEN in Quito, Ecuador, geleid door rector Carlo Prieto, een strategisch proces opgestart, het FLOK Society Project, dat tot doel heeft een grote internationale conferentie te organiseren en tien strategische documenten te produceren die beleidsmaatregelen zullen voorstellen voor de transitie naar de goede open kennismaatschappij. Deze zullen worden voorgesteld aan de Ecuadoriaanse burgers ter voorbereiding van een nieuwe Grondwet en ambitieuze nationale plannen met richtlijnen voor het overheidsbeleid.  

Terwijl “Buen Vivir” inspiratieloze accumulatieve economische groei wil vervangen door een andere soort van groei die het welzijn van het Ecuadoriaanse volk ten goede komt, beoogt “Buen Sabar” open kenniscommons te creëren die een dergelijke transitie zullen faciliteren. FLOK staat voor “Free Libre and Open Knowledge.” Voor het opstellen van deze transitiepolitiek en –documenten heeft het IAEN een alliantie afgesloten met de wereldwijde hacker- en vrije softwarebeweging , maar ook met haar uitlopers in de vele peer-to-peer initiatieven die als rechtstreeks doel hebben kennis te creëren voor fysische productie in de landbouw en de industrie. 

De kennisbasis van de P2P Foundation heeft zich ook toegespitst op het documenteren van nieuwe beleidsmaatregelen en wettelijke kaders door steden die een voortrekkersrol spelen in de deeleconomie zoals Seoel, San Francisco en Napels, en regio’s als Bordeaux, de Open Commons Regio Linz in Oostenrijk, Zuid-Soedan, de Cabineto Digital van Rio del Sur, en andere. Zijn databank met 22.000 initiatieven over globale commons is bijna 25 miljoen keer geraadpleegd en trekt dagelijks 25.000 onderzoekers, activisten, gebruikers en lezers aan.

In maart organiseerde de P2P Foundation een globale Spaanstalige wikisprint met de steun van de Spaans-Braziliaanse activist Bernard Gutierrez, waarin meer dan 500 individuen en groepen uit meer dan 60 steden en 23 landen initiatieven in kaart brachten op het vlak van P2P, de commons en de deeleconomie, wat resulteerde in een Latijns-Amerikaans netwerk van activisten en wetenschappers.

Het IAEN gelooft dat de connectie tussen hackersgemeenschappen, de FLOK Society en de globale en Spaanstalige netwerken van vitaal belang zal zijn om synergie te creëren met de plaatselijke actoren van de Ecuadoriaanse samenleving, en ons zal helpen in het bereiken van het doel dat we onszelf als natie hebben gesteld.”

Schermafbeelding 2013-07-04 om 20.37.56.png

Michel Bauwens komt op 15 oktober naar België voor de voorstelling van zijn boek “De Wereld Redden – met peer-to-peer naar een postkapitalistische samenleving”. De lancering vindt plaats op dinsdag 15 oktober om 20 uur in het Brusselse Kaaitheater. Michel Bauwens komt op vrijdag 18 oktober om 20 uur ook naar de Studio in Antwerpen om over zijn  boek en zijn recente opdracht in Ecuador te praten.

Bron: “Bauwens Joins Ecuador in Planning a Commons-based, Peer Production Economy” van de Amerikaanse auteur, activist, blogger en consultant David Boiler, die in 2010 samen met Michel Bauwens en anderen de Commons Strategies Group oprichtte, een consulting project om de commons internationaal te bevorderen. 

03:23 Gepost door Jan Lievens | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

04-03-13

Zal P2P de wereld redden?

Er is nog heel wat werk aan de winkel, maar het boek over peer-to-peer van Michel Bauwens en mezelf begint langzamerhand vorm te krijgen. Een ontwerp van de tekst voor de achterflap vertrok vandaag richting uitgever…   

Onze samenleving steunt op het absurde idee van materiële overvloed en immateriële schaarste. We doen alsof de planeet oneindig is en plegen dermate roofbouw dat het overleven van de menselijke soort in gevaar komt. Anderzijds bouwen we met behulp van auteursrechten en patenten artificiële muren rond menselijke kennis om sharing en samenwerking zo moeilijk mogelijk te maken.

Het opkomende peer-to-peer model, geïnspireerd door open source, wil die logica omdraaien. Michel Bauwens ontwaart in de ogenschijnlijke wirwar van nieuwe fenomenen zoals de samenwerkingseconomie, peer-to-peer-netwerken, open source, crowdsourcing, Fablabs, microfabrieken, de makersbeweging, stadslandbouw… een patroon dat ons voert naar een postkapitalistische samenleving, waarbij de markt zich uiteindelijk zal onderwerpen aan de logica van de commons.

Net zoals het feodalisme ontstond binnen de schoot van de Romeinse slavenmaatschappij en het kapitalisme binnen het feodalisme, groeit ook binnen het kapitalisme het embryo van een nieuwe samenleving dat na de nodige barensweeën uiteindelijk de oude zal vervangen. Om de wereld te redden, dringt zich een herlokalisering van de productie op en een uitbreiding van globale samenwerking op vlak van kennis, code en design.    

 

18:49 Gepost door Jan Lievens | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

18-04-12

Het internet als revolutionaire slokop of het einde van de journalistiek

Een kleine vijftien jaar geleden verzorgde ik een rubriek in een bedrijfsmagazine van een grote instelling, getiteld: de “nieuwe media”. Elke maand pende ik een tekst bijeen met tips over hoe bedrijven best omgingen met e-mail, websites, e-commerce. Van interactie met de klant was er toen nog maar weinig sprake. Het internet werd gezien als een extra communicatiekanaal, een elektronische versie van het papieren  bedrijfsmagazine, met wat extra’s.

Vandaag is het web volledig ingeburgerd, dus nieuw kan je het medium niet meer noemen. Maar tegelijk groeit het besef dat we te maken hebben met heel iets heel anders  dan zijn voorgangers op papier en in de ether, omdat het van de passieve informatieconsument een actieve participant maakt. Of je nu een blogger bent of een filmpje deelt op YouTube, een grap doorstuurt via e-mail of een krantenartikel aanprijst op Facebook, je “doet ten minste iets”. Mensen houden van consumeren, maar ook van creëren, participeren en delen. Het internet maakt dit mogelijk. En de meeste bedrijven, organisaties en openbare instellingen moeten er veel beter mee leren omgaan, zoals het ABVV heeft ondervonden met zijn twittercampagne #30J. Ook de klassieke marxistische analyse van de media is dringend aan een upgrade toe. Bij het schrijven van dit stukje heb ik me vooral laten inspireren door twee boeken van de Amerikaanse mediaspecialist Clay Shirky“Here Comes Everybody” en “Cognitive Surplus”.

“Manufacturing Consent”: het smeden van eensgezindheid

Karel Marx legde uit dat de heersende ideeën in elk tijdperk de ideeën van de heersende klasse zijn. De opkomende arbeidersklasse beschikte al gauw over haar eigen pers om deze dominante ideeën te bekampen. Arbeiderskranten speelden een belangrijke rol in de strijd voor democratische rechten en de verovering van politieke macht. Lenin beschouwde de Iskra (Vonk) niet enkel als een instrument voor collectieve propaganda en agitatie, maar ook als een organisator. Hij vergeleek de krant van de bolsjewieken met een stelling rond een gebouw in constructie, die de communicatie en samenwerking tussen de revolutionairen vergemakkelijkte en hen een overzicht gaf van het resultaat van hun gemeenschappelijke inspanningen. Het idee was zo krachtig dat tot vandaag de dag linkse splintergroepen hun organisatie rond dit concept proberen op te bouwen, vergetende dat er sinds Lenin het een en ander veranderd is op het vlak van communicatie.

De dagen dat de drukpers koning was in medialand zijn natuurlijk al lang voorbij. Nieuwe technologieën maakten het mogelijk om informatie veel sneller, goedkoper en massaler te verspreiden via de ether. De radio en televisie maakten een einde aan het monopolie van de gedrukte pers op de verspreiding van informatie en propaganda. In zijn beroemde boek“Manufacturing Consent” legt Noam Chomsky uit dat propaganda voor een democratie is wat geweld is voor een dictatuur. De heersende klasse kan haar hegemonie over de maatschappij niet langer opleggen op basis van brute repressie, en zoekt daarom haar toevlucht in manipulatie van de publieke opinie via de “vrije media” die ze op een subtiele manier inzet om de geesten van de mensen te beïnvloeden. Maar de media zijn natuurlijk niet vrij. Ze staan onder controle van eigenaars of politieke broodheren. De “domme massa” wordt afgeleid en beïnvloed door wat Chomsky “noodzakelijke illusies” noemt. Gedurende meer dan een halve eeuw speelde vooral de televisie een doorslaggevende rol bij het manipuleren en controleren van de publieke opinie, niet alleen door gefilterd nieuws te brengen, maar ook door een stortvloed van feuilletons die vooral het leven van de rijkere middenklasse weerspiegelt en amusementsprogramma’s die consumptie en materialisme verheerlijken. Versla de concurrentie en win de grote prijs, het summum van geluk!

Het economisch model van de traditionele media is gebaseerd op schaarste en eenrichtingsverkeer. Het kost handenvol geld om een krant uit te brengen of een tv-station te runnen. De informatie stroomt in één richting: van de redactie naar de lezer, kijker of luisteraar. De (hoofd)redacteuren worden geselecteerd door de eigenaars of –in het geval van een openbare omroep- een raad van bestuur die politiek is samengesteld. Zij bemoeien zich meestal niet met wat gepubliceerd of uitgezonden wordt, waardoor de redactie een gevoel van relatieve autonomie heeft bij het selecteren van het nieuws, de manier waarop en de volgorde waarin het gebracht wordt. Dat de media zouden gecontroleerd worden door “de heersende klasse” vinden ze larie en apekool. Ze schrijven en publiceren immers wat ze denken, ook al schoppen ze daarbij soms tegen zere schenen. Waar ze minder bij stilstaan (tot ze op het matje worden geroepen door hun broodheren), is dat ze zitten waar ze zitten omdat ze denken wat ze denken. Mensen met een radicaal andere visie, de dissidenten, krijgen geen job als hoofdredacteur en komen maar zelden aan het woord in de pers. Dat betekent niet dat er geen kritische stukjes verschijnen in commerciële kranten of dat dissidenten altijd doodgezwegen worden. Op 21 februari was Peter Mertens nog te zien in Terzake om zijn mening te geven over de Griekse crisis. Het systeem is immers sterk genoeg om ook andersdenkenden af en toe een spreekbuis te geven. Maar iedere journalist weet dat niet alles wat hij schrijft of filmt ook gedrukt of uitgezonden wordt.

Van “couch potato” tot creatieve betrokkenheid

Een van de belangrijkste verwezenlijkingen van de arbeidersbeweging was de inperking van de werktijd: de vijfdagenweek, de achturendag, de 40- (of 38-)urenweek. De vuistregel hierbij was: een derde werken, een derde slapen en een derde vrije tijd.  Natuurlijk is dat laatste zeer relatief. Een grote hap uit die “vrije” acht uur gaat in rook op in de file, huishoudelijke taken en zelfs werken voor de baas. De homecomputer, de opmars van smartphones en de nood aan permanente vorming knabbelen immers meer en meer de grens weg tussen werk en vrije tijd . Wat nog overschiet, brengen we vooral door als zombies voor de buis. Wereldwijd kijken mensen gemiddeld 22 uur tv per week, het equivalent van een parttimebaan. Tv-kijken is daarmee de belangrijkste menselijke activiteit na werken en slapen. Het heeft traditionele sociale activiteiten in de hoek gedrukt en het Gouden Kalf van het consumentisme tot nieuwe God gemaakt.

Kapitalistische ontwikkeling ging hand in hand met urbanisatie en de ontwikkeling van voorsteden die bijdroegen tot het verwateren van traditionele sociale en familiale banden. Meer en meer echter beginnen de sociale media, in volledige overeenstemming met de wet van de dialectiek, het sociale weefsel te herstellen. De term “cyberspace” om het internet te beschrijven als een virtueel universum klinkt vandaag hopeloos dépassé. Vandaag stelt het internet mensen in staat nieuwe sociale banden te smeden in de reële wereld, onder andere in de vorm van de opkomende deeleconomie. Het kapitalisme heeft ons dermate van elkaar vervreemd, dat we dit fenomeen bedachten met een nieuwe term: “participatieve cultuur”, waarmee we zeer oude en elementaire menselijke behoeften aanduiden zoals geborgenheid en de drang om te delen en te creëren.

De meest vatbare groep voor verandering zijn natuurlijk de jongeren. Hun brein is niet gekneed door ervaringen met de traditionele media. Voor het eerst kijken ze in grote getale minder tv dan hun ouders. Ze keren media die enkel consumptie toelaten meer en meer de rug toe. Ze vinden hun informatie en amusement ook op het internet, waar ze bovendien actief kunnen participeren. Die behoefte hebben mensen altijd gehad, alleen konden de traditionele media die niet bevredigen. Je kon hooguit een lezersbrief sturen naar de krant, een plaat aanvragen op de radio of deelnemen aan een tv-spelletje via een ‘gele briefkaart’.

Het nieuwe ecosysteem van het internet laat mensen bovendien toe om gezamenlijk waarde te creëren in hun vrije tijd. Een klassiek voorbeeld is natuurlijk Wikipedia, maar ook Flickr, YouTube en Facebook zijn gigantische informatieclusters, bijeengeharkt door miljoenen gebruikers. Clay Shirky beschouwt de vrije tijd van de geletterde massa als een “cognitief overschot”. In 2010 vertegenwoordigde Wikipedia ongeveer honderd miljoen uren denkwerk. Dit is peanuts in vergelijking met de twee miljard uur die Amerikanen jaarlijks voor het scherm doorbrengen. Maar zelfs die kleine fractie is voldoende om een superieur businessmodel in het leven te roepen dat bovendien niet functioneert volgens het winstprincipe.

Een nieuw ecosysteem

Om de huidige communicatierevolutie te begrijpen, moeten we onze oude denkpatronen over de media van ons afgooien. Om te beginnen is het internet zelf geen uitvinding met vooraf bedachte doestellingen, maar een platform waarop allerhande nieuwe fenomenen organisch begonnen te groeien, vaak volgens anarchistische principes. Tien jaar geleden waren Google (1998), Wikipedia (2001), Facebook (2004 – in België pas sinds 2008) en YouTube (2005) nog onbekend of onbestaand. Vandaag zijn het wereldwijd ijzersterke “merken” en (potentiële) miljardenondernemingen. De beursgang van Facebook wordt geschat op 100 miljard dollar! Vooral de sociale aanwending van de nieuwe media-instrumenten was voor iedereen een verrassing, gedeeltelijk omdat de mogelijkheid van dergelijk gebruik er niet impliciet in vervat zat. Bovendien dagen ze niet alleen traditionele media uit, maar ook de autoriteiten omdat ze het nieuws verslaan terwijl het zich voordoet: van natuurlijk geweld veroorzaakt door aardbevingen en vloedgolven tot politiek geweld veroorzaakt door repressieve en militaire regimes.

Op het internet kan immers iedereen bijdragen tot de verslaggeving van het nieuws. Vandaag zijn er wereldwijd 1,2 miljard smartphones in omloop. Vorig jaar alleen al werden er 488 miljoen stuks van verkocht, een toename met één derde! De kans dat je getuige bent van een of andere ramp of gewelddaad blijft klein, maar de kans dat er een of andere ramp of gewelddaad plaatsvindt zonder dat er iemand in de buurt is met een smartphone slinkt met de dag. Dankzij Twitter en andere sociale netwerken wordt het nieuws verslagen door gewone burgers terwijl het zich afspeelt! Daardoor wordt het voor autoriteiten ook alsmaar moeilijker om gebeurtenissen dood te zwijgen.

Om maar één voorbeeld te geven: Ushahidi (Swahili voor getuige of getuigenis) werd opgericht om burgers te helpen bij het rapporteren van uitbarstingen van etnisch geweld in Kenia die uitbraken na de betwiste uitslag van de presidentsverkiezingen in december 2007. Deze werden niet verslaan in de traditionele media en ook de regering was niet van plan ze te rapporteren. Ushahidi groeide uit de blog ‘Mzalendo’ van activiste Ory Okolloh, die met behulp van techneuten een platform in het leven riep waarop iedereen via een telefoon of pc etnisch geweld kon rapporteren. De website weefde op die manier versnipperde lokale informatie samen tot een collectief overzicht en turnde individuele kennis van verspreide getuigen om tot een collectief bewustzijn van wat er gaande was op nationale schaal. Nadien versloeg Ushahidi ook gewelddaden in de Democratische Republiek Congo, trad ze op als waakhond tegen verkiezingsfraude in India en Mexico, hield een inventaris bij van vitale medicijnen in verschillende Oost Afrikaanse landen en hielp bij het opsporen van gewonden na de aardbevingen in Haïti en Chili.

Maar als je nu via Twitter een foto van een bomaanslag in een Londens metrostation doorstuurt, of je plaatst een “lolkat’ met zelfbedachte ondertitel op je prikbord van Facebook, je participeert in iets dat groter is dan jezelf. Hoe triviaal je bijdrage ook is, je daad is kwalitatief verschillend van passief tv-kijken. Dat wil niet zeggen dat we nu geen kranten meer lezen of niet meer naar het Eén journaal of de Pappenheimers kijken, wel dat consumptie niet langer de enige manier is waarop we media gebruiken. Clay Shirky beweert dat het cognitief overschot in de wereld zo groot is dat zelfs minimale veranderingen in het individuele gedrag allemaal bijeengeteld tot zeer grote veranderingen kunnen leiden. Slechts één procent van het triljoen uur dat we met zijn allen tv kijken, is het equivalent van honderd Wikipedia’s per jaar. Hier gluurt de Hegeliaanse wet van de overgang van kwantiteit naar kwaliteit om de hoek.

Maar dat is niet alles. Het web laat ook groepsvorming en coördinatie van levende gebeurtenissen toe. De nieuwe technologie stelt mensen met gemeenschappelijke interesses in staat om zonder noemenswaardige kosten en inspanningen groepen te vormen. Een voorbeeld is de website Meetup. Een van de meest succesvolle groepen die dankzij dit initiatief het licht zag, is die van Amerikaanse thuisblijvende moeders die wegkwijnden in suburbia. Dankzij “Moms meetup-groepen” organiseren ze overal te lande activiteiten waardoor ze hun sociaal isolement doorbreken.

Het web leidt tot een enorme toename van ons vermogen om te delen, samen te werken en gezamenlijke acties te ondernemen, buiten het raamwerk van traditionele instellingen en organisaties. Het maakt zelforganisatie van groepen mogelijk en stelt individuen in de gelegenheid om bij te dragen tot een groepsinspanning zonder de tussenkomst van een manager of de noodzaak van een formele leiding. Deze technologische doorbraak verbrijzelt de oude grenzen van de omvang en complexiteit van organisaties en maakt indrukwekkende resultaten van groepswerk mogelijk zonder traditioneel toezicht of controle van private en publieke instellingen en zonder winstmotief.

De toekomst (of het einde) van de journalistiek

Iedereen kan met behulp van een pc, webcam en internetverbinding zo goed als gratis een eigen tv-station opstarten. Je hoeft niet eens over een technische knobbel te beschikken. Tegenwoordig is het maken van een blog of vlog en het invoegen van (gratis) apps zo goed als kinderspel. Websites als Scoop.it geven je de mogelijkheid om muurkranten samen te stellen met artikels en filmpjes die jij interessant vindt en wil delen met de wereld. Dankzij Scoop.it kan iedereen hoofdredacteur spelen. Daarnaast kan iedereen zijn mening spuien op allerhande internetfora, online reageren op krantenartikelen, commentaar plaatsen op het prikbord van zijn facebookvrienden, reiservaringen delen, restaurantcriticus spelen, enzovoort. Je kan je foto’s delen met de hele wereld op Flickr, je video’s op YouTube en je berichten op Twitter. De mogelijkheden voor zelfexpressie zijn nooit groter geweest. De overgrote meerderheid van wat op het internet wordt gegooid, mag dan rotzooi zijn of enkel bedoeld voor een kleine vriendenkring (of beide), binnen deze oceaan vol rommel komt kwaliteit vroeg of laat toch bovendrijven. Het internet slokt zienderogen alle andere mediakanalen op en zal waarschijnlijk uitgroeien tot een uniek platform waar niet alleen de grens tussen amateurs en professionals vervaagt, maar ook tussen privé- en groepscommunicatie.

Sceptici vinden deze hypothese erg overdreven. Mensen kijken nog altijd ‘en masse’ naar soaps, lezen pulpblaadjes bij de vleet en laten zich manipuleren door geselecteerd nieuws. Het is waar dat er heel wat interessante informatie op het internet te vinden is, maar wat ben je daarmee als je niet weet wat je moet zoeken? Deze kritiek is vandaag terecht, maar ze vertrekt vanuit een redenering die gevormd is door onze ervaringen met de klassieke media. Het cruciale verschil is dat deze geregeerd worden door schaarste, terwijl op het internet overvloed koning is. We spelen een nieuw spel waarop de oude spelregels geen vat hebben. We praten bovendien over een overdracht van informatie in de vorm van bits en bytes die eindeloos en kosteloos kopieerbaar is zonder aan kwaliteit in te boeten. Elke kopie is identiek aan het origineel! Het internet heeft geen nood aan papier om woorden, cd’s om muziek en dvd’s om beelden te verspreiden. Dat kan allemaal gratis (behalve de originele productie natuurlijk). Vandaar de niet aflatende strijd tegen piraterij en de voortdurende pogingen van mediabedrijven, de amusementsindustrie en de overheden om vat te krijgen op wat er op het internet verschijnt.

Omdat gratis zit ingebakken in het nieuwe medium, ondermijnt het de businessmodellen van de klassieke media, en bij uitbreiding van alle bedrijven. De muziekindustrie was de eerste die het begaf, de gedrukte pers en commerciële omroepen die teren op advertenties volgen. Ook hier maakt technologie de oude businessmodellen onhoudbaar op termijn. Dankzij digitale tv bekijk je programma’s wanneer je wilt, al is het met tien minuten vertraging om de reclame te kunnen overslaan. Tv-advertenties, de levenslijn van commerciële zenders, dreigen daarom hun impact te verliezen. De creatieve jongens van de marketing hebben er niets beters op gevonden dan hun advertenties te verhuizen naar het internet, waar ze echter een omgekeerd effect hebben. Iedereen die eerst een reclamespot moet uitzitten vooraleer hij zijn favoriet filmpje wil bekijken op YouTube weet wat ik bedoel. Reclame op tv kan nog plezant zijn, op het internet is het een arrogante aanslag op je vrijheid. Reclame wordt dan ook subtieler, de manipulatie geraffineerder, van productplacement in films tot one-to-one marketing dankzij Google en de collectieve Big Brother Facebook die ons leven doorverkoopt aan big business.

Maar het oude businessmodel wankelt omdat het web geen nieuwe concurrent introduceert in het oude ecosysteem, maar een compleet nieuw ecosysteem creëert. Klassieke media kunnen op termijn slechts overleven door schaarste te handhaven. De productie-, reproductie- en verdelingskosten zijn dankzij de nieuwe technologie zo dramatisch gedaald, dat de heersende elite en de mediaprofessionals hun greep op de media dreigen te verliezen. Dat betekent dat ook het strijdtoneel voor de controle over de publieke opinie, Chomsky’s fabricatie van eensgezindheid, aan het verschuiven is naar het internet waar volgens Shirky een massale ‘amateurisatie van publicatie’ aan de gang is, en een verschuiving van “waarom iets publiceren?” (het is immers duur) naar “waarom niet?” (het is immers gratis). Het filteren vindt achteraf plaats. En dat vertegenwoordigt een revolutie. Net zoals de boekdrukkunst het beroep van schriftgeleerde overbodig maakte, begint het internet het beroep van journalist te ondermijnen. De protestantse Reformatie werd niet veroorzaakt door de uitvinding van het letterzetten en de drukpers, maar werd wel pas daarna mogelijk. In marxistische termen kan je stellen dat technologie op zich geen sociale verandering veroorzaakt, maar sociale verandering pas mogelijk wordt wanneer de materiële omstandigheden, waaronder de technologie, voorhanden is. De sociale gevolgen hinken soms decennialang achterop. Of zoals Clay Shirky het stelt: “Revolutie is vaak een lang uitgerekt en chaotisch proces gedurende hetwelk de oude systemen aftakelen en kapotgaan, lang voordat de nieuwe zich gestabiliseerd hebben.” In die zin kun je stellen dat de revolutie al decennialang bezig is en krijgt Trotsky met zijn idee van de permanente revolutie toch nog gelijk.

Maar laten we terugkeren naar de kwestie van de professionele journalistiek. Don Tapscott, coauteur van Wikinomics, beweert dat het klassieke businessmodel van kranten in elkaar stort omdat alle elementen waarop het succes ervan gebaseerd is (een professionele ploeg produceert nieuws tegen betaling en genereert inkomsten via advertenties) ondermijnd worden. De moderne “nieuwsconsument’ denkt niet meer zoals vroeger. Hij denkt: “als het nieuws belangrijk is, zal het mij wel vinden”. Voor Tapscott is de toekomst aan de blogger. Veel mensen zien bloggers nog altijd als excentrieke en egocentrische egotrippers die karrenvrachten onzin verspreiden, en dat is gedeeltelijk ook juist. Maar in de VS schrijven al 28% van de bloggers uit commerciële overwegingen en de helft daarvan kan leven van zijn blog, hoofdzakelijk via reclame-inkomsten. Van die groep heeft 80% een universitair diploma en de meesten zijn voormalige journalisten. Het gevolg is dat 15% van de blogosfeer wel degelijk van redelijke tot zeer hoogstaande kwaliteit is. De grens tussen journalist en blogger vervaagt, temeer omdat veel journalisten ook bloggers zijn. Maar wat is een journalist?

Volgens Van Daele is een journalist "een redacteur of verslaggever die werkt voor de pers of een omroep". De Oxford Dictionary geeft een gelijkaardige definitie: “een persoon die schrijft voor kranten of tijdschriften of nieuws voorbereidt dat wordt uitgezonden op de radio of televisie”. Met andere woorden, je bent pas een journalist als je werkt voor een uitgever, en een uitgever is pas een uitgever als hij eigenaar is van de vereiste infrastructuur. Deze definitie is dus niet van toepassing op burgerjournalisten en bloggers. Daarom ben je met een perskaart van De Wereld Morgen op zak geen echte journalist. Burgerjournalisten worden niet op dezelfde manier beschermd als professionals en genieten ook niet dezelfde voordelen (bijvoorbeeld goedkoop reizen met het openbaar vervoer).

Tegenwoordig kan echter om het even wie om het even wanneer om het even wat publiceren op het web, en van zodra het gepubliceerd is, is het wereldwijd beschikbaar en vindbaar, onder andere dankzij tagging. Maar als iedereen kan publiceren, dan kan iedereen journalist zijn, en als iedereen journalist kan zijn, dan verliezen journalistieke privileges hun maatschappelijk bestaansrecht. Deze privileges zijn immers gebaseerd op publicatieschaarste, maar wat als die schaarste verdwijnt? Net zoals de drukpers de macht van de schriftgeleerden ondergroef en bij uitbreiding het monopolie van de Katholieke Kerk, is het web niet alleen een bedreiging voor de traditionele media, maar ook voor heel wat kapitalistische instellingen. Vandaar dat het  internet uitgroeit tot een strijdtoneel waar een belangengevecht plaatsvindt tussen degenen die de grootst mogelijke vrijheid van informatieoverdracht voorstaan, en degenen die hun belangen daardoor bedreigd zien. SOPA en PIPA hebben voorlopig het onderspit moeten delven, en ook tegen ACTA groeit de weerstand, maar je kan er donder op zeggen dat het laatste woord daarover nog lang niet gezegd is.

Commerciële belangen en de bescherming van het intellectueel eigendomsrecht (copyrights, patenten) zijn niet de enige redenen waarom overheden onder druk van zakenbelangen de vrijheid op het internet meer aan banden proberen te leggen (er zijn natuurlijk al tal van beperkingen in voege ter bestrijding van terrorisme, georganiseerde criminaliteit, kinderporno etc., maar eens in voege kunnen deze middelen ook tegen andere internetvrijheden worden ingezet). Voorbeelden van succesvolle politieke acties ten gevolge van het gebruik van de sociale media zijn legio, met de Arabische lente als meest spectaculaire voorbeeld. Sociale media maken het immers mogelijk om voordien ongecoördineerde activisten razendsnel te verzamelen voor een protestmanifestatie die de overheid niet op voorhand kan verbieden en evenmin in de kiem kan smoren zonder dat dit rechtstreeks wordt gerapporteerd aan de hele wereld.

Revolutie en co-evolutie

Volgens Clay Shirky worden communicatiemiddelen pas sociaal interessant als ze technologisch vervelend worden. Nieuwe technologie veroorzaakt geen fundamentele verandering zolang ze niet volledig is ingeburgerd. Pas wanneer technologie normaal, vervolgens alomtegenwoordig  en tenslotte onzichtbaar is, vinden diepgaande veranderingen plaats. Voor jonge mensen zijn de sociale media al normaal, steeds meer alomtegenwoordig en het stadium van onzichtbaarheid is niet ver meer af. Nooit in de geschiedenis van de mensheid waren de individuele mogelijkheden om zich uit te drukken zo groot.  Meer mensen kunnen meer informatie meedelen aan meer mensen dan ooit tevoren. Bovendien zijn de omvang en snelheid van deze verandering, van een miljoen naar een miljard deelnemers in slechts één generatie, ongeëvenaard, ook in vergelijking met de vorige communicatierevoluties. De drukpers, de telegraaf en telefoon, registratie van beeld en geluid, radio en tv vertegenwoordigden telkens een breuk met het verleden. Elke radicale verandering in ons communicatievermogen verandert immers de maatschappij. Het kenmerk van elke revolutie is dat de doelstelling van de revolutionairen niet kunnen gerealiseerd worden binnen het bestaande institutioneel kader. Het gevolg is dat ofwel de revolutionairen worden neergeslagen, of dat de instellingen zich moeten aanpassen, zo niet worden ze vernietigd en vervangen.

De mediabedrijven zijn zich aan het herstructureren. Hun problemen zijn echter niet uniek, maar profetisch. Alle bedrijven zijn in zekere zin immers mediabedrijven, want ze moeten allemaal informatie beheren voor twee groepen toehoorders: hun werknemers en de buitenwereld. Interne en externe communicatie, intranet en internet. De toename van de macht van zowel individuen als groepen buiten de traditionele organisatiestructuren is ongeëvenaard. Veel instellingen waar we vandaag op steunen zullen deze verandering niet overleven zonder zich op een grondige manier aan te passen, en hoe meer een instelling of een bedrijfstak afhankelijk is van informatie als hoofdproduct, hoe groter en complexer die verandering zal zijn.       

Tot slot stelt het internet mensen niet alleen in staat om de overheid en bedrijven te omzeilen door problemen rechtstreeks aan te pakken, ook politieke organisaties en vakbonden zullen zich moeten aanpassen. We zien dat tot op zekere hoogte vandaag gebeuren met Occupy, maar dat is stof voor een ander artikel. 

20:05 Gepost door Jan Lievens | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

06-01-12

Peer-to-peer en marxisme: overeenkomsten en verschillen

In een vorige bijdrage bracht ik verslag uit van een lezing die Michel Bauwens hield in de Tent City University van Occupy London. Michel Bauwens bestudeert de impact van “peer-to-peer” op de economie en samenleving.

SH101749.JPGWikipedia, Linux en Arduino zijn voorbeelden van peer-to-peer-modellen die in de praktijk aantonen dat ze superieur zijn aan gesloten kapitalistische businessmodellen. In tegenstelling tot traditionele kapitalistische instellingen in zowel de privé- als de openbare sector, is het P2P-model niet gebaseerd op hiërarchie, externe motivatietechnieken (straf en beloning) en winstmaximalisatie, maar op vrije samenwerking, intrinsieke motivatie en vrije toegang.
Staat daarmee de deur op een kier naar een nieuwe samenlevingsvorm die de ellende van het huidige systeem achter zich zal laten? Je kan niet voorbij gaan aan de analogie met het marxisme dat eveneens een hogere maatschappijvorm nastreeft: het socialisme. P2P kreeg me in de ban omdat het weliswaar oplossingen aanreikt, maar ook veel vragen opwerpt. Daarom contacteerde ik Michel Bauwens voor een e-mailinterviewr, waardoor ik niet meteen de kans had er dieper op in te gaan. Wel heb ik in de tekst links ingebracht die je kunt aanklikken voor bijkomende uitleg. Maar voor een beknopte verklaring kan je ook helemaal naar beneden scrollen.

We zijn allemaal min of meer vertrouwd met P2P in de immateriële wereld: Linux, Wikipedia, Arduino... Kan je ook voorbeelden geven van P2P in de reële wereld van de productie?

Michel Bauwens: Arduino is tot op zekere hoogte al een voorbeeld van materiële productie aangezien de collectief ontworpen moederborden vandaag verkocht worden op de markt onder het handelsmerk Arduino. Een mooi voorbeeld is het Nutrient Dense Project, een netwerk waarbinnen landbouwers en wetenschappers samen aan research doen en de resultaten ervan onmiddellijk toepassen. Een van de meest boeiende toepassingen is allicht de ‘open-source’-wagen, zoals de Rallye Motor en het aanvalsvoertuig XC2V van de Amerikaanse marine, gefinancierd door DARPA (Defense Advanced Research Projects Agency), waaraan liefst 30.000 ontwerpen voorafgingen. Een zeer opwindend voorbeeld is de StreetScooter, een elektrische auto die gemeenschappelijk werd ontworpen door een vijftigtal bedrijven. De orders stromen binnen en tegen 2013 zullen ze te zien zijn in het Duitse straatbeeld. In het wikigedeelte over Product Hacking op de website van de P2P-foundation hebben we tot nu toe 300 open hardwareprojecten opgetekend, maar dat is slechts het topje van de ijsberg. We maken best een onderscheid tussen de ontwerpfase, waar crowdsourcing (1) en coöperatie kwalitatief niet verschillen van de samenwerking voor het ontwikkelen van vrije software, en de productiefase waarvoor je een infrastructuur nodig hebt die maar marginaal beschikbaar is. Maar ook op dat vlak zijn er gelukkig belangrijke ontwikkelingen aan de gang. Gedeelde materiële infrastructuur is een opmars begonnen. Ik denk daarbij aan 'coworking', product- en servicesystemen voor carsharing en tal van andere diensten, ook de miniaturisatie van de productie via 3D-printing (2) en Fab Labs (3). Al die voorbeelden vertonen aspecten van open source.

Je vergelijkt de overgang van kapitalisme naar P2P met die van slavernij naar feodalisme, of met de transitie van feodalisme naar kapitalisme. In beide gevallen zie je een wederzijdse verandering van de top en de bodem van de samenleving. Het leven van een vazal was beter dan dat van een slaaf, maar kan je ook hetzelfde  zeggen van een arbeider in de achttiende eeuw?

Michel Bauwens: De overgang van de ene vorm van klassenmaatschappij naar de andere creëert altijd problemen voor de klassen onderaan die waarde produceren. Je kan argumenteren dat het lijfeigenschap inherent beter is dan slavernij, maar het bleef een systeem van uitbuiting en overheersing. Bovendien waren veel lijfeigenen voormalige vrije boeren. De overgang naar het kapitalisme verliep vrij gelijklopend. Maar ondanks er nog veel ontbering bleef bestaan, waren de formele rechten van de arbeiders in elk geval een stap vooruit. En gedurende lange tijd ging de westerse arbeidersklasse er materieel fiks op vooruit. De transitie vond plaats omdat het oude systeem niet langer houdbaar was en er een nieuw klaarstond dat efficiënter was in het creëren van rijdom. Alles hangt af van het sociaal contract en de relatieve sterkte van de verschillende krachten die meespelen. Sterke arbeidersbewegingen hebben de situatie van werkende mensen enorm verbeterd. Ook in de Middeleeuwen verbeterde tussen de tiende en de dertiende eeuw de algemene levensstandaard. De balans is dus altijd gemengd en mensen hebben doorgaans zelf wel een vrij goed beeld van wat er voor verbetering vatbaar is. Bijvoorbeeld: welke arbeider zou zijn sociale positie willen inruilen voor het lijfeigenschap? Zelf kan ik me moeilijk een klasseloze samenleving voorstellen, maar ik stel wel vast dat peerproducenten in conflict komen met “netarchisch kapitaal” (4) wat hun sociale omstandigheden, rechten en materieel levensonderhoud betreft. Dat conflict zal aanhouden tot het moment dat peerproducenten de belangrijkste sociale groep zijn geworden en de ‘commons’ (5) de belangrijkste plaats van waardeschepping. Let wel: dit is geen wetenschappelijk scenario met een zeker en onvermijdelijk einde, maar veeleer een beschrijving van het spanningsveld waarbinnen peerproductie zich ontwikkelt.SH101939.jpg

Om verder te gaan met deze analogie: zie je een nieuwe klasse ontstaan binnen het kapitalisme, of zal een deel van de ondernemers zich ontpoppen tot ‘verlichte kapitalisten’ die overschakelen op open source, zoals beschreven in het boek Wikinomics van Tapscott en Williams?

Michel Bauwens: De commons is meer en meer de plaats waar waarde wordt gecreëerd, maar deze waarde wordt in hoofdzaak gerealiseerd door de markteconomie. Het netarchisch kapitaal heeft betrekking op de kapitalisten die deze verandering hebben begrepen en er voordeel uit willen halen. Dat betekent dat ze sociale productie moeten mogelijk maken en versterken, maar ook onderwerpen aan hun eigen controle zodat ze zich de gecreëerde waarde kunnen toe-eigenen. De eerste vereiste dwingt ze tot een strategisch gedrag dat het gemeenschappelijk delen bevordert, maar de tweede verplicht hen een algemene context te handhaven waarbinnen ze de touwtjes in handen blijven houden. Dit is in essentie de nieuwe sociale spanning die ontstaat in het opkomende P2P-tijdperk, de tegenstelling tussen enerzijds de gemeenschappen van peerproducenten, en anderzijds de eigenaars van de platforms. Het is voor de peerproducenten belangrijk om controle te verwerven over hun levensonderhoud en sociale reproductie. Ik ben van mening dat de beste manier om dit te doen het opzetten is van eigen coöperatieve ondernemingsvormen. Ik noem die, in navolging van de sf-roman ‘The Diamond Age’ van Neil Stephenson (6) en de voorstellen van lasindias.net, “Phyles” (het Griekse woord voor 'clan'), dat zijn entiteiten ter ondersteuning van de commons die peerproducenten toelaten hun werk verder te zetten en het te onttrekken aan de reguliere economie die gebaseerd is op winstmaximalisatie.

 

Is er een parallel tussen P2P en de coöperatieve beweging die zijn wortels heeft in het utopisch socialisme van de achttiende eeuw, of met de hippiebeweging en de communes van de jaren 60?Michel Bauwens: De collectieve drijfveer is een vast gegeven doorheen de menselijke geschiedenis, maar ze varieert naargelang de sociale omstandigheden. Ik denk dat we vandaag een heropleving van deze impuls beleven. Maar er is een groot verschil met de voorbeelden die je aanhaalt. Coöperatieve organisatievormen kunnen vandaag werken rond commons die gebaseerd zijn op open design en daardoor hyperinnovatief worden, én ze kunnen schaaleconomieën bereiken die traditionele multinationals de loef afsteken. Coöperatieven en intentionele gemeenschappen zijn daarom niet langer dwergen, maar vormen de voorhoede van het nieuwe P2P-productiesysteem. De combinatie van de maximalisatie van de commons, gebaseerd op gedeelde open innovatie (in tegenstelling tot geprivatiseerd intellectueel eigendom dat innovatie in de weg staat), en deze nieuwe entiteiten die productmaximalisatie nastreven, maakt een kwantumsprong in de productiviteit mogelijk. Dat is de reden waarom netarchische kapitalisten in platforms investeren, en dat is de reden waarom de alternatieve ethische economie hetzelfde moet doen. Als dit gebeurt, zouden ze de winstnastrevende onderneming als kern van de economie kunnen vervangen.

Het komt er volgens jou dus op neer om binnen het kapitalisme te timmeren aan een alternatief. Is dat geen escapisme?

Michel Bauwens: Oneindige groei is onmogelijk in een eindige omgeving, en de grenzen van de groei zijn bereikt. Dat betekent dat het voor het kapitalisme alsmaar moeilijker wordt om zijn problemen op te lossen via groei. Het aandeel van de 1% kan alleen toenemen door onteigening. Dat zien we vandaag gebeuren in Europa met Griekenland als hallucinant voorbeeld van wat de werkende bevolking ook elders te wachten staat. Het is dus geen kwestie van escapisme, het oude systeem ligt op apegapen en zal worden vervangen. Maar het kan worden vervangen door iets slechter, een achterwaartse sprong zoals gebeurde in de eerste eeuwen na de val van het Romeinse Rijk, of het kan zich reorganiseren tot een hoger niveau van prestatie en complexiteit, dat is de weg die de P2P-aanpak bewandelt.

Je beschrijft de #Occupy-beweging als een voorbeeld van peerproducerende politieke commons. Waarin verschilt dit van historische ‘anarchistische’ of ‘communistische’ bewegingen zoals de Commune van Parijs, Barcelona 1936, of misschien zelfs de Russische Revolutie?

Michel Bauwens: Elke bezetting is een voorbeeld van een gemeenschap die autonoom aan politiek doet. De deelnemers van Occupy volgen geen hiërarchische of autoritaire politieke bewegingen met een voorbestemd programma. ‘For benefit’-instellingen (7) ontfermen zich over de bevoorrading en de gezondheidszorg van de bezetters en rond de beweging wordt een ethische economie gecreëerd, waarvan de Occupy’s Street Vendor Project een voorbeeld is. Dit is een prefiguratie van een nieuwe samenlevingsvorm waarin de commons centraal staan in de waardeschepping. De commons worden onderhouden door non-profitorganisaties en het levensonderhoud wordt verzekerd door een ethische economie. Uiteraard zijn er historische precedenten, maar nieuw is het buitengewoon organisatorisch, mobiliserend en gemeenschappelijk lerend (co-learning) potentieel van hun netwerken. Occupy werkt als een open API (8) met modules, zoals ‘protest kamperen’ en ‘algemene vergaderingen’, sjablonen die door iedereen gebruikt en aangepast kunnen worden, zonder nood aan een centrale leiding. Vandaag is een wereldwijde coördinatie mogelijk evenals de ontwikkeling van een onderlinge dynamiek die vroeger alleen was weggelegd voor kleine groepen. Dit vergt een ander soort van leiding. We hebben een historisch moment bereikt van Peak Hierarchy: vandaag dagen gedistribueerde netwerken verticale instellingen uit op een asymmetrische manier die vroeger onmogelijk was. Dat dwingt sociale bewegingen op zoek te gaan naar nieuwe vormen van bestuur, die echter niet voor de hand liggen en proefondervindelijk moeten worden ontdekt. En natuurlijk zijn er ook waardevolle lessen te leren uit historische bewegingen!

Moeten we om P2P tot volle ontwikkeling te laten komen komaf maken met intellectuele eigendomsrechten, copyrights en patenten? En zo ja, hoe?

Michel Bauwens: Persoonlijk ben ik geen pure abolitionist, omdat ik denk dat veel artiesten en creatievelingen geloven in de noodzaak van auteursrechten. Maar er zijn een aantal dingen die we wel kunnen doen. Zo kunnen we de bescherming terugschroeven tot een redelijke tijdspanne, maximum veertien jaar zoals in de begindagen van het copyright. De Piratenpartij stelt een limiet van vijf jaar voor. Daarnaast moeten scheppers een keuze hebben. Dat kunnen we doen door op vrije keuze gebaseerde licenties zoals de Creative Commons (9). Maar nieuwe manieren om creatie te belonen geniet prioriteit. Dit kan gebeuren via collectieve licenties en andere vormen van publieke financiering, het promoten en ondersteunen van open businessmodellen, en finaal via een basisinkomen dat erkent dat elke burger waarde creëert en een schepper is. We kunnen deze doelstellingen gedeeltelijk realiseren door de sociale innovatie die voortvloeit uit peerproductiegemeenschappen die intensief experimenteren met open businessmodellen, en deels door middel van sterkere sociale en politieke bewegingen, zoals de vrije cultuurbeweging, de Piratenpartijen, en andere uitdrukkingen van de nieuwe cultuur van delen.

SH101621.JPG

Het komt me voor dat P2P een ‘hele nieuwe wereld’ creëert, waarbij het verband met het huidige politieke systeem ver zoek is. Als Occupy een nieuwe manier is om aan politiek te doen, wat is het verband tussen peerpolitiek en de burgerlijke democratie met haar politieke partijen?

Michel Bauwens: Dat is een zeer moeilijke vraag die het resultaat is van een paradox. Enerzijds groeit het sociaal bewustzijn dat onze huidige democratie niets meer is dan een façade, en dat de staat gekaapt werd door de roofzuchtige financiële fractie van het kapitalisme, terwijl de klassieke politici geen andere uitweg zien dan te plooien voor hun chantage. Maar de keerzijde is dat zowel de rechten en vrijheden van de mensen als hun persoonlijk inkomen en de sociale voorzieningen steeds meer onder druk komen te staan. Dat leidt op zijn beurt tot sociale mobilisatie en politiek engagement. Het eerste aspect leidt tot voortdurende politieke innovatie van de nieuwe P2P-cultuur, denk maar aan de mechanismen van ‘peer governance’ (10) in peerproductiegemeenschappen en nieuwe uitvindingen zoals dynamisch stemmen (11). Deze mechanismen functioneren buiten de hoofdstroom, maar creëren nieuwe vormen van waardeschepping en nieuwe sociale instituties die voorbestemd zijn om te groeien. Het tweede aspect leidt naar nieuwe politieke en sociale krachten die werken binnen het huidige systeem, zoals de opkomende Piratenpartij. Ik hoorde onlangs dat in Brazilië Foro do Eixo, een vibrerende culturele beweging die een werkzame contra-economie rond muziek heeft gecreëerd aan het politiseren is en plaatselijk aan politiek doet. Het tweede leidt tot wat ik noem diagonale politiek, dat is de wederzijdse aanpassing tussen opkomende P2P-krachten en –praktijken, en de oude institutionele werkelijkheid. Hoe minder effectief dit gebeurt, hoe meer de oplossing noodgedwongen zal moeten komen van het eerste aspect, wat neerkomt op een meer radicale en revolutionaire herordening van onze instellingen. Het is veelzeggend dat een lid van de Zweedse Piratenpartij (12) ooit scheef dat de Piratenpartij de laatste kans was om revolutie te vermijden. De mate waarin het huidige systeem weigert zich aan te passen, zal bepalend zijn voor de mate waarin ze de noodzaak verhoogt om te strijden voor meer radicale hervormingen.

Hoe schat je de impact van P2P op de arbeidersbeweging in? Ondermijnt P2P ook niet de bureaucratische structuren van de arbeidersorganisaties?

Michel Bauwens: Ik ben in contact met jonge arbeiders- en vakbondsactivisten die sterk geloven in een ‘genetwerkte’ arbeidersbeweging en we zien tevens hoe de Occupy-beweging nu al de Amerikaanse arbeidersbeweging heeft geradicaliseerd. Maar uiteindelijk moet de oude institutionele en hiërarchische structuur van de vakbonden, evenals hun toenemend onvermogen om sociale verworvenheden te beschermen binnen het huidige regressieve systeem, leiden tot een grondige vernieuwing van de arbeidersbeweging. In zekere zin is de P2P-beweging eigenlijk de uitdrukking van een overheersende laag van  kenniswerkers die in het westen de steunpilaar vormen van productieve arbeid. P2P is hun cultuur en wat moet gebeuren om productief en nuttig werk te doen. In die zin is de P2P-beweging de nieuwe arbeidersbeweging van de 21ste eeuw, met de Indignados en Occupy als eerste uitdrukkingen van deze nieuwe gevoeligheden omtrent arbeid en burgerzin.

Je beweert dat P2P een nieuwe, hogere maatschappijvorm mogelijk maakt, die voordien niet mogelijk was omdat de technologie nog niet voor handen was. Hadden de marxisten vroeger ongelijk, maar krijgen ze vandaag dan toch gelijk?

Michel Bauwens: Ik beschouw het marxisme en andere vormen van socialisme en anarchisme uiteindelijk als de uitdrukking van een tweedeling binnen het industrieel kapitalistische systeem, die een ander logica voorstelt om het industrieel model te beheren. Maar P2P is de uitdrukking van de evoluerende sociale dynamiek onder het cognitief kapitalisme (13). Marxisme is in essentie antikapitalistisch, en kon niet echt verwijzen naar een nieuw hyperproductief model voor de organisatie van de productie. Socialisme was een hypothese, maar de voorbeelden in het echte leven draaiden onvermijdelijk uit op een teleurstelling. Er ontwikkelde zich geen superieur socialistisch alternatief binnen het kapitalisme, en erbuiten kennen we enkel het voorbeeld van het ‘staatskapitalisme’. De P2P beweging kan daarentegen verwijzen naar reeds bestaande modellen die superieur zijn op het vlak van samenwerking en competitiviteit, modellen die eigenlijk postkapitalistisch zijn. Marx had gelijk wat het kapitalisme betreft, maar zijn hypothese over socialisme was verkeerd. Ik geloof dat een politiek model dat gedreven wordt door sociale verandering maar niet steunt op een reeds bestaand nieuw productief model, een misvatting is. De P2P-beweging maakt dingen mogelijk die de sociale bewegingen van de negentiende en twintigste eeuw niet konden bereiken omdat ze geen hyperproductief alternatief hadden. De politiek van P2P vloeit voort uit een reeds bestaande sociale praktijk en dat is echt een fundamenteel verschil.

Kortom, stof genoeg voor een volgend gesprek… Alle reacties zijn uitermate welkom en zullen bijdragen tot een beter begrip van de impact van peer-to-peer op onze samenleving.

(1) Crowdsourcing is een Engelstalig neologisme, gebruikt om een recente ontwikkeling aan te duiden, waarin organisaties (overheid, bedrijven, instituten) of personen gebruikmaken van een grote groep niet vooraf gespecificeerde individuen (professionals, vrijwilligers, geïnteresseerden) voor consultancy, innovatie, beleidsvorming en onderzoek.

(2) Een 3D-printer verschilt van de conventionele gewone printers door het feit dat deze objecten driedimensionaal afdrukt. Dit gebeurt door het laag na laag opbouwen van een 3D-model. Het gehele proces heeft de naam rapid prototype technology gekregen.

(3) Een Fab Lab kan je het best vergelijken met een open werkruimte (open source hardware) die bestaat uit desktop machines die eenvoudig aan te sturen zijn. Met deze combinatie van deze machines kan je bijna alles maken uit hout en kunststof.

(4) Netarchisch kapitalisme (afgeleid van internet en het Griekse arch: de heersers van het netwerk) is een hypothese over de ontwikkeling van een nieuw segment van de kapitalistische klasse die niet langer afhankelijk is van het eigendom van intellectuele eigendomsrechten en de controle over de mediavectoren, maar van de ontwikkeling en controle van participatieve platformen zoals YouTube, Facebook etc.)

(5) De Commons hebben betrekking tot middelen die tot de gemeenschap behoren. Ze behoren iedereen toe: van bepaalde natuurlijke grondstoffen en gemeenschappelijk land tot software. 

(6) Neal Stephenson (Fort George G. Meade, Maryland, 31 oktober 1959) is een sciencefictionschrijver in het genre postcyberpunk. Met name zijn eerste boeken spelen zich af in een postapocalyptisch tijdperk waarin de staat grotendeels is vervangen door netwerken.

(7) For-benefit-instellingen zijn ondernemingen die sociale en ecologische doelstellingen integreren in hun bedrijfsbeleid. Sommigen gaan verder met een transparante rapportering, eerlijke vergoeding, milieuverantwoordelijkheid, dienstverlening aan de gemeenschap en de aanwending van de winst voor het gemeenschappelijke goed.

(8) Open API (volledig: Open API nieuwe technologie) betekent Open Applications, standaarden die toelaten dat verschillende programma's met elkaar kunnen samenwerken. 

(9) Creative Commons (CC) is een oorspronkelijk Amerikaans project voor het bevorderen van open inhoud. Het wil het mogelijk maken om creatieve werken vrijer beschikbaar te stellen dan bij traditioneel auteursrecht of copyright mogelijk is, zodat die werken bijvoorbeeld makkelijker gekopieerd en verspreid kunnen worden of dat anderen er verder aan kunnen werken. Het project biedt verschillende vrije licenties aan die copyrighthouders kunnen gebruiken om bij het verspreiden van informatie problemen te voorkomen die door de huidige auteursrechtwetgeving kunnen optreden. 

(10) Peer governance is de manier waarop peerproductie wordt beheerd in een P2Pysteem waarbinnen peerproducenten gemeenschappelijk gebruikswaarde creëren.

(11) Dynamisch stemmen: in plaats van te stemmen op vooraf geselecteerde kandidaten verloopt de macht van de kiezer via sociale netwerken gebaseerd op vertrouwensrelaties. Ieder burger kan altijd ofwel zelf stemmen, of zijn stem tijdelijk, voor een bepaalde stemming, delegeren aan een vertegenwoordiger waar hij het rond dat specifiec onderwerpt mee eens is.

(12) De Piratenpartij (Zweeds: Piratpartiet, afgekort PP) is een Zweedse politieke partij die op 1 januari 2006 werd opgericht door Rickard Falkvinge. De Piratenpartij streeft onder meer naar hervormingen op het gebied van auteursrecht. Tevens wil de partij het patentensysteem afschaffen en de privacy van burgers, op internet en daarbuiten, vergroten. Naar aantal leden is de Piratenpartij de op twee na grootste politieke partij in Zweden. In het buitenland zijn inmiddels partijen met dezelfde naam en vergelijkbare doelstellingen opgericht. Bij de Europese Parlementsverkiezingen 2009 wist de partij in Zweden ruim 7 procent van de stemmen te bemachtigen.

(13) Cognitief kapitalisme: deze typering van het kapitalisme benadrukt dat we in een derde fase van het kapitalisme verkeren, (na het mercantilisme en het industrieel kapitalisme), waar accumulatie gericht is op immateriële activa

14:12 Gepost door Jan Lievens | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

31-12-11

Occupy London krijgt bezoek van visionaire Belg

SH101943.JPGOnlangs was Michel Bauwens, oprichter van de Foundation for P2P Alternatives, gastspreker in de Tent City University, een aftandse tent die oprijst boven de veelkleurige favela aan de voet van St. Paul’s Cathedral.

Michel Bauwens verwierf in België bekendheid in de jaren 90 als internetgoeroe, vandaag bestudeert hij vooral de impact van “peer-to-peer” op de economie en de samenleving. Sinds acht jaar woont hij met zijn gezin in Chiang Mai in het noorden van Thailand, maar zijn thuis is eigenlijk de planeet. In de afgelopen maand alleen al deed hij Rio de Janeiro, Vermont, de Scandinavische hoofdsteden, Londen en Parijs aan. Zowel het Vaticaan als Occupy Wall Street hebben oor naar zijn theorieën over peer-to-peer. Met de bandopnemer in de aanslag (maar de microfoon achter de spreker L) woonde ik zijn lezing bij, ongemakkelijk gezeten op een poef in een kille tent. Hier is wat ik ervan overhield. 

Een revolutie in de maak

‘Peer-to-peer’ betekent letterlijk ‘gelijke-tot-gelijke’. De term stamt uit de computerwereld waar ze verwijst naar een netwerk van ‘gelijke’ computers. Je staat er zelden bij stil, maar de computer in je huiskamer (maar ook je iPad of smartphone) is verbonden met elke andere computer waar ook ter wereld. Voor Michel Bauwens ligt dit simpele gegeven aan de basis van een heuse revolutie die de economie en samenleving drastisch zal veranderen. Het is bovendien een revolutie die zich vandaag al volop aan het volstrekken is. Alleen wordt ze afgeremd door allerhande reglementen, copyrights en andere patenten die privébelangen beschermen en vrije samenwerking van ‘gelijken’ verhinderen. 

Het peer-to-peer-model heeft met o.a. Wikipedia, Linux en Arduino zijn superioriteit op gesloten kapitalistische businessmodellen bewezen. Het is niet gebaseerd op hiërarchie, ‘de wortel en de stok’ en winstmaximalisatie, maar op vrije collaboratie, intrinsieke motivatie en vrije toegang. In die zin is P2P eigenlijk een model waar anarchisten, utopische socialisten en communisten al sinds de negentiende eeuw van dromen. Peerproductie wordt vandaag weliswaar geïntegreerd binnen de kapitalistische economie. Multinationals zoals IBM en HP maken er volop gebruik van, maar daarnaast zijn er duizenden projecten, niet alleen in de virtuele maar ook steeds meer in de reële wereld die zich integreren binnen het kapitalisme, maar er ook in conflict mee komen. 

SH101774.JPG

Redt de planeet

Volgens Michel Bauwens is ons systeem gebaseerd op pseudo-overvloed in de materiële wereld en pseudoschaarste in de immateriële wereld. Enerzijds doen we alsof de natuur oneindig is: we halen er alles uit, dumpen de afval er weer in en veroorzaken zo een ecologische ramp die ons overleven als menselijke soort in gevaar brengt. Anderzijds creëren intellectuele eigendomsrechten en allerhande reglementeringen een valse schaarste op  immaterieel vlak. Zo is het in vijftien Amerikaanse staten verboden om regenwater op te vangen, in twaalf  staten kan je niet tuinieren voor je huis omdat dit de vastgoedwaarde van de buurt naar beneden haalt, en zo zijn er honderden andere voorbeelden. Michel Bauwens werkte jarenlang voor BP en Belgacom en spreekt dus uit ervaring als hij beweert dat bedrijven de helft van hun tijd spenderen aan de ontwikkeling van een nieuw product en de andere helft aan een manier om ervoor te zorgen dat het na vijf jaar kapot is. Een duurzaam product verkopen gaat nu eenmaal in tegen de logica van de markt: “Maar in een “open design”-gemeenschap zoals Linux streef je echt naar de beste oplossing, het winstmotief speelt hier niet mee,” akdus Bauwens. “Je maakt productie inclusief, participatief en begint anders na te denken over machinerie. Je denkt in termen van open en gedistribueerde productie. Fablabs, multimachines en 3D-printing zijn gebaseerd op dat principe. We combineren een globalisering van het immateriële, dus van wereldwijde menselijke samenwerking, met een ‘herlokalisering’ van de productie. Dit is een vorm van globalisering die de planeet niet vernietigt. Je kan immers op wereldschaal samenwerken in globale coöperatieven, maar plaatselijk produceren. Zo krijg je een andere soort ‘multinationals’, die echter innovatie niet privatiseren maar vrij toegankelijk maken voor iedereen”.   

Plaatselijke productie en gedeelde informatie

Is de globale P2P-samenleving een utopie? Michel Bauwens vergelijkt de transitie van kapitalisme naar P2P met de overgang van de Romeinse slavenmaatschappij naar het feodalisme, of ook nog met de overgang van het leenstelsel naar het kapitalisme. In beide gevallen zien we een sociaaleconomisch model op zijn retour, waarbinnen echter een alternatief ontstaat dat uiteindelijk, op de rug van een massabeweging, culmineert in een kwalitatieve faseovergang. Het Romeinse keizerrijk ging ten onder omdat het zich niet verder kon ontwikkelen. De aanvoer van goedkope slaven stokte en het onderhoud van het leger werd te duur. Slaven kwamen in opstand of werden bevrijd door Germaanse stammen die Romeinse nederzettingen binnenvielen. De eigenaars van de latifundia kwamen in nauwe schoentjes terecht. Uit eigenbelang bevrijdden ze hun slaven en maakten er vazallen van die voor zichzelf mochten werken en een gezin stichten. In ruil bleven ze op het land en stonden ze een deel van hun oogst af. De feodale heren bleven aan het roer, maar het leven van een vazal was stukken beter dan dat van een slaaf. De systeemovergang was bijgevolg gebaseerd op een wederzijdse verandering van zowel de top als de bodem van de maatschappij.

Daarnaast begonnen mensen ook anders na te denken over religie. Het christendom begon zijn opmars doorheen Europa. Monniken bewerkten het land en ontwikkelden allerhande technieken ter verbetering van de landbouw, maar trokken ook rond om hun kennis (en religie) te verspreidden. Dit culmineerde omstreeks 970 in de Eerste Europese Revolutie die een institutioneel kader creëerde voor het feodalisme. Het resultaat was een zeer succesvol sociaal experiment dat drie eeuwen standhield. Tussen de tiende en dertiende eeuw verdubbelde de Europese bevolking. Mensen werkten maar vijf dagen op zeven (op zondag en ‘blauwe maandag’ waren ze vrij) en skeletten uit die tijd tonen aan dat ze een uitstekende gezondheid hadden.

Een ander voorbeeld is Cuba. Na de implosie van de Sovjet-Unie stopte de olieaanvoer waardoor de Cubaanse economie als het ware ineenstortte. De regering stimuleerde het vrije initiatief door private landbouwcoöperatieven toe te laten, maar richtte tegelijkertijd wetenschappelijke instellingen op met als belangrijkste taak het verspreiden van kennis. Resultaat: tien jaar later produceerde het land met slechts een fractie van de olie en pesticiden meer voedsel dan vroeger. 

SH101939.jpg

Naar een nieuwe economie

Michel Bauwens ziet vandaag binnen het kapitalisme een nieuwe, productievere en duurzame manier van sociale organisatie en productie ontstaan. Maar ook nu zal de faseovergang zich pas voltrekken op basis van een massale sociale beweging. Geen arbeidersbeweging van de negentiende eeuw, geen identiteitsbeweging van de jaren 60, maar een beweging van de kennismaatschappij, waarvan de Occupy Movement wel eens het begin zou kunnen zijn. Occupy vertegenwoordigt een nieuwe manier om aan politiek te doen en maakt de markt ondergeschikt aan de gemeenschap, de ‘commons’. Als voorbeeld haalt hij ‘Feed the Movement’ aan, een project van de bezetters van Zuccutti Park om de straatverkopers van het financieel district rond Wall Street, die bedreigd werden met bankroet vanwege de gratis voedselbedeling, te ondersteunen.

Michel Bauwens stelt de maatschappij voor aan de hand van drie overlappende cirkels: de openbare sector, de privésector en ‘de commons’ (het gemeenschappelijke). Binnenin bevindt zich de civiele sfeer waar we elkaar als burger ontmoeten. De vraag is: hoe moeten die drie entiteiten met elkaar samenwerken? Vandaag ligt het accent op de privé, op de markt: we gaan ervan uit dat de waarde daar gecreëerd wordt. De civiele maatschappij is het restje dat overblijft na een drukke werkdag. We horen het ook in ons taalgebruik: we spreken van non-profit, wat betekent dat winst primeert, van niet-gouvernementeel, wat betekent dat overheid primeert. Bovendien is de staat volledig marktgericht geworden en vandaag zelfs gereduceerd tot een ‘Goldman Sachs staat’: de meest roofzuchtige fractie heeft het laken volledig naar zich toe getrokken.   Schermafbeelding 2011-12-30 om 08.14.02.png

Maar er is ook de opkomst van een productieve civiele maatschappij van ‘peer-producenten’ en ‘prosumenten’ die waarde creëren via ‘de commons’. Er is een hernieuwde privésector in de maak die niet gericht is op winstmaximalisatie, maar op ‘productoptimalisatie’. In de nieuwe maatschappij moet het accent verschuiven naar ‘de commons’. Deze visie leidt ons echter naar de onvermijdelijke vraag: is een dergelijke samenleving wel realistisch? Druist ze niet in tegen het aangeboren eigenbelang van de mens? Michel Bauwens: “Het mooie van P2P is dat het eigenbelang wordt verzoend met de gemeenschap. We hoeven niet  van iedereen altruïsten te maken, maar een sociaal systeem creëren waarin het nastreven van het eigenbelang het collectieve beter doet functioneren. Het liberalisme gaat ervan uit dat dit automatisch gebeurt. Als iedereen zijn eigenbelang nastreeft, zou dit uiteindelijk het algemeen belang ten goede komen. IN werkelijkheid is dit systeem de planeet aan het vernietigen. Maar kijk naar Wikipedia. Het maakt niet uit wat mijn motivatie is om een artikel te schrijven of te verbeteren. Misschien ben ik een egoïst die hoopt om beroemd te worden. Het punt is dat ik bijdraag tot een gratis encyclopedie die voor iedereen toegankelijk is. Je kan zelfzuchtige redenen hebben om de Linux code te verbeteren, maar tegelijk draag je bij tot de Linux commons. Het gaat er dus niet om dat iedereen ten allen tijde altruïstisch en vrijgevig moet zijn, maar om een sociaal systeem te creëren waarbinnen alle menselijke drijfveren hun plaats vinden.” 

Allemaal goed en wel, maar…

Hoe zal de overgang naar de nieuwe maatschappij plaatsvinden? Volgens Michel Bauwens is het huidige systeem ten dode opgeschreven, voor allerhande redenen. Om er maar één te noemen: het kapitalisme moet groeien om te overleven. Je moet geen genie zijn om in te zien dat onbeperkte groei fysisch onmogelijk is. Bovendien heb je vijf planeten nodig om de hele wereldbevolking een westerse levensstandaard te bezorgen. Maar wat moeten we dan wel doen? Michel Bauwens gebruikt de metafoor van een ruziemakend koppel: “Zolang je ruzie maakt, stop je energie in de relatie omdat je erin blijft geloven. Maar er komt een moment dat je je partner de rug toedraait en op zoek gaat naar iemand anders. Dat is precies wat we vandaag moeten doen. We moeten onze energie stoppen in het creëren van nieuwe sociale relaties en structuren. Toen de barbaren het Romeinse Rijk binnenvielen, stootten ze op de Christenen, de enigen die met de katholieke kerk een alternatieve sociale structuur hadden. Ook wij moeten klaarstaan met een alternatief als het systeem ineenstort”. De weg  die Occupy bewandelt dus. Er zijn overigens een hele reeks entiteiten die samenwerken met de Occupy-beweging: Occupy Design, Occupy Filmmakers, Occupy Writers, the Occupy Vendor Project… Michel Bauwens: “De uitdaging bestaat erin deze nieuwe entiteiten te bestendigen eens de beweging wegebt.   Maar er is nog een ander spoor. Naast het creëren van nieuwe organisaties moeten de bestaande sociaaleconomische spelers hun innovatiestrategie baseren op open, gedeelde innovatie via de commons. Dat zou een kwantumsprong van peer-productie veroorzaken binnen de huidige samenleving.” Met andere woorden, ook de overgang naar de nieuwe maatschappij zal moeten gebeuren door een wederzijdse verandering van top en bodem…  


Hier enkele fragmenten van de lezing

P2P and the Commons as the new paradigm from David Nixon on Vimeo.

00:09 Gepost door Jan Lievens | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

02-11-11

Europa op een helling voor drie wegwijzers

De Europese wagen staat op een steile helling en alleen keien tegen de achterwielen houden ze nog tegen. Maar die beginnen gevaarlijk te schuiven. Als de chauffeur niet gauw beslist om de motor op te starten en snel op te trekken, dondert ze naar beneden. De passagiers bakkeleien echter over de vraag of het niet beter is de kleine Griekse aanhangwagen los te koppelen, zodat de auto nog wat kan blijven stilstaan. Bovendien zijn ze het oneens over wie er plaats mag nemen achter het stuur.SH101182.JPG

Het feit dat (alleen nog maar) de aankondiging van een Grieks referendum over het Europese ‘reddingsplan’ de euro in gevaar brengt en de beurzen wereldwijd doen rood kleuren, toont aan dat de Europese constructie en de beruchte “financiële markten” geen democratie kunnen verdragen. Papandreou en bij uitbreiding het hele Griekse volk zijn in de pers kop van jut . “Het kan niet langer dat de politieke problemen van één man of één land een heel werelddeel in gevaar brengen” schrijft Guy Tegenbos in De Standaard. “Hoe durft (Papandreou) na zoveel Europese inspanningen de hele zaak op het spel zetten?” stelt l’Echo verontwaardigd. En het Nieuwsblad fulmineert: “Het Grieks signaal grenst aan het waanzinnige en zeker aan het onverantwoordelijke.”SH101244.JPG

Wat zeven algemene stakingen en straatprotesten van honderdduizenden niet vermochten, kan een aangekondigd referendum waarvan de negatieve uitslag niet eens vaststaat (aangezien het alternatief stemmen is voor een faillissement) blijkbaar wel. Waarom? Omdat Papandreou zijn politieke lot – zij het als wanhoopsdaad, chantagemiddel of beide- onderwerpt aan de democratische legitimatie van de bevolking. Maar je kunt de huidige ontwikkeling ook anders interpreteren. Indien een democratisch verkozen regering nu of in de toekomst de dictaten van de Europese constructie naast zich neer legt, is het gedaan met de euro en de unie. Daarom niet noodzakelijk in één klap, maar waarschijnlijk stukje bij beetje: eerst Griekenland, dan Portugal, vervolgens Spanje en Italië en wie weet, België. De langzame Europese integratie zou worden omgeturnd tot een schoksgewijs desintegratieproces. Tenzij, tenzij… Europa de huidige crisis aangrijpt om het integratieproces juist te versnellen. “De monetaire unie is dood zonder politieke unie”, schrijft De Standaard.

Maar onder de gegeven omstandigheden is ook een politieke unie een fictie. Zullen de Grieken vandaag, de Italianen morgen en de Belgen overmorgen de door Europa opgelegde bezuinigingen gemakkelijker slikken als een Europese meerderheid daarover “democratisch” heeft beslist? Om het anders te stellen: zullen de zwakkere Zuid-Europese landen het pikken dat hen maatregelen worden opgelegd door een Noord-Europese numerieke meerderheid? Ik hoor het De Wever al zeggen: “de Europese democratie werkt niet want het is de optelsom van 27 democratieën”.

De Europese constructie mist democratische legitimiteit. Nu al moeten regeringen hun begrotingen eerst laten goedkeuren door een ongekozen Europese Commissie alvorens ze die kunnen voorleggen aan hun eigen parlement. De Europese Centrale Bank is aan geen enkele democratische legitimiteit onderworpen en allerhande duistere verdragen zoals ACTA (Anti-Counterfeiting Trade Agreement ter bescherming van het intellectueel eigendomrecht) ondergraven democratische vrijheden. Niet alleen ‘het volk’ maar zelfs de democratische verkozen parlementsleden zijn eigenlijk “te dom” om die uiterst complexe materie te begrijpen, dus, luidt de redenering, laten we dat allemaal beter over aan technocraten, weliswaar met de zegen van onze Europese democratische vertegenwoordigers (in België zijn dat er 22, geselecteerd door hun partijtop). Dat is dan de verdieping van de Europese "democratie", naar Amerikaans model. De financiële crash en praktijken zoals we gezien hebben bij Dexia hebben ons geleerd tot  welke rampzalige gevolgen die visie leidt.SH101257.JPG

De Europese wagen staat vandaag niet alleen stil op een helling, maar bovendien op een kruispunt met drie wegwijzers. Een leidt naar desintegratie op nationalistische lijnen naar het voorbeeld van de voormalige Sovjet-Unie, met Duitsland in de rol van Rusland. Een ander wijst in de richting van meer politieke integratie die echter zal gepaard gaan met  een verdere uitholling van de democratie. De derde wijst naar  een Europees democratisch model dat nog moet worden uitgevonden. Een waarbij de collectieve belangen van de meerderheid van de bevolking, de 99% als je wilt, voorrang genieten op die van de grote bedrijven en financiële groepen. Tot nu toe was de overheersende filosofie dat deze belangen samenvielen. De financiële en economische crisis en de maatschappelijke malaise die eruit voortvloeit, hebben deze mythe echter aan scherven geslagen. Het enige probleem met de derde wijzer is dat ze ons het open veld instuurt en alleen maar een richting aangeeft. Toch lijkt het me aangewezen om, samen met indignados en bezetters wereldwijd te kiezen voor het open veld, aangezien de twee andere wegen leiden naar een wereld waarin ik niet graag zou willen leven.
 

12:30 Gepost door Jan Lievens | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

18-10-11

Deze beweging gaat niet weg...

SH101300.jpgZaterdag 15 oktober hing er elektriciteit in de Brusselse lucht. Een bonte, internationale stoet van jong en oud, clowns en zombies, oude en nieuwe Belgen trok door zonovergoten straten via een ongewoon parcours naar de Beurs, waar ze het plein een goed half uur bezet hield. Fantastische ambiance, vrolijk als de Gaypride en antikapitalistisch als de metallo’s. Bovenaan de trappen van het beursgebouw stal ik een aantal fantastische foto’s, tot ik moest wegduiken achter een protestbord om de schoenen te ontwijken die op zijn Arabisch werden afgevuurd door Spaanse indignados.

Brussel was maar een van de bijna 1000 steden wereldwijd waar een nieuwe generatie haar woede uitschreeuwt tegen de flagrante onrechtvaardigheden van een systeem dat de overgrote meerderheid bestraft om de privileges van een kleine minderheid in stand te houden, een verontwaardiging die wordt samengebald in de internationale slogan “We are the 99%.” Technische gezien is het 99,99%, maar kom, hoe korter een slogan, hoe beter. Het is een briljante slagzin, omdat (bijna) iedereen er zich mee kan identificeren en omdat (bijna) iedereen diep in zijn hart beseft dat het zo niet verder kan.betoging brussel,indignados,15 oktober,occupy wall street

Elke historische parallel heeft uiteraard zijn beperking, maar wat we vandaag meemaken, doet sterk denken aan het sociaal protest dat uitbrak in de jaren zestig, met dat verschil dat de internationale dimensie van in het begin vele octaven hoger ligt en de economische achtergrond minstens drie toonladders lager. Daarom is het waarschijnlijk dat de protestmars van gisteren geen eendagsvlieg is, maar eerder de voorbode van een veel massalere beweging. Misschien niet meteen in België, waar de bezuinigingstrein nog moet starten (met dank aan de N-VA, zij het ongewild), maar eerder in het hartland van het kapitalisme waar een president aan de macht kwam onder de slogans “Yes we Can!” en “Change!”, woorden die hij zich misschien nog zal beklagen… 

Tijdens de betoging hoorde ik achter me een jongeman voor een tv-camera stamelen: “We zijn niet tegen het systeem, maar het systeem is tegen ons”. Inderdaad, wat zijn de vooruitzichten die jongeren vandaag hebben in een wereld die naar de haaien lijkt te gaan: klimaatcrisis, schuldencrisis, jobcrisis… Als vandaag een achttienjarige zich zorgen maakt over zijn pensioen binnen 50 (?) jaar, dan is er iets grondig fout in de samenleving. Een paar dagen geleden hoorde ik op kanaal Z Etienne De Callataÿ, hoofdeconoom van Bank Degroof, met uitgestreken gezicht nog verklaren dat een van de redenen waarom we langer zullen moeten werken de technologische vooruitgang is! Alleen in een compleet dolgedraaid systeem klinkt een dergelijke uitspraak logisch.SH101240.JPG

“Het systeem is tegen ons”, inderdaad. Maar wie zal het veranderen? Hoelang zal de mythe “dat er geen alternatief is op het kapitalisme,” ontstaan na de val van het communisme, nog standhouden? “Coöperatie in plaats van competitie”, “It’s the people, stupid”, “Kaka pipi talisme”… zijn maar enkele van de vele creatieve slogans die gisteren mijn aandacht trokken. Maar het is juist, het gebrek aan een geloofwaardig alternatief, binnen of buiten het systeem, is ongetwijfeld een belangrijke zwakheid van de huidige beweging. Maar ook dat zal niet blijven duren. Sinds de financiële crash zijn wereldwijd discussies aan de gang over alternatieven. Misschien ligt de zwakheid van de beweging eerder in de veelheid aan alternatieven dan aan het gebrek eraan. 

In elk geval, de schreeuw naar rechtvaardige hervormingen zal niet verstommen na gisteren. Integendeel, ze zal verder worden aangewakkerd bij elke nieuwe bezuinigingstrein die op ons afkomt. Wat de regering Di Rupo in petto heeft, tien miljard bijtanken en wegknippen… zal pijn doen aan de 99%. En als Didier Reynders al een lans breekt voor de ‘regionalisering’ van Arcellor, kunnen we toch maar één ding besluiten:  “The Times They Are a-Changin”. Inderdeed!
SH101299.JPG 

13-10-11

Dexia en de “redding van de banken”

Dit artikel is een vertaling van een korte analyse van de Britse marxistische econoom Michael Roberts, auteur van “The Great Recession: Profit cycles, economic crisis, A Marxist view”) die zijn licht doet schijnen op de reddingsoperatie van Dexia. Roberts volgt de Belgische pers niet, maar haalt zijn mosterd bij ondermeer de Financial Times en de Economist. Altijd interessant hoe marxistisch geïnspireerde economen aankijken op de bankencrisis, ook al zijn ze natuurlijk niet zo “objectief” als zogenaamde “neutrale” economen die vroeger in koor deregulering en zelfregulering verdedigden, om vandaag met de vinger te wijzen naar de overheid die niet tijdig heeft ingegrepen. Na de vertaling volgt een kleine nabeschouwing.

414Zjj+0F4L._BO2,204,203,200_PIsitb-sticker-arrow-click,TopRight,35,-76_AA300_SH20_OU02_.jpg

“Dexia, de grootste bank van België, stevende vorige week af naar het bankroet. Het verhaal van Dexia leert ons veel over de rol die banken spelen in de huidige crisis. Dexia werd al eens eerder gered, net voor het hoogtepunt van de financiële crisis in 2008. De Belgische en Franse regeringen legden toen 6 miljard euro belastingsgeld op tafel en stelden zich borg voor alle kortetermijnbeleggingen. Deze waarborg, goed voor een bedrag van 150 miljard euro, liep in juni 2010 ten einde. Dexia is een bank die onder zijn cliënten vooral gewone depositohouders en lokale overheden telt aan wie ze kredieten en verzekeringen aanbiedt. Je zou denken: een vrij traditionele service. Maar net als alle andere banken in het voorbije decennium, dachten de Raad van Beheer en het Bestuur van Dexia dat ze veel meer geld konden verdienen en veel hogere bonussen konden opstrijken door leningen en gesecuriseerde activa te kopen op de bloeiende Amerikaanse vastgoedmarkt, of door nieuwe activiteiten te ontwikkelen in het buitenland. Zo beschikte Dexia over een belangrijk filiaal in Turkije. Toen in 2008 de financiële crisis uitbrak, was Dexia een ‘wereldspeler’ met 35.000 personeelsleden en activa ter waarde van 650 miljard euro (op papier), bijna twee keer zoveel als het volledige BBP van België. Dexia was een “ongeval dat er zat aan te komen”, precies zoals eerder gebeurde met banken in IJsland en Ierland. Hoewel Dexia gedeeltelijk in staatshanden was, lieten de politieke verantwoordelijken deze buitensporigheden oogluikend toe. Dexia, een bank die verondersteld wordt kredieten te verlenen aan Belgische gezinnen en lokale besturen, genoot een voorkeursbehandeling van de toezichthouders en kreeg vrij spel om te speculeren in allerlei risicovolle activa die uiteindelijk zouden ontploffen in haar gezicht.

Een ezel stoot zich geen twee keer aan dezelfde steen...

Zelfs na de redding in 2008 oefenden de Belgische en Franse regeringen geen controle uit op de bank. Tot vorige week bezaten de verschillende overheden (de Franse en Belgische regeringen, plaatselijke besturen en andere staatsbanken) 49% van de bank, terwijl 51% nog altijd in handen was van privéaandeelhouders, waaronder verschillende participatiemaatschappijen. Na 2008 begonnen de bestuurders van Dexia in te zien dat hun bankactiviteiten uit de hand waren gelopen en probeerden ze de grootte van de instelling wanhopig terug te dringen. Zo was de balans tegen vorig weekend teruggedrongen van 650 tot 500 miljard euro. Maar er bleven nog twee problemen over.  Dexia had nog altijd 100 miljard “toxische” activa in haar portefeuille, waaronder de fameuze Amerikaanse rommelhypotheken, evenals staatsobligaties van zogezegd veilige landen zoals Griekenland, Portugal en Ierland, die vandaag tot over hun oren in de schuld steken. Met andere woorden: veel van die activa zijn waardeloos. De totale boekhoudkundige waarde van Dexia bedroeg slechts 15 miljard euro, de verhouding tussen het eigen en vreemd vermogen liefst 33:1, terwijl de marktwaarde van de aandelen op de beurs nog veel lager was, amper 2 miljard euro. Het andere probleem was dat de bank haar leningen en investeringen financierde met kortetermijnleningen op de interbancaire markt. De cliënten van Dexia hadden deposito’s ter waarde van 40 miljard euro, maar de kortetermijnleningen van de bank bedroegen 90 miljard euro (ook al waren ze flink gezakt; in 2008 bedroegen ze zelfs 240 miljard). Toen andere banken uiteindelijk niet langer geld wilden lenen aan Dexia omdat het risico te groot werd, was de bank ten dode opgeschreven. Dit overkwam ook de Britse bank Northern Rock aan het begin van de financiële ineenstorting midden 2007. Dexia had haar kredietlimiet bereikt bij de Europese Centrale Bank, en het werd duidelijk dat de privésector de geldkranen zou dichtdraaien.  Dus bleef er niks anders over dan een nieuwe reddingsoperatie.

De belastingebtaler... betaalt

Tijdens het weekend kwamen de Belgische en Franse regeringen met een nieuw plan op de proppen. Tussen haakjes, behalve activiteiten in België, Frankrijk en Turkije beschikt Dexia zelfs over een Japans filiaal die geld leent aan Japanse plaatselijke besturen. Die laatste activiteiten waren echter lang niet zo verontrustend als de reusachtige beleggingen in gesofisticeerde ‘financiële producten’, beter omschreven als financiële massavernietigingswapens. Deze waardeloze activa waren goed voor 14 miljard euro. De twee regeringen beslisten dat de Franse tak zou fusioneren met de Franse Banque Postale, een overheidsbank;  het belangrijke Turkse filiaal zou worden verkocht aan de hoogste bieder, en het ‘slechte gedeelte’ van Dexia zou opnieuw een injectie van 4 miljard euro belastingsgeld krijgen (in ruil voor aandelen die maar half zoveel waard zijn), gekoppeld aan een staatswaarborg. Wat vandaag overblijft van Dexia is een bank die volledig in staatshanden is en die zich opnieuw kan concentreren op het verlenen van kredieten aan plaatselijke besturen, terwijl de ‘toxische activa’ in de mate van het mogelijke worden verkocht. Het ziet er sterk naar uit dat, gezien de potentiële verliezen op de overblijvende rommelactiva (waarschijnlijk goed voor 20 miljard euro) deze redding de belastingbetaler meer zal kosten dan de 4 miljard euro, ook al zal Dexia proberen die verliezen weg te werken over een periode van tien jaar, onder meer door ze te compenseren met de winsten die ze gedurende diezelfde periode opstrijkt. 

Dat is het zo een beetje. Een bank die voor een groot deel in staatsbezit was, kreeg de toelating om te groeien tot ze een volume had bereikt dat twee keer zo groot was dan het output van haar thuisland, om te speculeren in allerlei financiële rommelproducten en om activiteiten te ontplooien in Turkije en Japan. In 2008 ging ze op de fles omdat ze niet langer haar speculatieve beleggingen in de VS kon financieren. Ze ging opnieuw kopje onder vorige week omdat ze niet in staat was om haar Griekse en andere Europese staatsobligaties nog verder te financieren via leningen aan andere banken.  De lessen zijn duidelijk. Banken moeten deel uitmaken van de openbare dienstverlening. Hun rol is immers leningen verstreken aan gezinnen voor grote aankopen (zoals een huis) en aan KMO’s om te investeren. Ze mogen niet speculeren in risicovolle beleggingen op Wall Street of the City of London om topmanagers hoge bonussen en private aandeelhouders hoge rendementen te kunnen uitkeren (meestal andere banken en financiële instellingen, zoals pensioenfondsen en verzekeringsinstellingen). Maar dat is precies wat banken als Dexia en RBS hebben gedaan. En er is nog niet veel veranderd.  De Britse overheid bezit vandaag 75% van RBS.  Maar ze handelt nog altijd als een privébank die hoge bonussen en salarissen uitkeert aan de topmanagers, en erger nog, haar ‘armere cliënten’ beperkingen oplegt en kosten aanrekent in ruil voor een onvolledige dienstverlening omdat ze de bank geen geld opbrengen. De regering wil haar aandeel in RBS zo snel mogelijk verkopen. Indien ze dit vandaag zou doen, zou de belastingbetaler meteen 4 miljard pond verliezen aangezien het aandeel maar de helft meer waard is van wat de Britse regering betaalde aan de hebzuchtige aandeelhouders.  

Naar een openbare financiële dienstverleing

De beste manier om nieuwe faillissementen in de bankwereld te voorkomen is de hele banksector in openbaar bezit te nemen,  waarbij de topmanagers democratische verantwoording zijn verschuldigd aan zowel het electoraat als het personeel.  De reddingsoperatie van de banken in 2008 hebben dat niet gedaan.   In de VS kwam onder leiding van Hank Paulson, de voormalige baas van Goldman Sachs, de ‘Troubled Assets Relief Program (TARP)’ tot stand, een programma dat zijn naam niet had gestolen: het bracht opluchting (relief) voor de aandeelhouders en obligatiehouders van de banken in de vorm van 700 miljard dollar belastingsgeld. De operatie socialiseerde de risico’s wat neerkomt op socialisme voor de rijken en kapitalisme voor de rest.

Het is duidelijk dat de bankcrisis nog niet voorbij is. De reddingsoperatie van de banken in 2008 zadelde de overheidssector wereldwijd op met hoge begrotingstekorten en schulden. Diezelfde banken weigeren vandaag de overheden die hen hebben gered te helpen, tenzij ze in ruil zeer hoge interesten krijgen. Het gevolg is dat landen als Griekenland afstevenen op een bankroet. De gruwelijke ironie is echter dat indien Griekenland en andere eurolanden failliet gaan, de banken die hun staatspapier in handen hebben ook over kop gaan. En zo kan de carrousel verder blijven draaien. De leiders van de belangrijkste kapitalistische economieën in Europa erkennen vandaag dat ze ongeveer 150 tot 500 miljard extra belastingsgeld zullen nodig hebben in cash en waarborgen om de Europese banken te herkapitaliseren.  Dus, verre van RBS te kunnen verkopen, zal de Britse regering binnenkort gedwongen worden om nog meer kapitaal in de bank te pompen.  Als dat gebeurt, zal het aandeel van de overheid in Europese banken gemiddeld 40% bedragen.  Is er een beter bewijs dat banken, het neusje van de zalm van het moderne kapitalisme,  niet langer kunnen opereren als kapitalistische entiteiten!”

Om het plaatje te vervolledigen verwijs ik nog graag naar een analyse van Paul De Grauwe, die in De Standaard van 12 oktober poneert dat ‘Als de overheid elke euro waar ze zich borg voor stelt, moet ophoesten, dan riskeert het Dexiaverhaal ons in één klap 41 procent armer te maken’.  Hoewel de professor er aan toevoegt dat het wel niet zo’n vaart zal lopen, is hij ook van oordeel dat het larie en apekool is te beweren dat de reddingsoperatie van Dexia ons niets zal kosten.

Wat de analyse van Michael Roberts betreft, denk ik dat de notie ‘openbaar bezit’ beter is dan ‘staatsbezit’ of ‘nationalisatie’. De inefficiëntie van bureaucratisch beheer, gekoppeld aan politiek favoritisme en carrièrisme, hebben de openbare sector een slechte naam gegeven. Neoliberalen grepen dit aan als excuus of argument om openbare instellingen zoals banken, communicatiemaatschappijen, energiebedrijven… te privatiseren. Deze aanpak leidde tot de grootste crisis sinds de grote depressie. Een terugkeer naar de oude staatsinterventie is echter evenmin een oplossing, indien deze niet gekoppeld wordt aan een doorgedreven democratisering van de openbare instellingen en de directe controle erop door de burgers. Deze uitbreiding van de democratie op economisch vlak zal, net als alle historische democratische verworvenheden, echter niet op een gouden schaaltje worden aangereikt door de huidige machthebbers. Maar de beweging in die richting is wel degelijk ingezet. Het feit dat Wall Street vandaag beelden oproept van bezetters en betogers, is een teken aan de (historische) wand. 

Bronnen:

Michael Roberts (http://thenextrecession.wordpress.com/) 11 oktober

De Standaard.biz 12 oktober

14:52 Gepost door Jan Lievens | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

06-10-11

New York, New York

23:02 Gepost door Jan Lievens | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

02-10-11

In afwachting

Deze blog is al een tijdje niet meer bijgewerkt omdat ik actief was op een aantal discussiefora en vooral Engelstalige teksten heb geschreven voor twee andere blogs:

A Higher Stage en mijn pagina op de P2P Foundation

Schermafbeelding 2011-10-02 om 22.03.56.pngSchermafbeelding 2011-10-02 om 22.03.22.png

22:07 Gepost door Jan Lievens | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

29-04-11

Een suggestie om de sp.a terug vooruit te helpen

Het vertrek van Erik De Bruyn uit de sp.a en de oprichting van Rood! hebben binnen progressieve middens heel wat discussies uitgelokt, ook binnen sp.a. en sp.a Rood.  Je kan natuurlijk bezwaarlijk tegen de doelstelling van Rood! zijn om de linkse krachten in Vlaanderen te verenigen  en om tegen 2014 een grote linkse partij op de kaart te zetten. Het is een moedig initiatief dat enthousiasme, maar vooral scepticisme uitlokt. Deze bijdrage is echter niet toegespitst op de slaagkansen van het project, dat tot nog toe erg onduidelijk en tegensprekelijk is.

Mijn aanvankelijke reactie op het ontslag van Erik De Bruyn uit de sp.a was er een van teleurstelling omdat ik, als inactief partijlid met sympathie voor sp.a Rood, zijn vertrek een verlies voor de partij vind. Erik is een eerlijk, moedig en integer politicus die de vinger vaak op de zere wonde legt. Hij is ook een basismilitant die politiek bedrijft vanuit een oprechte socialistische overtuiging. Er wordt wel eens vergeten dat hij geen enkel politiek mandaat bekleedt en elke dag moet gaan werken om zijn brood te verdienen (ik val na een zware dagtaak als een blok in slaap). Als Erik verkozen wil worden, dan is dat niet “om zijn zakken te vullen”, maar om zich volledig te kunnen wijden aan zijn strijd voor het socialisme, hoe ouderwets dat ook moge klinken bij de publieke opinie.

Erik is de auteur van Rooddruk, een boek dat een verontwaardiging uitstraalt die ontbreekt in het discours van veel socialistische mandatarissen. Het is geen klaagzang over de geldstromen van de rijkste regio naar de armste in een van de meest welvarende landen ter wereld, maar een bittere aanklacht tegen de echte onrechtvaardigheden in de maatschappij, waaronder armoede, uitbuiting en de geldstromen van arm naar rijk. Die ‘spirit’ heeft de socialistische beweging grootgemaakt, het verlies ervan is, naast de zwakte van het programma en het gebrek aan duidelijke profilering, een van de redenen waarom de sp.a haar traditioneel kiezerspubliek verliest en andere bevolkingslagen te weinig aanspreekt (maar dat is een ander verhaal).

Dat Erik De Bruyn in zijn vaak eenzame strijd soms fulmineert tegen partijgenoten die in veel comfortabeler omstandigheden aan politiek doen en meer bekommerd lijken om hun eigen politieke carrière dan om het lot van de mensen die ze vertegenwoordigen, is een zeer menselijke reactie die getuigt van dezelfde verontwaardiging.

Het lijkt me dan ook hypocriet van sommigen in de partij die zeggen dat ze het vertrek van Erik De Bruyn “betreuren”. Een zucht van opluchting lijkt me waarschijnlijker. De man beschimpen en verwijten verdeeldheid te zaaien, helpt evenmin. De politiek van de sp.a als machtspartij die ‘het ergste wil voorkomen’ en de teleurstelling die daaruit voortvloeit, hebben een veel diepere verdeeldheid binnen de arbeidersbeweging veroorzaakt: een groot deel van het traditionele kiezerspubliek is overgelopen naar rechtse populisten. Dat is allicht wat nog het meeste knaagt bij Erik De Bruyn. Hij wil deze misnoegdheid terug in het linkse kamp brengen waar ze hoort, en denkt dat dit onmogelijk is via een partij die teveel verbrand zou zijn door de macht. 

Het is nu uitkijken wat de sp.a zal doen om het electorale tij te doen keren. Nu Caroline Gennez zich niet opnieuw kandidaat stelt voor het voorzitterschap, is de kans groot dat er een open race komt met verschillende kandidaten. Het feit dat de partij een duidelijke profilering mist en iedereen maar zegt wat in zijn hoofd opkomt, een kritiek die ook Hans Bonte deelt met Erik De Bruyn, is een teken van zwakte van de top, niet van sterkte. Met nieuwe voorzittersverkiezingen op komst, zal “de comateuze toestand” hoe dan ook niet lang meer duren. Het is natuurlijk niet uitgesloten dat er een charismatische consensuskandidaat naar voren wordt geschoven, maar dat is niet zonder risico. Zal de partijbasis die zich vaak herkent in de kritieken van Erik De Bruyn dat zomaar aanvaarden? Wat als er iemand de stunt van Erik zou overdoen? Bovendien zou het koren op de molen zijn van degenen die beweren dat de partij niet democratisch werkt. Het is daarom helemaal niet uitgesloten dat er verschillende kandidaten de race worden ingestuurd, of dat er zich meer dan één kandidaat zal aanmelden. Maar ook dat is niet zonder risico voor de partijtop, want verschillende kandidaten zullen het interne debat nog meer aanwakkeren. Het is niet iets dat de traditionele partijbons die geen tegenstand duldt genegen is, maar ik zie moeilijk in hoe de discussie met de basis uit de weg kan worden gegaan. Wat de partijleiding ook doet, de leden en militanten die al lang geen opportuniteit meer zagen om binnen de partij aan bod te komen, zullen weer op de vergaderingen verschijnen. Door in de partij te blijven, kunnen aanhangers van sp.a Rood een belangrijke bijdrage leveren in de komende discussies.

Actieve participatie en een open debatcultuur wordt nooit door de top doorgevoerd, maar altijd afgedwongen door de basis. Het zijn de militanten die de partij zullen veranderen, niet de leiding. Zonder actieve participatie van de leden staat ook een figuur als Erik machteloos. Maar één ding is zeker: een democratische interne werking met maximale betrokkenheid van de basis is de beste garantie om de partij nieuw leven in te blazen. Het zou ook de beste respons zijn op de aanvallen van rechts die zich vol leedvermaak verkneukelt over de “crisis bij de socialisten”. Tot slot is het de enige manier om weerwerk te bieden tegen partijbonzen die denken of hopen dat met Erik ook de kritische geest en de socialistische waarden binnen de sp.a. verdwenen zijn. Voor al die redenen is de plaats van de aanhangers, militanten en mandatarissen die sp.a Rood steunen binnen, en niet buiten de partij.

Tot slot denk ik ook dat we het debat dringend moeten ‘depersonaliseren’ en ons concentreren op wat de concrete invulling wat socialistische ideeën en waarden betekenen in de samenleving van vandaag, niet alleen in woorden, maar ook in daden. 

22:07 Gepost door Jan Lievens | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

25-04-11

Is een nieuwe linkse partij de oplossing?

Ik wil beginnen met een persoonlijke noot. Een paar weken geleden begaf ik me voor het eerst in waarschijnlijk tien jaar naar de algemene ledenvergadering van mijn sp.a-afdeling. Er waren ongeveer 25 mensen present, waaronder een senator, een Vlaams parlementslid en een minister van onderwijs. De overgrote meerderheid van de kandidaat-bestuursleden waren mandatarissen en (voormalige) kabinetmedewerkers. De meeste militanten die ik nog ken van vroeger en hoopte terug te zien, waren tot mijn spijt niet aanwezig. Ik moet eerlijk zeggen dat ik me niet meteen op mijn gemak voelde, en meteen na het einde van de vergadering ben ik weggegaan. De keuze was tussen een drink, of ‘The King’s Speech’, en ik heb gekozen voor de tweede. Goeie film overigens.

Om maar te zeggen, ook ik loop niet meteen wild van de sp.a in zijn huidige vorm en droom van een grote, levendige, linkse socialistische partij. Maar ik besef dat er tussen mijn droom en de werkelijkheid praktische bezwaren staan. Vandaag lees ik in de krant dat Erik De Bruyn de partij heeft verlaten. Uit de reacties op de krantenartikels en via Facebook stel ik vast dat er heel wat mensen zijn initiatief toejuichen. Maar minstens evenveel betreuren de verdere versnippering van links. En rechts lacht natuurlijk in zijn vuistje. Ik deel dan ook niet het enthousiasme van degenen die het initiatief van Erik kritiekloos toejuichen, ook al zijn veel van hen vroegere strijdmakkers en persoonlijke vrienden. Betekent dit dat ik geen kritiek heb op de partijleiding? Ja, wie niet? Maar moet ik daarom de oprichting van een nieuwe beweging (met als doel de oprichting van een nieuwe partij naar het voorbeeld van Die Linke of de Nederlandse SP) steunen? Ik begrijp het initiatief van Erik, maar betreur het omdat ik het beschouw als een vlucht vooruit. Het anker is gelicht, maar welke koers vaart de boot? Wat is het programma? O, dat zien we later wel.  

Ik ben het niet eens met Erik dat de sp.a klinisch dood is, maar volg wel voor een groot stuk zijn visie op de huidige sociaaleconomische en politieke crisis . Het programma dat hij tot nu toe verdedigt in de pers overtuigt me echter geenszins: een openbare bank? Een vermogensbelasting? Kernuitstap? Is dat een nieuwe partij waard? Volgens mij is het programma de grootste zwakte van links in het algemeen, niet alleen in Vlaanderen, maar ook in Wallonië en internationaal. De beweging mist inhoud, betrokkenheid en inspraak. Actieve politieke participatie kan je echter niet declareren aan de top, maar zullen het resultaat zijn van sociale strijd en bewegingen voor zelfemancipatie. Bovendien denk ik dat de voortdurende aanvallen op de partijleiding en het beschimpen van sp.a-politici onproductief zijn en rechts in de kaart spelen (zie je wel, ze maken elkaar af, ha, ha).

Ik denk dat het kapitalisme goed op weg is de planeet naar de haaien te helpen en dat we binnen niet afzienbare tijd noodgedwongen voor radicale keuzes zullen komen te staan. De financiële crisis, de aanhoudende alarmberichten over klimaatsverandering, Fukushima… hebben het vertrouwen in het economisch en politiek systeem inderdaad ondermijnd. Helaas uit het ongenoegen zich vandaag in steun voor rechtse populisten. Niet omdat links niet “links genoeg” is, maar omdat rechts een demagogische gemakkelijkheidoplossing aanbiedt. Trouwens, wie zijn de linkse populisten die wel succes oogsten in Europa, en bovenal: bieden de programma’s van Die Linke en de SP wel een oplossing voor de crisis?

Ik zou de oprichting van een nieuwe maatschappijkritische beweging rond Rood meteen toejuichen, indien het project de verdeeldheid van links zou proberen te overstijgen in plaats van in de hand te werken. Met andere woorden, ik denk dat er nood is aan campagnes rond concrete thema’s die links verenigen en een project voor maatschappelijke verandering dat de (linkse) partijgrenzen kan overstijgen. Een soort van progressieve, partijonafhankelijke denktank zou daarbij mijns inziens een welkom hulpmiddel zijn. Als het dat is dat Rood! beoogt, dan doe ik direct mee. Maar is dit het project dat Erik voor ogen heeft? Hij spreekt nu al van een aparte lijst voor de gemeenteraadsverkiezingen (Bart De Wever zal zeer blij zijn) en zijn doel is een grote, linkse partij tegen 2014. Een concurrent dus van de sp.a, Groen! en “klein links”. De PvdA heeft hem een kartel voorgesteld, maar hij wil “veel breder”. Vroeger beweerde Eric dat er in Vlaanderen geen plaats is voor een linkse partij naast de sp.a, vandaag zegt hij dat er ter linker zijde nog plaats genoeg is aangezien er wel vijf rechtse partijen bestaan. Leve de versnippering.

Momenteel kijkt iedereen de kat uit de boom: is zijn project levensvatbaar? Velen ergeren zich rot aan de politieke impasse en hebben het vertrouwen in alle politieke partijen opgezegd. Er is een groot politiek vacuüm ontstaan. De vraag is of het declareren van een linkse anti-establishmentpartij voldoende zal zijn om de leemte te vullen. Ik heb er grote twijfels over. Ik ben dan ook benieuwd wat de reactie zal zijn in de rest van de gelederen van de partijen waarmee Erik een breed linkse beweging wenst op te richten. Ik wens hem alle succes toe, maar vrees dat hij vooral malcontenten en extreem links zal aantrekken… Ik ben in elk zeer benieuwd naar de interne democratie binnen Rood! onder die omstandigheden. 

 

Commentaar van Erik De Bruyn in Deze Wereld M/orgen:

Beste Jean,

het siert je dat je meteen opent met de vaststelling dat je voor het eerst in tien jaar naar een partijvergadering bent geweest. Je geeft er meteen een schets van de sociale samenstelling van die vergadering bovenop. Dat geeft een duidelijk beeld van de concrete beperkingen waar een linkse stroming binnen de sp.a mee te maken krijgt.

Als het dan over inhoud gaat, betreur ik je afwezigheid op de nationale bijeenkomst van SP.a Rood eind februari -nochtans achter jouw hoek, in Brussel - waar wij aan een inhoudelijk programma hebben gewerkt dat veel verder gaat dan de paar speerpunten die je kwijt kan via de massamedia. Nochtans wens ik je véél succes met je hervonden elan om in de sp.a een linkse stroming gestalte te geven, en ben ik ervan overtuigd dat we over de partijgrenzen heen zullen samenwerken aan linkse tegenmacht.

 

Mijn antwoord aan Erik:

Persoonlijk heb helemaal niet de ambitie om een linkse stroming gestalte te geven binnen de sp.a. Ik denk dat jij daar goed in geslaagd was en betreur daarom je vertrek. Ik besef dat de partijleiding jou (maar ook anderen voor jou zoals Jef Sleeckx, Magda Demeyer…) slecht heeft behandeld, en het is in de eerste plaats aan hen om de gebroken potten te lijmen. 

Ik begrijp ook ten volle het enthousiasme van je vele aanhangers, en hoop dat ze allemaal 100% zullen worden betrokken in een reële democratische werking. Maar je laat ook heel wat militanten in de steek die de splitsing negatief ervaren omdat ze verdelend werkt, ook binnen sp.a Rood. Daarop wou ik reageren. 

Ik denk dat het er nu op aankomt om samen de pijlen te richten naar rechts en constructieve voorstellen te lanceren om alle linkse krachten te bundelen. Ik zal me blijven inzetten voor de eenheid van links, en proberen te helpen aan de inhoudelijke invulling ervan. Dus ja, over de partijgrenzen heen zullen we zeker blijven samenwerken. 

09:54 Gepost door Jan Lievens | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

17-02-11

Wereldrecord

voorbeeld_nl-01.jpgVanavond viert Gent feest omdat de Belgische politici het wereldrecord regeringsvorming hebben geëvenaard. Belgisch surrealisme ten top gedreven, maar tevens een vernietigend oordeel over het ‘geklungel’ van onze politici. Ik zet geklungel tussen aanhalingstekens, want de hele politieke ‘klasse’ in één zak steken, lijkt me vanuit democratisch oogpunt gevaarlijk. Je kunt kritiek hebben op je vertegenwoordigers, maar het lijkt me geen goed idee om Wouter Van Besien of Caroline Gennez over dezelfde kam te scheren als Bart De Wever of Alexander De Croo. Het gaat dus niet zozeer over ‘geklungel’ van politici dan wel over een bureaucratisch institutioneel kader dat gebaseerd is op compromissen die niet langer gedragen worden door de overgrote meerderheid (zo niet unanimiteit) van de Vlaamse parlementairen. Onder druk van deze Vlaamse meerderheid hebben de Franstalige politici na drie jaar talmen een hele reeks taboes laten vallen. Dat werd trouwens indirect toegegeven door Siegfried Brakke die verklaarde dat de N-VA in 2007 het compromis van Vande Lanotte blindelings had ondertekend. Volgens Brakke is de economische context echter dermate veranderd dat de lat vandaag hoger ligt. Vlaamse autonomie als dam tegen een financiële wereldcrisis, kan het nog gekker? De journalist van dienst (waarschijnlijk opgeleid door Brakke zelf) ging echter niet dieper in op deze kwestie, maar De Wever was gisteren in Terzake wel duidelijk. Hij bevestigde in een notendop wat binnen progressief Vlaanderen al een tijd evident is geworden: het huidige Belgische institutionele kader staat een neoliberale politiek van drastische bezuinigingen in de weg, en is daarom aan een grondige hervorming toe. Dat is de kern van de zaak. Geld, niet B-H-V, tot spijt van wie het benijdt. Brussel en B-H-V zullen naar mijn mening de pasmunt zijn van De Wever voor meer Vlaamse autonomie op sociaaleconomisch vlak.

In dezelfde uitzending herhaalde De Wever zijn compromisbereidheid, en verwees daarbij eens te meer naar zijn eigen nota. Het voorstel De Wever is echter geen compromistekst op basis van de standpunten van de zeven onderhandelende partijen, maar een minimumprogramma waar de N-VA niet onder wil duiken. Als hij een beetje consequent en moedig was geweest, had hij na het afschieten van zijn nota moeten zeggen: dan zal het zonder ons zijn, maar die verantwoordelijkheid wou hij niet nemen. Ondertussen zijn we vier maanden verder en ligt de N-VA vijf procenten hoger in de peilingen. Deze als dan niet bewuste politiek van verrotting en confrontatie heeft vruchten afgeworpen en maakt de kans op een compromis nog kleiner, zeker met de gemeenteraadsverkiezingen in het verschiet. Na acht maanden rondjes draaien liggen de standpunten vandaag dan ook verder uiteen dan ooit.  174769_122814187791370_8083774_n.jpg

Zonder een ‘deus ex machina’ in de vorm van een speculatie tegen Belgische staatsobligaties of druk van Europa is er geen enkele reden waarom vandaag wel een compromis zou gevonden worden. De Wever staat overigens te trappelen om de dictaten van het IMF, die naar eigen zeggen vrijwel identiek zijn aan het N-VA programma, uit te voeren. Niet echt een aanlokkelijk perspectief voor progressief Vlaanderen. De enige andere mogelijkheid om uit de impasse te geraken is dat de bevolking zelf intervenieert in het politiek proces via actie. De meest hoopgevende signalen komen momenteel vanuit de wereld van de universiteiten en de kunsten. De studenten hebben hun lessen getrokken uit hun ‘apolitieke’ mars van 23 januari. Vandaag vinden overal in het land manifestaties plaats, waarin solidariteit en antinationalisme centraal staan. In andere woorden, de studenten die de campagne ‘Niet in Onze Naam’ hebben opgestart, spreken zich dit keer, net als een belangrijk deel van de Vlaamse artiestenwereld, duidelijk uit tegen het nationalisme van de N-VA. Het lijkt me geen slecht idee om deze gedachte met nog meer verve binnen de vakbonden te verdedigen. Er is een antisociale tsunami op komst, met of zonder nieuwe regering (daar zal Europa wel voor zorgen). Een sociale beweging zal aanvankelijk filet américain maken van de redeneringen van De Wever. Alleen op deze golven zal een verdere democratisering van de Belgische samenleving mogelijk zijn.  Want ja, de Belgische staat moet worden hervormd. Maar ook Europa en, nu we toch bezig zijn, de wereld.  

 

Nog een tip; gelieve de petitie “Solidariteit maakt een cultuur groot” te ondertekenen.

 

12:28 Gepost door Jan Lievens | Permalink | Commentaren (0) | Tags: voer sleutelwoorden in |  Facebook |

30-01-11

VAN HET KONIJN EN DE BOA CONSTRICTOR

Schitterend artikel van Tom Lanoye in De Standaard; ik ben het o zo roerend met hem eens.

201003151410-1_tom-lanoye-maakt-kans-op-gouden-uil.jpg

VAN HET KONIJN EN DE BOA CONSTRICTOR: Deze crisis is een crisis van de Vlaamse christendemocratie

 

06:14 Gepost door Jan Lievens | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

23-01-11

Het einde van de politieke partijen?

Zo-even werd ik wakker met keelpijn en de vraag of ik al dan niet zou betogen vandaag. De verkoudheid is een goed excuus om niet te gaan, gezondheid voor alles, maar de journalist in mij is nieuwsgierig, de burger in mij moegetergd, ook al heb ik er moeite mee om op te stappen in een protestmars die apolitiek heet te zijn. De eisen zijn zo dun dat je er meteen doorzakt: “voor een regering” (zo snel mogelijk) en “voor een open en eerlijke dialoog”. Het is een eis waar de zeven partijen die al evenveel maanden rondjesdraaien zich ongetwijfeld volledig kunnen achterscharen. Daarbij komt dat vage eisen ook open doelen zijn: elke partij zal de betoging -die ongetwijfeld massaal zal zijn- achteraf (Milquet zelfs vooraf) interpreteren naar eigen goeddunken. We gaan dus terug naar af.

grote-ballon-3-white-42847.jpg
De organisatoren benadrukken dat de protestmars niet gericht is tegen de N-VA of De Wever. Toch kan je er niet omheen dat zowat alle politieke jongerenorganisaties oproepen om mee op te stappen, behalve die van de Vlaams-nationalisten. De Wever is er tot nu toe met zeer veel succes in geslaagd de zwarte piet te ontwijken, maar nu komt die zijn richting toch uitgewaaid dankzij zijn jongerenorganisatie die oproept om niet mee op te stappen maar “geduld uit te oefenen”, een schuldbekentenis die er mag wezen. Tja, laat dit nu net de belangrijkste drijfveer zijn van de betogers: hun geduld is op!

Niemand weet op dit ogenblik, vijf (inmiddels vier) uur voor de mars van start gaat, hoeveel volk er zal zijn. Volgens Facebook komen bijna 24.000 mensen ‘zeker’ opdagen, 25.0000 ‘misschien’. Bijna 140.000 hebben hun virtuele tenten opgeslagen aan de Wetstraat 16, tot groot ongenoegen van Leterme die naar eigen zeggen als waarnemend premier niets te maken heeft met de aanslepende onderhandelingen. Tja, als je met vuur speelt in een hooischuur, ben je misschien niet verantwoordelijk voor het hooi, maar wel voor de brand als je de lucifer laat vallen.

Maar goed, terug naar de betoging. Ik verwacht zeer veel volk. Waarschijnlijk  genoeg om alarmbellen te doen rinkelen, maar niet genoeg om een oplossing te forceren. Daarvoor zal meer nodig zijn: een financiële raid op België of een nog massalere betoging die haar naïviteit is verloren.

Maar goed, ik begon niet op het klavier te tokkelen om de vele stukjes die ik over het thema staatshervorming al bijeen heb ‘gepend’ dunnetjes over te doen, maar omdat ik wakker werd met de volgende gedachte: hoe zijn politieke partijen eigenlijk ontstaan en, aangezien niets eeuwig is, onder welke omstandigheden kunnen ze verdwijnen? Want, zie je, de mensen komen op straat omdat ‘de politiek’ er niet uitgeraakt. Maar kan ‘de politiek’ het wel oplossen?  

Je kunt er niet omheen dat de marge van westerse regeringen, ondanks zeer uiteenlopende politieke samenstellingen, bijzonder klein is. Natuurlijk is de belangrijkste reden dat ze zich allemaal neerleggen bij de logica van de mysterieuze ‘markt’. Vandaar ook dat alles herleid wordt tot ‘goed bestuur’. Rechts of links, maakt niks uit. De teleurstelling in Obama, de bezuinigingen in Griekenland, het gedoogkabinet van Rutte… alle regeringen botsen op de limieten van wat ‘de nationale staat’ kan doen om economische, sociale en ecologische problemen daadwerkelijk op te lossen. Die zijn nu eenmaal internationaal. De onmacht van ‘de politiek’ is ook de onmacht van de ‘nationale staat’. Daarom zal zelfs de beste staatshervorming, laat staan separatisme, per definitie niets oplossen. Een ‘zakenkabinet evenmin. Wat dan wel? Een revolutie? Met Ben Ali op de vlucht lijkt alles mogelijk. Maar zelfs dan, welke politiek moet een revolutionair kabinet voeren? Die van Chavez? Lula? Hu? Of is het wachten op een deus ex machina? 

stock-market-cartoon.pngVandaar deze totaal onafgewerkte redenering die ik hier te grabbel gooi. Ontstaat er binnen de internationale gemeenschap niet een –in de eerste plaats- digitale alternatieve tegenmacht die in zich de kiemen draagt van een totaal nieuwe vorm van economische (zelf)organisatie en democratie? Ik heb het niet alleen over de macht van Wikileaks, digitale nieuwskanalen met burgerjournalisten, peer-to-peer productie, enzovoort. Je kunt er niet omheen dat het oog van linkse revolutionaire organisaties en partijtjes vooral gericht zijn op het verleden. Daarom komen ze ook nooit van de grond, tenzij ze hun revolutionair programma omruilen voor een links reformistisch en de populistische toer opgaan. Stakingen, betogingen en revoluties blijven natuurlijk doorgaan. Ik trek hier de ‘klassenstrijd’ niet in twijfel, noch de tegenstelling tussen rechts en links. De vraag is echter: waarheen leidt de strijd? Het is te simplistisch om het mislukken (en wat heet mislukken?) van elke revolutie toe te schrijven aan opportunistische leiders en/of het ontbreken van een op leninistische geschoeide voorhoedepartij.

Er zijn pertinentere vragen te stellen. Hoe kan je op basis van een bestaande ‘nationale staat’ internationale problemen oplossen? Hoe kan je de haaien van de financiële markten pootje lichten zonder zelf kopje onder te gaan? Want laten we wel wezen, in plaats van te fulmineren tegen De Wever omdat hij zijn neus ophaalt voor een draak van een compromis en zo de interest op Belgische staatsobligaties omhoog stuwt, zou het beter zijn die anonieme financiële markten op de korrel te nemen.

Een andere vraag is: hoe kan je internationale bedrijven die alle hefbomen van de economie controleren, “nationaliseren” of, als je dat woord te verbrand vindt, “socialiseren” zonder je in een Cubaans isolement te wurmen?

Ik weet het, ik ben zeer ver afgedwaald van de betoging deze namiddag, en ik zoek vergeefs naar een mooie afsluiter. Maar ik wou deze gedachten toch even delen in cyberspace. Er samen over nadenken is beter dan alleen. 


 

10:42 Gepost door Jan Lievens | Permalink | Commentaren (1) | Tags: belgië, staatshervorming |  Facebook |

22-01-11

Laat alle vooroordelen varen

Na vier maand intensief lezen (en zes maand minder intensief vooraf), besef ik meer en meer dat het nodig is om –in de mate van het mogelijke- me te bevrijden van alle vooroordelen en dogma’s die ik tot nu toe in mijn leven heb opgestapeld. De Amerikaanse journalist Edward R. Murrow (1908-1965) schreef ooit dat veel mensen denken dat ze nadenken terwijl ze enkel bezig zijn hun vooroordelen te herschikken. Welnu, ik denk dat het uitgangspunt, namelijk de zoektocht naar de actualiteit van het socialisme, verkeerd is. Ik blijf van oordeel dat de kritiek van socialistische denkers op het kapitalisme van onschatbare waarde is en dat we moeten streven naar een hogere en betere maatschappijvorm. Ik denk ook niet dat die er vanzelf gaat komen en dat een sociale en politieke strijd tegen de krachten die belang hebben bij het status quo (of terug willen naar vroeger) onvermijdelijk is. Maar dat is niet hetzelfde als zoeken naar actuele argumenten om een vooropgesteld idee (dogma) te bevestigen, noch als streven naar een Utopia.

Jetsons-tv-03.jpgIk heb nooit echt geloof gehecht aan de bijna religieuze visie van het romantisch marxisme op de klasseloze samenleving, die ook voorkomt in Lenins Staat en Revolutie. Marx bekritiseerde dit idee van zijn utopische socialistische voorgangers, niet vanwege de inhoud ervan, maar omdat het een wetenschappelijke grondslag mankeerde. Hij was echter wel van oordeel dat de menselijke geest zeer ‘kneedbaar’ was en dat op basis van nieuwe sociale verhoudingen, vrij van uitbuiting en onderdrukking en teweeggebracht door de revolutie, een ‘nieuwe mens’ zou ontstaan. De staat zou afsterven.

Sinds Marx is er echter heel wat sociologisch, antropologisch en psychologisch onderzoek verricht dat dit idee van de 'nieuwe mens' misschien niet meteen verwerpt, maar toch zeer relativeert (in dat verband denk ik dat er vooral een onderscheid moet worden gemaakt tussen menselijk gedrag en menselijke natuur). De erfenis van het stalinisme is overigens een gruwelijke illustratie van de manier waarop dit idee kan worden misbruikt. Niet alleen omdat in de naam van de belofte van het paradijs op aarde de meest vreselijke misdaden zijn begaan, te vergelijken met de inquisitie van de Katholieke Kerk, maar vooral omdat het streven ernaar ongeloofwaardig, onnodig en ja, gevaarlijk is. Ook het klassieke marxistische denken over de staat en het gecentraliseerde alomvattende plan hoort eerder thuis op de schappen van fantasie & science fiction, naast  '1984', 'Metropolis' en 'The Wizard of Oz'.   

Daarom acht ik de theoretische modellen van de toekomstige maatschappij zoals gepercipieerd door het historische marxisme voorbijgestreefd. Dat betekent ook dat een klakkeloos teruggrijpen naar de historische tradities van de arbeidersbeweging aan een kritisch onderzoek moet worden onderworpen. Ook het infantiele idee om alles in de schoenen van “de leiding” te schuiven is naar mijn mening demagogisch en dus verwerpelijk, omdat dit hetzelfde is als zeggen dat de overgrote meerderheid van de mensen domoren zijn omdat ze jouw alternatief niet volgen. Je moet mensen niet alleen kunnen overtuigen van je kritiek op het kapitalisme en de beperkingen van het ‘reformisme’, maar ook een valabel alternatief kunnen bieden dat verder gaat dan ‘het ware socialisme’. Er is met andere woorden nood aan een concreet programma om praktische problemen op te lossen.

nun-121310L.jpgDat programma zal niet tot stand komen uit de koker van een of ander genie (dus zeker niet uit de mijne). Het zal het resultaat zijn van een collectieve inspanning van alle progressieve en sociale bewegingen: de arbeidersbeweging, de ecologische beweging, de anders globalisten, de peer-to-peer- en open source beweging, enzovoort.

Er bestaan duizenden boeken en websites en miljoenen artikels die het kapitalisme op meedogenloze wijze bekritiseren. Er is verbluffend veel materiaal over alternatieven. Maar er is ook veel inteelt en beschermingsdrang van de kerk van het eigen grote gelijk. Welnu, voor degenen die het willen weten, ik heb mijn kap al lang geleden over de haag gegooid, en ben niet van plan een nieuwe op te zetten.

 

14:15 Gepost door Jan Lievens | Permalink | Commentaren (0) | Tags: boek socialisme, marxisme |  Facebook |

21-01-11

Op zoek naar een alternatief

Nee, ik heb het voor een keertje niet over de regeringsonderhandelingen, maar over “het boek” dat ik probeer te schrijven. Op het eerste gezicht hebben beide niets met elkaar te maken, maar het tegendeel is waar. De regeringsonderhandelingen zitten al zeven maanden muurvast vanwege tegengestelde visies op de Belgische staat. Een staat die, volgens de N-VA, op termijn zal verdampen in Europa (dat zich echter ook in een existentiële crisis bevindt). België zal plaatsruimen voor een ‘onafhankelijke’ Vlaamse, Waalse (en Brusselse) staat binnen Europa.  De vraag is echter, als dit ooit gebeurt (en ik ben er nog altijd van overtuigd dat dit niet op de onmiddellijke agenda staat), welke staat en welk Europa?

_default_ZINN.jpgEn laat het boek nu precies daarover gaan. Over de staat. Over de staat en socialisme. Over socialisme en vrijheid. Over vrijheid en democratie. Over democratie en geluk. Over geluk en materialisme. Over materialisme en ecologie. Over ecologie en delocalisatie. Over delocalisatie en economische groei. Over economische groei en marxisme. Over marxisme en peer-to-peer.

Het is duidelijk dat dit redelijk veel hooi op één vork is. Soms is het chaos. Laat slapen en vroeg opstaan. Neuzen in tien boeken tegelijk. Discussies opstarten. Schema’s overhoop gooien, bemoediging dankbaar in ontvangst nemen, cynisme negeren, doelstellingen aanpassen, enthousiasme behouden en faalangst wegdrukken. 

De politieke crisis in België trekt echter mijn aandacht weg van het boek. De ergernis, maar ook de onmacht.

Ik heb deze blog al vaak gebruikt om mijn afkeer te uiten van  het bekrompen nationalisme van de N-VA. Ik ben niet neutraal. Ik ben voor sociale en economische emancipatie en juist daarom verwerp ik de ideologie van het nationalisme en het liberalisme (wat niet wil zeggen dat ik geen respect kan opbrengen voor sommige nationalisten of liberalen). Ik ben sociaaldemocraat of democratisch socialist (met anarchistische trekjes als verzekeringspolis tegen bureaucratie en paternalisme). Om het met de woorden van Howard Zinn te zeggen: “Je kunt niet neutraal zijn op een bewegende trein.” Ik zie momenteel echter geen enkele stroming binnen (en buiten !) de sociaaldemocratie die een overtuigende oplossing biedt voor de malaise op politiek, sociaaleconomisch en ecologisch vlak.

Wat ik wel overal aantref, zijn bouwstenen. Ik zie denkgroepen, discussiefora, academici, politici… die in eer en geweten op zoek zijn naar een uitweg uit de crisis. Daar waar ik vroeger geneigd was andere stromingen binnen het linkse kamp te bekritiseren vanuit het eigen marxistische gelijk, probeer ik vandaag te leren van iedereen. Voor sommigen (of velen) is dit naïef, ik hou het bij constructief.   

 

17:52 Gepost door Jan Lievens in Algemeen, politiek | Permalink | Commentaren (0) | Tags: boek socialisme, howard zinn |  Facebook |

11-01-11

België Irak achterna?

België dreigt niet alleen het Irakees record regeringsonderhandelingen te verbreken (daarvoor is het nog wachten tot 14 februari), uit een studie door marktonderzoeker Credit Market Analysis (CMA) blijkt dat België ook de snelste stijger is in de ranglijst van landen die dreigen bankroet te gaan. Vandaag prijkt België op de 16de plaats, komende van de 53ste eind september 2010. Om een idee te geven wat dit betekent: Irak staat op nummer 10.ga-bart-de-wever-achterna-en-druk-je-uit-in-het-latijn_5_460x0.jpg

De reden voor de duizelingwekkende snelheid waarmee België zijn kredietwaardigheid verliest, moeten we uiteraard niet ver gaan zoeken. Het is niet alleen het uitblijven van een akkoord over een nieuwe regering die zenuwachtigheid veroorzaakt bij de beleggers, maar het feit dat er geen enkel geloofwaardig politiek project meer bestaat voor het behoud van België. De Wever mag dan nog zo zijn best doen om de financiële markten te sussen, erg geloofwaardig is het niet uit de mond van een politicus die het land op termijn ziet verdampen. “Als dat gebeurt, wat gebeurt er dan met mijn geld. Zal het ook verdampen?” vragen de beleggers zich logischerwijze af. Om Belgische obligaties ter waarde van 10 miljoen euro te verzekeren, betaal je vandaag 220.000 tot 250.000 euro per jaar, tegenover 129.000 euro eind september. Denk niet dat deze “grote beleggers” superrijke individuen zijn. Die hebben wel lucratievere beleggingsmogelijkheden. Belgische staatsobligaties worden vooral aangehouden door institutionele beleggers zoals banken, pensioenfondsen, enz. die ze onder andere herverpakken in spaarproducten voor de kleine belegger die op zoek gaat naar een iets hogere rente dan dat op zijn spaarboekje, maar toch op veilig wil spelen. Als de banken meer moeten betalen om die producten te verzekeren, zal het rendement erop voor de gewone belegger dalen. Je denkt toch niet dat de bank het verlies zal nemen? 

De gewone man is bijgevolg twee keer financieel slachtoffer van de aanslepende politieke impasse: niet alleen als kleine spaarder, maar ook als belastingsbetaler. De Belgische staat moet immers steeds hogere interesten betalen op nieuwe staatsleningen, waardoor het tekort op de begroting stijgt. Maar het uitblijven van een nieuwe regering heeft ook een menselijke kost die voor mij nog veel belangrijker is, omdat het de relaties tussen de inwoners van dit land verzuurt, niet alleen tussen Vlamingen en Franstaligen, maar ook tussen Vlamingen (en Franstaligen) onderling. Je taal en de plaats waar je woont maken nu eenmaal deel uit van je identiteit, en daarmee sollen roept natuurlijk emotionele reacties op. Ik geraak zelf vlug over mijn toeren wanneer er gesneerd wordt naar ‘de Franstaligen’, ‘de migranten’, ‘de islam’, maar ook naar ‘de vrouwen’, ‘de mannen’ of de homo’s’ omdat het toch zo fundamenteel onrechtvaardig (en ronduit dom) is om mensen te herleiden tot één aspect van hun identiteit. Als je daar dan tegen uitvliegt, lijkt het alsof jij degene bent die onverdraagzaam bent. Wel ja, onverdraagzaam tegenover onverdraagzaamheid, noem het een dialectische contradictie. Soms zied ik van woede.shame.png

Gelukkig zijn er ook zeer sterke solidaire onderstromen in onze samenleving die zich verzetten tegen het communautair opbod en die de opgeklopte tegenstellingen tussen Vlamingen, Walen en Brusselaars meer dan beu zijn. Zo vindt op 23 januari om 13 uur aan de Brusselse beurs een pro-Belgische betoging plaats die oproept voor “een regering” en “een open en eerlijke dialoog tussen alle Franstalige en Vlaamse partijvoorzitters. Dit is waarschijnlijk de meest apolitieke en vage eisenbundel die ik ooit gehoord heb, maar goed, het achterliggende idee is natuurlijk oké.


Hoewel ik al eerder heb aangegeven op deze blog dat ik vind dat je Vlaams-nationalisme niet moet bestrijden met Belgisch (of Waals, of Brussels) nationalisme, kan je moeilijk naast het feit heenkijken dat het traditionele Belgisch nationalisme van ‘la Belgique à papa’ een aardige transformatie heeft ondergaan in de afgelopen jaren. Ik heb vroeger nooit Belgische vlaggen gezien op vakbondbetogingen (het idee!), maar vandaag is dit geen zeldzaamheid meer. De Belgisch vlag is overigens nooit het exclusief domein geweest van de Franstalige bourgeoisie, ook oud-strijders die hun kameraden verloren hebben ‘ten dienste van het vaderland’ zoeken er tot vandaag de dag troost in (hoewel hun gelederen aardig aan het uitdunnen zijn). Wat nieuw is voor iemand van mijn generatie (en politieke overtuiging), is dat de Belgische vlag thans ook langzamerhand het symbool wordt van solidariteit. Eendracht maakt macht.


Betekent dit dat we nu zomaar achter de Belgische vlag moeten aanhuppelen? Als socialist heb ik het daar toch moeilijk mee. Geef mij maar de rode vlag. Of de regenboogvlag. Of een witte vlag met paarse pimpels. Nu ja, de rode vlag symboliseert ook al lang niet meer de onbaatzuchtige vrijheidsstrijd aangezien ze doordrenkt is van het bloed van miljoenen die niet voor, waar wel door de “goede zaak” gedood zijn. Het zijn symbolen en je legt erin wat je erin wil leggen. Maar goed, ik dwaal af. Terug naar België, het land van de chocolade, de friet, het stripverhaal, het Atomium… In afwachting van het verdwijnen van nationale staten eens de wereld tot meer maturiteit is gekomen, zullen we het voorlopig moeten stellen met wat we hebben. En om terug te komen tot de financiële markten en de stijgende rente op Belgische staatsobligaties, staan we voor een zeer concreet probleem. De Koning heeft Yves Leterme nu opdracht gegeven om de begroting voor 2011 op te stellen (ik wist niet dat hij daartoe bevoegd was, maar soit). Leterme laat weten dat hij een slordige 2 miljard wil besparen (De Morgen 11/1/11), dat is nog altijd 80 miljard oude Belgische frank (in het VRT journaal hoorde ik zelfs 4 miljard, het equivalent een klein Globaal Plan waar destijds (1993) zoveel “ambras” rond was). Maar geloof me, een begroting zal de kalmte op de financiële markten niet herstellen. De kat is uit de zak. Zonder een nieuw en geloofwaardig ‘Belgisch project’ zullen Belgische staatspapieren verdacht blijven. En dat brengt ons tot de volgende vraag: moeten socialisten daaraan meedoen?logo.jpg

Ik ben geneigd om ja te antwoorden, maar dan in de zin zoals hoger uitgelegd: in de naam van de solidariteit. Maar dan stelt zich de vraag: solidariteit met wie? Met ‘de Franstaligen’? Ik wil niet solidair zijn met Reynders of Maingain. En solidair waarom? Om de financiële markten te paaien? Ik wil niet toegeven aan de aasgieren van de financiële markten. Hoe zullen ‘de markten’ reageren, denk je, mochten de socialisten de economische hefbomen nationaliseren? De rente zou als een raket omhoog schieten! Ik vind dus dat je als socialist zeer zorgvuldig moet omspringen met het argument van ‘de financiële markten’ (ook al heb ik me er zelf ongetwijfeld ook al aan bezondigd). Het lijkt mij dan ook niet verstandig om, zoals de campagne “camping16” voorstelt, slogans te lanceren op de lijnen van ‘Geen regering, geld terug!’ (deze campagne werd opgezet door de creative director van het reclamebureau Duval Guilaume). Een dergelijke slogan is populistisch en voedt de anti-politiek. Het scheert alle politici en partijen over één kam, ook degenen die hun best doen om tot een akkoord te komen. Wil je ook Groen, Ecolo, de PS en sp.a hun geld ontnemen omdat er nog geen akkoord is?

De solidariteit waar ik voor sta, is die tussen de ‘gewone’ Walen, Brusselaars en Vlamingen, allochtonen en autochtonen, mannen en vrouwen, die niet alleen zo snel mogelijk ‘een regering’ willen, maar een sociale regering die duurzame communautaire vrede brengt. Binnen het huidige kader betekent dit dat het Belgische niveau een nieuwe politieke legitimiteit moet krijgen. En sorry, dat is zo goed als onmogelijk met de N-VA rond tafel.

16:14 Gepost door Jan Lievens | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

09-01-11

Kapitalisme en irrationeel gedrag

Sinds de val van de muur beschouwen de meeste economisten het kapitalisme en de vrije markt meer dan ooit als een vast gegeven, in overeenstemming met de ‘menselijke natuur’. Een discussie over welk systeem efficiënter is, hoeft niet meer aangezien de planeconomieën van het communisme in de praktijk gefaald hebben. Rationele planning maakt blijkbaar geen deel uit van de menselijke natuur, maar goed, daar komen we later op terug.

Speculatie en crisis

Wat crisissen betreft, erkennen economen doorgaans wel de algemene economische cyclus van op- en neergang (je kan de realiteit nu eenmaal niet ontkennen), ook al schijnen ze tijdens elke opgang toch de neiging te vertonen dat de bomen tot in het bos zullen blijven groeien. Naast de normale economische cyclus zijn er de ernstige gevallen, de zogenaamde “zwarte zwanen”, maar die zijn uiterst zeldzaam. Het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis telt er zeven: de tulpenmanie (1637), de speculantencrisis (1720), de bankroetiers (1763), de avonturiers (1822-1837), de Grote Depressie ten gevolge van de crash op Wallstreet (1929-1933), de oliecrisis (1973) en de kredietcrisis (2008-2009). (1) Met uitzondering van de oliecrisis (maar zelfs dat is betwistbaar) lijkt het erop alsof speculatie, corruptie, fraude en natuurlijke hebzucht aan de basis liggen van elke zwarte zwaan (ze zijn dus blijkbaar minder zwart dan verwacht). Voor de laatste crisis in het rijtje kregen onverantwoorde en inhalige bankiers de zwarte piet doorgeschoven. Tja, de menselijke natuur kruipt nu eenmaal waar ze niet gaan kan. Speculatie, winstbejag, hebzucht zijn echter veel meer eigen aan de natuur van het systeem dan aan de natuur van de mens. Aan de grondslag van elke crisis ligt immers overproductie of overproductiecapaciteit, niet speculatie en ‘bubbels’. Die zijn er immers altijd. Zolang de economie gebaseerd is op privé-eigendom van de productiemiddelen en de ‘vrije’ markt ,zijn oproepen aan moreel gedrag en wijsheid even effectief is kaarsjes branden in de kerk. enron-2-500px.jpg

Voorafgaand aan de financiële crisis van 2008-2009 braken een reeks andere schandalen uit in de bedrijfswereld, zoals die rond ENRON in 2001. Ter herinnering: Enron was een Amerikaans energiebedrijf dat in de jaren 90 in toenemende mate begon handel te drijven via allerhande speculatieve contracten, en daarbij ook niet schuwde om de boeken te vervalsen. Het bedrijf ging in 2001 over kop en 21.000 mensen stonden op straat. Het jaar daarop werd een strafrechtelijk onderzoek geopend waaruit bleek dat managers miljoenen dollars in hun zakken hadden gestopt. Boekhouders van het gerenommeerde bedrijf Arthur Andersen hadden bewijsmateriaal vernietigd. Enron richtte honderden dochterondernemingen op om belastingen te ontduiken en de boekhouding op te smukken. Jeffrey Skilling, de ex-CEO van Enron, werd uiteindelijk veroordeeld tot 24 jaar gevangenisstraf. Het Enron schandaal was overigens geen alleenstaand geval. Ook andere ‘respectabele’ bedrijven waaronder Worldcom, QWest Communications, Tyco International, Livedoor en Ahold waren in hetzelfde bedje ziek.

Het experiment 

Hoewel ik niet zal beweren dat gedragseconomen en psychologen de oorzaak van dergelijke crisissen probeert te verklaren aan de hand van theorieën rond menselijk gedrag, dragen hun bevindingen wel bij tot een beter begrip van de processen die aan het werk zijn in een kapitalistische economie. Naar aanleiding van het faillissement van Enron in 2001 begon Dan Ariely, professor psychologie en gedragseconomie aan het MIT (Massachusetts Institute of Technology), een onderzoek naar bedrog. Hij vroeg zich af wat er aan de hand was met al die schandalen: hadden we te maken met enkele rotte appels, of waren er veel meer mensen in staat tot dergelijk gedrag? Hij deed daarom het volgende experiment. Hij gaf een groep mensen een blad papier met twintig eenvoudige vraagstukken die iedereen kon oplossen. Ze kregen echter onvoldoende tijd: in vijf minuten moesten ze zoveel mogelijk vragen oplossen en voor elk correct antwoord kregen ze één dollar. Na de test hadden de deelnemers gemiddeld vier vragen opgelost, dus spendeerde hij gemiddeld vier dollar per deelnemer. De volgende groep daagde hij uit om bedrog te plegen. Na vijf minuten zei hij: verscheur je antwoordformulier, stop de snippers in je zak en zeg me hoeveel vraagstukken je opgelost hebt. Nu was de gemiddelde score zeven! En het was niet zo dat een paar slechte appels het gemiddelde omhoog hadden getrokken, nee, de meeste mensen pleegden een klein beetje bedrog.

Waarom pleegt iemand bedrog? Wat is het achterliggende mechanisme? Volgens de gangbare economische theorie komt bedrog neer op een eenvoudige kosten-batenanalyse. Als je bedrog pleegt, weeg je de kans om betrapt en gestraft te worden af tegenover je verwachte winst: loont het de moeite om een misdaad te plegen of niet? Dan Ariely probeerde deze stelling te bewijzen door zijn experiment als volgt aan te passen. Bij sommige mensen veranderde hij het bedrag dat ze konden “stelen”: 10 cent per juist antwoord, dan 50 cent, een dollar, vijf dollar, tien dollar... Op basis van de kosten-batenanalyse zou je verwachten dat hoe hoger het bedrag, hoe groter het bedrog. Maar dat was niet het geval. Veel mensen pleegden nog altijd een klein beetje bedrog, onafhankelijk van het bedrag dat ze konden verdonkermanen. Wat met de kans om betrapt te worden? Sommigen werd gevraagd het blad in twee te scheuren waardoor er nog een zeker bewijs overbleef, anderen mochten het volledig versnipperen en het geld zelf uit een schaal nemen in de kamer ernaast. Alweer in tegenstelling tot de verwachting, namen veel mensen een beetje meer geld weg dan waar ze recht op hadden, onafhankelijk van de kans om betrapt te worden. Economische prikkels schenen dus geen invloed te hebben op de mate van het bedrog.

Het onderzoeksteam van Ariely stond voor een raadsel: waarom stemde het gedrag dat ze hadden onderzocht niet overeen met de gangbare theorie dat mensen economisch rationeel handelen? Let wel, we hebben het hier over een van de hoekstenen van het klassieke economische denken. Misschien waren er twee krachten werkzaam, dachten ze. Enerzijds willen we allemaal recht in de spiegel kunnen kijken en ons goed voelen over onszelf, en daarom willen we eerlijk zijn. Anderzijds kunnen we wel een klein beetje bedrog plegen in ons voordeel zonder ons zelfrespect te verliezen. Dus, een beetje profiteren kan geen kwaad, zolang het maar binnen de perken blijft en het positieve beeld over onszelf niet aantast. Ariely noemt dit de persoonlijke ‘knoeifactor’.

Op zoek naar de persoonlijke knoeifactor

casino_29.jpgDe volgende vraag is dan: hoe kan je zo’n persoonlijke knoeifactor onderzoeken? De onderzoekers onderzochten eerst hoe ze de knoeifactor konden verminderen. Alvorens de deelnemers de kans te geven om bedrog te plegen, vroegen ze de hen te denken aan de Tien Geboden. Wat bleek? Iedereen speelde het spel eerlijk, zelfs de atheïsten. Een soortgelijke test werd gedaan bij studenten die bovenaan hun blad moesten vermelden dat ze “begrepen dat de test ressorteerde onder de Erecode van het MIT”. Daarna konden ze het formulier verscheuren, maar iedereen hield zich aan de regels. Interessant was ook dat het IMT niet eens over een Erecode beschikt! Vervolgens probeerde Ariely na te gaan hoe ze de knoeifactor konden verhogen. In een eerste experiment legde hij kratjes met zes colablikjes in de gemeenschappelijke koelkasten van de studenten. De blikjes waren zo verdwenen. Wanneer hij in dezelfde ijskasten een schaal met zes biljetten van een dollar legde, bleven ze onaangeroerd. Je voelt intuïtief aan wat hier aan de hand was. Als je een balpen met een waarde van 50 cent meeneemt van het werk, voelt dit anders aan dan wanneer je 50 cent uit de kas zou nemen. In het licht van deze bevinding werd het experiment in lichtjes aangepaste versie herhaald. In plaats van geld, werden de proefpersonen uitbetaald in penningen, die ze een paar meter verder konden omruilen in dollarbiljetten. Wat bleek? Het bedrog verdubbelde! Dit is ook de reden waarom mensen in casino’s zo gemakkelijk omspringen met geld: ze spelen met penningen, niet met ‘echt’ geld. En hier treedt een interessante parallel op met de beurs. “Kon dit mechanisme verklaren wat er aan de hand was op de beurs, of bij Enron”, vroeg Ariely zich af? Maar bij het corrupte energiebedrijf speelde ook een sociale factor mee, want we hadden niet te maken met individueel maar met collectief gedrag. 

Daarom deed Ariely de proef opnieuw met groepen studenten van Carnegie Mellon in Pittsburgh, maar deze keer kregen ze een enveloppe met geld. Ze werden als het ware op voorhand betaald en achteraf dienden ze het onverdiende geld terug te geven. Opnieuw gebeurde hetzelfde: van zodra de studenten de gelegenheid kregen om bedrog te plegen, deden ze het, maar een klein beetje. Vervolgens schakelde Ariely een acteur in die student speelde. Na dertig seconden stond die op en zei: “Ik heb alles opgelost, wat moet ik nu doen?” “Als je gedaan hebt, neem je geld en ga naar huis,” zei Ariely, die zodoende wou onderzoeken wat de invloed zou zijn van dit overduidelijke bedrog op de rest van de groep. Het resultaat was verrassend: het gedrag van de anderen was afhankelijk van de T-shirt die de acteur droeg. Naast Carnegie Mellon heeft Pittsburgh nog een andere universiteit, de University of Pittsburgh. Als de acteur een T-shirt droeg van Carnegie Mellon, nam het bedrog in de rest van de groep toe; droeg hij een T-shirt van de rivaliserend universiteit, dan speelde iedereen het spel eerlijk. Deze proef was dus bijzonderlijk leerrijk op het vlak van gedragsnormen. Indien iemand binnen onze groep bedrog pleegt, voelen we het minder ongepast om ook bedrog te plegen. Maar als iemand van buiten de groep hetzelfde doet, stijgt de eerlijkheidsgraad binnen de groep! 

Hoe kunnen we de conclusies uit dit onderzoek gebruiken om te begrijpen wat er gaande is op de beurzen en financiële markten? We hebben te maken met een omgeving waarin mensen zeer veel geld verdienen in een artificiële wereld, ver verwijderd van de realiteit. Ze hanteren geen geld, maar “penningen” die alsmaar verder verwijderd zijn van “echt geld”: aandelen, aandelenopties, derivaten, op hypotheek gebaseerde beleggingen… De test laat zien dat bedrog toeneemt naarmate de afstand tot “echt geld” groter wordt. En wat gebeurt er als er binnen de groep wordt opgemerkt dat iemand een loopje neemt met de regels? Het is niet voor niets dat we spreken van casinokapitalisme. Alleen wordt iemand die in een casino op fraude wordt betrapt veel harder aangepakt dan waneer dat op de beurs gebeurt. 

Dan Ariely concludeert dat we onze instincten of intuïties niet kunnen vertrouwen en suggereert dat we daarmee rekening moeten houden als we nadenken over nieuwe modellen voor de beurs, economie, politiek, belastingen, onderwijs, enzovoort. Het onderzoek toont voor mij vooral aan dat de “menselijke natuur” een zeer relatief begrip is dat in zeer hoge mate wordt beïnvloed door sociale en economische omstandigheden, en dat kapitalisme en competitiegeest schadelijk zijn voor de moraliteit. 

(1) bron

(2) foto: cartoonnews.com

(3) foto: srilankaequity.com

de presentatie van Dan Ariely op TED:

 

15:30 Gepost door Jan Lievens | Permalink | Commentaren (2) |  Facebook |

07-01-11

Jef Couck over de N-VA, nationalisme en populisme

Volg deze link

23:59 Gepost door Jan Lievens | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

06-01-11

ras le bol

Met hun njet tegen de nota Vande Lanotte is de kloof tussen het rechtse blok CD&V en N-VA en het linkse blok sp.a en Groen! nooit groter geweest. Ik spreek bewust van een “rechts blok” en niet van een “Vlaams blok” zoals het ex-kartel in de media wordt beschreven, omdat, zoals eerder uitgelegd, achter de door hen gewenste  staatshervorming een neoliberaal programma van ongenadige bezuinigingen schuilgaat waarvoor, althans dat denken ze, in Vlaanderen een ruime politieke meerderheid bestaat maar op federaal niveau niet. Want vergis je niet, zowel de goedkope clichés over de ijverige Vlaming versus de luie Waal, of de Vlaamse ondernemingsgeest versus de Waalse hangmatcultuur, als het meer respectabel klinkend discours over “de twee democratieën in dit land” of “de noodzaak om het economisch beleid meer af te stemmen op de noden van de regio” dienen in Vlaanderen maar voor een ding: nationalisme gebruiken en aanwakkeren om de geesten rijp te maken voor zeer ernstige ingrepen op sociaaleconomisch vlak. 

vieropeenrij.jpg

Achter de communautaire patstelling schuilt vooral een sociale patstelling. Kijk rond je en zie wat er gebeurt in Groot-Brittannië, Frankrijk, Nederland, Duitsland, of iets verder, in Spanje, Portugal, Griekenland… Denk je echt dat België zal ontsnappen aan de besparingstrein die vandaag door Europa raast ten gevolge van de financiële crisis? De financiële markten wetten de messen niet omdat er nog altijd geen regering is in België, maar omdat ze willen dat er zo snel mogelijk draconische bezuinigingen komen om de staatsschuld naar beneden te krijgen. En ja, daar heb je wel een regering voor nodig. 

Vandaag, 6 januari 2011,  stelt Yves Desmet in De Morgen vast dat CD&V en N-VA het Belgisch overlegmodel hebben begraven en afstevenen op een confrontatie. Vandaag? Heeft Yves zijn eigen krant niet gelezen in de laatste drie jaar? Het Belgisch overlegmodel is al veel eerder gesneuveld. Het begin van het eind ervan werd ingeluid door het eenzijdig ter stemming leggen van de splitsing B-H-V in de Kamer. En de confrontatiepolitiek is alleen maar toegenomen sinds het doorbreken van de paarse meerderheid door het kartel CD&V-N-VA onder leiding van Yves Leterme (en vandaag in de feiten door Bart De Wever). Maar dit wil niet zeggen dat deze heren niet bereid zijn tot een compromis, alleen moet het er een zijn onder hun voorwaarden. En dit is een contradictio in terminis. 

Toen Bart De Wever zijn voorstel op tafel legde, verklaarde hij dat de N-VA nooit met minder zou genoegen nemen. Wat had hij dan verwacht van Vande Lanotte? Dat hij meer uit de brand zou sleuren voor de N-VA? Dat de N-VA zijn voorwaarden stelt, daar is op zich niets verkeerds mee. Maar nog bijna drie maanden verder blijven onderhandelen terwijl je eigenlijk op voorhand weet dat de teerling al geworpen is, is de verrotting bewust laten aanslepen. Het was wachten op een goed excuus om de stekker eruit te trekken. Het Overlegcentrum van Vlaamse Verenigingen, in meerderheid gedomineerd door rechtse Vlaams-Nationalisten die in de N-VA en het VB hun belangrijkste spreekbuizen hebben, hadden het uitgelekte voorstel van Vande Lanotte al eerder afgeschoten. Wie zijn die mensen? Wat vertegenwoordigen ze? Het OVV verenigt een zestigtal Vlaamse verenigingen, waaronder het IJzerbedevaartcomité, de IJzerwake, het Comité Vlaanderen Onafhankelijk, het Taalactiecomité, het VNJ, de Vrienden van Zuid-Afrika, de NS, de Vlaamse Volksbeweging…. Sommige organisaties hebben niet eens een website. Ze werpen zich op als culturele spreekbuis voor Vlaanderen, maar in augustus 2010, ondanks de jarenlange communautaire impasse, slaagden ze er niet eens in om samen 3000 deelnemers te mobiliseren voor de IJzerbedevaart. Ze zijn niet representatief voor Vlaanderen, maar hebben wel een zeer grote invloed op de N-VA. Dus het njet van de N-VA was een gegeven.

De CD&V stond dus voor de keuze: ofwel de N-VA isoleren met het risico als slechte Vlamingen te worden afgeschilderd en de electorale basis nog verder te verzwakken, of als eerste het voorstel Vande Lanotte te kelderen, zij het op een schijnheilige manier, eigen aan die partij: “we willen wel onderhandelen, op voorwaarde dat er fundamentele en essentiële punten worden bijgestuurd.” Er ging zeker en vast een zucht van verlichting op bij de N-VA: de CD&V had als eerste de nek uitgestoken en het de N-VA aldus bijzonder gemakkelijk gemaakt om ook neen te zeggen. Het “Vlaams kartel” was hersteld. De vraag is nu wat de reactie zal zijn intern bij de CD&V. Is de dochter van Stephan De Clercq een vrolijke zwaluw of een zwaan? De CD&V is al een flink stuk van de rechterflank kwijt aan de N-VA, wat zal de linkerflank nu doen? Rif Torfs was deze morgen op Radio 1 er als de kippen bij om de uitspraken van zijn voorzitter te relativeren. “Wij blazen de onderhandelingen niet op, maar proberen net bouwstenen aan te reiken om tot goede onderhandelingen te komen.” Hoe je zoiets durft zeggen na 207 dagen (of eigenlijk bijna vier jaar) praten is zowel surrealistisch als beledigend. 

Hoe moet het nu verder? Onder de bevolking is een ongeziene ‘ras le bol’ gegroeid. Er is een klimaat gecreëerd waarin men bereid is veel te slikken. Het geloof in het voortbestaan van België kalft meer en meer af. Nochtans staat separatisme niet op de agenda. De verrottingsstrategie is erop gericht om de Franstaligen op de knieën te dwingen en de door Vlaanderen gewenste staatshervorming te slikken. Alleen leidt deze confrontatiepolitiek tot polarisatie, radicalisering, onverdraagzaamheid en uiteindelijk extremisme. Men speelt met vuur. Liever geen staatshervorming dan een slechte zal nu het motto worden van CD&V en N-VA. Er zal meer tijd voor nodig zijn en ondertussen moet dan maar, noodgedwongen, een noodregering worden gevormd om de bezuinigingstrein op de rails te zetten. Benieuwd wat het “linkse front” die willens nillens uit de afgelopen uitputtingsslag is gegroeid dan zal doen. 

 

Bron afbeelding: www.deredactie.be

 

04-01-11

Wat kunnen we leren van gedragseconomen en psychologen?

Een onhebbelijke trek van het marxistisch denken voor mensen die er niet mee vertrouwd zijn, is dat het vaak vertrekt vanuit een misschien terecht, maar daarom niet altijd even sympathiek overkomend (en dus overtuigend) superioriteitsgevoelen. Marxisme is meesterlijk in het bekritiseren van het kapitalisme, maar speelt met zeer slechte kaarten wat het alternatief betreft. De misdaden gepleegd in zijn naam moeten immers niet onderdoen voor die van fascistische dictaturen of politiestaten. Liberalen en conservatieven zullen uiteraard nooit het verband leggen tussen Hitler en kapitalisme, of tussen Pinochet en de vrije markt, maar spreken de woorden communisme en bloederige dictatuur meestal wel in één adem uit. Stalin, Mao, Pol Pot en andere bloeddorstige dictators pleegden hun misdaden nu eenmaal in de naam van Marx, Engels en Lenin, of we het nu leuk vinden of niet. Slachtoffers waren trouwens niet zelden trotskisten, anarchisten en sociaaldemocraten.  Laten we dan ook nooit vergeten dat de grootste criticasters van het stalinisme zich in het linkse kamp bevinden.

Karl Marx (1818-1883) geniet sinds de financiële meltdown van 2007 en de daaropvolgende Grote Recessie een verdiende revival. Onlangs publiceerde EPO een schitterende nieuwe uitgave in het Nederlands van het Communistisch Manifest van Karl Marx en Friedrich Engels (1820-1895). Op de goudachtige cover prijkt een lief spookje. Deze klassieker van het marxisme verscheen ruim dertig jaar voor Het Kapitaal, het Opus Magnum van Marx. Dat laatste werk, eveneens recent heruitgegeven in het Nederlands (in een helaas triestere presentatie van Boom), is een kritiek op de ideeën van de oervaders van het liberalisme, Adam Smith (1723-1790) en David Ricardo (1772-1823). Tegelijk zijn veel van de economische ideeën van Marx ook gebaseerd op het denkwerk van zijn liberale voorgangers. Zo is de arbeidswaardeleer van Marx vrijwel volledig overgenomen van Ricardo.

Het economisch denken is in de afgelopen 150 jaar natuurlijk niet blijven stilstaan, ook al blijven neoliberalen (ten onrechte) verwijzen naar de onzichtbare hand van Adam Smith om hun ongebreidelde geloof in de vrije markt kracht bij te zetten. Het is echter opvallend dat moderne marxistische denkers zoals David Harvey, Andrew Kliman, Boris Kagarlitsky of Slavoj Žižek zelden of nooit verwijzen naar hedendaagse economen zoals Amartya Sen (1933) die in 1998 de Nobelprijs Economie wegkaapte voor zijn welvaartstheorie, of Daniel Kahneman (1944), een gedragspsycholoog die dezelfde eer in 2002 te beurt viel. Het lijkt wel alsof er maar twee economische scholen bestaan: die van het monetarisme (Friedman) en die van de deficit spending (Keynes). Nochtans zijn de ideeën van de gedragseconomie (Kahneman) of de notie van het Bruto Nationaal Geluk (Sen) zeker het bespreken waard. Niet zozeer om ze door de mangel van de marxistische kritiek te halen, maar juist omdat ze belangrijke elementen bevatten die de ideeën van het socialisme kunnen verrijken, ook al valt het te betwijfelen of dit in de bedoeling lag van de betrokkenen. 

Zo is er in de afgelopen jaren heel wat onderzoek geweest naar ‘geluk’, ‘welzijn’ en ‘motivatie’. Deze begrippen zijn belangrijk in de bedrijfswereld want ze zijn bepalend voor de productiviteit en loyaliteit van werknemers, zeker in tijden van ‘job hopping’. Wetenschappers die op dat terrein onderzoek verrichten, betreuren vaak dat de bedrijfswereld of ‘de economie’ doorgaans geen of weinig aandacht schenken aan hun bevindingen. In plaats van het systeem als dusdanig in vraag te stellen, pleiten ze niet alleen voor meer aandacht voor psychologisch inzicht, maar ook voor een terugkeer van ‘moraliteit’ of ‘wijsheid’ in de bedrijfswereld. Deze gedachte was ook te horen in de inauguratietoespraak van president Obama, die een lans brak voor meer deugdzaamheid: “We moeten ons niet alleen afvragen of het winstgevend is, maar ook of het juist is”. Niet het kapitalisme is verantwoordelijk voor de crisis, maar de economische actoren die zich hebben bezondigd aan ‘uitwasemingen’, ‘kortetermijndenken’ of erger nog, aan ‘crimineel gedrag’. Af en toe gebeurt het dat een ‘fat cat’ een proces aan zijn broek krijgt of zelfs een periode moet brommen (Lernaut en Hauspie), maar vaker is de zaak verjaard vooraleer het tot een uitspraak komt (KB Lux). In de VS worden daders zelfs beloond voor hun graaicultuur (Goldman & Sachs). In ‘minder beschaafde’ kapitalistische landen zoals Rusland zijn de straffen straffer (Chodorkovski). Tijdens het communistische bewind in de voormalige USSR (zuiveringen onder Stalin) en China (de Culturele Revolutie) kwamen bureaucraten zelfs massaal op het schavot terecht als voorbeeld om ‘de anderen aan te moedigen’. Niet in het systeem was fout, maar sommige individuen (in het geval van Rusland en China zeer, zeer veel individuen). 

Komen we terug tot relatief recent onderzoek op het gebied van motivatietheorie en gedragseconomie. In een presentatie voor TED (www.ted.com) die dateert van juli 2009, houdt Dan Pink, voormalig speechschrijver van Al Gore en auteur van een aantal business bestsellers (o.a. Drive: The Surprising Truth About What Motivates Us), een pleidooi om anders na te denken over het managen van bedrijven. Hij begint zijn uiteenzetting met het zogenaamde “kaarsprobleem” dat voor het eerst naar voor werd gebracht in 1945 door de psycholoog Karl Duncker en dat aan de basis lag van een hele reeks proeven in de gedragseconomie. Het experiment gaat als volgt. De proefpersonen krijgen een brandende kaars voorgeschoteld, een lucifers en een doosje duimspijkers (zie figuur 1) en worden gevraagd de kaars aan de muur te bevestigen, maar het kaarsvet mag niet op de tafel druppen. 

small.jpg

Wat zijn de resultaten? Heel wat proefpersonen proberen tevergeefs de kaars met duimspijkers aan de muur te pinnen. Een aantal goochemerds proberen met een lucifer het was aan de zijkant te doen smelten om de kaars op die manier aan de muur te ‘plakken’. Ook dat werkt niet. Uiteindelijk, na een minuut of tien, vinden de meeste deelnemers wel de oplossing. Ze pinnen het doosje tegen de muur en zetten de kaars erin (figuur 2).

Om het probleem op te lossen, is een dosis creativiteit nodig. Je moet als het ware ‘buiten het doosje kunnen denken’. In de psychologie spreekt men in dit verband van ‘functionele fixatie’: je bent niet in staat om flexibel om te gaan met de vastgelegde omstandigheden, je bijt je vast in het toepassen van je eigen visie, ook al bereik je daarmee niet het gewenste resultaat.

CandleProblemSolution.pngSam Glucksberg, professor psychologie aan de Princeton University, New Jersey, deed hetzelfde experiment met de kaars, maar ging een stapje verder. Hij bestudeerde het effect van beloningen op de snelheid waarmee de proefpersonen het probleem konden oplossen. Daarbij ging hij als volgt te werk. Hij verdeelde de deelnemers over twee groepen. Aan de eerste groep zei hij: “Ik doe een normonderzoek en zal de tijd meten om na te gaan hoelang het gemiddeld duurt om dit probleem op te lossen.” Aan de andere groep zei hij: “Los dit probleem zo snel mogelijk op. Als je bij de eerste 25 procent bent, dan krijg je vijf dollar. Degene die de beste tijd neerzet, ontvangt 20 dollar!” Wat bleek? De tweede groep had gemiddeld 3,5 minuten langer nodig om het probleem op te lossen dan de tweede. Deze bevinding staat haaks op de gangbare gedachtegang in de bedrijfswereld. Als je wilt dat mensen beter presteren, moet je hen belonen met bonussen, commissies of andere stimuli. Het experiment met de kaars toont echter aan dat materiële prikkels die verondersteld worden de creativiteit te stimuleren, averechts werken. De beloning remt het denkproces af en blokkeert de vindingrijkheid.

Als proefpersonen echter als opdracht kregen om de kaars aan de muur te bevestigen zoals aangeduid op het schema (figuur 2), was het resultaat volledig omgekeerd. Nu won de tweede groep met vlag en wimpel! De tweede proef liet duidelijk zien dat materiële stimuli wel degelijk werken indien mensen een aantal eenvoudige regels moeten volgen en het doel duidelijk is. Het ligt juist in de aard van beloningen dat ze de focus vernauwen en de concentratie verhogen. Daarom zijn ze zo efficiënt voor het uitvoeren van ‘eenvoudige’ taken die een sterke concentratie vergen en waarbij het doel zeer duidelijk voor ogen staat. Je focust op het doel en probeert het zo snel mogelijk te bereiken. Maar om het echte probleem van de kaars op te lossen, heb je geen duidelijk doel voor ogen en mag je niet gefocust kijken. De oplossing ligt niet voor je neus, maar ergens in de periferie. Je moet rondkijken, maar de beloning vernauwt het bewustzijn en beperkt de mogelijkheid om de oplossing van probleem te zien.

Uit onderzoek naar de dynamiek tussen extrinsieke (uiterlijke) en intrinsieke (innerlijke) drijfveren, blijkt er een enorme wanverhouding te bestaan tussen de economische praktijk en de wetenschappelijke kennis, of, zoals Dan Pink het uitdrukt, tussen wat de zakenwereld doet en wat de wetenschap weet. De overheersende filosofie van het personeelsbeleid blijft tot vandaag de dag hoofdzakelijk gebaseerd op extrinsieke drijfveren. Het is de methode van de stok en de wortel. Dergelijke drijfveren waren geschikt voor veel taken in de economie van de vorige eeuw, maar blijken steeds minder effectief en zelfs contraproductief voor de complexere “kenniseconomie” van de eenentwintigste eeuw waar creativiteit een veel centralere rol speelt.

Een extreem voorbeeld is het Stachanovisme in de voormalige Sovjet-Unie. De ideale arbeider was hardwerkend en zwijgzaam. In ruil werd hij beloond met medailles, betere voeding en huisvestiging. De Stachanovist diende als voorbeeld voor de andere arbeiders die werden aangezet tot steeds betere prestaties, waardoor de arbeidsnormen steeds hoger kwamen te liggen. Natuurlijk, de mensen waar Dan Pink het over heeft, zijn niet de traditionele industriearbeiders zoals uitgebeeld in Chaplins ‘Modern Times’, maar veeleer hedendaagse technici, specialisten, kaders en managers, hoewel de factor creativiteit ook steeds belangrijker wordt bij ‘gewone’ arbeiders en bedienden. In de kernlanden van West-Europa, Noord-Amerika, Australië, maar ook in steeds meer delen van Azië, neemt het belang van creatieve en cognitieve vaardigheden onder bedienden en arbeiders toe, waarbij de grens tussen beide beroepscategorieën vervaagt. Tegelijk verhuist traditioneel bediendewerk dat gebaseerd is op routine, zoals bepaalde aspecten van boekhouding, financiële analyse, computerprogrammering… naar goedkope loonlanden in de periferie.

Laten we een ander experiment onder de loep nemen van Dan Ariely, gedragseconoom verbonden aan het MIT (Massachusetts Institute of Technology). Dan Ariely peilde bij een groep studenten aan de hand van een aantal spelletjes naar hun creativiteit, motorische vaardigheden en concentratievermogen. Hierbij voorzag hij telkens drie beloningen: een kleine, een matige en een grote. Zolang de spelletjes enkel mechanische vaardigheden vergden, bevestigde het resultaat zijn verwachting: hoe groter de prijs, hoe beter de prestatie. Maar van zodra er zelfs nog maar een rudimentaire cognitieve vaardigheid aan te pas kwam, gaf een grotere beloning aanleiding tot een slechtere prestatie. Misschien, zo redeneerde hij, kon het resultaat te maken hebben met de aard van zijn doelgroep: welstellende studenten van het IMT. Om na te gaan wat de mogelijke impact was van culture factoren, trok hij naar Madurai in het zuiden van India waar de levensstandaard beduidend lager is. Een bescheiden beloning in de VS was niet te versmaden naar Indische normen. Wat bleek? Mensen die de grootste beloning kregen aangeboden, presteerden het slechtst van allemaal. In alle negen taken die onderzocht werden leidden hogere prikkels tot slechtere prestaties.

Je kan moeilijk beweren dat dit onderzoek, gesponsord door de FED (Federal Reserve Bank) van economisten van het IMT, Carnegie Mellon en de Universiteit van Chicago kaderde in een socialistisch complot. Ook de beroemde London School of Economics (LSE) kwam trouwens tot vergelijkbare vaststellingen. In juni 2009 nam de LSE 51 studies onder de loep van ‘vergoedingen naar prestaties’ binnen bedrijven. De onderzoekers kwamen tot de conclusie dat financiële prikkels kunnen resulteren in een negatieve impact op de totale prestaties. Met andere woorden, deze wetenschappelijke bevindingen maken brandhout van de argumentatie van managers die zich beroemen op hun uniek talent om hun torenhoge bonussen te verantwoorden. Managers houden echter maar selectief rekening met de resultaten van het wetenschappelijk onderzoek van gedragseconomen omdat ze anders de ideologische tak zouden afzagen waarop ze zelf zitten.  Welke CEO zal zeggen: o, als ik afstand doe van mijn vette bonussen, zal ik beter presteren?

Maar als financiële prikkels in de bedrijfswereld niet het gewenste resultaat bewerkstelligen, hoe kunnen mensen dan wel gemotiveerd worden? Wetenschappers zijn tot de vaststelling gekomen dat zogenaamde intrinsieke of innerlijke drijfveren een veel belangrijke rol spelen. Mensen worden gedreven om dingen te doen omdat ze belangrijk zijn, omdat ze het graag doen, omdat ze interessant zijn, omdat ze deel uitmaken van iets belangrijks. Dan Pink pleit daarom voor nieuwe managementsystemen die draaien rond drie elementen: autonomie, meesterschap en doel. Met ‘autonomie’ bedoelt hij de drang om ons eigen leven te leiden, met ‘meesterschap’ de wil om alsmaar beter te worden in de dingen die ertoe doen, en met ‘doel’ ons verlangen om de dingen die we ondernemen te doen in het belang van iets dat groter is dan onszelf.

Het nieuwe managementsysteem dat de speechschrijver van de voormalige vicepresident van de Verenigde Staten voorstelt, doet meer denken aan de geschriften van Mao, Castro of Tito dan aan die van traditionele bedrijfseconomen. Of… zou het ook kunnen dat moderne theorieën over bedrijfsbeheer meer en meer in de buurt komen van de utopische socialistische modellen die Karl Marx voor ogen had?

Wordt vervolgd (In een van de volgende bijdragen wordt Wikinomics onder de loep genomen, maar eerst komen nog Dan Ariely, Daniel Kahneman en Barry Schwartz aan de beurt.)

 

 

 

 

18:45 Gepost door Jan Lievens | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

02-11-10

De staat van naderbij bekeken (deel 1)

Het lijkt precies alsof in België niets nog mogelijk is zonder een “staatshervorming”. Rond deze eis is de N-VA, ooit ten dode opgeschreven, na een ommetje via het kartel uitgegroeid tot de grootste partij van België… Het eclatante succes van de N-VA wordt vaak toegeschreven aan het politieke genie van Bart De Wever, maar er is veel meer aan de hand. Ook de defensieve houding en vaak zwakke argumentatie van zijn tegenstrevers spelen een grote rol. Maar bovenal is het succes van De Wever in Vlaanderen te herleiden tot het onvermogen van de (in casu telkens “Belgische”) “staat”, “overheid” of  ook nog, “politiek” om de problemen van “de mensen” op te lossen. 

De staat als bron van alle ellende 

In andere landen hebben populisten de wind in de zeilen omdat ze inspelen op het onvermogen van de zittende regering om problemen die verbonden zijn aan de crisis, de werkloosheid, de immigratie… daadwerkelijk aan te pakken. Hun demagogische oplossingen zijn echter altijd erger dan de kwaal. Hetzelfde geldt voor zowel het communautaire als economische programma van de N-VA. Want wat is de oplossing van De Wever om af te rekenen met complexe problemen die het gevolg zijn van de voortschrijdende globalisering van het kapitalisme? (Meer) Vlaamse onafhankelijkheid? De Wever heeft als rechts politicus echter een groot voordeel: hij kan zich verschuilen achter de ingewikkelde, ondoorzichtige, inefficiënte en zwaar gepolitiseerde structuur van de Belgische staat. Daarom klinken zijn voorstellen redelijk, geloofwaardig en ja, democratisch. Maar wie gelooft dat een onafhankelijk(er) Vlaanderen efficiënter zou kunnen optreden tegen de gevolgen van delokalisering, financiële en economische crisissen, globale migratiestromen en zelfs staatsbureaucratie, gelooft in Sinterklaas. 

De onmacht van links 

In elk geval, als we als linksen en progressieve de N-VA efficiënt willen bestrijden, hebben we meer dan nooit behoefte aan een klare kijk op de aard, de rol en de beperkingen van de staat. Niet alleen om de angel uit de communautaire wonde te halen, maar ook om een wapen te smeden tegen de gevolgen van de voortschrijdende kapitalistische globalisering. Uiteindelijk moeten we ons een veel fundamentelere vraag stellen: hoe geraken we uit het defensief? Wat is ons antwoord op de alsmaar toenemende greep van de Europese Unie en de blinde krachten van “de wereldmarkt” op ons dagelijks leven? Met andere woorden: wat is ons alternatief?globalization.png 

Het is duidelijk dat ons antwoord concreter moet zijn dan het vage begrip “socialisme” dat voor iedereen een andere betekenis heeft. Anderzijds is er een grote nood om het idee van de mogelijkheid van een alternatieve samenleving weer op de voorgrond te plaatsen. Sinds de val van de Muur, het herstel van het kapitalisme in de voormalige Sovjet-Unie en Oost-Europa, en de economische opmars van China op basis van grondige markthervormingen, lijkt het kapitalisme maar dan ooit onoverwinnelijk, en dat ondanks de grootste financiële en economische crisis sinds de Grote Depressie van de jaren 1930. Bovendien wil de ironie dat de tussenkomst van de Staat, die door rechts vandaag zo zwaar op de korrel wordt genomen, onontbeerlijk was om de crisis te lijf te gaan.  

 Socialisme versus liberalisme 

Socialisme wordt steevast vereenzelvigd met “de staat”, niet alleen in de voormalige “communistische” landen, maar ook in West-Europa. Zelfs in de Verenigde Staten krijgt Obama door (extreem)rechts de stempel “socialist”  opgedrukt omdat onder zijn presidentschap de rol van de Amerikaanse overheid is toegenomen ten gevolge van de economische crisis. Rechts vereenzelvigt de staat met bureaucratie, hoge belastingen, bemoeienissen, onvrijheid, inefficiëntie (“slecht bestuur”), noem maar op, terwijl links de staat verdedigt als behoeder van het algemeen belang, de sociale zekerheid, het onderwijs, het openbaar vervoer, enzovoort. Adam Smith (1723-1790) zou je kunnen beschouwen als de nestor van de liberale ideologie, Karl Marx (1818-1883) als die van het socialisme. Op het vlak van moderniteit wint Marx dus met meer dan een neuslengte. Maar goed, de man is al 127 jaar dood en over zijn erfenis wordt al even lang gevochten. 

Sinds zijn dood werd de wereld geteisterd door twee wereldoorlogen, waarbij de eerste uitmondde in de geboorte van de Sovjet-Unie. Rusland was het eerste land waar het kapitalisme op de klippen liep. De monsterlijke staat die echter verrees uit de as van de Grote Oorlog (maar wel de oorlogsmachine van Hitler versloeg), bezweek twintig jaar geleden uiteindelijk onder zijn eigen gewicht. 

Marx versus Keynes 

420KarlMarx-420x0.jpgSociaaldemocraten in het Westen hebben in het bestaan van de Sovjet-Unie nooit een alternatief gezien, maar hoopten in hun hart wel dat het systeem aldaar in democratische zin zou evolueren. Het idee was: stalinisme + democratie = socialisme. Tegelijk wisten de socialisten in Europa grote hervormingen af te dwingen in de vorm van de uitbouw van de welvaartsstaat. Tussen haakjes, het bestaan van een alternatief systeem in de Sovjet-Unie sinds 1917, en in Oost-Europa, China en andere ontwikkelingslanden (Vietnam, Cambodja, Cuba, Noord-Korea, Laos…) in de naoorlogse periode, was een machtige stok achter de deur tegen het kapitalisme om belangrijke toegevingen toe te staan. West-Europa heeft zijn welvaartstaat onrechtstreeks ook te danken aan de vrees voor het communisme. Daarnaast had de sociaaldemocratie, die tot dan ook steunde op de erfenis van het marxisme, zij het in de herziende versie van Bernstein, in Keynes een nieuwe ideoloog gevonden. Kapitalistische crisissen konden vermeden worden dankzij staatsinterventie. De kruik ging echter zolang te water tot ze in het midden van  de jaren 1970 barstte. De Keynesiaanse recepten werkten niet langer en de kapitalisten grepen terug naar de neoliberale recepten van het monetarisme zoals verdedigd door Milton Friedman en zijn Chicago Boys. De arbeidersbeweging werd in het defensief gedrukt en in de decennia die daarop volgden, vond een dramatische verschuiving plaats van de rijkdom van de wereld van de arbeid naar die van het kapitaal. Die orgie mondde op zijn beurt uit in de Grote Recessie die begon met de financiële crisis van 2007. Gevolg: Keynes wordt weer uit de mottenballen gehaald, maar of je een schuldencrisis kunt oplossen door nog meer schulden te maken, lijkt hoogst twijfelachtig.    

Het failliet van twee (of drie) historische modellen 

Maar goed, ik dwaal af. De thesis die ik hier wens te verdedigen, is dat zowel de modellen van de “communisten” als de “reformisten” (socialisten of sociaaldemocraten) gefaald hebben. Onder de laatste noemer reken ik niet alleen alle partijen die vandaag worden overvleugeld door de “Socialistische Internationale”, maar ook de linkse varianten die ontstaan zijn uit afsplitsingen ervan, en de partijen die na de Russische Revolutie deel uitmaakten van de “Derde Internationale” maar gaandeweg de logica en het programma van de sociaaldemocratie hebben overgenomen (de “Eurocommunisten” en soortgelijke varianten). Voor een stuk kan je daar zelfs stromingen in onderbrengen die een politieke uitdrukking vinden in burgerlijke partijen. Ik denk daarbij aan het ACW in België, of aan bepaalde “volkspartijen” in ontwikkelingslanden (zoals de PPP in Pakistan), en zelfs aan de Democraten in de VS (vanwege hun band met de vakbonden). De maïzena die al deze partijen bindt is hun geloof dat de (bestaande) staat moet worden gebruikt als wapen voor het realiseren van een betere (of socialistische) samenleving. De dosis “staat” varieert, maar het principe van de markteconomie blijft overeind. In feite zijn al die partijen voor een “gemengde economie”, alleen verschillen ze van mening over de portie “staat” in het mengsel.president-chavez.jpg

Onder “communisme” reken ik de partijen die zich krampachtig vasthouden aan het stalinistisch model. Deze hebben vooral een historisch belang want in de praktijk zijn ze nagenoeg van de kaart verdwenen. Hun economisch model is gebaseerd op dat van de geplande economie. De staat (alweer de staat) nationaliseert de hefbomen van de economie, bepaalt (in theorie democratisch) waar de belangrijkste investeringen moeten plaatsvinden en voert die uit via vijfplannen (of een langere periode voor zeer grote projecten). In feite wordt de economie van een land gerund als één groot bedrijf, conform de theorie van het "socialisme in één land" van Stalin. De beperkingen van dat model proberen de Chinezen sinds Deng te overkomen via participatie op de wereldmarkt en kapitalistische hervormingen. Maar de staat neemt nog altijd een zeer prominente plaats in de economie en het economisch proces wordt zwaar beïnvloed en begeleid via overheidsbedrijven, -participaties en -investeringen. Daarnaast zijn er ook de nieuwe modellen zoals dat van Venezuela en het Latijns-Amerikaans “socialisme van de eenentwintigste eeuw”, waar de staat niet alleen een alsmaar belangrijkere rol speelt in de economie, maar ook initiatieven ontplooit op het vlak van zelfbeherende organen. 

Een socialistisch samenleving zal mijn inziens dan ook moeten gebaseerd zijn op een “gelaagd” model met economische “openbare” actoren op zowel lokaal, nationaal en mondiaal niveau. In dat model zullen marktmechanismen en privé-eigendom nog een belangrijke rol blijven spelen voor de kleinere bedrijven, eventueel via het coöperatievenmodel, maar de economische sleutelsectoren (transport, energie, communicatienetwerken, grondstoffenontginning…) moeten in gemeenschapsbezit komen volgens de principes van de “economische democratie”, te beginnen op nationaal vlak, maar noodzakelijk uit te breiden op internationaal niveau. Deze punten worden in komende bijdragen verder ontwikkeld.     

social_network_id469214_size4401.jpgHet model van de Russische Revolutie 

Rest tenslotte nog de myriade van marxistische, leninistische, marxistisch-leninistische, trotskistische en andere revolutionaire organisaties die met de neus gericht op het verleden zorgvuldig de zuivere lijn proberen te bewaren in plaats van de lakmoestest van de geschiedenis toe te passen op hun ideale en ideële modellen. De Russische Revolutie krijgt daarbij vaak mythologische proporties aangemeten. Het model is als volgt: op een bepaald moment slaan de stoppen van de arbeiders door, er breekt revolutie uit, er worden spontaan raden opgericht en tegen dan moet de partij sterk genoeg zijn om de leiding van de revolutie te nemen, net als in Rusland. Of anders? Wel, anders loopt het fout (ook zoals in Rusland, maar daarvoor bestaan 1001 excuses). Beseffend dat de vorming van raden of sovjets eerder een zeldzaam (en tijdelijk) verschijnsel is dat zich tot nu toe enkel heeft voorgedaan onder extreme omstandigheden, is hierop een moderne variant die stelt dat in een democratie de macht ook perfect via parlementaire weg kan veroverd worden op basis van een “socialistisch programma” dat dan wel de steun moet verwerven bij de meerderheid van de bevolking. Op zich is er niets verkeerd aan die redenering, maar meestal stopt ze net daar waar ze moet beginnen. Verder dan een set van “overgangseisen” en een algemeen idee van “socialisme” dat de arbeiders wel zelf zullen arrangeren komt men niet. En, o, ja, sluit aan bij de revolutionaire partij, gebaseerd op het leninistisch model. 

Punt is dat de twee hoofdstromen, reformisme en communisme (en al hun varianten) volgens mij (en daarin sta ik verre van alleen) historisch gefaald hebben. In zekere zin staan we op ideologisch vlak in een vergelijkbare situatie als die waarin Marx zich bevond, alleen zijn we wel 150 jaar ervaringen rijker geworden. Tussen haakjes, de historische faling van het kapitalisme zou al moeten duidelijk zijn sinds 1914 met het uitbreken van de barbaarse Grote Oorlog. Ik wens hier dan ook zeker niet het “socialistische alternatief” in vraag te stellen. Maar we moeten wel dringend nadenken over wat socialisme voor ons betekent en hoe we denken dat we “het” zullen bereiken. We moeten de moed hebben om de oude waarden en gedachten in vraag te stellen en de “heilige huisjes” te herexamineren om het kaf van het koren te kunnen scheiden. Dat verreist een open en eerlijk debat in een klimaat waarin niemand hoeft te vrezen om fouten te maken zonder te worden afgeblaft. In dat debat heeft iedereen ter linkerzijde namelijk een rol te spelen. Maar dat vooronderstelt wel dat “orthodoxe” marxisten de knuppel van het revisionisme, opportunisme, carrièrisme, anarchisme (de lijst is lang) achterwege laten, dat de sociaaldemocraten ophouden de marxisten uit te kafferen voor “infiltranten” en “verdelers”, en de stalinisten hun tegenstanders niet langer in gevangenissen gooien of fusilleren (dat laatste was een grapje…) Waarschijnlijk wishful thinking, maar ik kan proberen. Dat brengt me dan tot het volgende punt: 

Met de neus vooruit 

Ergens besef ik wel dat ik, opgegroeid in de jaren zestig en zeventig, een fossiel ben uit het verleden, ook al probeer ik me wanhopig vast te klampen aan de digitale trein van de vooruitgang (1). Terwijl links in Europa nog vaak zit te navelstaren, laat ze het schaakbord over aan nieuwe spelers op de markt. Ik denk daarbij in de eerste plaats aan de “tele- en andere communisten” van het internet, de mensen van de peer-productie, de voorvechters van horizontale en open structuren, de stormrammen tegen copyrights en intellectuele eigendomsrechten (waarom daar stoppen trouwens?). Volgens mij zijn dat, naast de ecologisten, de “anders globalisten” en de voorvechters van de zogenaamde “civil society” de natuurlijke bondgenoten van de arbeidersbeweging. Ook dit punt zal ik in volgende bijdragen verder proberen te ontwikkelen.Peer_production_p2p_michel_bauwens_id32200361_size485.jpg 

Tot slot nog een kleine opmerking in dat verband. Het loont de moeite om even stil te staan bij de gevolgen van de democratisering van de communicatiemiddelen op politieke organisaties, gaande van de grootste traditionele partij tot de kleinste sekte. Vandaag kan je met een minimum aan middelen (een PC, webcam en internetverbinding) je eigen digitale krant en tv-station maken, of je eigen “kennisproductie” delen op open platforms. Ik kan via blogs en vlogs  “mijn” mening dagelijks verkondigen aan de hele wereld (niet dat daar iemand zit op te wachten, maar soit). Ik kan tijd nemen om een idee op papier te zetten en ben niet afhankelijk van een commerciële krant om het als lezersbrief te publiceren. Ik ben evenmin afhankelijk van een politieke organisatie die zo democratisch wil zijn om mijn idee kenbaar te maken via hun partijorganen, of me vijf minuten spreektijd wenst toe te staan in een politieke meeting. Natuurlijk verloopt de ontwikkeling van ideeën het best via democratische discussies en besluitvorming, liefst in echte vergaderingen met echte mensen. Maar het een sluit het andere niet uit. De digitale media kunnen misschien ook als breekijzer dienen om de verstarde partijstructuren te helpen democratiseren

 

 

10:17 Gepost door Jan Lievens | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

01-11-10

Staat en sociaal-isme

Ik werk momenteel, samen met een collega, aan een Engelstalig boek waarin de staat en het socialisme een prominente rol zullen spelen.

Veel wil ik er nog niet over kwijt, aangezien het project in zijn kinderschoenen staat. Research en discussies zullen zowel de inhoud als de structuur van het boek beïnvloeden. Voor de ontwikkeling van de ideeën is een prominente rol weggelegd voor discussiefora en blogs als deze.

De teksten in de komende maanden zijn bedoeld als bouwstenen voor het boek en moeten daarom in de eerste plaats gezien worden als discussiedocumenten die weliswaar bedelen om prijzende woorden :), maar ook schreeuwen om genadeloze kritiek.

Iedere feedback is dan ook meer dan welkom.

Jean Lievens, 1 november 2010

08:45 Gepost door Jan Lievens | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

29-10-10

Progressieve frontvorming: dom of niet dom?

De oproep van ABVV-voorzitter Rudy De Leeuw tot progressieve frontvorming tegen de N-VA heeft ook deining veroorzaakt binnen de sp.a. De partijleiding vindt het initiatief van de socialistische vakbond immers niet verstandig (1), terwijl heel wat partijmilitanten juist zaten te wachten op een krachtig signaal tegen De Wever: tot hier en niet verder! Of de zet van Rudy De Leeuw nu tactisch verstandig is of niet, daar kan over gediscussieerd worden. De vraag is of het nog toegelaten is om De Wever aan te vallen zonder de stempel van domoor op je voorhoofd gedrukt te krijgen. Je kan met evenveel, zo niet meer recht en reden argumenteren dat je De Wever alsmaar sterker maakt door hem nooit te durven tegenspreken.

DSC05338.JPGDe oproep van De Leeuw verdient steun, zowel inhoudelijk, tactisch als strategisch. Inhoudelijk omdat ze duidelijk waarschuwt tegen het gevaar voor ondergraving van de welvaartsstaat en sociale cohesie ten gevolge van een (gedeeltelijke) splitsing van de sociale zekerheid en de personenbelasting. Tactisch omdat het dringend tijd werd om een deuk te geven in het onaantastbaar gewaande politieke leiderschap van Bart De Wever in Vlaanderen. Je kan de oproep immers ook beschouwen als een schot voor de boeg, want sindsdien beslisten de sp.a en Groen, en vervolgens ook de CD&V om het splitsingsvoorstel van B-H-V in de kamer niet te steunen. De N-VA stond geïsoleerd en haalde bakzeil. Vandaag heeft Bart De Wever zelfs lovende woorden over de aanpak van koninklijk bemiddelaar Johan Vande Lanotte. Tenslotte is de ABVV-oproep ook strategisch een goede zet omdat De Wever zich meer en meer ontpopt als de figuur waarrond rechts in Vlaanderen zich hergroepeert, terwijl links versnipperd en dus verzwakt dreigt achter te blijven. Niks verkeerd dus met een oproep tot progressieve frontvorming (2).

Er is maar één maar. Vasthouden aan het status-quo op het vlak van de staatshervorming en overkomen als de laatste Belgicisten is evenmin een optie. De Belgische ‘gefedereerde’ staat is inderdaad ondoorzichtig, gecompliceerd en dus ondemocratisch. Bovendien is België effectief een relikwie uit het verleden, maar dat zijn alle ‘nationale staten’ in Europa. In een geglobaliseerde economie dreigden de Europese dwergen immers meer en meer van de kaart te worden geveegd. Juist daarom werd de EU opgericht! Op dat vlak heeft Bart De Wever dan ook een zeer sterk punt. Alleen is zijn “ijzersterke logica” gebaseerd op een fata morgana. Want het democratisch deficit dat hij in België aan de kaak stelt, is nog honderd keer acuter in Europa. Maar daarover zwijgt hij. 

Wat uiteindelijk ontbreekt bij “links” (ook bij de PS) is een duidelijk programma voor de democratisering van de Belgische staat (en wat dat betreft, ook van de EU). Op dat terrein heeft Bart De Wever vrij spel, en dat maakt hem juist zo sterk. Het debat over de financiering van de staat (belastingen) en de  besteding van de middelen (beleid), is echter in de eerste plaats een debat tussen de wereld van de arbeid (links) en die van het kapitaal (rechts). Zo moet de oproep van het ABVV begrepen. En dat is niet “dom” (1).

 

(1) Het gebruik van woorden als “dom” en “onverstandig” binnen de beweging werkt polariserend en is dus misplaatst. Eenheid van links is echter niet hetzelfde als eensgezindheid van links. Meningsverschillen kunnen vervelend zijn, maar zijn in feite juist nodig om via democratisch debat tot een betere besluitvorming te komen. Op dat vlak is er nog veel werk aan de winkel…    

 

(2) zie ook mijn stukje van 15 juni 2010: "Voor een progressief front tegen De Wever"

 

11:16 Gepost door Jan Lievens in politiek | Permalink | Commentaren (0) | Tags: de wever, staatshervorming, sp.a, abvv, rudy de leeuw |  Facebook |

22-10-10

Verdedig de welvaartsstaat!

Hier volgt een kleine update van de vorige bijdrage die geschreven werd vlak nadat Di Rupo de nota van De Wever had verworpen. De tekst werd snel geschreven en meteen gepubliceerd, zonder tijd om rijpen. Bij gebrek aan printer kon ik ze niet nauwgezet nalezen. Ik verontschuldig me dan ook voor gebeurlijke schrijf- en tikfouten en andere slordigheden.

 

p15_8534manif_g20_london361__600_x_600_.jpgDe “clarificateur” had een hele nacht wakker gelegen van het franstalige afwijzingsfront, och arme. Tja, hij wou toch duidelijkheid? Sinds die infame zondag, vond Caroline Gennez de snelle afwijzing van de nota De Wever door de “Franstaligen” dom en onverantwoord. Paul Magnette kwam daarna doodleuk vertellen dat de nota De Wever voor 90 procent oké was en dus toch kon dienen als basis voor verdere onderhandelingen. De koning stuurde Johan Vande Lanotte vervolgens het veld in om te bemiddelen, en de N-VA voelde zich daardoor op de tenen getrapt omdat ze niet werd geraadpleegd. En daarbij, “de formule met zeven was tot op de draad versleten". Gelukkig is er één lichtpuntje: de oproep van ABVV-voorzitter Rudy De Leeuw tot progressieve frontvorming tegen de N-VA.

 

Dezelfde commentatoren die vier maanden geleden nog optimistisch waren voor een snel akkoord tussen De Wever en Di Rupo, doen inmiddels een wanhopige oproep op hun verantwoordelijkheidszin. De politieke crisis is echter niet te herleiden tot kinderachtige spelletjes van politici die zich gekrenkt voelen, maar illustreert in werkelijkheid de doodsstrijd van het ‘Belgische compromis’ zoals eerder verwoord door Leterme en bevestigd door De Wever (en uitgelegd in vorige bijdrage). Ons fameuze model, aangeprezen in brandhaarden van Jeruzalem tot Kaapstad, is echter gebaseerd op geld, zeer veel geld. Vandaar dat het in armere gebieden in de wereld niet werkt. Politicologen verwijzen vaak naar de drie breuklijnen die België verdelen: de levensbeschouwelijke (tussen vrijzinnigen en katholieken), de communautaire (tussen Vlamingen en Franstaligen) en de ideologische (tussen progressieven en conservatieven). Deze tegenstellingen werden in de naoorlogse periode ‘overbrugd’ omdat er voldoende geld werd tegen aangegooid: twee schoolnetten, zeven regeringen en een uitgebreid sociaal vangnet. Dat alles was op zijn beurt mogelijk door economische groei. Die hele constructie staat vandaag op losse schroeven: de schoolstrijd is uitgemond in de overwinning van het katholieke onderwijsnet, de staatshervorming is geëindigd in een regimecrisis en de mazen van het sociale vangnet vertonen steeds grotere gaten.

 

Met het uitbreken van de crisis in het midden van de jaren 1970, begon de staatsschuld razendsnel te stijgen, van ongeveer 60 procent van het BNP in 1975 tot 134,1 procent in 1993. Tussen haakjes, in de financieringswet van 1989 die de dotaties regelde voor gemeenschappen en gewesten, was een ingebouwd besparingsmechanisme voorzien dat Wallonië en de Franstalige gemeenschap in financiële moeilijkheden bracht. Dat geldtekort was vooral voelbaar in het Franstalig onderwijs, dat met de regelmaat van de klok op straat kwam om meer middelen te eisen, geld waarover de Franstalige gemeenschap niet beschikte. Daardoor kwam de bal opnieuw in de schoot van de federale regering terecht. Onder de paarsblauwe regering van Verhofstadt kregen gemeenschappen en gewesten extra middelen toegestopt, waardoor de communautaire vrede voor de zoveelste keer kon worden ‘afgekocht’. Tegelijkertijd, mede dankzij een fikse economische groei, wist de federale overheid de staatsschuld terug te dringen tot 84,22 procent van het BNP in 2007.

 

Sinds het uitbreken van de financiële crisis is deze schuld echter opnieuw opgeklommen tot boven de 100 procent van het BNP, en dat mag niet van Europa. De federale overheid, die nog altijd instaat voor het leeuwendeel van de ontvangst van de financiële middelen (personenbelasting, vennootschapsbelasting, BTW, accijnzen…), deelt echter een zeer groot deel van dat geld uit aan de gewesten en gemeenschappen en dreigt daardoor zijn eigen kerntaken, waaronder het in stand houden van de sociale zekerheid, niet meer te kunnen financieren. Conservatief Vlaanderen, die in De Wever zijn nieuwe leider heeft gevonden, verbergt de aanval tegen de welvaartsstaat (die je overal ziet in Europa) achter een communautair rookgordijn: “Kijk eens naar die geldverslindende Belgische staat, gedomineerd door de potverteerders van de PS. De "Franstaligen" of "luie Walen", (dat andere volk met zijn andere cultuur, weet je wel?)  maken schoon weer met onze “Vlaamse” zuurverdiende centen. En wij, Vlamingen, zijn afhankelijk van dat verfoeide België dat zelfs onze sociale zekerheid niet meer kan betalen! Het perverse van die redenering is dat er gesuggereerd wordt dat de sociale zekerheid moet gesplitst worden om ze te redden uit de klauwen van een federale overheid die systematisch werd ontmanteld... door dezelfde federale splitsingslogica! Weg dus met die slecht bestuurde en geldverslindende (welvaart)staat, laten we ze doen “verdampen” in Europa!

 

Met andere woorden: voor links moet de echte discussie draaien rond het behoud en, gezien de schrijnende gevolgen van de crisis, VERSTERKING van de welvaartsstaat. Hoe zullen we de bijna 300.000 armen van het Brussels Gewest uit hun miserie halen? Hoe zullen we ons wettelijk pensioenstelsel en de gezondheidszorg versterken zodat ze opgewassen zijn tegen de uitdagingen van een grijzer wordende samenleving? In plaats van akkoord te gaan met 25 miljard noodzakelijke bezuinigingen, moeten de “progressieven’ vechten voor minstens 150 miljard extra middelen (dat is het cijfer dat door experts naar voor wordt geschoven om de extra kosten van de vergrijzing te kunnen financieren)! Daarover moet het debat gaan: waar zullen we dat geld vandaan halen? Bij de wereld van de arbeid, of bij die van het kapitaal?

 

Wel, op dat vlak hebben we als linkse beweging in Vlaanderen de keuze: zullen we dat gevecht alleen voeren binnen een zelfstandiger Vlaanderen, of zullen we het samen doen met onze bondgenoten in Wallonië? Het antwoord lijkt evident. Of we dat geld dan innen via de gewesten of via de federale staat is eigenlijk een secundaire kwestie. Transparantie op gebied van solidariteit tussen de gewesten, het innen van eigen belastingen, ‘responsabilisering’… zijn op zich niet slecht. We vergeten soms dat in de jaren zestig de (linkse) Waalse beweging meer economische onafhankelijkheid opeiste omdat ze haar programma van antikapitalistische structuurhervormingen afgeblokt zag door een conservatief Vlaanderen. Wat moesten we als Vlaamse socialisten dan zeggen? Nee, jullie moeten de eenheid van België bewaren?

 

De kwestie is dus niet wat men eist, maar wie het eist en waarom. De eis van responsabilisering van de gewesten is vandaag een eis van rechts in Vlaanderen, waarbij nationalisme wordt gebruikt om ‘de mensen’ tegen elkaar op te zetten en om een verborgen neoliberaal agenda te kunnen  doordrukken. Progressief Vlaanderen mag zich daarom niet op sleeptouw laten nemen door die redenering en moet vechten tegen de afbraak van de sociale zekerheid (remember Tony Judt?). Dat betekent CONCREET, binnen de huidige context, vechten voor een versterking van het federale niveau dat verantwoordelijk is voor de sociale zekerheid. De oproep van Rudy De leeuw moet dan ook  met 1000 procent worden ondersteund en uitgebreid, in de eerste plaats naar het ACW dat kleur moet bekennen. Het moet een eerste aanzet zijn om de huidige krachtsverhoudingen om te buigen in ons voordeel. Dan kunnen we nieuwe verkiezingen, die alsmaar waarschijnlijker worden, met meer vertrouwen tegemoet zien. Want zeg nu eerlijk, moeten wij vandaag echt hopen op een regering met De Wever?

 

Jean Lievens, 22 oktober 2010 

 

12:28 Gepost door Jan Lievens in politiek | Permalink | Commentaren (0) | Tags: de wever, rudy de leeuw, progressieve frontvorming |  Facebook |

19-10-10

Het land is depressief

 

Nu het zogenaamde compromis van De Wever unaniem en razendsnel werd afgeschoten door alle Franstalige partijen, is een oplossing uit de institutionele crisis verder af dan ooit. Het resultaat is immers dat beide gemeenschappen zich radicaliseren en de splitsing van België, hoe ongewenst en onrealistisch ook, alweer een stapje dichterbij is gekomen.

 

Volgens een peiling van VTM staat vandaag 70% van de Vlamingen achter De Wever en zou 33% zich uitspreken voor een onafhankelijk Vlaanderen. Vorige week was dat laatste cijfer nog maar 18%. Langs Franstalige kant wordt niet meer gevochten voor het behoud van België, maar gedreigd met een mini-België, bestaande uit Wallonië, Brussel en de zes faciliteitengemeenten. Deze blufpoker moet qua realiteitsgehalte niet onderdoen voor het verdampingsscenario van België binnen  Europa dat De Wever als rad voor de ogen van de Vlamingen houdt.

 

OPI3_GEA2V46RA_1_FO_WEVERGENNEZ_jpg_275.jpg

 

De Belgische staatsconstructie is uiterst gecompliceerd en ondoorzichtig en vertoont inderdaad een belangrijk democratisch deficit. Het is voor een intelligent politicus als De Wever een koud kunstje om deze wankele constructie aan flarden te scheuren. Niet in de zin dat de N-VA voorman vandaag het land wil uiteenrijten. Hij beseft maar al te goed dat de prijs daarvoor zowel politiek als economisch veel te hoog ligt. De Wever wil niet België, maar wel het Belgisch compromis waarop de wankele staatsconstructie gebaseerd is, opblazen. Hij is vandaag uitgegroeid tot de onbetwiste politieke leider van Vlaanderen en in die hoedanigheid de stormram waarmee de Vlaamse regering haar Copernicaanse omwenteling eenzijdig door de strot van Franstalig België wil duwen. De ironie is dat hoe halsstarriger datzelfde Franstalig België zich daartegen verzet, hoe meer ze de separatistische demonen in Vlaanderen aanwakkert, hoe sterker ze De Wever maakt en hoe meer ze de Franstalige publieke opinie rijp maakt voor een splitsingsscenario.

 

Ondertussen doet geen enkele partij nog maar de moeite om met de zusterpartij aan de andere kant van de taalgrens eens te gaan praten over een gemeenschappelijk standpunt betreffende de staatshervorming. Ook de Groenen, die tot nog toe de minst sektarische attitude hadden tegenover de fetisj van de staatshervorming, staan vandaag lijnrecht tegenover elkaar. Nochtans is een terugkeer van federale partijen in de een of andere vorm een conditio sine qua non om op termijn de eenheid van het land te bewaren. Niet dat het behoud van België de eerste doelstelling moet zijn van de socialisten. De eerste bekommernis moet het bewaren (of liever opnieuw te bewerkstelligen) van de eenheid van de arbeidersbeweging zijn, ook om te vermijden dat mensen op basis van hun taal of woonplaats tegenover elkaar komen te staan. De socialisten waren tot voor kort in poleposition om massaal een politieke uitdrukking te geven aan  de drang naar eenheid die nog altijd massaal aanwezig is onder de werknemers in heel België, ook in Vlaanderen. Want solidariteit onder werknemers is geen vorm van altruïsme, maar een kwestie van puur eigenbelang. Er valt gemeenschappelijk immers heel wat te verdedigen in dit land: een federaal sociaal zekerheidsmodel, dat eens in stukken gehakt, niet langer dezelfde bescherming zal kunnen bieden.

 

Di Rupo was amper een paar weken geleden nog de tweede populairste politicus in Vlaanderen. Stel je voor wat het effect was geweest als hij samen met Gennez had uitgepakt met een gemeenschappelijk voorstel voor een “sociale staatshervorming”.  Indien de socialistische leiders samen zouden uitleggen dat achter de zogenaamde responsabilisering van gemeenschappen en gewesten een verborgen agenda van bezuinigingen op de kap van de werknemers schuilgaat (met de ambtenaren voorop), zou dat standpunt ook in Vlaanderen op heel wat steun kunnen rekenen. Waarom gebeurt dat niet, denk je? Waarom was de PS deze keer opvallend afwezig op het “congres” van de sp.a? Waarschijnlijk omdat het handiger is om aan de andere kant van de taalgrens te beschikken over een zondebok waarachter je je eigen onvermogen kunt verstoppen. Als puntje bij paaltje komt, eindigen ook de socialistische leiders altijd in ‘hun gemeenschap’ en komen ze zo tegenover elkaar te staan, tot grote ergernis van een groot deel van hun achterban. 

 

Als de politieke ontwikkelingen van de laatste drie jaar ons iets geleerd hebben, dan is het wel dat het fameuze Belgische compromis inderdaad zo dood is als een pier. En het failliet van het Belgische compromismodel vertoont parallellen met het onvermogen van de reformistische leiders van de sociaaldemocratie om de naoorlogse welvaartstaat doelmatig te verdedigen. Leterme was de eerste ‘respectabele’ politicus die het Belgisch overlegmodel opblies en koos voor de confrontatie. Dat is de essentie van zijn uitspraak over de “vijf minuten politieke moed”. Hij heeft daarmee de doos van Pandora geopend en de geest van het nationalisme van de Nieuwe Vlaamse Alliantie uit de fles gelaten.

 

bart-de-wever-260x300.jpg

 

Maar De Wever is, net als zijn historische voorgangers, geen ‘revolutionair’ nationalist. Hij is de moderne incarnatie van het kleinburgerlijke Vlaams-nationalisme dat historisch te laat op het toneel van de geschiedenis is verschenen en daarom nooit op eigen kracht Vlaanderen heeft kunnen ontwikkelen “van volk tot staat”. Omdat een onafhankelijk Vlaanderen met Brussel als hoofdstad een utopie is, heeft het Vlaams-nationalisme altijd een deus ex machina nodig gehad. Gisteren Duitsland, vandaag Europa. “Zonder de EU zou ik nooit de onafhankelijkheid van Vlaanderen bepleiten”, zegt De Wever. Maar als je gelooft dat België niet werkt omdat het bestaat uit twee aparte culturen en democratieën, hoe kan je dan in hemelsnaam ervan uitgaan dat Europa wel kan werken? “Ik geef toe dat dit een tegenstelling is,” zegt De Wever, en laat het daar verder bij. Deze zogenaamde reaalpoliticus, het prototype van de rationele Vlaming, moet telkens als de zaken concreet worden het antwoord schuldig blijven. “Dat is voor technocraten,” luidt het dan. Maar zijn technocraten vallen wel door de mand van zodra ze met de neus op de feiten worden gedrukt, getuige het inmiddels legendarische Phara-debat tussen Frank Vandenbroucke en Danny Pieters.

 

De echte technocraten zitten vooral aan de andere kant van de onderhandelingstafel. De PS is een politieke machtsmachine die beschikt over een indrukwekkend studiebureau. Op de website of in het verkiezingsprogramma van de PS zal je tevergeefs speuren naar een hoofdstukje over de staatshervorming. Maar de partij heeft bij wijze van spreken wel tot op de centiem uitgerekend wat een boedelscheiding zou kosten. Met andere woorden, niet de N-VA, maar de PS heeft een concreet scheidingsscenario in de schuif klaarliggen. Dat verklaart waarom Di Rupo zich met de snelheid van het licht heeft getransformeerd van Belgisch staatsman tot potentieel Belgisch separatist. Hij gebruikt de federatie Wallonië-Brussel weliswaar niet als een wenselijk vooruitzicht, maar dreigt er wel mee: “als jullie willen afscheiden, doe het dan, wij staan klaar”. Onckelinckx verwoordt het op haar manier: “De vrijheid heeft een prijs”. Tegelijkertijd weten ze maar al te goed dat “Vlaanderen” niet uit is op separatisme. Ze willen met die dreigementen in de eerste plaats de N-VA (die ze inderdaad niet betrouwen) isoleren, maar bereiken precies het tegenovergestelde omdat ze zo credibiliteit verlenen aan het splitsingsscenario.

 

Hoe moet het nu verder? Vergeet een compromis tussen de zeven. Zie je Bart De Wever en Elio Di Rupo nog samen in een regering zitten na alles wat gebeurd is? Nieuwe verkiezingen dan? De Wever ligt er waarschijnlijk wakker van. Hij mag er niet aan denken om morgen 40% of meer van de stemmen te halen (met dank aan zijn slippendragers van de CD&V, VLD en helaas ook de sp.a) . Wat moet hij dan doen als de Franstaligen njet blijven zeggen? De onafhankelijkheid uitroepen? Vechten voor Brussel? Gaan bedelen bij Europa om erkend te worden? Uitleggen aan de Vlamingen dat ze hun spaarcenten kwijt zijn omdat de haaien van de financiële markten het ten ziele gaande België kapot hebben gespeculeerd? Een ware nachtmerrie. Maar als zowel nieuwe verkiezingen als een coalitie van de zeven uitgesloten lijkt in de nabije toekomst, wat is dan wel nog mogelijk?

 

Zoals de kaarten nu liggen, stevenen we regelrecht af op een confrontatie tussen de gewesten en gemeenschappen, waarbij alle politieke entiteiten van dit land tegenover elkaar komen te staan, elk met hun eigen eisen. Zelfs de Duitstalige gemeenschap die tot nu toe deel uitmaakt van Wallonië, pleit vandaag voor een eigen gewest. Aangezien de traditionele politieke overlegmethodes niet meer werken, zal worden uitgekeken naar buitengewone methodes, zoals het bijeenroepen van een soort van Staten-Generaal (het kind zal wel een andere elio-di-rupo-facelift.jpgnaam krijgen, het koningshuis is heel inventief op dat gebied).

 

De universiteiten en studiebureaus allerhande hebben in de laatste jaren ook niet stilgezeten. Zo hebben de universiteiten van Namen, Leuven en Louvain-la-Neuve technocratische modellen uitgewerkt voor een herziening van de financieringswet, die niet eens zo gek van elkaar verschillen. Er bestaat alleen (nog) geen politieke wil om die voorstellen te realiseren. Elke rationele staatshervorming zal immers offers vragen in termen van politieke macht en geen enkele partij is bereid die zomaar op te offeren, behalve met het mes op de keel (bijvoorbeeld een aanval van de financiële markten op de Belgische staatsobligaties of een andere externe factor).

 

Een rationele staatshervorming zoals de concrete invulling van het fameuze artikel 35 van de Grondwet dat de federale bevoegdheden nauwkeurig omschrijft (wat doen we nog samen?) en de restbevoegdheden automatisch overlaat aan de gewesten en gemeenschappen, botst op de belangen van de huidige politieke hoofdrolspelers. De N-VA heeft er geen belang bij omdat dit de federale structuur van België versterkt. Maar ook voor de PS hoeft het niet echt, want daar luidt de redenering: ‘liever baas in het eigen appartement dan tweede viool in het gemeenschapshuis”. Plus: onduidelijkheid heeft ook zijn voordelen (al een concreet voorstel gehoord van de socialisten in dat verband?)… In elk geval, een politiek akkoord over een grondige staatshervorming is nog niet voor morgen. Ondertussen vervelt Leterme van stokebrand in stabiliserende factor. Het kan verkeren… Ondertussen wachten 25 miljard om bespaard te worden. De regering van lopende zaken werkt met twaalfden, wat op zich al een besparing inhoudt, en de ontvangsten vallen beter mee dan verwacht door het aantrekken van de economie. Tijd gewonnen, maar de verrotting woekert verder.

 

In laatste instantie blijft de staatshervorming een kwestie van centen en de plaats en de aard van de staat in de economie. Dit is een socialistisch verhaal bij uitstek, maar de waarheid is dat noch de sp.a, noch de PS, noch de socialistische internationale een echt alternatief bieden op het neoliberale verhaal. Verder dan variaties op hetzelfde thema (“natuurlijk moeten we bezuinigen”) zijn we tot nu toe niet gekomen. Het is de taak van de socialistische beweging in haar geheel, en de linkervleugel in het bijzonder, om werk te maken van een geloofwaardig alternatief dat breekt met de perverse logica van de “vrije” markt.

14:26 Gepost door Jan Lievens in politiek | Permalink | Commentaren (0) | Tags: bart de wever, staatshervorming |  Facebook |

06-09-10

Het land is doodmoe

tony_judt.jpgIn zijn testament “Het land is moe” drukt de betreurde historicus Tony Judt zijn ingetogen woede uit over de teloorgang van de sociale verworvenheden die moeizaam  werden opgebouwd in de nasleep van de Tweede Wereldoorlog. Een voor een dreigen ze te sneuvelen op het altaar van de vrije markt. De hoogpriesters van de moderne  sociaaldemocratie kijken niet alleen machteloos toe, maar hanteren daarbij vaak zelf de hakbijl.

De analyse van Judt wordt vandaag tragisch bevestigd in landen als Spanje en Griekenland waar socialistische regeringen besparingsmaatregelen doordrukken die rechtse partijen alleen maar natte dromen kunnen bezorgen. Niet omdat Zapatero of Papandreu zulke monsters zijn, maar omdat ze capituleren voor de economische logica van de vrije markt. Kwestie van machtsverhoudingen? De Grieken legden zes of zeven keer collectief het werk neer, trokken met honderdduizenden de straat op, maar het hielp geen zier. Globalisering, Europese Unie, financiële markten, wat kan je doen?

Het is met die vrolijke gedachte in het achterhoofd dat we de politieke impasse die België al meer dan drie jaar in zijn wurggreep houdt, moeten begrijpen. Net als elders in Europa zijn de politici in het kleine België niet opgewassen tegen de economische  krachten die hen regeren. Daarom gedragen ze zich als kabouters die te midden een orkaan hun huisje proberen te verbouwen om het water tegen te houden. En de tragedie is dat de socialistische leiders, in theorie toch internationalisten en antikapitalisten, de emmers aanreiken.  Om maar te zeggen, we moeten over de grenzen heen serieus beginnen te timmeren aan een internationaal socialistisch alternatief, “die zal heersen op aarde” (weet je nog wel?).

Tot daar mijn introductie, speciaal bedoeld om de zoveelste politieke impasse in België en vooral de absurditeit ervan een beetje in een perspectief te plaatsen. In de nasleep van de financiële crash van 2008 bevinden de traditionele machtscentra van het kapitalisme, Europa, de VS en Japan, zich in een diepe crisis die zich op verschillende manieren uit. De populariteit van zittende regeringen is in vrije val (de VS, Frankrijk, Duitsland, Spanje, Griekenland…), nieuwe regeringen worden moeizaam gevormd (Groot-Brittannië, Nederland, België…). Overal swingen de overheidsschulden de pan uit en staan loodzware bezuinigingen op het menu. Het lijkt oké voor de staat om honderden miljarden te pompen in een verrot financieel systeem, maar niet om de miljoenen slachtoffers ervan een menswaardig inkomen te verschaffen. Dat is de logica van het systeem dat ons leven regeert.

keynes.jpgHet monetarisme met zijn privatiseringen en dereguleringen heeft duidelijk gefaald. Maar hoe kan Keynes en zijn deficit spending (de economie kunstmatig stimuleren via overheidsuitgaven) redding brengen als de overheden nu al tot over hun oren in de schulden zitten? De crisis van de staatsfinanciën vertaalt zich in veel landen in politieke instabiliteit. In België met zijn ingewikkelde, onoverzichtelijke, spilzuchtige en gepolitiseerde staatstructuur geeft het aanleiding tot een aanslepend en schijnbaar onoplosbaar communautair conflict. Dat is nu eenmaal de aard van het beestje. 

Sinds het weekend van 4 september ziet de toestand er uitzichtlozer uit dan ooit, hoewel dat snel kan veranderen. Als de laatste maanden ons iets hebben geleerd, dan is het dat de politieke wil om tot een ‘grote staatshervorming’ te komen wel degelijk aanwezig is. Natuurlijk zal het voor sommige ‘caractériels’ van de NV-A nooit genoeg zijn en aast een deel van de N-VA op een verrottingsscenario dat moet uitmonden in het einde van België. Maar de splitsing van het land is geen doel op zich, zelfs niet voor iemand als De Wever. Dat scenario is in de eerste plaats een chantagemiddel om de arbeidersbeweging tot verregaande toegevingen te dwingen. Het is het dan ook niet verstandig van Laurette Onckelinckx en Rudy Demotte om de splitsingslogica te echoën, alsof de boedelscheiding het enige alternatief is op het onvermogen om tot een politiek akkoord te komen. De PS heeft daarmee mogelijk de N-VA nog versterkt in plaats van ze te isoleren (wat ongetwijfeld de bedoeling was) en, erger, het separatisme extra geloofwaardigheid verleent. 

Maar laten we eerst even teruggaan naar het afspringen van de preformatiegesprekken onder leiding van Di Rupo. Nationale gevoeligheden, taal- en andere discriminaties, culturele verschillen, historische onderdrukkingen en klassenverschillen werpen uiteraard allemaal hun donkere schaduwen over de gordiaanse Belgische knoop die maar niet ontward wil geraken.  Nochtans was over de splitsing van het kiesarrondissement Brussel-Halle-Vilvoorde naar verluid een akkoord dat praktisch geen toegevingen aan de Franstaligen bevatte. Toch hapte de N-VA niet toe. Dat bewijst nogmaals dat in de laatste instantie de discussie over de staatshervorming rond centen draait: “geen blanco cheque voor Brussel!”, “responsabilisering van de gewesten!”, “de herziening van de financieringswet.” En laat er geen misverstand over bestaan: het is onmogelijk om de Belgische (of eender welke) staat op een dusdanige manier te hervormen dat “iedereen” er beter van wordt. Je kan geen 25 miljard besparen en tegelijk alle overheidsentiteiten rijker maken. 

Toch ging het principeakkoord dat tot nu toe op tafel lag precies uit van deze onmogelijke stelling. Maar naarmate de onderhandelaars het pad van de algemene principes verlieten en de weg van de concrete invulling ervan insloegen, traden de tegenstellingen tussen rechts en links, of, in wetenschappelijke termen, tussen arbeid en kapitaal, steeds meer op de voorgrond. En dat in een stadium waarin ze nog met geen woord hadden gerept over de 25 miljard die nodig zijn om de staatsfinanciën te saneren. Uiteindelijk sprongen de onderhandelingen af over een ogenschijnlijk detail: de verbinding van meer geld voor Brussel met de herziening van de financieringswet.  In feite verbergt deze twistappel een fundamenteel verschillende visie op de rol van de staat in de economie. De N-VA en CD&V willen dat de overheid de tering naar de nering zet en fiks bezuinigt, terwijl de PS en sp.a van oordeel zijn dat te strenge besparingen de fragiele heropleving van de economie zouden fnuiken. Die politiek heeft echter limieten, zoals Griekenland en Spanje duidelijk hebben aangetoond. 

media_xl_3859479.jpgWelke houding moeten de socialisten dan wel aannemen? Tot nu toe hebben de PS en sp.a zich begraven in hun respectievelijke gemeenschappen, hoewel de Vlaamse socialisten samen met Groen recentelijk afstand hebben genomen van de N-VA en zijn slippendrager, de CD&V, die verantwoordelijk zijn voor het opblazen van de preformatie. Dat maakt de weg vrij voor een progressief front over de taalgrenzen heen, dat zou kunnen versterkt worden met de linkse krachten binnen de christelijke zuil. In Vlaanderen zou dat front nog altijd niet over een politieke meerderheid beschikken, maar het zou op zijn minst een basis kunnen vormen met voldoende potentieel om het rechtse overwicht te breken. Vergeet niet dat De Wever de CD&V aan het oppeuzelen is onder de lede ogen van het ACW. 

Het probleem van de christelijke vakbond is echter dat het, net als de sp.a, geen echt economisch en communautair alternatief heeft. Stiekem wordt gehoopt dat de nationalisten en de PS de communautaire kastanjes uit het vuur zullen halen om dan terug tot de orde van de dag te kunnen overgaan. Een grote vergissing. De arbeidersbeweging moet streven naar een zo groot mogelijke eenheid, over de taal- en levensbeschouwelijke grenzen heen, om haar belangen te verdedigen tegen rechts. De vraag is echter: hoe en op basis van welke eisen? Een vermogensbelasting, de strijd tegen de fiscale fraude, de vermaatschappelijking van de winsten van de energiesector zoals naar voren gebracht door Erik De Bruyn zijn een goede aanzet, maar er bestaat vandaag geen politieke meerderheid om een dergelijk programma waar te maken. Bovendien voelt iedereen aan zijn water dat er een veel ingrijpender maatschappelijke omwenteling zal nodig zijn om de problemen van de ‘gewone mensen’ (ik haat die term) op te lossen, niet alleen in België, maar in heel Europa. 

300px-Erik_de_Bruyn.jpgIn elk geval moeten de krachten voor een progressief sociaaleconomisch programma, zeker in Vlaanderen, nog worden opgebouwd. Dat hoeft echter geen jaren te duren. De snelheid waarmee de N-VA uit zijn  voegen is gegroeid, toont aan dat er in onstabiele tijden zoals vandaag zeer veel mogelijk is. Tegelijk mogen we de staatshervorming niet overlaten aan de nationalisten. We zullen het communautaire vraagstuk niet oplossen door het te negeren. Elke maatregel die de overheid efficiënter, transparanter en  democratischer maakt, moeten we uiteraard steunen, ook vanuit de oppositie. Maar elk voorstel dat ons (en daarmee bedoel ik werkende mensen in Brussel, Vlaanderen en Wallonië) armer maakt en de verdeeldheid in de hand werkt, verdient een “Grieks neen”. 

Er dringt zich binnen de socialistische beweging hoe dan ook een discussie op over de rol van de staat. Socialisten hebben de overheid te lang beschouwd als ‘hun’ instrument om de economie aan te zwengelen, jobs te creëren, postjes te verdelen en aan sociaal dienstbetoon te doen. Op die manier wordt socialisme op een hoop gegooid met verkwisting, wanbeheer, bureaucratie en corruptie, terwijl een socialistisch project juist efficiëntie, democratisering en sociale rechtvaardigheid centraal moet stellen. Het is die discussie die in de komende periode moet worden gevoerd. Want voor het behoud van de sociaaldemocratische erfenis waarvoor Tony Judt zo hartstochtelijk pleit, is meer nodig dan Keynes.  Het kan absoluut geen kwaad om ook eens bij Marx te rade te gaan. 

 

19:21 Gepost door Jan Lievens | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

22-06-10

Collectieve blindheid

De grootste financiële crisis sinds 1929. De diepste en langdurigste recessie sinds de Tweede Wereldoorlog. De eurocrisis en de PIGS (Portugal, Italië, Griekenland en Spanje). De opmars van China. De machteloosheid van Obama. De massale migraties. De mondialisering. De delokalisering naar lagelonenlanden. De ‘financiële markten’. De beurs. De speculanten. De stijgende armoede. De kloof tussen arm en rijk. De technologische revolutie. Het internet. De stress op het werk. De onzekerheid.

 

En waar zijn wij, in Vlaanderen en België, mee bezig? Met de staatshervorming. Meer Vlaanderen, minder crisis. Komaan, zeg… En hoera, ook aan de andere kant van de taalgrens is nu het besef gegroeid dat een grote staatshervorming noodzakelijk is. Terwijl een tsunami komt afgerold, probeert België zijn huisje wat op te ruimen, want wat kunnen we anders doen?

 

België staat immers machteloos tegenover de échte problemen. Het is dan ook heel gemakkelijk en ja, intellectueel oneerlijk, om de Belgische federale staat met alle zonden van Israël te beladen. De Griekse, Spaanse, Duitse… staten staan al even machteloos. Zelfs veel machtiger landen als de VS of Japan moeten de blinde en ongecontroleerde krachten van de mondialisering meer en meer ondergaan.

 

Vandaar de oprichting en uitbreiding van internationale vrijhandelszones en economische machtsblokken zoals de EU (of NAFTA in Amerika). Vandaar de euro. Het zijn pogingen van de oude nationale staten in Europa om de krachten te bundelen in een hyperconcurrentiële wereldeconomie waarin ze apart dreigen te verzuipen. Eendracht maakt macht.

 

Maar wat is de belangrijkste hinderpaal voor meer Europese eenmaking? Juist, nationalisme. Merkel die de puinhoop van de Griekse regering niet wil opruimen omdat de “Duitsers” niet willen betalen voor de “Grieken”. Op een zinkend schip is het ieder voor zich. Tot het besef groeit dat je op die manier elkaar meesleurt naar de diepte. Dan krijgt het integratieproces uiteindelijk een nieuwe duw in de rug. Maar in welke richting? Van een Europese autoritaire staat waar de burger nauwelijks vat op heeft.  

 

Meer greep van Europa op de lidstaten, zoals vandaag met de controle op de nationale begrotingen, vertaalt zich immers in nog meer machteloosheid en frustraties bij de burgers. De eigen identiteit, het ‘eigen volk’ (ook al wordt dit meer en meer vermengd en is het om te beginnen al een resultaat van vermenging) wint daarom aan belang. Het is de keerzijde van het Europese integratieproces. De illusie van “Wat we zelf doen, doen we beter”.

 

Het streven naar meer Vlaamse onafhankelijkheid is volgens mij dus een reactionaire reflex uit onmacht tegenover krachten waar we geen controle over hebben (en waar de echte discussie zou moeten over gaan). Maar… laat ik hier een balletje opwerpen om de discussie te stimuleren. Het is ook verkeerd om ons principieel te verzetten tegen meer bevoegdheden voor de gewesten. Op de keper beschouwd is er niets op tegen dat België zou verdampen binnen Europa. De vraag is: binnen welk Europa?

 

De reden waarom progressieve mensen vandaag België verdedigen, is voor redenen van solidariteit. Vroeger was de Belgische vlag alleen zichtbaar op manifestaties van oud-strijders en francofone Belgicisten. Vandaag zien we ze wapperen op vakbondsbetogingen.

 

De Belgische vlag is echter niet de onze. Maar de Europese blauwe vlag evenmin. Net zoals we in België een onderscheid moeten maken tussen de reactionaire en de democratische aspecten van de staatshervorming, moeten we in Europa het reactionaire kaf van het progressieve koren scheiden.

 

Op dat thema kom ik later terug.

 

 

 

01:45 Gepost door Jan Lievens in politiek | Permalink | Commentaren (0) | Tags: de wever, staatshervoming, links alternatief |  Facebook |