18-07-08

De staatshervorming voor dummies

Oké, ik kan het woord niet meer horen, maar laten we het vandaag nogmaals hebben over de staatshervorming of la réforme de l’état. In De Morgen van gisteren (17 juli) geeft Walter Pauli in zijn stukje ‘(Nie) wieder Opposition’ een schitterende analyse van de huidige politieke impasse. Hij schuift de verantwoordelijkheid ervan volledig in de schoenen van de CD&V, die het eigenbelang laat primeren boven het algemeen belang. Deze houding, ingegeven om de eigen achterban en de kiezer niet voor het hoofd te stoten, zou wel eens kunnen leiden tot een electoraal debacle van jewelste. Je ziet het trouwens nu al in de opiniepeilingen. Pauli vergeet alleen te vermelden dat het verlies van de CD&V vooral ten goede komt van nog radicalere nationalistische partijen zoals de LDD.

large_397227

Kom ik terug tot mijn vorige column. Waarom kan de SP.a als oppositiepartij electoraal niet profiteren van wat Pauli terecht de slechtste regering uit de Belgische naoorlogse geschiedenis noemt? Waarom bijt, meer algemeen, links meestal in het zand als het nationalisme wind in de zeilen heeft? Of waarom bakkeleit links onderling over (het belang van) de communautaire of nationale kwestie? Wat volgt is een aanzet tot verdere discussie.

Sommigen die zich de ‘echte linksen’ noemen, negeren het probleem gewoon. Ze vinden het een afleidingsmanoeuvre van de bourgeoisie die de werkende klasse een rad voor de ogen wil draaien. De goede oude verdeel- en heerspolitiek. Laat de bourgeoisie haar kunstmatig probleem maar zelf oplossen, daar maken wij onze handen niet aan vuil, luidt de redenering. Nu, je kunt aan de zijkant wel de internationale zingen, maar als geen kat naar je luistert, heb je wel een probleem.

large_367579

Anderen springen zelf op de nationalistische kar, zoals onlangs Caroline Gennez die het ongegeneerd had over het ‘hooghartig Franstalige neen op alle Vlaamse verzuchtingen’. Van gemeenschappen tegen elkaar opzetten gesproken! Als ze zo doorgaat, kan ze het voorzitterschap van de SP.a misschien beter inruilen voor een baan als redacteur bij het Nieuwsblad. Ik denk echter dat het vooral om een lapsus ging, want in een eerste reactie legde de SP.a de verantwoordelijkheid van de crisis wel degelijk bij het kartel. Maar zo diep zit dat gevoel van ‘wij, de Vlamingen’ tegenover ‘zij, de Franstaligen’ er blijkbaar in, dat het ook binnen de eigen rangen al lang is binnengeslopen.

Het probleem negeren, of meewerken aan een oplossing? That’s the question. De moeilijkheid van de staatshervorming is dat die gebaseerd is op het bestaan van aparte gewesten (waarvan de grenzen worden betwist) en gemeenschappen, met andere woorden, dat ‘de mensen’ worden verdeeld op basis van waar ze wonen en welke taal ze spreken. Een ‘neutrale’ of ‘billijke’ oplossing is op die basis onmogelijk. Bovendien maskeert die ‘tegenstelling’ een veel belangrijkere contradictie: die tussen arm en rijk. Tobback kon destijds op veel sympathie rekenen door te verklaren dat hij dichter bij een Waalse arbeider stond dan bij een Vlaamse patroon. Wie in de SP.a durft vandaag nog een dergelijke uitspraak doen?

large_267285

Een van de redenen waarom de socialisten zo machteloos staan tegenover de communautaire kwestie (of er mede verantwoordelijk voor zijn zoals de PS die destijds Happart en het RW grotendeels hebben opgeslokt door hun nationalistisch discours over te nemen) is dan ook dat ze niet langer een oplossing bieden voor de klassenkwestie. Door die opnieuw op de agenda te plaatsen (werk, koopkracht, pensioen) en met een geloofwaardige oplossing te komen, zou de partij al heel wat wind uit de zeilen van de nationalisten kunnen nemen. Want het is absurd te denken dat dergelijke problemen alleen kunnen worden aangepakt na een staatshervorming. Sociaaleconomische problemen moeten op zo groot mogelijke (dus internationale) schaal worden aangepakt, niet op een regionale.

Anderzijds mag een dergelijke benadering niet gezien worden als een ontwijken van de kwestie. De Belgische staatstructuur is verre van perfect. Ze is het resultaat van een compromis tussen gemeenschappen die fundamenteel wantrouwig staan tegenover elkaar. Franstalige politici zien in de ‘Vlaamse eisen’ een egoïstische reflex waarbij meer geld voor Vlaanderen alleen maar minder geld voor Wallonië en Brussel kan betekenen, en in die zin hebben ze niet eens ongelijk. Nochtans is het een vergissing om de eis tot ‘responsabilisering’ alleen maar te zien als een verdere ontmanteling van de Belgische staat. Die dreigt inderdaad failliet te gaan als er geen nieuwe financieringsmechanismen komen.

prev2

In de laatste instantie draait de hele staatshervorming immers rond geld. Wie denkt dat binnen om het even welke kapitalistische staat een billijke manier kan gevonden worden om geld te verdelen, is een utopist. In België is dat probleem nog complexer wegens het bestaan van verschillende gemeenschappen die zich door elkaar onderdrukt (of oneerlijk bejegend) voelen. Een eerste vraag die we moeten beantwoorden is: over welk ‘geld’ hebben we het? Er bestaat niet zoiets als ‘Vlaams geld’, ‘Brussels geld’ of ‘Waals geld’. Sinds de euro bestaat er zelfs niet zoiets als ‘Belgisch geld’. Wat met die begrippen bedoeld wordt, is eigenlijk belastingsgeld dat gegenereerd wordt binnen welbepaalde grenzen. Maar zelfs dat is relatief. Veel Vlamingen en Walen werken immers in Brussel, maar betalen belastingen in Vlaanderen of Wallonië en veel ‘Vlaamse’, ‘Brusselse’ of ‘Waalse’ bedrijven hebben vestigingen in de drie landsdelen én in het buitenland.

Die hele discussie gaat voorbij aan een centrale kwestie als het over belastingsgeld gaat: wie betaalt wat? Hoeveel betalen loontrekkers, hoeveel betalen kapitaalbezitters, hoeveel betalen bedrijven? In de afgelopen twintig jaar is er in dit land een gigantische verschuiving van het aandeel van inkomen uit arbeid naar inkomen uit kapitaal. Door de gewone spaarder mee te betrekken in het spel van de financiële markten via alternatieve ‘spaarproducten’ zoals beleggingsfondsen (zelfs pensioenfondsen investeren op de beurs, met alle gevolgen van dien), is het genereren van geld uit kapitaal, de echte oorzaak van de inflatie, sociaal veel aanvaardbaarder geworden. Belastingen op waardepapieren bedragen 15% of 25%. De vennootschapsbelasting bedraagt door de notionele interest in de feiten minder dan 25%, maar veel bedrijven betalen door creatieve boekhouding helemaal niets. Dan hebben we het nog niet eens over alle andere juridische achterpoortjes waarmee de echt rijken perfect legaal belastingen kunnen ontduiken. Op een nettoloon wordt daarentegen bijna 250% belastingen betaald, sociale bijdragen (van werkgever en werknemer) inbegrepen.

2

Het leeuwenaandeel van de staatsinkomsten wordt dus betaald door de gewone werknemers, via belastingen en sociale bijdragen, en via BTW en accijnzen op hun aankopen. De discussie rond de staatshervorming gaat volledig voorbij aan de manier waarop de staat (of het nu de Belgische, Vlaamse of Waalse is) haar inkomsten genereert. Bovendien worden die inkomsten nog altijd centraal bepaald en vergaard om vervolgens via een complex en vandaag betwist mechanisme gedeeltelijk te worden verdeeld over de gewesten en de gemeenschappen die ermee hun bevoegdheden kunnen uitoefenen.

Daarnaast kunnen de gewesten ook eigen middelen genereren, zoals successie- en schenkingsrechten. Het grappige aan dat laatste is dat telkens een gewest (meestal Vlaanderen) het voortouw neemt om die te verlagen, de andere noodgedwongen volgen om niet het slachtoffer te worden van oneerlijke concurrentie. Op die manier komen we langs de gewesten om toch in grote mate weer uit op een ‘nationale’ politiek. Je kunt je op economisch vlak trouwens ook de vraag stellen hoe de nationalisten die zich voorstander tonen van een verenigd Europa waarbinnen alles gericht is op harmonisatie (tot de sigarettenprijzen toe) in België durven pleiten voor het omgekeerde en dat zonder in de grond te zinken, maar soit.

Goed, laten we terugkeren naar de discussie over de staatshervorming, rekening houdend met de bedenkingen van hierboven. Binnen het huidige staatsbestel dreigt zoals gezegd de federale overheid failliet te gaan. De helft van haar inkomsten gaat naar de gewesten, waardoor ze op termijn haar fundamentele uitgaven (justitie, politiediensten, defensie, maar ook de intrestlast op de staatsschuld en de factuur voor de vergrijzing) niet langer zou kunnen betalen. Anderzijds ondervinden de gewestelijke overheden geen hinder van eventueel wanbeheer omdat ze niet zelf moeten instaan voor de inkomsten. Juist daarom wordt elk (potentieel) corruptieschandaal in Wallonië ongenadig opgeklopt door de Vlaamse media, terwijl het al even erge Vlaamse blunderboek met de mantel der liefde wordt bedekt (geen kwaad woord over wat we zelf slecht doen).

Affiche_A3_Philippe_Moureaux_(Mario_Scolas)-_2006_copie

Nu, op het eerste gezicht lijkt het principe van ‘responsabilisering’ niet eens zo’n kwaad idee. Zelfs de notie van federalisme en confederalisme als staatsvorm die de ‘democratie dichter bij het volk brengt’ is op zich niet te verwerpen. Want de huidige deelregeringen zijn in de feiten papieren tijgers die voor de uitoefening van hun bevoegdheden afhankelijk blijven van nationaal gegenereerde middelen. Alleen zijn de verdedigers van die rechtstreekse democratie veel minder happig als het erop aan komt de bevolking uit de Brusselse rand te laten beslissen over tot welk gewest ze willen behoren. Ook heb ik hen nooit horen klagen over de manier waarop de Vlaamse overheid kruiwagens geld uitstort over de Vlaamse steden en gemeenten, die in de afgelopen tien jaar een ware metamorfose ondergingen (Gent, Antwerpen, Mechelen, Oostende, Leuven, Lier, noem maar op…). Over responsabilisering van de gemeenten heb ik Bourgeois of Dewever nooit horen piepen.

Het probleem met de eis voor responsabilisering is dat die in de huidige context in de eerste plaats bedoeld is als besparingsmaatregel. Lees er de Vlaamse media op na: België is (financieel) failliet! Het verzet van de Franstalige politici tegen de staatshervorming is dan ook in de eerste plaats een verzet tegen een verlies van middelen. Daarbij werpen ze zich echter op als toonbeelden van tolerantie, terwijl ze ‘de Vlamingen’ afschilderen als egoïsten en separatisten, een contradictie die hen volledig lijkt te ontgaan. Vervang in sommige Franstalige media het woord Vlaming door Marokkaan, en ze krijgen het Centrum voor Gelijke Kansen en Racismebestrijding over zich heen. Hetzelfde (nu ja, vervanging van Franstaligen door Marokkanen dan) geldt natuurlijk ook voor veel Vlaamse kranten, die van de VUM (Standaard-groep) op kop.

Zowel de eis voor meer democratie als die voor een billijker verdeling van middelen (met als centrale vraag: waar komen ze vandaan en hoe worden ze besteed) zijn fundamenteel linkse eisen. De linkerzijde zou op die basis een voorstel tot ‘staatshervorming’ moeten uitwerken over de taalgrenzen heen. Moureaux heeft zich overigens al uitgesproken voor het confederalisme. Door de staatshervorming een sociale dimensie te geven, kan ze ook ontzenuwd worden en kan het vertrouwen tussen de gemeenschappen worden hersteld, zeker als ze gedragen wordt door partijen langs beide zijden van de taalgrens (SP.a, PS, Ecolo en Groen om te beginnen). Dat wil niet zeggen dat dit een panacee is voor de fundamentele sociaaleconomische problemen. Die hebben integendeel een internationalistische en uiteindelijk mondiale oplossing nodig. Daar is geen enkele staatshervorming tegen gewassen. In België zou je voor hetzelfde geld evengoed kunnen pleiten voor het afschaffen van de gewesten en gemeenschappen en een terugkeer naar een unitaire, centrale, maar dan tweetalige Belgische staat. Alleen lijkt dat binnen de huidige context niet zeer haalbaar. Je moet je waren toch ook aan de man kunnen brengen.

17:19 Gepost door Jan Lievens in politiek | Permalink | Commentaren (0) | Tags: regeringscrisis, staatshervorming, moureaux, gennez, 044 |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.