02-11-10

De staat van naderbij bekeken (deel 1)

Het lijkt precies alsof in België niets nog mogelijk is zonder een “staatshervorming”. Rond deze eis is de N-VA, ooit ten dode opgeschreven, na een ommetje via het kartel uitgegroeid tot de grootste partij van België… Het eclatante succes van de N-VA wordt vaak toegeschreven aan het politieke genie van Bart De Wever, maar er is veel meer aan de hand. Ook de defensieve houding en vaak zwakke argumentatie van zijn tegenstrevers spelen een grote rol. Maar bovenal is het succes van De Wever in Vlaanderen te herleiden tot het onvermogen van de (in casu telkens “Belgische”) “staat”, “overheid” of  ook nog, “politiek” om de problemen van “de mensen” op te lossen. 

De staat als bron van alle ellende 

In andere landen hebben populisten de wind in de zeilen omdat ze inspelen op het onvermogen van de zittende regering om problemen die verbonden zijn aan de crisis, de werkloosheid, de immigratie… daadwerkelijk aan te pakken. Hun demagogische oplossingen zijn echter altijd erger dan de kwaal. Hetzelfde geldt voor zowel het communautaire als economische programma van de N-VA. Want wat is de oplossing van De Wever om af te rekenen met complexe problemen die het gevolg zijn van de voortschrijdende globalisering van het kapitalisme? (Meer) Vlaamse onafhankelijkheid? De Wever heeft als rechts politicus echter een groot voordeel: hij kan zich verschuilen achter de ingewikkelde, ondoorzichtige, inefficiënte en zwaar gepolitiseerde structuur van de Belgische staat. Daarom klinken zijn voorstellen redelijk, geloofwaardig en ja, democratisch. Maar wie gelooft dat een onafhankelijk(er) Vlaanderen efficiënter zou kunnen optreden tegen de gevolgen van delokalisering, financiële en economische crisissen, globale migratiestromen en zelfs staatsbureaucratie, gelooft in Sinterklaas. 

De onmacht van links 

In elk geval, als we als linksen en progressieve de N-VA efficiënt willen bestrijden, hebben we meer dan nooit behoefte aan een klare kijk op de aard, de rol en de beperkingen van de staat. Niet alleen om de angel uit de communautaire wonde te halen, maar ook om een wapen te smeden tegen de gevolgen van de voortschrijdende kapitalistische globalisering. Uiteindelijk moeten we ons een veel fundamentelere vraag stellen: hoe geraken we uit het defensief? Wat is ons antwoord op de alsmaar toenemende greep van de Europese Unie en de blinde krachten van “de wereldmarkt” op ons dagelijks leven? Met andere woorden: wat is ons alternatief?globalization.png 

Het is duidelijk dat ons antwoord concreter moet zijn dan het vage begrip “socialisme” dat voor iedereen een andere betekenis heeft. Anderzijds is er een grote nood om het idee van de mogelijkheid van een alternatieve samenleving weer op de voorgrond te plaatsen. Sinds de val van de Muur, het herstel van het kapitalisme in de voormalige Sovjet-Unie en Oost-Europa, en de economische opmars van China op basis van grondige markthervormingen, lijkt het kapitalisme maar dan ooit onoverwinnelijk, en dat ondanks de grootste financiële en economische crisis sinds de Grote Depressie van de jaren 1930. Bovendien wil de ironie dat de tussenkomst van de Staat, die door rechts vandaag zo zwaar op de korrel wordt genomen, onontbeerlijk was om de crisis te lijf te gaan.  

 Socialisme versus liberalisme 

Socialisme wordt steevast vereenzelvigd met “de staat”, niet alleen in de voormalige “communistische” landen, maar ook in West-Europa. Zelfs in de Verenigde Staten krijgt Obama door (extreem)rechts de stempel “socialist”  opgedrukt omdat onder zijn presidentschap de rol van de Amerikaanse overheid is toegenomen ten gevolge van de economische crisis. Rechts vereenzelvigt de staat met bureaucratie, hoge belastingen, bemoeienissen, onvrijheid, inefficiëntie (“slecht bestuur”), noem maar op, terwijl links de staat verdedigt als behoeder van het algemeen belang, de sociale zekerheid, het onderwijs, het openbaar vervoer, enzovoort. Adam Smith (1723-1790) zou je kunnen beschouwen als de nestor van de liberale ideologie, Karl Marx (1818-1883) als die van het socialisme. Op het vlak van moderniteit wint Marx dus met meer dan een neuslengte. Maar goed, de man is al 127 jaar dood en over zijn erfenis wordt al even lang gevochten. 

Sinds zijn dood werd de wereld geteisterd door twee wereldoorlogen, waarbij de eerste uitmondde in de geboorte van de Sovjet-Unie. Rusland was het eerste land waar het kapitalisme op de klippen liep. De monsterlijke staat die echter verrees uit de as van de Grote Oorlog (maar wel de oorlogsmachine van Hitler versloeg), bezweek twintig jaar geleden uiteindelijk onder zijn eigen gewicht. 

Marx versus Keynes 

420KarlMarx-420x0.jpgSociaaldemocraten in het Westen hebben in het bestaan van de Sovjet-Unie nooit een alternatief gezien, maar hoopten in hun hart wel dat het systeem aldaar in democratische zin zou evolueren. Het idee was: stalinisme + democratie = socialisme. Tegelijk wisten de socialisten in Europa grote hervormingen af te dwingen in de vorm van de uitbouw van de welvaartsstaat. Tussen haakjes, het bestaan van een alternatief systeem in de Sovjet-Unie sinds 1917, en in Oost-Europa, China en andere ontwikkelingslanden (Vietnam, Cambodja, Cuba, Noord-Korea, Laos…) in de naoorlogse periode, was een machtige stok achter de deur tegen het kapitalisme om belangrijke toegevingen toe te staan. West-Europa heeft zijn welvaartstaat onrechtstreeks ook te danken aan de vrees voor het communisme. Daarnaast had de sociaaldemocratie, die tot dan ook steunde op de erfenis van het marxisme, zij het in de herziende versie van Bernstein, in Keynes een nieuwe ideoloog gevonden. Kapitalistische crisissen konden vermeden worden dankzij staatsinterventie. De kruik ging echter zolang te water tot ze in het midden van  de jaren 1970 barstte. De Keynesiaanse recepten werkten niet langer en de kapitalisten grepen terug naar de neoliberale recepten van het monetarisme zoals verdedigd door Milton Friedman en zijn Chicago Boys. De arbeidersbeweging werd in het defensief gedrukt en in de decennia die daarop volgden, vond een dramatische verschuiving plaats van de rijkdom van de wereld van de arbeid naar die van het kapitaal. Die orgie mondde op zijn beurt uit in de Grote Recessie die begon met de financiële crisis van 2007. Gevolg: Keynes wordt weer uit de mottenballen gehaald, maar of je een schuldencrisis kunt oplossen door nog meer schulden te maken, lijkt hoogst twijfelachtig.    

Het failliet van twee (of drie) historische modellen 

Maar goed, ik dwaal af. De thesis die ik hier wens te verdedigen, is dat zowel de modellen van de “communisten” als de “reformisten” (socialisten of sociaaldemocraten) gefaald hebben. Onder de laatste noemer reken ik niet alleen alle partijen die vandaag worden overvleugeld door de “Socialistische Internationale”, maar ook de linkse varianten die ontstaan zijn uit afsplitsingen ervan, en de partijen die na de Russische Revolutie deel uitmaakten van de “Derde Internationale” maar gaandeweg de logica en het programma van de sociaaldemocratie hebben overgenomen (de “Eurocommunisten” en soortgelijke varianten). Voor een stuk kan je daar zelfs stromingen in onderbrengen die een politieke uitdrukking vinden in burgerlijke partijen. Ik denk daarbij aan het ACW in België, of aan bepaalde “volkspartijen” in ontwikkelingslanden (zoals de PPP in Pakistan), en zelfs aan de Democraten in de VS (vanwege hun band met de vakbonden). De maïzena die al deze partijen bindt is hun geloof dat de (bestaande) staat moet worden gebruikt als wapen voor het realiseren van een betere (of socialistische) samenleving. De dosis “staat” varieert, maar het principe van de markteconomie blijft overeind. In feite zijn al die partijen voor een “gemengde economie”, alleen verschillen ze van mening over de portie “staat” in het mengsel.president-chavez.jpg

Onder “communisme” reken ik de partijen die zich krampachtig vasthouden aan het stalinistisch model. Deze hebben vooral een historisch belang want in de praktijk zijn ze nagenoeg van de kaart verdwenen. Hun economisch model is gebaseerd op dat van de geplande economie. De staat (alweer de staat) nationaliseert de hefbomen van de economie, bepaalt (in theorie democratisch) waar de belangrijkste investeringen moeten plaatsvinden en voert die uit via vijfplannen (of een langere periode voor zeer grote projecten). In feite wordt de economie van een land gerund als één groot bedrijf, conform de theorie van het "socialisme in één land" van Stalin. De beperkingen van dat model proberen de Chinezen sinds Deng te overkomen via participatie op de wereldmarkt en kapitalistische hervormingen. Maar de staat neemt nog altijd een zeer prominente plaats in de economie en het economisch proces wordt zwaar beïnvloed en begeleid via overheidsbedrijven, -participaties en -investeringen. Daarnaast zijn er ook de nieuwe modellen zoals dat van Venezuela en het Latijns-Amerikaans “socialisme van de eenentwintigste eeuw”, waar de staat niet alleen een alsmaar belangrijkere rol speelt in de economie, maar ook initiatieven ontplooit op het vlak van zelfbeherende organen. 

Een socialistisch samenleving zal mijn inziens dan ook moeten gebaseerd zijn op een “gelaagd” model met economische “openbare” actoren op zowel lokaal, nationaal en mondiaal niveau. In dat model zullen marktmechanismen en privé-eigendom nog een belangrijke rol blijven spelen voor de kleinere bedrijven, eventueel via het coöperatievenmodel, maar de economische sleutelsectoren (transport, energie, communicatienetwerken, grondstoffenontginning…) moeten in gemeenschapsbezit komen volgens de principes van de “economische democratie”, te beginnen op nationaal vlak, maar noodzakelijk uit te breiden op internationaal niveau. Deze punten worden in komende bijdragen verder ontwikkeld.     

social_network_id469214_size4401.jpgHet model van de Russische Revolutie 

Rest tenslotte nog de myriade van marxistische, leninistische, marxistisch-leninistische, trotskistische en andere revolutionaire organisaties die met de neus gericht op het verleden zorgvuldig de zuivere lijn proberen te bewaren in plaats van de lakmoestest van de geschiedenis toe te passen op hun ideale en ideële modellen. De Russische Revolutie krijgt daarbij vaak mythologische proporties aangemeten. Het model is als volgt: op een bepaald moment slaan de stoppen van de arbeiders door, er breekt revolutie uit, er worden spontaan raden opgericht en tegen dan moet de partij sterk genoeg zijn om de leiding van de revolutie te nemen, net als in Rusland. Of anders? Wel, anders loopt het fout (ook zoals in Rusland, maar daarvoor bestaan 1001 excuses). Beseffend dat de vorming van raden of sovjets eerder een zeldzaam (en tijdelijk) verschijnsel is dat zich tot nu toe enkel heeft voorgedaan onder extreme omstandigheden, is hierop een moderne variant die stelt dat in een democratie de macht ook perfect via parlementaire weg kan veroverd worden op basis van een “socialistisch programma” dat dan wel de steun moet verwerven bij de meerderheid van de bevolking. Op zich is er niets verkeerd aan die redenering, maar meestal stopt ze net daar waar ze moet beginnen. Verder dan een set van “overgangseisen” en een algemeen idee van “socialisme” dat de arbeiders wel zelf zullen arrangeren komt men niet. En, o, ja, sluit aan bij de revolutionaire partij, gebaseerd op het leninistisch model. 

Punt is dat de twee hoofdstromen, reformisme en communisme (en al hun varianten) volgens mij (en daarin sta ik verre van alleen) historisch gefaald hebben. In zekere zin staan we op ideologisch vlak in een vergelijkbare situatie als die waarin Marx zich bevond, alleen zijn we wel 150 jaar ervaringen rijker geworden. Tussen haakjes, de historische faling van het kapitalisme zou al moeten duidelijk zijn sinds 1914 met het uitbreken van de barbaarse Grote Oorlog. Ik wens hier dan ook zeker niet het “socialistische alternatief” in vraag te stellen. Maar we moeten wel dringend nadenken over wat socialisme voor ons betekent en hoe we denken dat we “het” zullen bereiken. We moeten de moed hebben om de oude waarden en gedachten in vraag te stellen en de “heilige huisjes” te herexamineren om het kaf van het koren te kunnen scheiden. Dat verreist een open en eerlijk debat in een klimaat waarin niemand hoeft te vrezen om fouten te maken zonder te worden afgeblaft. In dat debat heeft iedereen ter linkerzijde namelijk een rol te spelen. Maar dat vooronderstelt wel dat “orthodoxe” marxisten de knuppel van het revisionisme, opportunisme, carrièrisme, anarchisme (de lijst is lang) achterwege laten, dat de sociaaldemocraten ophouden de marxisten uit te kafferen voor “infiltranten” en “verdelers”, en de stalinisten hun tegenstanders niet langer in gevangenissen gooien of fusilleren (dat laatste was een grapje…) Waarschijnlijk wishful thinking, maar ik kan proberen. Dat brengt me dan tot het volgende punt: 

Met de neus vooruit 

Ergens besef ik wel dat ik, opgegroeid in de jaren zestig en zeventig, een fossiel ben uit het verleden, ook al probeer ik me wanhopig vast te klampen aan de digitale trein van de vooruitgang (1). Terwijl links in Europa nog vaak zit te navelstaren, laat ze het schaakbord over aan nieuwe spelers op de markt. Ik denk daarbij in de eerste plaats aan de “tele- en andere communisten” van het internet, de mensen van de peer-productie, de voorvechters van horizontale en open structuren, de stormrammen tegen copyrights en intellectuele eigendomsrechten (waarom daar stoppen trouwens?). Volgens mij zijn dat, naast de ecologisten, de “anders globalisten” en de voorvechters van de zogenaamde “civil society” de natuurlijke bondgenoten van de arbeidersbeweging. Ook dit punt zal ik in volgende bijdragen verder proberen te ontwikkelen.Peer_production_p2p_michel_bauwens_id32200361_size485.jpg 

Tot slot nog een kleine opmerking in dat verband. Het loont de moeite om even stil te staan bij de gevolgen van de democratisering van de communicatiemiddelen op politieke organisaties, gaande van de grootste traditionele partij tot de kleinste sekte. Vandaag kan je met een minimum aan middelen (een PC, webcam en internetverbinding) je eigen digitale krant en tv-station maken, of je eigen “kennisproductie” delen op open platforms. Ik kan via blogs en vlogs  “mijn” mening dagelijks verkondigen aan de hele wereld (niet dat daar iemand zit op te wachten, maar soit). Ik kan tijd nemen om een idee op papier te zetten en ben niet afhankelijk van een commerciële krant om het als lezersbrief te publiceren. Ik ben evenmin afhankelijk van een politieke organisatie die zo democratisch wil zijn om mijn idee kenbaar te maken via hun partijorganen, of me vijf minuten spreektijd wenst toe te staan in een politieke meeting. Natuurlijk verloopt de ontwikkeling van ideeën het best via democratische discussies en besluitvorming, liefst in echte vergaderingen met echte mensen. Maar het een sluit het andere niet uit. De digitale media kunnen misschien ook als breekijzer dienen om de verstarde partijstructuren te helpen democratiseren

 

 

10:17 Gepost door Jan Lievens | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

01-11-10

Staat en sociaal-isme

Ik werk momenteel, samen met een collega, aan een Engelstalig boek waarin de staat en het socialisme een prominente rol zullen spelen.

Veel wil ik er nog niet over kwijt, aangezien het project in zijn kinderschoenen staat. Research en discussies zullen zowel de inhoud als de structuur van het boek beïnvloeden. Voor de ontwikkeling van de ideeën is een prominente rol weggelegd voor discussiefora en blogs als deze.

De teksten in de komende maanden zijn bedoeld als bouwstenen voor het boek en moeten daarom in de eerste plaats gezien worden als discussiedocumenten die weliswaar bedelen om prijzende woorden :), maar ook schreeuwen om genadeloze kritiek.

Iedere feedback is dan ook meer dan welkom.

Jean Lievens, 1 november 2010

08:45 Gepost door Jan Lievens | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |