09-01-11

Kapitalisme en irrationeel gedrag

Sinds de val van de muur beschouwen de meeste economisten het kapitalisme en de vrije markt meer dan ooit als een vast gegeven, in overeenstemming met de ‘menselijke natuur’. Een discussie over welk systeem efficiënter is, hoeft niet meer aangezien de planeconomieën van het communisme in de praktijk gefaald hebben. Rationele planning maakt blijkbaar geen deel uit van de menselijke natuur, maar goed, daar komen we later op terug.

Speculatie en crisis

Wat crisissen betreft, erkennen economen doorgaans wel de algemene economische cyclus van op- en neergang (je kan de realiteit nu eenmaal niet ontkennen), ook al schijnen ze tijdens elke opgang toch de neiging te vertonen dat de bomen tot in het bos zullen blijven groeien. Naast de normale economische cyclus zijn er de ernstige gevallen, de zogenaamde “zwarte zwanen”, maar die zijn uiterst zeldzaam. Het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis telt er zeven: de tulpenmanie (1637), de speculantencrisis (1720), de bankroetiers (1763), de avonturiers (1822-1837), de Grote Depressie ten gevolge van de crash op Wallstreet (1929-1933), de oliecrisis (1973) en de kredietcrisis (2008-2009). (1) Met uitzondering van de oliecrisis (maar zelfs dat is betwistbaar) lijkt het erop alsof speculatie, corruptie, fraude en natuurlijke hebzucht aan de basis liggen van elke zwarte zwaan (ze zijn dus blijkbaar minder zwart dan verwacht). Voor de laatste crisis in het rijtje kregen onverantwoorde en inhalige bankiers de zwarte piet doorgeschoven. Tja, de menselijke natuur kruipt nu eenmaal waar ze niet gaan kan. Speculatie, winstbejag, hebzucht zijn echter veel meer eigen aan de natuur van het systeem dan aan de natuur van de mens. Aan de grondslag van elke crisis ligt immers overproductie of overproductiecapaciteit, niet speculatie en ‘bubbels’. Die zijn er immers altijd. Zolang de economie gebaseerd is op privé-eigendom van de productiemiddelen en de ‘vrije’ markt ,zijn oproepen aan moreel gedrag en wijsheid even effectief is kaarsjes branden in de kerk. enron-2-500px.jpg

Voorafgaand aan de financiële crisis van 2008-2009 braken een reeks andere schandalen uit in de bedrijfswereld, zoals die rond ENRON in 2001. Ter herinnering: Enron was een Amerikaans energiebedrijf dat in de jaren 90 in toenemende mate begon handel te drijven via allerhande speculatieve contracten, en daarbij ook niet schuwde om de boeken te vervalsen. Het bedrijf ging in 2001 over kop en 21.000 mensen stonden op straat. Het jaar daarop werd een strafrechtelijk onderzoek geopend waaruit bleek dat managers miljoenen dollars in hun zakken hadden gestopt. Boekhouders van het gerenommeerde bedrijf Arthur Andersen hadden bewijsmateriaal vernietigd. Enron richtte honderden dochterondernemingen op om belastingen te ontduiken en de boekhouding op te smukken. Jeffrey Skilling, de ex-CEO van Enron, werd uiteindelijk veroordeeld tot 24 jaar gevangenisstraf. Het Enron schandaal was overigens geen alleenstaand geval. Ook andere ‘respectabele’ bedrijven waaronder Worldcom, QWest Communications, Tyco International, Livedoor en Ahold waren in hetzelfde bedje ziek.

Het experiment 

Hoewel ik niet zal beweren dat gedragseconomen en psychologen de oorzaak van dergelijke crisissen probeert te verklaren aan de hand van theorieën rond menselijk gedrag, dragen hun bevindingen wel bij tot een beter begrip van de processen die aan het werk zijn in een kapitalistische economie. Naar aanleiding van het faillissement van Enron in 2001 begon Dan Ariely, professor psychologie en gedragseconomie aan het MIT (Massachusetts Institute of Technology), een onderzoek naar bedrog. Hij vroeg zich af wat er aan de hand was met al die schandalen: hadden we te maken met enkele rotte appels, of waren er veel meer mensen in staat tot dergelijk gedrag? Hij deed daarom het volgende experiment. Hij gaf een groep mensen een blad papier met twintig eenvoudige vraagstukken die iedereen kon oplossen. Ze kregen echter onvoldoende tijd: in vijf minuten moesten ze zoveel mogelijk vragen oplossen en voor elk correct antwoord kregen ze één dollar. Na de test hadden de deelnemers gemiddeld vier vragen opgelost, dus spendeerde hij gemiddeld vier dollar per deelnemer. De volgende groep daagde hij uit om bedrog te plegen. Na vijf minuten zei hij: verscheur je antwoordformulier, stop de snippers in je zak en zeg me hoeveel vraagstukken je opgelost hebt. Nu was de gemiddelde score zeven! En het was niet zo dat een paar slechte appels het gemiddelde omhoog hadden getrokken, nee, de meeste mensen pleegden een klein beetje bedrog.

Waarom pleegt iemand bedrog? Wat is het achterliggende mechanisme? Volgens de gangbare economische theorie komt bedrog neer op een eenvoudige kosten-batenanalyse. Als je bedrog pleegt, weeg je de kans om betrapt en gestraft te worden af tegenover je verwachte winst: loont het de moeite om een misdaad te plegen of niet? Dan Ariely probeerde deze stelling te bewijzen door zijn experiment als volgt aan te passen. Bij sommige mensen veranderde hij het bedrag dat ze konden “stelen”: 10 cent per juist antwoord, dan 50 cent, een dollar, vijf dollar, tien dollar... Op basis van de kosten-batenanalyse zou je verwachten dat hoe hoger het bedrag, hoe groter het bedrog. Maar dat was niet het geval. Veel mensen pleegden nog altijd een klein beetje bedrog, onafhankelijk van het bedrag dat ze konden verdonkermanen. Wat met de kans om betrapt te worden? Sommigen werd gevraagd het blad in twee te scheuren waardoor er nog een zeker bewijs overbleef, anderen mochten het volledig versnipperen en het geld zelf uit een schaal nemen in de kamer ernaast. Alweer in tegenstelling tot de verwachting, namen veel mensen een beetje meer geld weg dan waar ze recht op hadden, onafhankelijk van de kans om betrapt te worden. Economische prikkels schenen dus geen invloed te hebben op de mate van het bedrog.

Het onderzoeksteam van Ariely stond voor een raadsel: waarom stemde het gedrag dat ze hadden onderzocht niet overeen met de gangbare theorie dat mensen economisch rationeel handelen? Let wel, we hebben het hier over een van de hoekstenen van het klassieke economische denken. Misschien waren er twee krachten werkzaam, dachten ze. Enerzijds willen we allemaal recht in de spiegel kunnen kijken en ons goed voelen over onszelf, en daarom willen we eerlijk zijn. Anderzijds kunnen we wel een klein beetje bedrog plegen in ons voordeel zonder ons zelfrespect te verliezen. Dus, een beetje profiteren kan geen kwaad, zolang het maar binnen de perken blijft en het positieve beeld over onszelf niet aantast. Ariely noemt dit de persoonlijke ‘knoeifactor’.

Op zoek naar de persoonlijke knoeifactor

casino_29.jpgDe volgende vraag is dan: hoe kan je zo’n persoonlijke knoeifactor onderzoeken? De onderzoekers onderzochten eerst hoe ze de knoeifactor konden verminderen. Alvorens de deelnemers de kans te geven om bedrog te plegen, vroegen ze de hen te denken aan de Tien Geboden. Wat bleek? Iedereen speelde het spel eerlijk, zelfs de atheïsten. Een soortgelijke test werd gedaan bij studenten die bovenaan hun blad moesten vermelden dat ze “begrepen dat de test ressorteerde onder de Erecode van het MIT”. Daarna konden ze het formulier verscheuren, maar iedereen hield zich aan de regels. Interessant was ook dat het IMT niet eens over een Erecode beschikt! Vervolgens probeerde Ariely na te gaan hoe ze de knoeifactor konden verhogen. In een eerste experiment legde hij kratjes met zes colablikjes in de gemeenschappelijke koelkasten van de studenten. De blikjes waren zo verdwenen. Wanneer hij in dezelfde ijskasten een schaal met zes biljetten van een dollar legde, bleven ze onaangeroerd. Je voelt intuïtief aan wat hier aan de hand was. Als je een balpen met een waarde van 50 cent meeneemt van het werk, voelt dit anders aan dan wanneer je 50 cent uit de kas zou nemen. In het licht van deze bevinding werd het experiment in lichtjes aangepaste versie herhaald. In plaats van geld, werden de proefpersonen uitbetaald in penningen, die ze een paar meter verder konden omruilen in dollarbiljetten. Wat bleek? Het bedrog verdubbelde! Dit is ook de reden waarom mensen in casino’s zo gemakkelijk omspringen met geld: ze spelen met penningen, niet met ‘echt’ geld. En hier treedt een interessante parallel op met de beurs. “Kon dit mechanisme verklaren wat er aan de hand was op de beurs, of bij Enron”, vroeg Ariely zich af? Maar bij het corrupte energiebedrijf speelde ook een sociale factor mee, want we hadden niet te maken met individueel maar met collectief gedrag. 

Daarom deed Ariely de proef opnieuw met groepen studenten van Carnegie Mellon in Pittsburgh, maar deze keer kregen ze een enveloppe met geld. Ze werden als het ware op voorhand betaald en achteraf dienden ze het onverdiende geld terug te geven. Opnieuw gebeurde hetzelfde: van zodra de studenten de gelegenheid kregen om bedrog te plegen, deden ze het, maar een klein beetje. Vervolgens schakelde Ariely een acteur in die student speelde. Na dertig seconden stond die op en zei: “Ik heb alles opgelost, wat moet ik nu doen?” “Als je gedaan hebt, neem je geld en ga naar huis,” zei Ariely, die zodoende wou onderzoeken wat de invloed zou zijn van dit overduidelijke bedrog op de rest van de groep. Het resultaat was verrassend: het gedrag van de anderen was afhankelijk van de T-shirt die de acteur droeg. Naast Carnegie Mellon heeft Pittsburgh nog een andere universiteit, de University of Pittsburgh. Als de acteur een T-shirt droeg van Carnegie Mellon, nam het bedrog in de rest van de groep toe; droeg hij een T-shirt van de rivaliserend universiteit, dan speelde iedereen het spel eerlijk. Deze proef was dus bijzonderlijk leerrijk op het vlak van gedragsnormen. Indien iemand binnen onze groep bedrog pleegt, voelen we het minder ongepast om ook bedrog te plegen. Maar als iemand van buiten de groep hetzelfde doet, stijgt de eerlijkheidsgraad binnen de groep! 

Hoe kunnen we de conclusies uit dit onderzoek gebruiken om te begrijpen wat er gaande is op de beurzen en financiële markten? We hebben te maken met een omgeving waarin mensen zeer veel geld verdienen in een artificiële wereld, ver verwijderd van de realiteit. Ze hanteren geen geld, maar “penningen” die alsmaar verder verwijderd zijn van “echt geld”: aandelen, aandelenopties, derivaten, op hypotheek gebaseerde beleggingen… De test laat zien dat bedrog toeneemt naarmate de afstand tot “echt geld” groter wordt. En wat gebeurt er als er binnen de groep wordt opgemerkt dat iemand een loopje neemt met de regels? Het is niet voor niets dat we spreken van casinokapitalisme. Alleen wordt iemand die in een casino op fraude wordt betrapt veel harder aangepakt dan waneer dat op de beurs gebeurt. 

Dan Ariely concludeert dat we onze instincten of intuïties niet kunnen vertrouwen en suggereert dat we daarmee rekening moeten houden als we nadenken over nieuwe modellen voor de beurs, economie, politiek, belastingen, onderwijs, enzovoort. Het onderzoek toont voor mij vooral aan dat de “menselijke natuur” een zeer relatief begrip is dat in zeer hoge mate wordt beïnvloed door sociale en economische omstandigheden, en dat kapitalisme en competitiegeest schadelijk zijn voor de moraliteit. 

(1) bron

(2) foto: cartoonnews.com

(3) foto: srilankaequity.com

de presentatie van Dan Ariely op TED:

 

15:30 Gepost door Jan Lievens | Permalink | Commentaren (2) |  Facebook |

Commentaren

Het menselijk gedrag is vooral irrationeel: het wordt beïnvloed van buitenaf. En dat slaat niet alleen op economische, maatschappelijke of andere omgevingsfactoren. We mogen onze erfelijke aanleg niet vergeten. Maar, 't Is ook duidelijk dat...... we kort van geheugen zijn: als er niet voortdurend op het nut van bepaalde zaken gewezen wordt, en als we niet voortdurend het goede voorbeeld zien, dan slaan we vlug een andere weg in. De nieuwe omgevingsfactoren prikkelen. En voorbeelden lokken: idolen zijn voorbeelden, politici verspreiden meningen, bedrijfsleiders hebben invloed, de pers verspreidt wat ze (commercieel) interessant vindt, etc... En het omvattende kapitalistisch systeem houdt dat allemaal lekker bij elkaar.
Interessant type, die Dan Ariely.

Gepost door: Dirk Lagast | 09-01-11

Een gewone middenstander is niet kapitalistisch. Integendeel, die zorgt ervoor dat de héle Belgische economie nog draait ! ( door te betalen ! ) en er dan zélf nog moet voor zorgen dat hij elke maand rondkomt !
Laat de sossen maar uitdelen....
Greets
P

Gepost door: Pascal Goessens | 09-01-11

De commentaren zijn gesloten.