30-01-11

VAN HET KONIJN EN DE BOA CONSTRICTOR

Schitterend artikel van Tom Lanoye in De Standaard; ik ben het o zo roerend met hem eens.

201003151410-1_tom-lanoye-maakt-kans-op-gouden-uil.jpg

VAN HET KONIJN EN DE BOA CONSTRICTOR: Deze crisis is een crisis van de Vlaamse christendemocratie

 

06:14 Gepost door Jan Lievens | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

23-01-11

Het einde van de politieke partijen?

Zo-even werd ik wakker met keelpijn en de vraag of ik al dan niet zou betogen vandaag. De verkoudheid is een goed excuus om niet te gaan, gezondheid voor alles, maar de journalist in mij is nieuwsgierig, de burger in mij moegetergd, ook al heb ik er moeite mee om op te stappen in een protestmars die apolitiek heet te zijn. De eisen zijn zo dun dat je er meteen doorzakt: “voor een regering” (zo snel mogelijk) en “voor een open en eerlijke dialoog”. Het is een eis waar de zeven partijen die al evenveel maanden rondjesdraaien zich ongetwijfeld volledig kunnen achterscharen. Daarbij komt dat vage eisen ook open doelen zijn: elke partij zal de betoging -die ongetwijfeld massaal zal zijn- achteraf (Milquet zelfs vooraf) interpreteren naar eigen goeddunken. We gaan dus terug naar af.

grote-ballon-3-white-42847.jpg
De organisatoren benadrukken dat de protestmars niet gericht is tegen de N-VA of De Wever. Toch kan je er niet omheen dat zowat alle politieke jongerenorganisaties oproepen om mee op te stappen, behalve die van de Vlaams-nationalisten. De Wever is er tot nu toe met zeer veel succes in geslaagd de zwarte piet te ontwijken, maar nu komt die zijn richting toch uitgewaaid dankzij zijn jongerenorganisatie die oproept om niet mee op te stappen maar “geduld uit te oefenen”, een schuldbekentenis die er mag wezen. Tja, laat dit nu net de belangrijkste drijfveer zijn van de betogers: hun geduld is op!

Niemand weet op dit ogenblik, vijf (inmiddels vier) uur voor de mars van start gaat, hoeveel volk er zal zijn. Volgens Facebook komen bijna 24.000 mensen ‘zeker’ opdagen, 25.0000 ‘misschien’. Bijna 140.000 hebben hun virtuele tenten opgeslagen aan de Wetstraat 16, tot groot ongenoegen van Leterme die naar eigen zeggen als waarnemend premier niets te maken heeft met de aanslepende onderhandelingen. Tja, als je met vuur speelt in een hooischuur, ben je misschien niet verantwoordelijk voor het hooi, maar wel voor de brand als je de lucifer laat vallen.

Maar goed, terug naar de betoging. Ik verwacht zeer veel volk. Waarschijnlijk  genoeg om alarmbellen te doen rinkelen, maar niet genoeg om een oplossing te forceren. Daarvoor zal meer nodig zijn: een financiële raid op België of een nog massalere betoging die haar naïviteit is verloren.

Maar goed, ik begon niet op het klavier te tokkelen om de vele stukjes die ik over het thema staatshervorming al bijeen heb ‘gepend’ dunnetjes over te doen, maar omdat ik wakker werd met de volgende gedachte: hoe zijn politieke partijen eigenlijk ontstaan en, aangezien niets eeuwig is, onder welke omstandigheden kunnen ze verdwijnen? Want, zie je, de mensen komen op straat omdat ‘de politiek’ er niet uitgeraakt. Maar kan ‘de politiek’ het wel oplossen?  

Je kunt er niet omheen dat de marge van westerse regeringen, ondanks zeer uiteenlopende politieke samenstellingen, bijzonder klein is. Natuurlijk is de belangrijkste reden dat ze zich allemaal neerleggen bij de logica van de mysterieuze ‘markt’. Vandaar ook dat alles herleid wordt tot ‘goed bestuur’. Rechts of links, maakt niks uit. De teleurstelling in Obama, de bezuinigingen in Griekenland, het gedoogkabinet van Rutte… alle regeringen botsen op de limieten van wat ‘de nationale staat’ kan doen om economische, sociale en ecologische problemen daadwerkelijk op te lossen. Die zijn nu eenmaal internationaal. De onmacht van ‘de politiek’ is ook de onmacht van de ‘nationale staat’. Daarom zal zelfs de beste staatshervorming, laat staan separatisme, per definitie niets oplossen. Een ‘zakenkabinet evenmin. Wat dan wel? Een revolutie? Met Ben Ali op de vlucht lijkt alles mogelijk. Maar zelfs dan, welke politiek moet een revolutionair kabinet voeren? Die van Chavez? Lula? Hu? Of is het wachten op een deus ex machina? 

stock-market-cartoon.pngVandaar deze totaal onafgewerkte redenering die ik hier te grabbel gooi. Ontstaat er binnen de internationale gemeenschap niet een –in de eerste plaats- digitale alternatieve tegenmacht die in zich de kiemen draagt van een totaal nieuwe vorm van economische (zelf)organisatie en democratie? Ik heb het niet alleen over de macht van Wikileaks, digitale nieuwskanalen met burgerjournalisten, peer-to-peer productie, enzovoort. Je kunt er niet omheen dat het oog van linkse revolutionaire organisaties en partijtjes vooral gericht zijn op het verleden. Daarom komen ze ook nooit van de grond, tenzij ze hun revolutionair programma omruilen voor een links reformistisch en de populistische toer opgaan. Stakingen, betogingen en revoluties blijven natuurlijk doorgaan. Ik trek hier de ‘klassenstrijd’ niet in twijfel, noch de tegenstelling tussen rechts en links. De vraag is echter: waarheen leidt de strijd? Het is te simplistisch om het mislukken (en wat heet mislukken?) van elke revolutie toe te schrijven aan opportunistische leiders en/of het ontbreken van een op leninistische geschoeide voorhoedepartij.

Er zijn pertinentere vragen te stellen. Hoe kan je op basis van een bestaande ‘nationale staat’ internationale problemen oplossen? Hoe kan je de haaien van de financiële markten pootje lichten zonder zelf kopje onder te gaan? Want laten we wel wezen, in plaats van te fulmineren tegen De Wever omdat hij zijn neus ophaalt voor een draak van een compromis en zo de interest op Belgische staatsobligaties omhoog stuwt, zou het beter zijn die anonieme financiële markten op de korrel te nemen.

Een andere vraag is: hoe kan je internationale bedrijven die alle hefbomen van de economie controleren, “nationaliseren” of, als je dat woord te verbrand vindt, “socialiseren” zonder je in een Cubaans isolement te wurmen?

Ik weet het, ik ben zeer ver afgedwaald van de betoging deze namiddag, en ik zoek vergeefs naar een mooie afsluiter. Maar ik wou deze gedachten toch even delen in cyberspace. Er samen over nadenken is beter dan alleen. 


 

10:42 Gepost door Jan Lievens | Permalink | Commentaren (1) | Tags: belgië, staatshervorming |  Facebook |

22-01-11

Laat alle vooroordelen varen

Na vier maand intensief lezen (en zes maand minder intensief vooraf), besef ik meer en meer dat het nodig is om –in de mate van het mogelijke- me te bevrijden van alle vooroordelen en dogma’s die ik tot nu toe in mijn leven heb opgestapeld. De Amerikaanse journalist Edward R. Murrow (1908-1965) schreef ooit dat veel mensen denken dat ze nadenken terwijl ze enkel bezig zijn hun vooroordelen te herschikken. Welnu, ik denk dat het uitgangspunt, namelijk de zoektocht naar de actualiteit van het socialisme, verkeerd is. Ik blijf van oordeel dat de kritiek van socialistische denkers op het kapitalisme van onschatbare waarde is en dat we moeten streven naar een hogere en betere maatschappijvorm. Ik denk ook niet dat die er vanzelf gaat komen en dat een sociale en politieke strijd tegen de krachten die belang hebben bij het status quo (of terug willen naar vroeger) onvermijdelijk is. Maar dat is niet hetzelfde als zoeken naar actuele argumenten om een vooropgesteld idee (dogma) te bevestigen, noch als streven naar een Utopia.

Jetsons-tv-03.jpgIk heb nooit echt geloof gehecht aan de bijna religieuze visie van het romantisch marxisme op de klasseloze samenleving, die ook voorkomt in Lenins Staat en Revolutie. Marx bekritiseerde dit idee van zijn utopische socialistische voorgangers, niet vanwege de inhoud ervan, maar omdat het een wetenschappelijke grondslag mankeerde. Hij was echter wel van oordeel dat de menselijke geest zeer ‘kneedbaar’ was en dat op basis van nieuwe sociale verhoudingen, vrij van uitbuiting en onderdrukking en teweeggebracht door de revolutie, een ‘nieuwe mens’ zou ontstaan. De staat zou afsterven.

Sinds Marx is er echter heel wat sociologisch, antropologisch en psychologisch onderzoek verricht dat dit idee van de 'nieuwe mens' misschien niet meteen verwerpt, maar toch zeer relativeert (in dat verband denk ik dat er vooral een onderscheid moet worden gemaakt tussen menselijk gedrag en menselijke natuur). De erfenis van het stalinisme is overigens een gruwelijke illustratie van de manier waarop dit idee kan worden misbruikt. Niet alleen omdat in de naam van de belofte van het paradijs op aarde de meest vreselijke misdaden zijn begaan, te vergelijken met de inquisitie van de Katholieke Kerk, maar vooral omdat het streven ernaar ongeloofwaardig, onnodig en ja, gevaarlijk is. Ook het klassieke marxistische denken over de staat en het gecentraliseerde alomvattende plan hoort eerder thuis op de schappen van fantasie & science fiction, naast  '1984', 'Metropolis' en 'The Wizard of Oz'.   

Daarom acht ik de theoretische modellen van de toekomstige maatschappij zoals gepercipieerd door het historische marxisme voorbijgestreefd. Dat betekent ook dat een klakkeloos teruggrijpen naar de historische tradities van de arbeidersbeweging aan een kritisch onderzoek moet worden onderworpen. Ook het infantiele idee om alles in de schoenen van “de leiding” te schuiven is naar mijn mening demagogisch en dus verwerpelijk, omdat dit hetzelfde is als zeggen dat de overgrote meerderheid van de mensen domoren zijn omdat ze jouw alternatief niet volgen. Je moet mensen niet alleen kunnen overtuigen van je kritiek op het kapitalisme en de beperkingen van het ‘reformisme’, maar ook een valabel alternatief kunnen bieden dat verder gaat dan ‘het ware socialisme’. Er is met andere woorden nood aan een concreet programma om praktische problemen op te lossen.

nun-121310L.jpgDat programma zal niet tot stand komen uit de koker van een of ander genie (dus zeker niet uit de mijne). Het zal het resultaat zijn van een collectieve inspanning van alle progressieve en sociale bewegingen: de arbeidersbeweging, de ecologische beweging, de anders globalisten, de peer-to-peer- en open source beweging, enzovoort.

Er bestaan duizenden boeken en websites en miljoenen artikels die het kapitalisme op meedogenloze wijze bekritiseren. Er is verbluffend veel materiaal over alternatieven. Maar er is ook veel inteelt en beschermingsdrang van de kerk van het eigen grote gelijk. Welnu, voor degenen die het willen weten, ik heb mijn kap al lang geleden over de haag gegooid, en ben niet van plan een nieuwe op te zetten.

 

14:15 Gepost door Jan Lievens | Permalink | Commentaren (0) | Tags: boek socialisme, marxisme |  Facebook |

21-01-11

Op zoek naar een alternatief

Nee, ik heb het voor een keertje niet over de regeringsonderhandelingen, maar over “het boek” dat ik probeer te schrijven. Op het eerste gezicht hebben beide niets met elkaar te maken, maar het tegendeel is waar. De regeringsonderhandelingen zitten al zeven maanden muurvast vanwege tegengestelde visies op de Belgische staat. Een staat die, volgens de N-VA, op termijn zal verdampen in Europa (dat zich echter ook in een existentiële crisis bevindt). België zal plaatsruimen voor een ‘onafhankelijke’ Vlaamse, Waalse (en Brusselse) staat binnen Europa.  De vraag is echter, als dit ooit gebeurt (en ik ben er nog altijd van overtuigd dat dit niet op de onmiddellijke agenda staat), welke staat en welk Europa?

_default_ZINN.jpgEn laat het boek nu precies daarover gaan. Over de staat. Over de staat en socialisme. Over socialisme en vrijheid. Over vrijheid en democratie. Over democratie en geluk. Over geluk en materialisme. Over materialisme en ecologie. Over ecologie en delocalisatie. Over delocalisatie en economische groei. Over economische groei en marxisme. Over marxisme en peer-to-peer.

Het is duidelijk dat dit redelijk veel hooi op één vork is. Soms is het chaos. Laat slapen en vroeg opstaan. Neuzen in tien boeken tegelijk. Discussies opstarten. Schema’s overhoop gooien, bemoediging dankbaar in ontvangst nemen, cynisme negeren, doelstellingen aanpassen, enthousiasme behouden en faalangst wegdrukken. 

De politieke crisis in België trekt echter mijn aandacht weg van het boek. De ergernis, maar ook de onmacht.

Ik heb deze blog al vaak gebruikt om mijn afkeer te uiten van  het bekrompen nationalisme van de N-VA. Ik ben niet neutraal. Ik ben voor sociale en economische emancipatie en juist daarom verwerp ik de ideologie van het nationalisme en het liberalisme (wat niet wil zeggen dat ik geen respect kan opbrengen voor sommige nationalisten of liberalen). Ik ben sociaaldemocraat of democratisch socialist (met anarchistische trekjes als verzekeringspolis tegen bureaucratie en paternalisme). Om het met de woorden van Howard Zinn te zeggen: “Je kunt niet neutraal zijn op een bewegende trein.” Ik zie momenteel echter geen enkele stroming binnen (en buiten !) de sociaaldemocratie die een overtuigende oplossing biedt voor de malaise op politiek, sociaaleconomisch en ecologisch vlak.

Wat ik wel overal aantref, zijn bouwstenen. Ik zie denkgroepen, discussiefora, academici, politici… die in eer en geweten op zoek zijn naar een uitweg uit de crisis. Daar waar ik vroeger geneigd was andere stromingen binnen het linkse kamp te bekritiseren vanuit het eigen marxistische gelijk, probeer ik vandaag te leren van iedereen. Voor sommigen (of velen) is dit naïef, ik hou het bij constructief.   

 

17:52 Gepost door Jan Lievens in Algemeen, politiek | Permalink | Commentaren (0) | Tags: boek socialisme, howard zinn |  Facebook |

11-01-11

België Irak achterna?

België dreigt niet alleen het Irakees record regeringsonderhandelingen te verbreken (daarvoor is het nog wachten tot 14 februari), uit een studie door marktonderzoeker Credit Market Analysis (CMA) blijkt dat België ook de snelste stijger is in de ranglijst van landen die dreigen bankroet te gaan. Vandaag prijkt België op de 16de plaats, komende van de 53ste eind september 2010. Om een idee te geven wat dit betekent: Irak staat op nummer 10.ga-bart-de-wever-achterna-en-druk-je-uit-in-het-latijn_5_460x0.jpg

De reden voor de duizelingwekkende snelheid waarmee België zijn kredietwaardigheid verliest, moeten we uiteraard niet ver gaan zoeken. Het is niet alleen het uitblijven van een akkoord over een nieuwe regering die zenuwachtigheid veroorzaakt bij de beleggers, maar het feit dat er geen enkel geloofwaardig politiek project meer bestaat voor het behoud van België. De Wever mag dan nog zo zijn best doen om de financiële markten te sussen, erg geloofwaardig is het niet uit de mond van een politicus die het land op termijn ziet verdampen. “Als dat gebeurt, wat gebeurt er dan met mijn geld. Zal het ook verdampen?” vragen de beleggers zich logischerwijze af. Om Belgische obligaties ter waarde van 10 miljoen euro te verzekeren, betaal je vandaag 220.000 tot 250.000 euro per jaar, tegenover 129.000 euro eind september. Denk niet dat deze “grote beleggers” superrijke individuen zijn. Die hebben wel lucratievere beleggingsmogelijkheden. Belgische staatsobligaties worden vooral aangehouden door institutionele beleggers zoals banken, pensioenfondsen, enz. die ze onder andere herverpakken in spaarproducten voor de kleine belegger die op zoek gaat naar een iets hogere rente dan dat op zijn spaarboekje, maar toch op veilig wil spelen. Als de banken meer moeten betalen om die producten te verzekeren, zal het rendement erop voor de gewone belegger dalen. Je denkt toch niet dat de bank het verlies zal nemen? 

De gewone man is bijgevolg twee keer financieel slachtoffer van de aanslepende politieke impasse: niet alleen als kleine spaarder, maar ook als belastingsbetaler. De Belgische staat moet immers steeds hogere interesten betalen op nieuwe staatsleningen, waardoor het tekort op de begroting stijgt. Maar het uitblijven van een nieuwe regering heeft ook een menselijke kost die voor mij nog veel belangrijker is, omdat het de relaties tussen de inwoners van dit land verzuurt, niet alleen tussen Vlamingen en Franstaligen, maar ook tussen Vlamingen (en Franstaligen) onderling. Je taal en de plaats waar je woont maken nu eenmaal deel uit van je identiteit, en daarmee sollen roept natuurlijk emotionele reacties op. Ik geraak zelf vlug over mijn toeren wanneer er gesneerd wordt naar ‘de Franstaligen’, ‘de migranten’, ‘de islam’, maar ook naar ‘de vrouwen’, ‘de mannen’ of de homo’s’ omdat het toch zo fundamenteel onrechtvaardig (en ronduit dom) is om mensen te herleiden tot één aspect van hun identiteit. Als je daar dan tegen uitvliegt, lijkt het alsof jij degene bent die onverdraagzaam bent. Wel ja, onverdraagzaam tegenover onverdraagzaamheid, noem het een dialectische contradictie. Soms zied ik van woede.shame.png

Gelukkig zijn er ook zeer sterke solidaire onderstromen in onze samenleving die zich verzetten tegen het communautair opbod en die de opgeklopte tegenstellingen tussen Vlamingen, Walen en Brusselaars meer dan beu zijn. Zo vindt op 23 januari om 13 uur aan de Brusselse beurs een pro-Belgische betoging plaats die oproept voor “een regering” en “een open en eerlijke dialoog tussen alle Franstalige en Vlaamse partijvoorzitters. Dit is waarschijnlijk de meest apolitieke en vage eisenbundel die ik ooit gehoord heb, maar goed, het achterliggende idee is natuurlijk oké.


Hoewel ik al eerder heb aangegeven op deze blog dat ik vind dat je Vlaams-nationalisme niet moet bestrijden met Belgisch (of Waals, of Brussels) nationalisme, kan je moeilijk naast het feit heenkijken dat het traditionele Belgisch nationalisme van ‘la Belgique à papa’ een aardige transformatie heeft ondergaan in de afgelopen jaren. Ik heb vroeger nooit Belgische vlaggen gezien op vakbondbetogingen (het idee!), maar vandaag is dit geen zeldzaamheid meer. De Belgisch vlag is overigens nooit het exclusief domein geweest van de Franstalige bourgeoisie, ook oud-strijders die hun kameraden verloren hebben ‘ten dienste van het vaderland’ zoeken er tot vandaag de dag troost in (hoewel hun gelederen aardig aan het uitdunnen zijn). Wat nieuw is voor iemand van mijn generatie (en politieke overtuiging), is dat de Belgische vlag thans ook langzamerhand het symbool wordt van solidariteit. Eendracht maakt macht.


Betekent dit dat we nu zomaar achter de Belgische vlag moeten aanhuppelen? Als socialist heb ik het daar toch moeilijk mee. Geef mij maar de rode vlag. Of de regenboogvlag. Of een witte vlag met paarse pimpels. Nu ja, de rode vlag symboliseert ook al lang niet meer de onbaatzuchtige vrijheidsstrijd aangezien ze doordrenkt is van het bloed van miljoenen die niet voor, waar wel door de “goede zaak” gedood zijn. Het zijn symbolen en je legt erin wat je erin wil leggen. Maar goed, ik dwaal af. Terug naar België, het land van de chocolade, de friet, het stripverhaal, het Atomium… In afwachting van het verdwijnen van nationale staten eens de wereld tot meer maturiteit is gekomen, zullen we het voorlopig moeten stellen met wat we hebben. En om terug te komen tot de financiële markten en de stijgende rente op Belgische staatsobligaties, staan we voor een zeer concreet probleem. De Koning heeft Yves Leterme nu opdracht gegeven om de begroting voor 2011 op te stellen (ik wist niet dat hij daartoe bevoegd was, maar soit). Leterme laat weten dat hij een slordige 2 miljard wil besparen (De Morgen 11/1/11), dat is nog altijd 80 miljard oude Belgische frank (in het VRT journaal hoorde ik zelfs 4 miljard, het equivalent een klein Globaal Plan waar destijds (1993) zoveel “ambras” rond was). Maar geloof me, een begroting zal de kalmte op de financiële markten niet herstellen. De kat is uit de zak. Zonder een nieuw en geloofwaardig ‘Belgisch project’ zullen Belgische staatspapieren verdacht blijven. En dat brengt ons tot de volgende vraag: moeten socialisten daaraan meedoen?logo.jpg

Ik ben geneigd om ja te antwoorden, maar dan in de zin zoals hoger uitgelegd: in de naam van de solidariteit. Maar dan stelt zich de vraag: solidariteit met wie? Met ‘de Franstaligen’? Ik wil niet solidair zijn met Reynders of Maingain. En solidair waarom? Om de financiële markten te paaien? Ik wil niet toegeven aan de aasgieren van de financiële markten. Hoe zullen ‘de markten’ reageren, denk je, mochten de socialisten de economische hefbomen nationaliseren? De rente zou als een raket omhoog schieten! Ik vind dus dat je als socialist zeer zorgvuldig moet omspringen met het argument van ‘de financiële markten’ (ook al heb ik me er zelf ongetwijfeld ook al aan bezondigd). Het lijkt mij dan ook niet verstandig om, zoals de campagne “camping16” voorstelt, slogans te lanceren op de lijnen van ‘Geen regering, geld terug!’ (deze campagne werd opgezet door de creative director van het reclamebureau Duval Guilaume). Een dergelijke slogan is populistisch en voedt de anti-politiek. Het scheert alle politici en partijen over één kam, ook degenen die hun best doen om tot een akkoord te komen. Wil je ook Groen, Ecolo, de PS en sp.a hun geld ontnemen omdat er nog geen akkoord is?

De solidariteit waar ik voor sta, is die tussen de ‘gewone’ Walen, Brusselaars en Vlamingen, allochtonen en autochtonen, mannen en vrouwen, die niet alleen zo snel mogelijk ‘een regering’ willen, maar een sociale regering die duurzame communautaire vrede brengt. Binnen het huidige kader betekent dit dat het Belgische niveau een nieuwe politieke legitimiteit moet krijgen. En sorry, dat is zo goed als onmogelijk met de N-VA rond tafel.

16:14 Gepost door Jan Lievens | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

09-01-11

Kapitalisme en irrationeel gedrag

Sinds de val van de muur beschouwen de meeste economisten het kapitalisme en de vrije markt meer dan ooit als een vast gegeven, in overeenstemming met de ‘menselijke natuur’. Een discussie over welk systeem efficiënter is, hoeft niet meer aangezien de planeconomieën van het communisme in de praktijk gefaald hebben. Rationele planning maakt blijkbaar geen deel uit van de menselijke natuur, maar goed, daar komen we later op terug.

Speculatie en crisis

Wat crisissen betreft, erkennen economen doorgaans wel de algemene economische cyclus van op- en neergang (je kan de realiteit nu eenmaal niet ontkennen), ook al schijnen ze tijdens elke opgang toch de neiging te vertonen dat de bomen tot in het bos zullen blijven groeien. Naast de normale economische cyclus zijn er de ernstige gevallen, de zogenaamde “zwarte zwanen”, maar die zijn uiterst zeldzaam. Het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis telt er zeven: de tulpenmanie (1637), de speculantencrisis (1720), de bankroetiers (1763), de avonturiers (1822-1837), de Grote Depressie ten gevolge van de crash op Wallstreet (1929-1933), de oliecrisis (1973) en de kredietcrisis (2008-2009). (1) Met uitzondering van de oliecrisis (maar zelfs dat is betwistbaar) lijkt het erop alsof speculatie, corruptie, fraude en natuurlijke hebzucht aan de basis liggen van elke zwarte zwaan (ze zijn dus blijkbaar minder zwart dan verwacht). Voor de laatste crisis in het rijtje kregen onverantwoorde en inhalige bankiers de zwarte piet doorgeschoven. Tja, de menselijke natuur kruipt nu eenmaal waar ze niet gaan kan. Speculatie, winstbejag, hebzucht zijn echter veel meer eigen aan de natuur van het systeem dan aan de natuur van de mens. Aan de grondslag van elke crisis ligt immers overproductie of overproductiecapaciteit, niet speculatie en ‘bubbels’. Die zijn er immers altijd. Zolang de economie gebaseerd is op privé-eigendom van de productiemiddelen en de ‘vrije’ markt ,zijn oproepen aan moreel gedrag en wijsheid even effectief is kaarsjes branden in de kerk. enron-2-500px.jpg

Voorafgaand aan de financiële crisis van 2008-2009 braken een reeks andere schandalen uit in de bedrijfswereld, zoals die rond ENRON in 2001. Ter herinnering: Enron was een Amerikaans energiebedrijf dat in de jaren 90 in toenemende mate begon handel te drijven via allerhande speculatieve contracten, en daarbij ook niet schuwde om de boeken te vervalsen. Het bedrijf ging in 2001 over kop en 21.000 mensen stonden op straat. Het jaar daarop werd een strafrechtelijk onderzoek geopend waaruit bleek dat managers miljoenen dollars in hun zakken hadden gestopt. Boekhouders van het gerenommeerde bedrijf Arthur Andersen hadden bewijsmateriaal vernietigd. Enron richtte honderden dochterondernemingen op om belastingen te ontduiken en de boekhouding op te smukken. Jeffrey Skilling, de ex-CEO van Enron, werd uiteindelijk veroordeeld tot 24 jaar gevangenisstraf. Het Enron schandaal was overigens geen alleenstaand geval. Ook andere ‘respectabele’ bedrijven waaronder Worldcom, QWest Communications, Tyco International, Livedoor en Ahold waren in hetzelfde bedje ziek.

Het experiment 

Hoewel ik niet zal beweren dat gedragseconomen en psychologen de oorzaak van dergelijke crisissen probeert te verklaren aan de hand van theorieën rond menselijk gedrag, dragen hun bevindingen wel bij tot een beter begrip van de processen die aan het werk zijn in een kapitalistische economie. Naar aanleiding van het faillissement van Enron in 2001 begon Dan Ariely, professor psychologie en gedragseconomie aan het MIT (Massachusetts Institute of Technology), een onderzoek naar bedrog. Hij vroeg zich af wat er aan de hand was met al die schandalen: hadden we te maken met enkele rotte appels, of waren er veel meer mensen in staat tot dergelijk gedrag? Hij deed daarom het volgende experiment. Hij gaf een groep mensen een blad papier met twintig eenvoudige vraagstukken die iedereen kon oplossen. Ze kregen echter onvoldoende tijd: in vijf minuten moesten ze zoveel mogelijk vragen oplossen en voor elk correct antwoord kregen ze één dollar. Na de test hadden de deelnemers gemiddeld vier vragen opgelost, dus spendeerde hij gemiddeld vier dollar per deelnemer. De volgende groep daagde hij uit om bedrog te plegen. Na vijf minuten zei hij: verscheur je antwoordformulier, stop de snippers in je zak en zeg me hoeveel vraagstukken je opgelost hebt. Nu was de gemiddelde score zeven! En het was niet zo dat een paar slechte appels het gemiddelde omhoog hadden getrokken, nee, de meeste mensen pleegden een klein beetje bedrog.

Waarom pleegt iemand bedrog? Wat is het achterliggende mechanisme? Volgens de gangbare economische theorie komt bedrog neer op een eenvoudige kosten-batenanalyse. Als je bedrog pleegt, weeg je de kans om betrapt en gestraft te worden af tegenover je verwachte winst: loont het de moeite om een misdaad te plegen of niet? Dan Ariely probeerde deze stelling te bewijzen door zijn experiment als volgt aan te passen. Bij sommige mensen veranderde hij het bedrag dat ze konden “stelen”: 10 cent per juist antwoord, dan 50 cent, een dollar, vijf dollar, tien dollar... Op basis van de kosten-batenanalyse zou je verwachten dat hoe hoger het bedrag, hoe groter het bedrog. Maar dat was niet het geval. Veel mensen pleegden nog altijd een klein beetje bedrog, onafhankelijk van het bedrag dat ze konden verdonkermanen. Wat met de kans om betrapt te worden? Sommigen werd gevraagd het blad in twee te scheuren waardoor er nog een zeker bewijs overbleef, anderen mochten het volledig versnipperen en het geld zelf uit een schaal nemen in de kamer ernaast. Alweer in tegenstelling tot de verwachting, namen veel mensen een beetje meer geld weg dan waar ze recht op hadden, onafhankelijk van de kans om betrapt te worden. Economische prikkels schenen dus geen invloed te hebben op de mate van het bedrog.

Het onderzoeksteam van Ariely stond voor een raadsel: waarom stemde het gedrag dat ze hadden onderzocht niet overeen met de gangbare theorie dat mensen economisch rationeel handelen? Let wel, we hebben het hier over een van de hoekstenen van het klassieke economische denken. Misschien waren er twee krachten werkzaam, dachten ze. Enerzijds willen we allemaal recht in de spiegel kunnen kijken en ons goed voelen over onszelf, en daarom willen we eerlijk zijn. Anderzijds kunnen we wel een klein beetje bedrog plegen in ons voordeel zonder ons zelfrespect te verliezen. Dus, een beetje profiteren kan geen kwaad, zolang het maar binnen de perken blijft en het positieve beeld over onszelf niet aantast. Ariely noemt dit de persoonlijke ‘knoeifactor’.

Op zoek naar de persoonlijke knoeifactor

casino_29.jpgDe volgende vraag is dan: hoe kan je zo’n persoonlijke knoeifactor onderzoeken? De onderzoekers onderzochten eerst hoe ze de knoeifactor konden verminderen. Alvorens de deelnemers de kans te geven om bedrog te plegen, vroegen ze de hen te denken aan de Tien Geboden. Wat bleek? Iedereen speelde het spel eerlijk, zelfs de atheïsten. Een soortgelijke test werd gedaan bij studenten die bovenaan hun blad moesten vermelden dat ze “begrepen dat de test ressorteerde onder de Erecode van het MIT”. Daarna konden ze het formulier verscheuren, maar iedereen hield zich aan de regels. Interessant was ook dat het IMT niet eens over een Erecode beschikt! Vervolgens probeerde Ariely na te gaan hoe ze de knoeifactor konden verhogen. In een eerste experiment legde hij kratjes met zes colablikjes in de gemeenschappelijke koelkasten van de studenten. De blikjes waren zo verdwenen. Wanneer hij in dezelfde ijskasten een schaal met zes biljetten van een dollar legde, bleven ze onaangeroerd. Je voelt intuïtief aan wat hier aan de hand was. Als je een balpen met een waarde van 50 cent meeneemt van het werk, voelt dit anders aan dan wanneer je 50 cent uit de kas zou nemen. In het licht van deze bevinding werd het experiment in lichtjes aangepaste versie herhaald. In plaats van geld, werden de proefpersonen uitbetaald in penningen, die ze een paar meter verder konden omruilen in dollarbiljetten. Wat bleek? Het bedrog verdubbelde! Dit is ook de reden waarom mensen in casino’s zo gemakkelijk omspringen met geld: ze spelen met penningen, niet met ‘echt’ geld. En hier treedt een interessante parallel op met de beurs. “Kon dit mechanisme verklaren wat er aan de hand was op de beurs, of bij Enron”, vroeg Ariely zich af? Maar bij het corrupte energiebedrijf speelde ook een sociale factor mee, want we hadden niet te maken met individueel maar met collectief gedrag. 

Daarom deed Ariely de proef opnieuw met groepen studenten van Carnegie Mellon in Pittsburgh, maar deze keer kregen ze een enveloppe met geld. Ze werden als het ware op voorhand betaald en achteraf dienden ze het onverdiende geld terug te geven. Opnieuw gebeurde hetzelfde: van zodra de studenten de gelegenheid kregen om bedrog te plegen, deden ze het, maar een klein beetje. Vervolgens schakelde Ariely een acteur in die student speelde. Na dertig seconden stond die op en zei: “Ik heb alles opgelost, wat moet ik nu doen?” “Als je gedaan hebt, neem je geld en ga naar huis,” zei Ariely, die zodoende wou onderzoeken wat de invloed zou zijn van dit overduidelijke bedrog op de rest van de groep. Het resultaat was verrassend: het gedrag van de anderen was afhankelijk van de T-shirt die de acteur droeg. Naast Carnegie Mellon heeft Pittsburgh nog een andere universiteit, de University of Pittsburgh. Als de acteur een T-shirt droeg van Carnegie Mellon, nam het bedrog in de rest van de groep toe; droeg hij een T-shirt van de rivaliserend universiteit, dan speelde iedereen het spel eerlijk. Deze proef was dus bijzonderlijk leerrijk op het vlak van gedragsnormen. Indien iemand binnen onze groep bedrog pleegt, voelen we het minder ongepast om ook bedrog te plegen. Maar als iemand van buiten de groep hetzelfde doet, stijgt de eerlijkheidsgraad binnen de groep! 

Hoe kunnen we de conclusies uit dit onderzoek gebruiken om te begrijpen wat er gaande is op de beurzen en financiële markten? We hebben te maken met een omgeving waarin mensen zeer veel geld verdienen in een artificiële wereld, ver verwijderd van de realiteit. Ze hanteren geen geld, maar “penningen” die alsmaar verder verwijderd zijn van “echt geld”: aandelen, aandelenopties, derivaten, op hypotheek gebaseerde beleggingen… De test laat zien dat bedrog toeneemt naarmate de afstand tot “echt geld” groter wordt. En wat gebeurt er als er binnen de groep wordt opgemerkt dat iemand een loopje neemt met de regels? Het is niet voor niets dat we spreken van casinokapitalisme. Alleen wordt iemand die in een casino op fraude wordt betrapt veel harder aangepakt dan waneer dat op de beurs gebeurt. 

Dan Ariely concludeert dat we onze instincten of intuïties niet kunnen vertrouwen en suggereert dat we daarmee rekening moeten houden als we nadenken over nieuwe modellen voor de beurs, economie, politiek, belastingen, onderwijs, enzovoort. Het onderzoek toont voor mij vooral aan dat de “menselijke natuur” een zeer relatief begrip is dat in zeer hoge mate wordt beïnvloed door sociale en economische omstandigheden, en dat kapitalisme en competitiegeest schadelijk zijn voor de moraliteit. 

(1) bron

(2) foto: cartoonnews.com

(3) foto: srilankaequity.com

de presentatie van Dan Ariely op TED:

 

15:30 Gepost door Jan Lievens | Permalink | Commentaren (2) |  Facebook |

07-01-11

Jef Couck over de N-VA, nationalisme en populisme

Volg deze link

23:59 Gepost door Jan Lievens | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

06-01-11

ras le bol

Met hun njet tegen de nota Vande Lanotte is de kloof tussen het rechtse blok CD&V en N-VA en het linkse blok sp.a en Groen! nooit groter geweest. Ik spreek bewust van een “rechts blok” en niet van een “Vlaams blok” zoals het ex-kartel in de media wordt beschreven, omdat, zoals eerder uitgelegd, achter de door hen gewenste  staatshervorming een neoliberaal programma van ongenadige bezuinigingen schuilgaat waarvoor, althans dat denken ze, in Vlaanderen een ruime politieke meerderheid bestaat maar op federaal niveau niet. Want vergis je niet, zowel de goedkope clichés over de ijverige Vlaming versus de luie Waal, of de Vlaamse ondernemingsgeest versus de Waalse hangmatcultuur, als het meer respectabel klinkend discours over “de twee democratieën in dit land” of “de noodzaak om het economisch beleid meer af te stemmen op de noden van de regio” dienen in Vlaanderen maar voor een ding: nationalisme gebruiken en aanwakkeren om de geesten rijp te maken voor zeer ernstige ingrepen op sociaaleconomisch vlak. 

vieropeenrij.jpg

Achter de communautaire patstelling schuilt vooral een sociale patstelling. Kijk rond je en zie wat er gebeurt in Groot-Brittannië, Frankrijk, Nederland, Duitsland, of iets verder, in Spanje, Portugal, Griekenland… Denk je echt dat België zal ontsnappen aan de besparingstrein die vandaag door Europa raast ten gevolge van de financiële crisis? De financiële markten wetten de messen niet omdat er nog altijd geen regering is in België, maar omdat ze willen dat er zo snel mogelijk draconische bezuinigingen komen om de staatsschuld naar beneden te krijgen. En ja, daar heb je wel een regering voor nodig. 

Vandaag, 6 januari 2011,  stelt Yves Desmet in De Morgen vast dat CD&V en N-VA het Belgisch overlegmodel hebben begraven en afstevenen op een confrontatie. Vandaag? Heeft Yves zijn eigen krant niet gelezen in de laatste drie jaar? Het Belgisch overlegmodel is al veel eerder gesneuveld. Het begin van het eind ervan werd ingeluid door het eenzijdig ter stemming leggen van de splitsing B-H-V in de Kamer. En de confrontatiepolitiek is alleen maar toegenomen sinds het doorbreken van de paarse meerderheid door het kartel CD&V-N-VA onder leiding van Yves Leterme (en vandaag in de feiten door Bart De Wever). Maar dit wil niet zeggen dat deze heren niet bereid zijn tot een compromis, alleen moet het er een zijn onder hun voorwaarden. En dit is een contradictio in terminis. 

Toen Bart De Wever zijn voorstel op tafel legde, verklaarde hij dat de N-VA nooit met minder zou genoegen nemen. Wat had hij dan verwacht van Vande Lanotte? Dat hij meer uit de brand zou sleuren voor de N-VA? Dat de N-VA zijn voorwaarden stelt, daar is op zich niets verkeerds mee. Maar nog bijna drie maanden verder blijven onderhandelen terwijl je eigenlijk op voorhand weet dat de teerling al geworpen is, is de verrotting bewust laten aanslepen. Het was wachten op een goed excuus om de stekker eruit te trekken. Het Overlegcentrum van Vlaamse Verenigingen, in meerderheid gedomineerd door rechtse Vlaams-Nationalisten die in de N-VA en het VB hun belangrijkste spreekbuizen hebben, hadden het uitgelekte voorstel van Vande Lanotte al eerder afgeschoten. Wie zijn die mensen? Wat vertegenwoordigen ze? Het OVV verenigt een zestigtal Vlaamse verenigingen, waaronder het IJzerbedevaartcomité, de IJzerwake, het Comité Vlaanderen Onafhankelijk, het Taalactiecomité, het VNJ, de Vrienden van Zuid-Afrika, de NS, de Vlaamse Volksbeweging…. Sommige organisaties hebben niet eens een website. Ze werpen zich op als culturele spreekbuis voor Vlaanderen, maar in augustus 2010, ondanks de jarenlange communautaire impasse, slaagden ze er niet eens in om samen 3000 deelnemers te mobiliseren voor de IJzerbedevaart. Ze zijn niet representatief voor Vlaanderen, maar hebben wel een zeer grote invloed op de N-VA. Dus het njet van de N-VA was een gegeven.

De CD&V stond dus voor de keuze: ofwel de N-VA isoleren met het risico als slechte Vlamingen te worden afgeschilderd en de electorale basis nog verder te verzwakken, of als eerste het voorstel Vande Lanotte te kelderen, zij het op een schijnheilige manier, eigen aan die partij: “we willen wel onderhandelen, op voorwaarde dat er fundamentele en essentiële punten worden bijgestuurd.” Er ging zeker en vast een zucht van verlichting op bij de N-VA: de CD&V had als eerste de nek uitgestoken en het de N-VA aldus bijzonder gemakkelijk gemaakt om ook neen te zeggen. Het “Vlaams kartel” was hersteld. De vraag is nu wat de reactie zal zijn intern bij de CD&V. Is de dochter van Stephan De Clercq een vrolijke zwaluw of een zwaan? De CD&V is al een flink stuk van de rechterflank kwijt aan de N-VA, wat zal de linkerflank nu doen? Rif Torfs was deze morgen op Radio 1 er als de kippen bij om de uitspraken van zijn voorzitter te relativeren. “Wij blazen de onderhandelingen niet op, maar proberen net bouwstenen aan te reiken om tot goede onderhandelingen te komen.” Hoe je zoiets durft zeggen na 207 dagen (of eigenlijk bijna vier jaar) praten is zowel surrealistisch als beledigend. 

Hoe moet het nu verder? Onder de bevolking is een ongeziene ‘ras le bol’ gegroeid. Er is een klimaat gecreëerd waarin men bereid is veel te slikken. Het geloof in het voortbestaan van België kalft meer en meer af. Nochtans staat separatisme niet op de agenda. De verrottingsstrategie is erop gericht om de Franstaligen op de knieën te dwingen en de door Vlaanderen gewenste staatshervorming te slikken. Alleen leidt deze confrontatiepolitiek tot polarisatie, radicalisering, onverdraagzaamheid en uiteindelijk extremisme. Men speelt met vuur. Liever geen staatshervorming dan een slechte zal nu het motto worden van CD&V en N-VA. Er zal meer tijd voor nodig zijn en ondertussen moet dan maar, noodgedwongen, een noodregering worden gevormd om de bezuinigingstrein op de rails te zetten. Benieuwd wat het “linkse front” die willens nillens uit de afgelopen uitputtingsslag is gegroeid dan zal doen. 

 

Bron afbeelding: www.deredactie.be

 

04-01-11

Wat kunnen we leren van gedragseconomen en psychologen?

Een onhebbelijke trek van het marxistisch denken voor mensen die er niet mee vertrouwd zijn, is dat het vaak vertrekt vanuit een misschien terecht, maar daarom niet altijd even sympathiek overkomend (en dus overtuigend) superioriteitsgevoelen. Marxisme is meesterlijk in het bekritiseren van het kapitalisme, maar speelt met zeer slechte kaarten wat het alternatief betreft. De misdaden gepleegd in zijn naam moeten immers niet onderdoen voor die van fascistische dictaturen of politiestaten. Liberalen en conservatieven zullen uiteraard nooit het verband leggen tussen Hitler en kapitalisme, of tussen Pinochet en de vrije markt, maar spreken de woorden communisme en bloederige dictatuur meestal wel in één adem uit. Stalin, Mao, Pol Pot en andere bloeddorstige dictators pleegden hun misdaden nu eenmaal in de naam van Marx, Engels en Lenin, of we het nu leuk vinden of niet. Slachtoffers waren trouwens niet zelden trotskisten, anarchisten en sociaaldemocraten.  Laten we dan ook nooit vergeten dat de grootste criticasters van het stalinisme zich in het linkse kamp bevinden.

Karl Marx (1818-1883) geniet sinds de financiële meltdown van 2007 en de daaropvolgende Grote Recessie een verdiende revival. Onlangs publiceerde EPO een schitterende nieuwe uitgave in het Nederlands van het Communistisch Manifest van Karl Marx en Friedrich Engels (1820-1895). Op de goudachtige cover prijkt een lief spookje. Deze klassieker van het marxisme verscheen ruim dertig jaar voor Het Kapitaal, het Opus Magnum van Marx. Dat laatste werk, eveneens recent heruitgegeven in het Nederlands (in een helaas triestere presentatie van Boom), is een kritiek op de ideeën van de oervaders van het liberalisme, Adam Smith (1723-1790) en David Ricardo (1772-1823). Tegelijk zijn veel van de economische ideeën van Marx ook gebaseerd op het denkwerk van zijn liberale voorgangers. Zo is de arbeidswaardeleer van Marx vrijwel volledig overgenomen van Ricardo.

Het economisch denken is in de afgelopen 150 jaar natuurlijk niet blijven stilstaan, ook al blijven neoliberalen (ten onrechte) verwijzen naar de onzichtbare hand van Adam Smith om hun ongebreidelde geloof in de vrije markt kracht bij te zetten. Het is echter opvallend dat moderne marxistische denkers zoals David Harvey, Andrew Kliman, Boris Kagarlitsky of Slavoj Žižek zelden of nooit verwijzen naar hedendaagse economen zoals Amartya Sen (1933) die in 1998 de Nobelprijs Economie wegkaapte voor zijn welvaartstheorie, of Daniel Kahneman (1944), een gedragspsycholoog die dezelfde eer in 2002 te beurt viel. Het lijkt wel alsof er maar twee economische scholen bestaan: die van het monetarisme (Friedman) en die van de deficit spending (Keynes). Nochtans zijn de ideeën van de gedragseconomie (Kahneman) of de notie van het Bruto Nationaal Geluk (Sen) zeker het bespreken waard. Niet zozeer om ze door de mangel van de marxistische kritiek te halen, maar juist omdat ze belangrijke elementen bevatten die de ideeën van het socialisme kunnen verrijken, ook al valt het te betwijfelen of dit in de bedoeling lag van de betrokkenen. 

Zo is er in de afgelopen jaren heel wat onderzoek geweest naar ‘geluk’, ‘welzijn’ en ‘motivatie’. Deze begrippen zijn belangrijk in de bedrijfswereld want ze zijn bepalend voor de productiviteit en loyaliteit van werknemers, zeker in tijden van ‘job hopping’. Wetenschappers die op dat terrein onderzoek verrichten, betreuren vaak dat de bedrijfswereld of ‘de economie’ doorgaans geen of weinig aandacht schenken aan hun bevindingen. In plaats van het systeem als dusdanig in vraag te stellen, pleiten ze niet alleen voor meer aandacht voor psychologisch inzicht, maar ook voor een terugkeer van ‘moraliteit’ of ‘wijsheid’ in de bedrijfswereld. Deze gedachte was ook te horen in de inauguratietoespraak van president Obama, die een lans brak voor meer deugdzaamheid: “We moeten ons niet alleen afvragen of het winstgevend is, maar ook of het juist is”. Niet het kapitalisme is verantwoordelijk voor de crisis, maar de economische actoren die zich hebben bezondigd aan ‘uitwasemingen’, ‘kortetermijndenken’ of erger nog, aan ‘crimineel gedrag’. Af en toe gebeurt het dat een ‘fat cat’ een proces aan zijn broek krijgt of zelfs een periode moet brommen (Lernaut en Hauspie), maar vaker is de zaak verjaard vooraleer het tot een uitspraak komt (KB Lux). In de VS worden daders zelfs beloond voor hun graaicultuur (Goldman & Sachs). In ‘minder beschaafde’ kapitalistische landen zoals Rusland zijn de straffen straffer (Chodorkovski). Tijdens het communistische bewind in de voormalige USSR (zuiveringen onder Stalin) en China (de Culturele Revolutie) kwamen bureaucraten zelfs massaal op het schavot terecht als voorbeeld om ‘de anderen aan te moedigen’. Niet in het systeem was fout, maar sommige individuen (in het geval van Rusland en China zeer, zeer veel individuen). 

Komen we terug tot relatief recent onderzoek op het gebied van motivatietheorie en gedragseconomie. In een presentatie voor TED (www.ted.com) die dateert van juli 2009, houdt Dan Pink, voormalig speechschrijver van Al Gore en auteur van een aantal business bestsellers (o.a. Drive: The Surprising Truth About What Motivates Us), een pleidooi om anders na te denken over het managen van bedrijven. Hij begint zijn uiteenzetting met het zogenaamde “kaarsprobleem” dat voor het eerst naar voor werd gebracht in 1945 door de psycholoog Karl Duncker en dat aan de basis lag van een hele reeks proeven in de gedragseconomie. Het experiment gaat als volgt. De proefpersonen krijgen een brandende kaars voorgeschoteld, een lucifers en een doosje duimspijkers (zie figuur 1) en worden gevraagd de kaars aan de muur te bevestigen, maar het kaarsvet mag niet op de tafel druppen. 

small.jpg

Wat zijn de resultaten? Heel wat proefpersonen proberen tevergeefs de kaars met duimspijkers aan de muur te pinnen. Een aantal goochemerds proberen met een lucifer het was aan de zijkant te doen smelten om de kaars op die manier aan de muur te ‘plakken’. Ook dat werkt niet. Uiteindelijk, na een minuut of tien, vinden de meeste deelnemers wel de oplossing. Ze pinnen het doosje tegen de muur en zetten de kaars erin (figuur 2).

Om het probleem op te lossen, is een dosis creativiteit nodig. Je moet als het ware ‘buiten het doosje kunnen denken’. In de psychologie spreekt men in dit verband van ‘functionele fixatie’: je bent niet in staat om flexibel om te gaan met de vastgelegde omstandigheden, je bijt je vast in het toepassen van je eigen visie, ook al bereik je daarmee niet het gewenste resultaat.

CandleProblemSolution.pngSam Glucksberg, professor psychologie aan de Princeton University, New Jersey, deed hetzelfde experiment met de kaars, maar ging een stapje verder. Hij bestudeerde het effect van beloningen op de snelheid waarmee de proefpersonen het probleem konden oplossen. Daarbij ging hij als volgt te werk. Hij verdeelde de deelnemers over twee groepen. Aan de eerste groep zei hij: “Ik doe een normonderzoek en zal de tijd meten om na te gaan hoelang het gemiddeld duurt om dit probleem op te lossen.” Aan de andere groep zei hij: “Los dit probleem zo snel mogelijk op. Als je bij de eerste 25 procent bent, dan krijg je vijf dollar. Degene die de beste tijd neerzet, ontvangt 20 dollar!” Wat bleek? De tweede groep had gemiddeld 3,5 minuten langer nodig om het probleem op te lossen dan de tweede. Deze bevinding staat haaks op de gangbare gedachtegang in de bedrijfswereld. Als je wilt dat mensen beter presteren, moet je hen belonen met bonussen, commissies of andere stimuli. Het experiment met de kaars toont echter aan dat materiële prikkels die verondersteld worden de creativiteit te stimuleren, averechts werken. De beloning remt het denkproces af en blokkeert de vindingrijkheid.

Als proefpersonen echter als opdracht kregen om de kaars aan de muur te bevestigen zoals aangeduid op het schema (figuur 2), was het resultaat volledig omgekeerd. Nu won de tweede groep met vlag en wimpel! De tweede proef liet duidelijk zien dat materiële stimuli wel degelijk werken indien mensen een aantal eenvoudige regels moeten volgen en het doel duidelijk is. Het ligt juist in de aard van beloningen dat ze de focus vernauwen en de concentratie verhogen. Daarom zijn ze zo efficiënt voor het uitvoeren van ‘eenvoudige’ taken die een sterke concentratie vergen en waarbij het doel zeer duidelijk voor ogen staat. Je focust op het doel en probeert het zo snel mogelijk te bereiken. Maar om het echte probleem van de kaars op te lossen, heb je geen duidelijk doel voor ogen en mag je niet gefocust kijken. De oplossing ligt niet voor je neus, maar ergens in de periferie. Je moet rondkijken, maar de beloning vernauwt het bewustzijn en beperkt de mogelijkheid om de oplossing van probleem te zien.

Uit onderzoek naar de dynamiek tussen extrinsieke (uiterlijke) en intrinsieke (innerlijke) drijfveren, blijkt er een enorme wanverhouding te bestaan tussen de economische praktijk en de wetenschappelijke kennis, of, zoals Dan Pink het uitdrukt, tussen wat de zakenwereld doet en wat de wetenschap weet. De overheersende filosofie van het personeelsbeleid blijft tot vandaag de dag hoofdzakelijk gebaseerd op extrinsieke drijfveren. Het is de methode van de stok en de wortel. Dergelijke drijfveren waren geschikt voor veel taken in de economie van de vorige eeuw, maar blijken steeds minder effectief en zelfs contraproductief voor de complexere “kenniseconomie” van de eenentwintigste eeuw waar creativiteit een veel centralere rol speelt.

Een extreem voorbeeld is het Stachanovisme in de voormalige Sovjet-Unie. De ideale arbeider was hardwerkend en zwijgzaam. In ruil werd hij beloond met medailles, betere voeding en huisvestiging. De Stachanovist diende als voorbeeld voor de andere arbeiders die werden aangezet tot steeds betere prestaties, waardoor de arbeidsnormen steeds hoger kwamen te liggen. Natuurlijk, de mensen waar Dan Pink het over heeft, zijn niet de traditionele industriearbeiders zoals uitgebeeld in Chaplins ‘Modern Times’, maar veeleer hedendaagse technici, specialisten, kaders en managers, hoewel de factor creativiteit ook steeds belangrijker wordt bij ‘gewone’ arbeiders en bedienden. In de kernlanden van West-Europa, Noord-Amerika, Australië, maar ook in steeds meer delen van Azië, neemt het belang van creatieve en cognitieve vaardigheden onder bedienden en arbeiders toe, waarbij de grens tussen beide beroepscategorieën vervaagt. Tegelijk verhuist traditioneel bediendewerk dat gebaseerd is op routine, zoals bepaalde aspecten van boekhouding, financiële analyse, computerprogrammering… naar goedkope loonlanden in de periferie.

Laten we een ander experiment onder de loep nemen van Dan Ariely, gedragseconoom verbonden aan het MIT (Massachusetts Institute of Technology). Dan Ariely peilde bij een groep studenten aan de hand van een aantal spelletjes naar hun creativiteit, motorische vaardigheden en concentratievermogen. Hierbij voorzag hij telkens drie beloningen: een kleine, een matige en een grote. Zolang de spelletjes enkel mechanische vaardigheden vergden, bevestigde het resultaat zijn verwachting: hoe groter de prijs, hoe beter de prestatie. Maar van zodra er zelfs nog maar een rudimentaire cognitieve vaardigheid aan te pas kwam, gaf een grotere beloning aanleiding tot een slechtere prestatie. Misschien, zo redeneerde hij, kon het resultaat te maken hebben met de aard van zijn doelgroep: welstellende studenten van het IMT. Om na te gaan wat de mogelijke impact was van culture factoren, trok hij naar Madurai in het zuiden van India waar de levensstandaard beduidend lager is. Een bescheiden beloning in de VS was niet te versmaden naar Indische normen. Wat bleek? Mensen die de grootste beloning kregen aangeboden, presteerden het slechtst van allemaal. In alle negen taken die onderzocht werden leidden hogere prikkels tot slechtere prestaties.

Je kan moeilijk beweren dat dit onderzoek, gesponsord door de FED (Federal Reserve Bank) van economisten van het IMT, Carnegie Mellon en de Universiteit van Chicago kaderde in een socialistisch complot. Ook de beroemde London School of Economics (LSE) kwam trouwens tot vergelijkbare vaststellingen. In juni 2009 nam de LSE 51 studies onder de loep van ‘vergoedingen naar prestaties’ binnen bedrijven. De onderzoekers kwamen tot de conclusie dat financiële prikkels kunnen resulteren in een negatieve impact op de totale prestaties. Met andere woorden, deze wetenschappelijke bevindingen maken brandhout van de argumentatie van managers die zich beroemen op hun uniek talent om hun torenhoge bonussen te verantwoorden. Managers houden echter maar selectief rekening met de resultaten van het wetenschappelijk onderzoek van gedragseconomen omdat ze anders de ideologische tak zouden afzagen waarop ze zelf zitten.  Welke CEO zal zeggen: o, als ik afstand doe van mijn vette bonussen, zal ik beter presteren?

Maar als financiële prikkels in de bedrijfswereld niet het gewenste resultaat bewerkstelligen, hoe kunnen mensen dan wel gemotiveerd worden? Wetenschappers zijn tot de vaststelling gekomen dat zogenaamde intrinsieke of innerlijke drijfveren een veel belangrijke rol spelen. Mensen worden gedreven om dingen te doen omdat ze belangrijk zijn, omdat ze het graag doen, omdat ze interessant zijn, omdat ze deel uitmaken van iets belangrijks. Dan Pink pleit daarom voor nieuwe managementsystemen die draaien rond drie elementen: autonomie, meesterschap en doel. Met ‘autonomie’ bedoelt hij de drang om ons eigen leven te leiden, met ‘meesterschap’ de wil om alsmaar beter te worden in de dingen die ertoe doen, en met ‘doel’ ons verlangen om de dingen die we ondernemen te doen in het belang van iets dat groter is dan onszelf.

Het nieuwe managementsysteem dat de speechschrijver van de voormalige vicepresident van de Verenigde Staten voorstelt, doet meer denken aan de geschriften van Mao, Castro of Tito dan aan die van traditionele bedrijfseconomen. Of… zou het ook kunnen dat moderne theorieën over bedrijfsbeheer meer en meer in de buurt komen van de utopische socialistische modellen die Karl Marx voor ogen had?

Wordt vervolgd (In een van de volgende bijdragen wordt Wikinomics onder de loep genomen, maar eerst komen nog Dan Ariely, Daniel Kahneman en Barry Schwartz aan de beurt.)

 

 

 

 

18:45 Gepost door Jan Lievens | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |