18-10-11

Deze beweging gaat niet weg...

SH101300.jpgZaterdag 15 oktober hing er elektriciteit in de Brusselse lucht. Een bonte, internationale stoet van jong en oud, clowns en zombies, oude en nieuwe Belgen trok door zonovergoten straten via een ongewoon parcours naar de Beurs, waar ze het plein een goed half uur bezet hield. Fantastische ambiance, vrolijk als de Gaypride en antikapitalistisch als de metallo’s. Bovenaan de trappen van het beursgebouw stal ik een aantal fantastische foto’s, tot ik moest wegduiken achter een protestbord om de schoenen te ontwijken die op zijn Arabisch werden afgevuurd door Spaanse indignados.

Brussel was maar een van de bijna 1000 steden wereldwijd waar een nieuwe generatie haar woede uitschreeuwt tegen de flagrante onrechtvaardigheden van een systeem dat de overgrote meerderheid bestraft om de privileges van een kleine minderheid in stand te houden, een verontwaardiging die wordt samengebald in de internationale slogan “We are the 99%.” Technische gezien is het 99,99%, maar kom, hoe korter een slogan, hoe beter. Het is een briljante slagzin, omdat (bijna) iedereen er zich mee kan identificeren en omdat (bijna) iedereen diep in zijn hart beseft dat het zo niet verder kan.betoging brussel,indignados,15 oktober,occupy wall street

Elke historische parallel heeft uiteraard zijn beperking, maar wat we vandaag meemaken, doet sterk denken aan het sociaal protest dat uitbrak in de jaren zestig, met dat verschil dat de internationale dimensie van in het begin vele octaven hoger ligt en de economische achtergrond minstens drie toonladders lager. Daarom is het waarschijnlijk dat de protestmars van gisteren geen eendagsvlieg is, maar eerder de voorbode van een veel massalere beweging. Misschien niet meteen in België, waar de bezuinigingstrein nog moet starten (met dank aan de N-VA, zij het ongewild), maar eerder in het hartland van het kapitalisme waar een president aan de macht kwam onder de slogans “Yes we Can!” en “Change!”, woorden die hij zich misschien nog zal beklagen… 

Tijdens de betoging hoorde ik achter me een jongeman voor een tv-camera stamelen: “We zijn niet tegen het systeem, maar het systeem is tegen ons”. Inderdaad, wat zijn de vooruitzichten die jongeren vandaag hebben in een wereld die naar de haaien lijkt te gaan: klimaatcrisis, schuldencrisis, jobcrisis… Als vandaag een achttienjarige zich zorgen maakt over zijn pensioen binnen 50 (?) jaar, dan is er iets grondig fout in de samenleving. Een paar dagen geleden hoorde ik op kanaal Z Etienne De Callataÿ, hoofdeconoom van Bank Degroof, met uitgestreken gezicht nog verklaren dat een van de redenen waarom we langer zullen moeten werken de technologische vooruitgang is! Alleen in een compleet dolgedraaid systeem klinkt een dergelijke uitspraak logisch.SH101240.JPG

“Het systeem is tegen ons”, inderdaad. Maar wie zal het veranderen? Hoelang zal de mythe “dat er geen alternatief is op het kapitalisme,” ontstaan na de val van het communisme, nog standhouden? “Coöperatie in plaats van competitie”, “It’s the people, stupid”, “Kaka pipi talisme”… zijn maar enkele van de vele creatieve slogans die gisteren mijn aandacht trokken. Maar het is juist, het gebrek aan een geloofwaardig alternatief, binnen of buiten het systeem, is ongetwijfeld een belangrijke zwakheid van de huidige beweging. Maar ook dat zal niet blijven duren. Sinds de financiële crash zijn wereldwijd discussies aan de gang over alternatieven. Misschien ligt de zwakheid van de beweging eerder in de veelheid aan alternatieven dan aan het gebrek eraan. 

In elk geval, de schreeuw naar rechtvaardige hervormingen zal niet verstommen na gisteren. Integendeel, ze zal verder worden aangewakkerd bij elke nieuwe bezuinigingstrein die op ons afkomt. Wat de regering Di Rupo in petto heeft, tien miljard bijtanken en wegknippen… zal pijn doen aan de 99%. En als Didier Reynders al een lans breekt voor de ‘regionalisering’ van Arcellor, kunnen we toch maar één ding besluiten:  “The Times They Are a-Changin”. Inderdeed!
SH101299.JPG 

13-10-11

Dexia en de “redding van de banken”

Dit artikel is een vertaling van een korte analyse van de Britse marxistische econoom Michael Roberts, auteur van “The Great Recession: Profit cycles, economic crisis, A Marxist view”) die zijn licht doet schijnen op de reddingsoperatie van Dexia. Roberts volgt de Belgische pers niet, maar haalt zijn mosterd bij ondermeer de Financial Times en de Economist. Altijd interessant hoe marxistisch geïnspireerde economen aankijken op de bankencrisis, ook al zijn ze natuurlijk niet zo “objectief” als zogenaamde “neutrale” economen die vroeger in koor deregulering en zelfregulering verdedigden, om vandaag met de vinger te wijzen naar de overheid die niet tijdig heeft ingegrepen. Na de vertaling volgt een kleine nabeschouwing.

414Zjj+0F4L._BO2,204,203,200_PIsitb-sticker-arrow-click,TopRight,35,-76_AA300_SH20_OU02_.jpg

“Dexia, de grootste bank van België, stevende vorige week af naar het bankroet. Het verhaal van Dexia leert ons veel over de rol die banken spelen in de huidige crisis. Dexia werd al eens eerder gered, net voor het hoogtepunt van de financiële crisis in 2008. De Belgische en Franse regeringen legden toen 6 miljard euro belastingsgeld op tafel en stelden zich borg voor alle kortetermijnbeleggingen. Deze waarborg, goed voor een bedrag van 150 miljard euro, liep in juni 2010 ten einde. Dexia is een bank die onder zijn cliënten vooral gewone depositohouders en lokale overheden telt aan wie ze kredieten en verzekeringen aanbiedt. Je zou denken: een vrij traditionele service. Maar net als alle andere banken in het voorbije decennium, dachten de Raad van Beheer en het Bestuur van Dexia dat ze veel meer geld konden verdienen en veel hogere bonussen konden opstrijken door leningen en gesecuriseerde activa te kopen op de bloeiende Amerikaanse vastgoedmarkt, of door nieuwe activiteiten te ontwikkelen in het buitenland. Zo beschikte Dexia over een belangrijk filiaal in Turkije. Toen in 2008 de financiële crisis uitbrak, was Dexia een ‘wereldspeler’ met 35.000 personeelsleden en activa ter waarde van 650 miljard euro (op papier), bijna twee keer zoveel als het volledige BBP van België. Dexia was een “ongeval dat er zat aan te komen”, precies zoals eerder gebeurde met banken in IJsland en Ierland. Hoewel Dexia gedeeltelijk in staatshanden was, lieten de politieke verantwoordelijken deze buitensporigheden oogluikend toe. Dexia, een bank die verondersteld wordt kredieten te verlenen aan Belgische gezinnen en lokale besturen, genoot een voorkeursbehandeling van de toezichthouders en kreeg vrij spel om te speculeren in allerlei risicovolle activa die uiteindelijk zouden ontploffen in haar gezicht.

Een ezel stoot zich geen twee keer aan dezelfde steen...

Zelfs na de redding in 2008 oefenden de Belgische en Franse regeringen geen controle uit op de bank. Tot vorige week bezaten de verschillende overheden (de Franse en Belgische regeringen, plaatselijke besturen en andere staatsbanken) 49% van de bank, terwijl 51% nog altijd in handen was van privéaandeelhouders, waaronder verschillende participatiemaatschappijen. Na 2008 begonnen de bestuurders van Dexia in te zien dat hun bankactiviteiten uit de hand waren gelopen en probeerden ze de grootte van de instelling wanhopig terug te dringen. Zo was de balans tegen vorig weekend teruggedrongen van 650 tot 500 miljard euro. Maar er bleven nog twee problemen over.  Dexia had nog altijd 100 miljard “toxische” activa in haar portefeuille, waaronder de fameuze Amerikaanse rommelhypotheken, evenals staatsobligaties van zogezegd veilige landen zoals Griekenland, Portugal en Ierland, die vandaag tot over hun oren in de schuld steken. Met andere woorden: veel van die activa zijn waardeloos. De totale boekhoudkundige waarde van Dexia bedroeg slechts 15 miljard euro, de verhouding tussen het eigen en vreemd vermogen liefst 33:1, terwijl de marktwaarde van de aandelen op de beurs nog veel lager was, amper 2 miljard euro. Het andere probleem was dat de bank haar leningen en investeringen financierde met kortetermijnleningen op de interbancaire markt. De cliënten van Dexia hadden deposito’s ter waarde van 40 miljard euro, maar de kortetermijnleningen van de bank bedroegen 90 miljard euro (ook al waren ze flink gezakt; in 2008 bedroegen ze zelfs 240 miljard). Toen andere banken uiteindelijk niet langer geld wilden lenen aan Dexia omdat het risico te groot werd, was de bank ten dode opgeschreven. Dit overkwam ook de Britse bank Northern Rock aan het begin van de financiële ineenstorting midden 2007. Dexia had haar kredietlimiet bereikt bij de Europese Centrale Bank, en het werd duidelijk dat de privésector de geldkranen zou dichtdraaien.  Dus bleef er niks anders over dan een nieuwe reddingsoperatie.

De belastingebtaler... betaalt

Tijdens het weekend kwamen de Belgische en Franse regeringen met een nieuw plan op de proppen. Tussen haakjes, behalve activiteiten in België, Frankrijk en Turkije beschikt Dexia zelfs over een Japans filiaal die geld leent aan Japanse plaatselijke besturen. Die laatste activiteiten waren echter lang niet zo verontrustend als de reusachtige beleggingen in gesofisticeerde ‘financiële producten’, beter omschreven als financiële massavernietigingswapens. Deze waardeloze activa waren goed voor 14 miljard euro. De twee regeringen beslisten dat de Franse tak zou fusioneren met de Franse Banque Postale, een overheidsbank;  het belangrijke Turkse filiaal zou worden verkocht aan de hoogste bieder, en het ‘slechte gedeelte’ van Dexia zou opnieuw een injectie van 4 miljard euro belastingsgeld krijgen (in ruil voor aandelen die maar half zoveel waard zijn), gekoppeld aan een staatswaarborg. Wat vandaag overblijft van Dexia is een bank die volledig in staatshanden is en die zich opnieuw kan concentreren op het verlenen van kredieten aan plaatselijke besturen, terwijl de ‘toxische activa’ in de mate van het mogelijke worden verkocht. Het ziet er sterk naar uit dat, gezien de potentiële verliezen op de overblijvende rommelactiva (waarschijnlijk goed voor 20 miljard euro) deze redding de belastingbetaler meer zal kosten dan de 4 miljard euro, ook al zal Dexia proberen die verliezen weg te werken over een periode van tien jaar, onder meer door ze te compenseren met de winsten die ze gedurende diezelfde periode opstrijkt. 

Dat is het zo een beetje. Een bank die voor een groot deel in staatsbezit was, kreeg de toelating om te groeien tot ze een volume had bereikt dat twee keer zo groot was dan het output van haar thuisland, om te speculeren in allerlei financiële rommelproducten en om activiteiten te ontplooien in Turkije en Japan. In 2008 ging ze op de fles omdat ze niet langer haar speculatieve beleggingen in de VS kon financieren. Ze ging opnieuw kopje onder vorige week omdat ze niet in staat was om haar Griekse en andere Europese staatsobligaties nog verder te financieren via leningen aan andere banken.  De lessen zijn duidelijk. Banken moeten deel uitmaken van de openbare dienstverlening. Hun rol is immers leningen verstreken aan gezinnen voor grote aankopen (zoals een huis) en aan KMO’s om te investeren. Ze mogen niet speculeren in risicovolle beleggingen op Wall Street of the City of London om topmanagers hoge bonussen en private aandeelhouders hoge rendementen te kunnen uitkeren (meestal andere banken en financiële instellingen, zoals pensioenfondsen en verzekeringsinstellingen). Maar dat is precies wat banken als Dexia en RBS hebben gedaan. En er is nog niet veel veranderd.  De Britse overheid bezit vandaag 75% van RBS.  Maar ze handelt nog altijd als een privébank die hoge bonussen en salarissen uitkeert aan de topmanagers, en erger nog, haar ‘armere cliënten’ beperkingen oplegt en kosten aanrekent in ruil voor een onvolledige dienstverlening omdat ze de bank geen geld opbrengen. De regering wil haar aandeel in RBS zo snel mogelijk verkopen. Indien ze dit vandaag zou doen, zou de belastingbetaler meteen 4 miljard pond verliezen aangezien het aandeel maar de helft meer waard is van wat de Britse regering betaalde aan de hebzuchtige aandeelhouders.  

Naar een openbare financiële dienstverleing

De beste manier om nieuwe faillissementen in de bankwereld te voorkomen is de hele banksector in openbaar bezit te nemen,  waarbij de topmanagers democratische verantwoording zijn verschuldigd aan zowel het electoraat als het personeel.  De reddingsoperatie van de banken in 2008 hebben dat niet gedaan.   In de VS kwam onder leiding van Hank Paulson, de voormalige baas van Goldman Sachs, de ‘Troubled Assets Relief Program (TARP)’ tot stand, een programma dat zijn naam niet had gestolen: het bracht opluchting (relief) voor de aandeelhouders en obligatiehouders van de banken in de vorm van 700 miljard dollar belastingsgeld. De operatie socialiseerde de risico’s wat neerkomt op socialisme voor de rijken en kapitalisme voor de rest.

Het is duidelijk dat de bankcrisis nog niet voorbij is. De reddingsoperatie van de banken in 2008 zadelde de overheidssector wereldwijd op met hoge begrotingstekorten en schulden. Diezelfde banken weigeren vandaag de overheden die hen hebben gered te helpen, tenzij ze in ruil zeer hoge interesten krijgen. Het gevolg is dat landen als Griekenland afstevenen op een bankroet. De gruwelijke ironie is echter dat indien Griekenland en andere eurolanden failliet gaan, de banken die hun staatspapier in handen hebben ook over kop gaan. En zo kan de carrousel verder blijven draaien. De leiders van de belangrijkste kapitalistische economieën in Europa erkennen vandaag dat ze ongeveer 150 tot 500 miljard extra belastingsgeld zullen nodig hebben in cash en waarborgen om de Europese banken te herkapitaliseren.  Dus, verre van RBS te kunnen verkopen, zal de Britse regering binnenkort gedwongen worden om nog meer kapitaal in de bank te pompen.  Als dat gebeurt, zal het aandeel van de overheid in Europese banken gemiddeld 40% bedragen.  Is er een beter bewijs dat banken, het neusje van de zalm van het moderne kapitalisme,  niet langer kunnen opereren als kapitalistische entiteiten!”

Om het plaatje te vervolledigen verwijs ik nog graag naar een analyse van Paul De Grauwe, die in De Standaard van 12 oktober poneert dat ‘Als de overheid elke euro waar ze zich borg voor stelt, moet ophoesten, dan riskeert het Dexiaverhaal ons in één klap 41 procent armer te maken’.  Hoewel de professor er aan toevoegt dat het wel niet zo’n vaart zal lopen, is hij ook van oordeel dat het larie en apekool is te beweren dat de reddingsoperatie van Dexia ons niets zal kosten.

Wat de analyse van Michael Roberts betreft, denk ik dat de notie ‘openbaar bezit’ beter is dan ‘staatsbezit’ of ‘nationalisatie’. De inefficiëntie van bureaucratisch beheer, gekoppeld aan politiek favoritisme en carrièrisme, hebben de openbare sector een slechte naam gegeven. Neoliberalen grepen dit aan als excuus of argument om openbare instellingen zoals banken, communicatiemaatschappijen, energiebedrijven… te privatiseren. Deze aanpak leidde tot de grootste crisis sinds de grote depressie. Een terugkeer naar de oude staatsinterventie is echter evenmin een oplossing, indien deze niet gekoppeld wordt aan een doorgedreven democratisering van de openbare instellingen en de directe controle erop door de burgers. Deze uitbreiding van de democratie op economisch vlak zal, net als alle historische democratische verworvenheden, echter niet op een gouden schaaltje worden aangereikt door de huidige machthebbers. Maar de beweging in die richting is wel degelijk ingezet. Het feit dat Wall Street vandaag beelden oproept van bezetters en betogers, is een teken aan de (historische) wand. 

Bronnen:

Michael Roberts (http://thenextrecession.wordpress.com/) 11 oktober

De Standaard.biz 12 oktober

14:52 Gepost door Jan Lievens | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

06-10-11

New York, New York

23:02 Gepost door Jan Lievens | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

02-10-11

In afwachting

Deze blog is al een tijdje niet meer bijgewerkt omdat ik actief was op een aantal discussiefora en vooral Engelstalige teksten heb geschreven voor twee andere blogs:

A Higher Stage en mijn pagina op de P2P Foundation

Schermafbeelding 2011-10-02 om 22.03.56.pngSchermafbeelding 2011-10-02 om 22.03.22.png

22:07 Gepost door Jan Lievens | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |