28-05-14

Jean-Luc Dehaene, een politicus uit de vorige eeuw die tegelijk zijn tijd vooruit was.

1280px-Jean-Luc_Dehaene_675_(cropped).jpg“Misschien liggen de oplossingen buiten de politiek. Het is me gaan dagen toen ik het boek ‘De wereld redden’ las, van de Belgische filosoof Michel Bauwens”, zo sprak Jean-Luc Dehaene in zijn laatste interview met De Morgen (19 april2014).

Dehaene zag zichzelf als een politicus uit de vorige eeuw. Volgens hem dateerden klassieke politieke partijen maar ook vakbonden en werkgeversorganisaties uit de ‘vroegere maatschappij’. Niet de politiek, maar wel technologie is de drijfveer geworden van verandering. In De Standaard van 19 april verwees hij in dat verband expliciet naar “gedelocaliseerde peer-to-peer-initiatieven, een beetje zoals het ontstaan van de vakbonden en coöperaties tijdens het begin van de industriële samenleving.”

Dehaene was natuurlijk niet alleen om aan te voelen dat we de problemen van vandaag niet langer kunnen oplossen met formules van gisteren. Volgens Jan Rotmans, professor transitiekunde aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, beleven we vandaag een kantelmoment tussen twee tijdperken. Rotmans pleit in deze overgangsfase vurig voor een sterke overheid om het transitieproces op de best mogelijke manier te begeleiden.  

RIP Kapitalisme

Een paar maand geleden verscheen het boek “The Zero Marginal Cost Society” waarin Jeremy Rifkin niets minder dan het einde van het kapitalisme voorspelt, zo ergens in het midden van de eenentwintigste eeuw. Volgens Rifkin zullen tegen dan de “collaboratieve commons” zijn uitgegroeid tot het dominante economische model. Al wat digitaal is kan immers zo goed als gratis worden gekopieerd, terwijl we met 3-D printers, fablabs en microfabrieken ook meer en meer fysieke producten tegen zero marginale kosten kunnen produceren (eens de vaste kosten zijn terugbetaald, is de kost voor elke extra eenheid zo goed als niets aangezien we gerecycleerde materialen kunnen gebruiken). Exit de grote fabrieken met hun schaalvoordelen, leve de productie op maat in de microfabriek. Meer doen met minder, de nadruk leggen op geluk, zelfrealisatie en welzijn en niet meer op de groei van het BNP: dat wordt het motto van de eenentwintigste eeuw. Het toekomstbeeld dat Rifkin schetst ligt volledig in de lijn met de ideeën die Michel Bauwens en de P2P Foundation al in 2005 heeft naar voor gebracht!

De overheid als partner

De vraag die we ons vandaag dus moeten stellen is: hoe moet de overheid omgaan met dat soort van technologische, sociale en economische aardverschuivingen? Een belangrijke aanzet hiertoe is het concept van de partnerstaat van Michel Bauwens. In plaats van het verdienmodel van het huidige cognitieve kapitalisme dat vooral steunt op intellectuele eigendomsrechten, goedkope arbeid uit de derde wereld en goedkope fossiele brandstoffen met hand en tand te verdedigen (denk maar aan de brave huisvader die 40.000 euro boete riskeert omdat hij een paar Disneyfilms had gedownload voor zijn kinderen), moet de nieuwe overheid samenwerken en delen juist bevorderen en daarnaast helpen bij de uitbouw van de infrastructuur waarop de postindustriële kennismaatschappij kan gedijen. Rifkin spreekt in dat verband over een fusie tussen het huidige communicatie-internet en een ontluikend energie-internet (smart grid) en logistiek internet tot een ‘internet der dingen”. Tussen haakjes, Rifkin is geen futuroloog en evenmin een stiekeme marxist, maar een van de inspiratoren van de Deutsche Wende en adviseur van ondermeer de Duitse, Franse en Chinese overheid. Michel Bauwens adviseert dan weer de Ecuadoriaanse overheid, waar hij gedurende zes maanden het “FLOK Society project” leidt. Met dit project streeft Ecuador naar open kennismaatschappij, waarbij het delen van kennis op vlak van onderwijs, wetenschap en overheidsdata zoveel mogelijk gestimuleerd wordt, zodat iedere burger of bedrijf die kennis kan gebruiken om verder te innoveren. Ecuador is hiermee het eerste land ter wereld dat op nationale schaal experimenteert met een dergelijk transitieplan, gestuurd door de overheid als partnerstaat.   

Rumble in the jungle

Eens je duikt in de wereld waar de echte revolutie plaatsvindt, lijkt het huidige politieke debat in België totaal futiel. De echte staatshervorming zou moeten gaan over de democratisering van de overheid en de omvorming van een betuttelende en bureaucratische staat naar een partnerstaat die de huidige welvaartsstaat niet vervangt, maar overstijgt. 

 

Je hoeft immers geen genie te zijn om in te zien dat je geen sociaaleconomisch systeem dat steunt op een industriële samenleving in stand kan houden als robotten de productie overnemen en steeds meer mensen buiten de traditionele sferen van overheid en bedrijven om waarde creëren in gemeenschappelijke poelen van kennis (Wikipedia), code (Linux) en design (Wikispeed). Ze verpulveren in de praktijk de neoliberale ideologie van de homo economicus, die uitgaat van materieel eigenbelang als belangrijkste drijfveer van het menselijke handelen. Empathie, nieuwsgierigheid en samenwerking zijn vandaag veel belangrijkere drijfveren voor economische, maatschappelijke en sociale vooruitgang. De boeiende wereld van “de commons” en “peer-to-peer” geeft ons  weer hoop voor de toekomst en staat in schril contrast tot de ‘rumble in the jungle’ van het politiek debat, om het eens met de woorden van De Wever te zeggen. Maar vroeg of laat zal de politieke economie wel moeten volgen. Ik vermoed dat Dehaene het over dit laatste wel eens akkoord had kunnen zijn.   

 

(foto overgenomen uit Wikipedia)

 

21:32 Gepost door Jan Lievens | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |