18-09-07

Een gewilde verrottingsstrategie

Alweer een horror story op de cover van het Laatste Nieuws: bijna een Vlaming op de twee (hoezo, bijna één?) wil dat België splitst. Twee op drie denken dat een scheiding vroeg of laat onvermijdelijk is. Helemaal hallucinant is dat 70% zich expliciet achter Leterme zou scharen. En als pompoen op de taart komt Bart De Wever als beste onderhandelaar uit de bus.

1914263798_1999999672_leterme_440x293

 

Wie zijn die mensen? Wie zijn die enquêteurs? Waarom vraagt niemand mij ooit eens iets? Hoe betrouwbaar zijn de resultaten van een peiling door de grootste rioolkrant van Vlaanderen? Maar zelfs al zijn ze voor de helft overdreven, dan nog wijzen ze op een aanval van collectieve waanzin. Of niet? De waarheid is dat de huidige politieke patstelling zijn oorsprong vindt in 35 jaar politiek knip- en plakwerk dat tot de huidige complexe, onoverzichtelijke en ondemocratische staatstructuur heeft geleid.

De politieke organisatie van dit land zit immers verborgen achter een rookgordijn van drie gewesten, drie gemeenschappen, zeven regeringen en een koningshuis. Het federaliseringproces heeft geleid tot de oprichting van duidelijk afgebakende politieke entiteiten met elk hun eigen parlement, regering en ambtenarij. Ze kregen van het federale gezag een hele reeks bevoegdheden toebedeeld en een zak centen ter financiering. Maar de hefbomen van de macht blijven centraal: financiën, justitie, buitenlandse zaken, defensie. Is het verwonderlijk dat in dat kunstmatige labyrint van elkaar overlappende en bekampende administraties bevoegdheidconflicten en meningsverschillen ontstaan? Het tegendeel zou meer verbazen.

kaart-1-Belgie

Begin maar te splitsen

Het zogenaamde ‘dichter brengen van het bestuur bij de mensen’ heeft een arm en een been gekost zonder ook maar één communautair geschil (wat toch de bedoeling was) op te lossen. Integendeel, voor elke grondige verandering van de staatstructuur is federaal een tweederde meerderheid nodig en een gewone meerderheid binnen elke taalgroep. Dus: als de ‘Vlamingen’ meer bevoegdheden wensen, moet een meerderheid van de Franstaligen daarover haar zegen geven. Omgekeerd geldt natuurlijk hetzelfde, alleen zijn de Franstaligen deze keer geen vragende partij.

Die ingewikkelde maar vrij vernuftige constructie is er om te vermijden dat een taalmeerderheid (de Vlamingen) niet eenzijdig zijn wil zou kunnen opleggen aan de taalminderheid (de Franstaligen). Maar dat systeem kan maar werken zolang beide gemeenschappen elkaar voldoende respecteren en begrijpen, en zolang ze bereid zijn binnen een gedeelde staatstructuur te werken. In de huidige context is daar maar weinig van te merken. De ‘Vlamingen’ willen een grondige staathervorming, de ‘Franstaligen’ niet.

Dus: de ‘Franstaligen’ ontzeggen de ‘Vlamingen’ ‘redelijke eisen die goed zijn voor alle mensen van dit land’. Zij spelen dus de baas. ‘En ze lachen ons in ons gezicht uit’, aldus toponderhandelaar De Wever. Geen wonder dat door die voorstelling van zaken door de onderhandelaars en de media de schreeuw naar separatisme toeneemt. Je kunt het de Vlaming niet eens kwalijk nemen. De vraag die bij mij opkomt: is die ontwikkeling een jammerlijk gevolg van de al honderd dagen durende loopgravenoorlog tussen de onderhandelaars, of maakt ze deel uit van een gewilde verrottingsstrategie? Met andere woorden: als de constitutie het niet toelaat dat een meerderheid zijn wil oplegt aan een minderheid, dan moet het maar met andere middelen. En wat kan de ‘Franstaligen’ beter tot inzicht dwingen, dan de chantage van het separatisme?