17-06-10

Argumenten en tegenargumenten

Een reactie op de reactie van Hans Sterckendries

 

Tot mijn grote vreugde lokte mijn tekst “Een sprankeltje hoop” redelijk wat reacties uit. De positieve kwamen vooral van sympathisanten van SP.a Rood, de negatieve van Hans Sterckendries, een voormalig journalist (thans tekstschrijver) die de moeite nam om mijn analyse door de mangel te halen en uitgebreid te bekritiseren. Ik wens hem hiervoor van harte te bedanken, en dat is helemaal niet cynisch bedoeld. Hans noemt zich een donkerrode socialist, die echter voor De Wever heeft gestemd. Hij was op 13 juni lang niet de enige. Zijn argumenten verdienen dan ook een reactie, want zolang de linkerzijde mensen als Hans niet meer kunnen overtuigen, heeft ze een ernstig probleem. Of, om het anders te stellen, zolang de linkerzijde geen klare en gemeenschappelijke oplossing heeft voor de communautaire kwestie, is ze gedoemd om voor de zoveelste keer in de sterfput van het burgerlijke nationalisme te verzuipen.

smiles

 

Om het mezelf gemakkelijk te maken, heb ik ervoor gekozen om de reacties van Hans chronologisch en punt voor punt van een repliek te voorzien.

 

Over kiesdrempels en kartels   

 

“De kiesdrempel is een bijzonder ondemocratisch instrument dat officieel de versnippering van het politieke landschap moet tegengaan maar dat in werkelijkheid bedoeld is om de grote politieke families aan de macht te houden. Overigens hebben Open VLD en SP.a precies dezelfde hetzelfde gedaan als “het kartel”. Alleen hebben respectievelijk Vivant en Spirit dat niet kunnen verzilveren.”

 

De kiesdrempel heeft inderdaad als bedoeling de politieke versnippering tegen te gaan en grote politieke families aan de macht te houden. In die zin is het een ondemocratische maatregel. Maar gezien de monsteroverwinning van een partij die een paar jaar geleden nog tegen die verkiezingsdrempel opbokste, is het wel een bijzonder inefficiënte maatregel gebleken.

 

Laten we ons geheugen even opfrissen. Na de splitsing van de Volksunie, kwam de N-VA voor het eerst op in de verkiezingen van 2003. De uitslag was vergelijkbaar met die van de LDD vandaag: geen enkel zitje in de senaat en slechts één zetel in de Kamer, namelijk voor Geert Bourgeois in West-Vlaanderen. Uit vrees helemaal van het politieke toneel te verdwijnen, ging de N-VA in op de uitnodiging van de CD&V om gesprekken aan te knopen over de vorming van een kartel. De bedoeling van de CD&V was om via dat kartel haar tanende verkiezingsuitslagen weer om te buigen. De VLD beoogde met Vivant hetzelfde te doen, de SP nam Spirit onder de arm en stelde ook tevergeefs de groenen voor om het progressieve kartel te vervoegen.

 

De traditionele partijen deelden dezelfde strategie en hadden ongetwijfeld als doel om op termijn hun kartelpartners op te slokken. De liberalen en socialisten zijn daar geheel of gedeeltelijk in geslaagd, bij de CD&V gebeurde bijna het omgekeerde (1).

De kiesdrempel en de kartelvorming waren bijgevolg twee kanten van dezelfde medaille, namelijk een poging om via een hergroepering van de stemmen tot grotere politieke stabiliteit te komen in Vlaanderen (2). Maar goed, terug naar de N-VA. De eerste gesprekken over de vorming van een kartel werden gevoerd in de zomer van 2003, maar deze sprongen af begin september omdat de CD&V niet wou ingaan op de eis van de N-VA om de vijf resoluties van het Vlaams parlement over de verdere staatshervorming in het Vlaams regeringsprogramma op te nemen. De CD&V gaf uiteindelijk toe, en de top van de N-VA wist uiteindelijk de partijraad ervan te overtuigen om het kartel goed te keuren. Ze namen samen deel aan de Vlaamse parlementsverkiezingen van 2004 onder de naam CD&V/N-VA. Dat door de media omgedoopte “Vlaamse kartel” werd met 26% de grootste politieke formatie in Vlaanderen. Tussen haakjes, de voorwaarde van de N-VA om tot de Vlaamse regering te treden, was de onverwijlde splitsing van B-H-V. Toen opeens (!)  bleek dat niet het Vlaamse, maar wel het federale niveau daarvoor bevoegd was, bleef Bourgeois rustig zitten, waardoor het woord ‘onverwijld’ in Vlaanderen een nieuwe betekenis kreeg.   

large_702240

Op Vlaams niveau leidde het kartel CD&V/N-VA tot een win-winsituatie. De miserie is echter begonnen toen het Vlaams kartel op federaal vlak onderhandelingen begon aan te knopen. Uit mijn frustraties daarover is trouwens deze blog ontstaan. Ik ben Bart De Wever dus veel verschuldigd. In elk geval is er van verzilvering van het kartel vandaag niet veel sprake meer, althans niet voor de CD&V. De N-VA begon deze partij eerst van binnenuit op te peuzelen, vervolgens electoraal en morgen misschien helemaal. Mogelijk komt er dan toch een hergroepering van rechts in Vlaanderen, niet volgens de agenda van de traditionele partijen, maar rond de figuur van Bart De Wever.  

Over het Waals nationalisme

 

“Natuurlijk zijn er aan de andere kant van de taalgrens ook partijen die België willen opsplitsen: Rassemblement Wallonie-France, Rassemblement Wallon, Parti France, Mouvement Citoyens Wallons… Ze zijn alleen minder succesvol. Misschien is het goed om eens de vraag te stellen waarom dat zo is?”

Hier dringt zich minstens een korte analyse op van het Vlaamse en Waalse nationalisme die ik verder (3) behandel. Maar volgens mij hebben Waals-nationalistische of rattachistische partijtjes geen succes omdat de meeste Walen inzien dat ze geen realistische oplossing bieden voor hun problemen. Voor Wallonië betekent meer federalisme minder geld. De Wever heeft hen dit met alle mogelijke middelen duidelijk  gemaakt. Bijvoorbeeld door met zes vrachtwagens vol bankbiljetten de taalgrens over te steken. Maar in plaats van te spreken over ‘Vlaams’, ‘Waals’ en ‘Brussels’ geld, moet links objectieve criteria hanteren en zich baseren op een analyse van de economie: hoe wordt rijkdom gecreëerd en hoe wordt ze toegeëigend, en dat is een klassenverhaal. Het is rond die breuklijn dat links zich moet profileren. De objectieve bondgenoten van de Vlaamse werknemers zitten aan de andere kant van de taalgrens, niet aan de andere klant van de sociale onderhandelingstafel.

 fgtb

Waarom blijven Franstaligen vechten voor België?

 

“Tenslotte moeten de Franstaligen al decennialang allerlei vernederingen ondergaan. We hebben hun land afgenomen en het schijnt dat je in Brussel alleen nog Frans kan praten in geheime achterafkamertjes. Tenminste, dat lees ik op de fora van Le Soir. Schandalig hoeveel rechten “les Flamoutches” tegenwoordig krijgen in Brussel! Neem bijvoorbeeld de Vlaamse luchthaven. Daar werken alléén Vlamingen maar alle vluchten vliegen wel over Brussel. Alle lasten voor de Franstaligen; alle lusten voor “les Bataves”. En toch blijven de meeste Franstaligen vechten voor België?”

 

Het discours van sommige Franstalige media, politici en burgers is inderdaad hemeltergend. Als Vlaamse Brusselaar kan ik daar een woordje over meespreken. Maar elke vorm van (taal)discriminatie is mij vreemd: veel Franstaligen moeten op het vlak van imbeciliteit helemaal niet onderdoen voor hun Vlaamse collega's, ook al verdedigen ze tegenovergestelde thesissen. Maar waarom verdedigen “ze” België? Omdat “ze” er een totaal andere visie op hebben. Voor hen werkt België wel behoorlijk. De Walen hebben schrik dat een splitsing hen zal verarmen, de Brusselaars dat de hoofdstad haar bestaansreden zal verliezen als België ophoudt te bestaan. Hun vastklampen aan België heeft met andere woorden eenzelfde materialistische oorzaak als de Vlaming die een einde wil stellen aan de financiële transfers naar Wallonië. Dat betekent zeker niet dat gevoelens van eenheid en solidariteit hierbij geen rol zouden spelen, maar die leven ook langs Vlaamse kant.

 

Is een goedkopere overheid het doel?

 

“Is het "beter (lees goedkoper) doen functioneren van het overheidsapparaat in België" wel écht een gemeenschappelijk agendapunt van alle politieke partijen? Vlaanderen en Wallonië hebben allebei een overheidsapparaat dat paradoxaal genoeg geweldig veel kost aan België (ondermeer via pensioenen). Terwijl er zich op alle niveaus besparingsmaatregelen opdringen, moet je nu al vaststellen dat er aan Waalse kant een gemeenschappelijk front is ontstaan tegen de (snelle) afbouw van dat apparaat. Immers: in Wallonië wordt het overheidsapparaat gezien als een sociaal vangnet.

Het zal op Belgisch niveau niet anders zijn wanneer er wordt gesproken over het "efficiënter" maken het overheidsapparaat. Mag ik misschien de Copernicushervorming in herinnering brengen? Ter info: http://www.gva.be/archief/guid/experten-maken-harde-analyse-van-copernicus-hervorming.aspx?artikel=dc960d57-b1dc-4a55-82b0-756adce1013e merken nu al twee snelheden op.”

 n-va060105nbo_jpg_275

Het beter of goedkoper doen functioneren van het overheidsapparaat in België is inderdaad geen gemeenschappelijk agendapunt van alle politieke partijen, maar wel van de Vlaamse. De vaak geciteerde vijf resoluties van 1999 (die overigens geen kat kent) illustreren dat.

 

Misschien ook even ter verduidelijking: met het overheidsapparaat in België bedoel ik alle overheidsadministraties, niet alleen de federale, maar ook die van het Vlaams Gewest, Waals Gewest, Franstalige Gemeenschap, Duitstalige Gemeenschap en Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Die versnippering kost niet alleen hopen geld, maar is bovendien inefficiënt gebleken. Ze is er gekomen omdat de oude unitaire staat niet meer werkte. De federalisering moest juist zorgen voor communautaire vrede en een efficiënter bestuur. Tegen problemen als stijgende armoede, immigratie, globalisering, delokalisering, ontsporende budgetten, kortom, kapitalisme, is echter geen Belgisch kruit gewassen, maar ook geen Vlaams. Vraag eens aan de Grieken, IJslanders, Spanjaarden, Portugezen, of, waarom niet, aan de Amerikanen wat ze denken over hún overheid.  

 

In Vlaanderen is echter de illusie ontstaan dat er op Vlaams niveau goed kan worden bestuurd, maar op Belgisch niveau niet. Om te beginnen is dit niet correct. Ook Vlaanderen heeft zijn blunderboek. Het dossier over de Lange Wapper is daar een mooi voorbeeld van. Maar belangrijker is dat alle moeilijke beslissingen op het federale niveau plaatsvinden: financiën, justitie, binnenlandse zaken, buitenlandse zaken, defensie, sociale zekerheid… Dat daarover met Franstaligen moet worden beslist is misschien een complexerende factor, maar op zich kan dat geen probleem zijn. Stoort Bart De Wever zich aan het Frans, of aan het feit dat er binnen het Belgisch kader geen conservatieve koers mogelijk is, omdat Vlaanderen coalitiepartners krijgt opgedrongen die het niet wenst. Zijn oplossing is Vlaamse onafhankelijkheid (op termijn). Maar iedereen die denkt dat dit een gemakkelijke oplossing is, weet niet hoe een administratie werkt.

 

Er valt theoretisch zeker iets te zeggen voor het model dat De Wever voorstaat, ten minste moest België alleen uit Vlaanderen en Wallonië bestaan: responsabilisering van de gewesten, federalisering van de belastingen en voor de rest een aantal bevoegdheden federaal houden, zoals defensie en desnoods een strooien koning. Maar wat met Brussel? Veel Vlamingen liggen daar niet wakker van, want ze zien Het Hoofdstedelijk Gewest als een vuile stad vol migranten, criminaliteit en bureaucraten. Waarom daarvoor nog vechten? In werkelijkheid vertegenwoordigt Brussel met 10% van de bevolking 20% van het BNP. Dus toch niet zo onbelangrijk om zomaar te laten vallen.

 pensioentoren

Maar er stelt zich een ander probleem, dat minstens even belangrijk is. Een verregaande staatshervorming impliceert ook een verregaande hervorming van de ambtenarij. Wie een administratie naar de haaien wil helpen, moet maar de raad volgen van externe consultants. Het artikel over de Copernicushervorming waar Hans naar verwijst is daar een mooie illustratie van. Laat de deelregeringen de belastingen innen en een eigen sociale zekerheid uitbouwen? Begin maar de ambtenaren van de Financietoren en de Pensioentoren te verdelen over een Waalse, Vlaamse (en Brusselse?) administratie. Om nog maar te zwijgen over de organisatorische en logistieke gevolgen. Moeten we het daarom niet doen? Neen, maar ik denk dat er andere en veel efficiëntere methodes zijn om het staatsapparaat te vereenvoudigen en efficiënter te maken. Een gedeeltelijke recentralisatie waarbij Vlamingen en Franstaligen elkaar als gelijken beschouwen en de culturele verschillen worden uitgespeeld als troef naar de rest van Europa, is ook een denkpiste.  

 

Een federale kieskring

 

“Wat betreft de federale kieskring: De Wever doet niets anders dan de Franstaligen wijzen op de gevolgen van die piste. Dat afdoen als "politieke sluwheid" is intellectueel onfair. Op dit moment hoor ik de Franstalige politici stuk voor stuk verkondigen dat zij zullen "opkomen voor de rechten van de Franstaligen". Dat is een confederale stelling want van een Belgische parlementariër verwacht ik dat hij opkomt voor de rechten van de Belgen, en niet voor het BHV-privilège van sommigen. In een federale kieskring worden de parlementariërs en/of senatoren aangesteld door álle Belgen en kunnen zij die verantwoordelijkheid niet langer ontlopen.”

 

Er liggen verschillende voorstellen op tafel in verband met de federale kieskring, waarvan de bekendste waarschijnlijk die van de Paviagroep is, namelijk de rechtstreekse verkiezing van 10 % (15) van de 150 Kamerzetels in een kieskring die het volledige territorium van de federale staat omvat. Het is een bescheiden voorstel dat wat meer federale cohesie beoogt. Bart De Wever vraagt daarvoor in ruil het van de kaart vegen van alle maatregelen die de Franstalige minderheid in België (niet in de Rand, Hans) beschermt: de alarmbel, de bijzondere meerderheden, enzovoort. Dat model is verre van perfect, maar het wordt wel wereldwijd bestudeerd als prototype om conflicten tussen verschillende bevolkingsgroepen vreedzaam op te lossen. Het democratische spel is nu eenmaal een stuk geraffineerder en subtieler dan de brute optelsom van numerieke meerderheden, denk maar aan positieve discriminatie of bescherming van kwetsbare groepen en minderheden.

hv
 

Respect is wederzijds.

“Het Belgische compromis wordt dagelijks opgeblazen door de Franstaligen, ondermeer door uitbreiding van het grondgebied te vragen, door hun interpretatie van de faciliteiten die van de Rand de facto een tweetalig gebied maakt, of door te pas en te onpas de bevoegdheid van de Vlaamse overheid aan te vechten.”

 

De faciliteiten zijn langs beide kanten van de taalgrens altijd anders geïnterpreteerd geweest. Voor de Vlamingen waren ze uitdovend, voor de Franstaligen een verworven recht. Hoe dan ook, een halve eeuw later zijn de faciliteitengemeenten overwegend Franstalig. Dat is een feit waar je niet omheen kunt.

 

Elke grote stad in de wereld breidt uit. Brussel is een internationale hoofdstad met als dominante taal het Frans. Die stad breidt echter uit op Vlaams grondgebied. De verstedelijking van het platteland creëert overal in de wereld problemen, maar in België krijgen ze een zeer geladen communautair staartje, niet alleen vanwege de historische culturele onderdrukking van de Vlamingen door de Franstalige elite, maar ook vanwege de sociale samenstelling van de nieuwe inwijkelingen. Buiten rijke Europeanen en Amerikanen zijn het overwegend kapitaalkrachtige Franstaligen die villa’s bouwen in de groene gemeenten,  of migranten die de dure stad inruilen voor goedkopere stedelijke gebieden, bijvoorbeeld in en rond Vilvoorde. Het oorspronkelijke karakter verdwijnt, en dit ondanks alle wanhopige pogingen van de plaatselijke politici om het “Vlaamse karakter” van hun gemeente te behouden. Je kunt dat betreuren, maar met constitutionele maatregelen zal je die problemen niet oplossen, wat Hans zelf ook toegeeft.  

 

Het kaderverdrag betreffende de bescherming van nationale minderheden

 taalkaart_europa

“De Wever overtreedt helemaal niet "het Kaderverdrag betreffende de bescherming van nationale minderheden". België heeft dat kaderverdrag ondertekend maar het moet nog worden geratificeerd door de verschillende deelstaten. Het stoute Vlaanderen heeft dat nog niet gedaan maar goede leerling Wallonië ook niet. We zijn trouwens in het goede gezelschap van Frankrijk, het lichtende voorbeeld voor de Communauté Française.”

 

“Dat verdrag vertelt bovendien niet wat een "nationale minderheid" is. Dat mogen de lidstaten zelf bepalen. Op dit moment worden ondermeer de Friezen in Nederland, de Saami in Zweden en Roma in Macedonië en Oostenrijk beschermd. Het is toch bijzonder vergezocht om de Franstaligen dan op gelijke hoogte te zetten? Het lijkt er op dat we dan beter "de Limburgers" als nationale minderheid erkennen. Overigens heeft bijvoorbeeld Spanje bepaald dat het géén minderheden heeft. De Basken, Catalanen en Aranezen halen opgelucht adem. Ook Roemenië heeft geen minderheden. Roma anyone? En de Saami ("Lappen") doen er beter aan naar Zweden te verhuizen want in Finland zijn ze géén minderheid.

 

Hans weet duidelijk meer over dit kaderverdrag dan ik, maar ik ben wel benieuwd naar de kritiek van Bart De Wever erop. Ik hou echter mijn hart vast als ik lees hoe de N-VA de bescherming van taalminderheden ziet. Want wat zegt het N-VA-partijmanifest? “Wij willen Vlaanderen samen opbouwen: een aparte benadering van taalminderheden, etnische of andere minderheden strookt niet met een inclusieve benadering; wel een doorgedreven gelijke-kansenbeleid.” De N-VA kiest dus voor assimilatie, precies het omgekeerde van bescherming. Maar het kan natuurlijk ook zijn dat ik het niet goed heb begrepen.

 

Europa der volkeren

 

"Ik denk niet dat De Wever pleit voor een onafhankelijk Vlaanderen en Wallonië in een "Europa der volkeren”. Dat is een persiflage van wat hij echt zegt, namelijk: als je álle macht transfereert naar de lidstaten moet je op een bepaald moment vaststellen dat je met een overbodig niveau (België) zit."

 

Surf naar de website van de N-VA. Je leest daar het volgende: “De N-VA wil van Vlaanderen een lidstaat in Europa maken. Vlaanderen is het meest geschikte microniveau, de Europese Unie het macroniveau. Wij geloven in een Europa der volkeren.” Over Europa heb ik het in andere stukjes gehad.

 

We zijn het eens

 media_xl_915536

 “Ik denk dat De Wever de copernicaanse revolutie ziet als een scenario om te komen tot Vlaamse onafhankelijkheid. Volgens mij is het gewoon onhaalbaar om de Belgische staat zodanig uit te hollen dat ze overbodig wordt. Maar op dit moment hebben we wel door zoveel verschillende staatshervormingen, financieringswetten en Belgische compromissen een monster gecreëerd dat met haken en ogen aan elkaar hangt en nauwelijks levensvatbaar is.”

 

Ik denk dat Hans hierin volkomen gelijk heeft.

 

“Je omschrijft het nationalisme terecht als een trend maar je laat na om te kijken naar de oorzaak. Nationalisme heeft altijd een voedingsbodem. En heel cru gesteld, denk ik dat we dat dit keer moeten zoeken in de onwaarschijnlijke arrogantie van de Franstalige elite. Als B-H-V een snelle en propere oplossing had gekregen, zouden de volgende verkiezingen er heel anders uitzien.”

 

Gedurende drie jaar hebben de onderhandelingen niets opgeleverd. Vergeet niet dat de Franstaligen om te beginnen geen vragende partij waren voor een nieuwe staatshervorming. Door het been echter stijf te houden, hebben ze de thesissen van de N-VA in de Vlaamse publieke opinie bevestigd. Het gebrek aan argumenten van de andere onderhandelaars én van de SP.a-oppositie deed de rest.

De meeste Vlamingen zijn echter tegen ruzie en verdeeldheid. Ze voelen instinctief dat separatisme geen oplossing biedt. En de meesten liggen helemaal niet wakker van B-H-V. Ik denk dan ook dat Hans die problematiek overschat, maar dat is een andere zaak. In elk geval, als het federaal niet meer lukt, wel, dan lijkt de scheiding de enige uitweg. Wapperen met de Belgische vlag, pralines, streekbieren en Eddy Merckx zijn niet opgewassen tegen die ijzersterke logica. Vlaams nationalisme moet je niet bestrijden met Belgisch, Brussels of zelfs ’anti-‘nationalisme, wel met internationalisme, op voorwaarde dat dit een concrete invulling krijgt. Op dat vlak schiet de socialistische beweging in de praktijk tekort, maar de sleutel van de oplossing ligt wel in haar kamp. Maar bon, we werken eraan.

 

Een proteststem op De Wever?

 

“En tot slot, een eindstatement. Ik heb dat al gezegd, maar ik ben een SP.a'er in hart en nieren. Een donkerrode zelfs. Toch zal ik dit keer NV-A stemmen. Daarvoor zijn twee redenen. De eerste ligt bij NV-A zelf en bij de rechtlijnigheid van de partij. Ik ben geen nationalist maar een democraat en daarom is BHV een doorn in mijn oog.”

“Nee, een splitsing van BHV zal de verfransing van Brussel en/of De Rand niet stoppen maar BHV is gewoon ongrondwettelijk en ondemocratisch. Als democraat én als Belg vind ik het onaanvaardbaar dat zoiets bestaat. Artikel 10 van onze grondwet zegt dat alle Belgen gelijk zijn voor de wet. Toch is er een selectie groepje dat het privilege heeft om te stemmen voor kandidaten die opkomen in een andere regio”

Hier gaat Hans volgens mij uit de bocht. De redenering doet denken aan ‘ik ben geen racist, maar…’ Ik denk dat het verkeerd is te stemmen op een partij waarmee je het in wezen niet eens bent. Als je beweert in hart en nieren een socialist te zijn, dan stem je volgens mij niet op een partij die voor het omgekeerde staat, maar op een alternatieve progressieve partij of op een oppositiekandidaat binnen de SP.a.

 DSC02901

“Bij de vorige verkiezingen ben ik niet kunnen gaan stemmen. Maar van alle Vlaamse partijen is de NV-A de enige die bij mij geen slechte smaak nalaat. Letterlijk álle Vlaamse partijen hebben samen, in het Vlaamse parlement, beslist dat "5 minuten politieke moed" zouden moeten volstaan om het BHV-probleem van de baan te helpen. Toch zijn CD&V, Open VLD en Groen! (onder het goedkeurend oog van SP.a) na de stemming in de commissie aan tafel gaan zitten om te kijken welke toegevingen we dit keer zouden doen voor het regulariseren van een abnormaliteit. Elke democratische vezel in mijn lijf komt in opstand bij zo'n vertoning.”

 

De uitspraak van het Grondwettelijk Hof werd door de Vlaams-nationalisten steevast verkeerd geïnterpreteerd. Het is al eerder opgemerkt door anderen (bijvoorbeeld de VRT), maar de splitsing van B-H-V is niet de enige oplossing om het gelijkheidsprincipe weer te doen respecteren. Ook de terugkeer naar de oude kiesarrondissementen, of voor mijn part één Belgisch kiesarrondissement, zou een einde stellen aan het ondemocratische karakter van de huidige situatie. Ik vind het overigens vreemd dat niemand ooit op het idee is gekomen om aan de bewoners in de Rand zelf eens te vragen tot welk Gewest ze willen behoren. Ik ben er vrij zeker van dat veel Franstaligen niet voor Brussel zouden kiezen.

 

“Ten tweede is er het debacle binnen SP.a zelf. Ik vind Caroline Gennez als voorzitter een absolute flop. Haar keuze om Vande Lanotte aan te stellen als lijsttrekker voor de Senaat (en dus stilzwijgend kandidaat-premier), is hilarisch. De man is eigenhandig verantwoordelijk voor de malafide begroting van twee paarse regeringen en als een tiende klopt van het gesjoemel dat Koen Meulenaere wekelijks aankaart in zijn column... De manier waarop Frank Vandenbroucke aan de kant werd geschoven, is beschamend en een regelrechte aantijging voor de democratie. Ik vind bovendien dat de SP.a-ministers en -Kamerleden geen hoge ogen hebben geworpen. En tenslotte leg je zelf de vinger op een open wonde: dat Erik De Bruyn máár op de tiende plaats staat (33% van de Sp.a-leden wou hem verdorie als voorzitter!) is nog zoiets dat een electorale afstraffing verdient.”

“Frank Vandenbroucke, Erik De Bruyn en laat ik maar meteen Bert Anciaux toevoegen, zijn voor mij drie tekens dat de huidige SP.a de voeling met zijn achterban kwijt is. En als er één partij is die zich dat niet kan permitteren...”

 

Ik ben het eens dat de SP.a de voeling met zijn achterban op vele plaatsen kwijt is en dat er een groot probleem is van leiding. Ik ben al 33 jaar lid van die partij en al 10 jaar niet meer echt actief. Maar geen haar op mijn hoofd dat eraan denkt op een politieke vijand te gaan stemmen om de partij af te straffen. Ik denk dat de SP.a aan een grondige zelfanalyse toe is, en in de eerste plaats werk moet maken van een nieuw progressief project voor Vlaanderen, België, Europa en de wereld. En natuurlijk ook Oostende. Onder andere via deze weg wil ik daartoe graag mijn steentje bijdragen.

 

     

(1) In 2007 werd het kartel VLD/Vivant opgeheven en ging Vivant op in Open VLD; de SP.a slokte een deel van Spirit op (o.a. Bert Anciaux), maar de rest waaronder Geert Lambert zocht onderdak bij Groen!

 

(2) België is lang niet het enige land waar het kiessysteem wordt veranderd of ter discussie staat. Is het meerderheidsstelsel in Groot-Brittannië democratisch(er)? Volgens de liberalen die er het slachtoffer van zijn niet, maar in naam van de politieke stabiliteit stuit de overgang naar een proportioneel stelsel al decennia op het njet van de Tories en Labour. Hun redenering is dat in een dergelijk stelsel de kleinste partij bepaalt wie zal regeren, en dat vinden zij nu net ondemocratisch. Voor mij is het een redenering als een ander.

 

(3) Essentieel gaat het over het volgende. De Vlaamse strijd was oorspronkelijk een sociale en democratische strijd om binnen het unitaire België, geregeerd door een Franstalige elite, gelijke rechten te verkrijgen. De meeste socialistische leiders hebben deze strijd echter verwaarloosd en ondergeschikt gemaakt aan materialistische eisen. Bovendien gingen ze uit van een internationalistische ideologie die afkerig stond van elk soort van nationalisme. Door die houding aan te nemen, lieten ze de Vlaamse strijd echter over aan kleinburgerlijke intellectuelen die ze uiteindelijk in het vaarwater bracht van het fascisme.

 

Maar de repressie na de oorlog, het over één kam scheren van alle ‘flaminganten’ met ‘fascisten’ en de ongelijke behandeling van de collaborateurs in Wallonië en Vlaanderen na de oorlog, hebben diepe en terechte frustraties veroorzaakt bij de erfgenamen van de Vlaamse beweging. Ze zien in de klinkende overwinning van De Wever een rehabilitatie, en wat mij betreft, is het hen gegund. Ik wil ook niet verstoppen dat ik geniet van de begrafenisstemming bij het Vlaams Belang en een wezenlijk onderscheid onderken tussen beide Vlaams-nationalistische partijen.

 staking60-61

Het Waals-nationalisme heeft een totaal andere oorzaak en is geworteld in de Waalse arbeidersbeweging. Hier zou ik dieper moeten ingaan op de Koningskwestie en de Grote Staking van ‘60-61 tegen de eenheidswet. De politieke breuk tussen het noorden en het zuiden was toen een heel stuk dieper en traumatischer dan degene die we vandaag meemaken. In elk geval, de linkervleugel van de Waalse arbeidersbeweging kwam tot de conclusie dat ze, gezien het rechtskatholieke overwicht van de Vlamingen in België, haar programma van fundamentele antikapitalistische structuurhervormingen nooit zou kunnen doorvoeren. Alleen in een onafhankelijk Wallonië zou links haar politieke agenda kunnen waarmaken. Zo ontstond er een Waalse nationalistische en antikapitalistisch beweging. De mondialisering, de opmars van de EU en uiteindelijk de val van het communisme hebben dergelijke ideeën veroordeeld tot de stortplaats van de geschiedenis. Binnen het kader van de nationale staat zijn er geen oplossingen mogelijk. Niet in Duitsland, niet in Frankrijk, niet in België, laat staan, in Wallonië of Vlaanderen. Vandaar dat De Wever niet alleen met de Vlaamse, maar ook met de Europese vlag zwaait. Maar net als de Waalse linkse nationalisten destijds, ziet De Wever zich binnen het huidige België gehinderd in het verwezenlijken van zijn rechts programma. 

 

Daarnaast zijn ook andere pro-Belgicistische en franskiljonse bewegingen met heimwee naar het Belgique à papa, die de Franse cultuur hoger schatten dan de Vlaamse, het Frans superieur aan het Nederlands, enz. Het zijn gelukkig marginale groepen die gelukkig niets meer in de pap te brokken hebben. Maar hun ideeën leven in meer of mindere mate verder in de MR, CDH, FDF en zelfs in de PS.

10-10-08

Letermes ware aard

Eindelijk kunnen we ons bezighouden met serieuze zaken. Tegen de achtergrond van een ineenklappend internationaal financieel systeem, waarbij onheilsprofeten vrezen voor een depressie op de lijnen van de jaren dertig, wordt de discussie over de staatshervorming en de splitsing van B-H-V herleid tot zijn ware proporties: gebakkelei van peuters in een zandbak.

stock_exchange_0816

De splitsing van het kartel kon voor Leterme op geen beter moment komen. Voor hem kwam het er vanaf dat moment op aan zich te profileren als redder van Fortis, Dexia, de hele Belgische banksector, kortom de redder des vaderlands. Een man die uiteindelijk koos voor het voortbestaan van zijn regering en niet voor dat van zijn kartel, en die daarmee de juiste beslissing had genomen.

Nu, ook zonder de financiële crisis had de CD&V het kartel vroeg of laat gedumpt, omdat de NV-A nooit een gedeeltelijke herfederalisering van een aantal gewestelijke bevoegdheden, nodig voor een compromis met de Franstaligen, zou hebben geslikt. De reden dat het zolang heeft geduurd, is omdat het nationalistisch virus de basis van de CD&V steeds meer had aangetast en een dumpen van de NV-A tot een schisma binnen de christendemocraten had kunnen leiden.

leterme_yves2_cm300

De CD&V zat gevangen in de volgende contradictie: ze had het kartel nodig om aan de macht te komen, maar kon met het kartel niet aan de macht blijven. Die contradictie heeft het land vijftien maanden verlamd. In welke mate Didier Reynders, Frank Vandenbroucke, Bart Somers en Kris Peeters onder een hoedje hebben gespeeld om de NV-A te isoleren, is koffiedik kijken. In elk geval gaf het congres van de NV-A de CD&V-top het lang gedroomde excuus (wij willen het kartel behouden, maar zij hebben het opgeblazen) om een punt te zetten achter de samenwerking.

Een tweede meevaller voor de CD&V was de bankcrisis. Stel je voor dat de CD&V had gekozen voor het kartel. Dan zat het land zonder leiding te midden de potentieel grootste crisis sinds de jaren dertig. Er is echter één probleem: op een paar weken tijd, heeft Leterme het kruim van de Belgische haute finance overgeleverd aan Nederland en vooral Frankrijk. Hij heeft Fortis, een bank waar de helft van de Belgische loontrekkers een rekening aanhouden, voor een habbekrats verkocht aan Paribas. Zelfs een liberaal econoom als Paul De Grauwe vond die keuze absurd en pleitte voor een volledige nationalisatie van Fortis. Ivan Van Der Cloot, voormalig econoom bij ING en nu werkzaam bij de denktank Itinera Institute, pleit vandaag zelfs voor de nationalisatie van de volledige banksector, op internationale schaal!

vandecloot300

Leterme, Leterme… Eerst zet hij de eenheid van België op het spel en maakt gemeengoed van het separatistisch denken. Daarna gebruikt hij diezelfde verguisde Belgische staat om het financieel systeem te ‘redden’. Maar voor ideologische redenen verkiest hij Fortis te verpatsen aan Nederland (die hun tak nationaliseert) en aan Paribas, een Franse privébank! De vele tienduizenden kleine Belgische aandeelhouders die hadden belegd in Fortis-aandelen om hun karige pensioenkas te spekken met goede huisvaderaandelen, zijn zo goed als alles kwijt! Als puntje bij paaltje komt, zie je dus welke belangen Leterme en zijn CD&V écht verdedigen: die van het grootkapitaal (en van zichzelf natuurlijk, want Dexia is voor ruim 11% in handen van het ACV).

En de socialistische oppositie? ‘Moest ik geld hebben, dan zou ik vandaag een huisje kopen.”, sprak Caroline Gennez vorige week in de Zevende Dag. Wat een boodschap uit de mond va een socialist! Maar goed, over de socialistische oppositie laat ik beter Erik De Bruyn aan het woord, die zich in een open brief aan de sp-a-voorzitster behoorlijk opwindt, en terecht:

image001


Geachte voorzitster,

Op 24 september hebt u in Antwerpen ons voorstel om de sp.a een duidelijk socialistisch profiel aan te meten van de hand gewezen.

Minder dan een week later, en exact een jaar na de strijd om het voorzitterschap van de partij, werd u zelf door de actualiteit met de neus op de feiten gedrukt.

Op maandag 29 september werden de Belgen wakker in een land waarin nationalisatie geen vies woord meer is. De nationalisatie van grootbanken is noodzakelijk geworden om een kantelend financieel systeem te redden. En zij wordt uitgevoerd door een rechtse regering.
Wij willen Reynders en Leterme nog gelijk geven wanneer zij zeggen dat deze maatregel de enige mogelijkheid was om te vermijden dat het geld van vele kleine spaarders in rook zou opgaan en dat vele tienduizenden jobs zouden sneuvelen. Maar totaal onaanvaardbaar is dat er tegenover deze vele miljarden aan overheidsgeld geen enkele vorm van duurzame publieke controle staat. Dit is de socialisering van de verliezen die volgt op decennia van privatisering van de winsten. Het is de bedoeling van deze regering dat wij Fortis na een korte of langere herstelperiode op kosten van de belastingbetaler in het sanatorium van Vadertje Staat weer overleveren aan de private sector. Om het met de woorden van Gore Vidal te zeggen: dit is socialisme voor de rijken, terwijl de kwellingen van de vrije markt voorbehouden blijven voor de werkende mensen. Heeft de sp.a hierover dan niets verstandigers te vertellen dan uw cryptische uitspraak in De Standaard van 30 september: “Ik ben vooral kwaad dat deze regering het zover moest laten komen dat ze als enige redding een sociaaldemocratisch reddingsrecept moest toepassen.”? Vindt u het injecteren van 7.2 miljard euro belastinggeld (720 euro per Belg!) zonder enige duurzame vorm van transparante en democratische controle dan een sociaaldemocratische maatregel? En zijn sociaaldemocratische maatregelen volgens u dan vieze maatregelen die enkel gepast zijn als er écht niks anders meer helpt?

Natuurlijk was het beschermen van de kleine spaarder een eerste prioriteit. Uw voorstel om de depositobescherming in België te verhogen van 20.000 naar 100.000 euro was dan ook niet slecht, maar ging zelfs minder ver dan de toezeggingen van de regering. U holde met een emmertje water naar een towering inferno.

Kameraad Peter Vanvelthoven stelde in de parlementaire commissie zéér terecht dat de bancaire crisis ons één ding heeft geleerd: namelijk dat een kleine elite kan beslissen over het verkwanselen van de zuur verdiende centen van talloze kleine spaarders. Maar waar blijven de politieke gevolgtrekkingen? Waarom dan geen pleidooi voor de heroprichting van een openbare kredietinstelling? Omdat het failliet van het socialisme van de derde weg hiermee definitief bezegeld is? Omdat hiermee tegen de schenen wordt geschopt van enkele politieke zwaargewichten in de partij? De politieke kosten om geen duimbreed toe te geven aan de stellingen van SP.a Rood lopen ondertussen huizenhoog op. Op het electorale vlak zal de sp.a hiervoor de rekening betalen. De partij maakt dezelfde fouten als tijdens het Generatiepact: als de sp.a er niet in slaagt om zich in deze crisis te profileren als een partij met geloofwaardige linkse alternatieven dan dreigt ze voor jaren irrelevant te worden. Zich beperken tot het op zich noodzakelijke oplapwerk zoals het aftoppen van ontslagvergoedingen van CEO’s of het beschermen van kleine spaarders is een socialistische oppositie onwaardig. Zelfs Etienne Davignon is voorstander van dergelijke maatregelen.

De centrumkoers van de partij is niet aangepast aan de nieuwe tijden. Toch houdt u er hardnekkig aan vast. Als wij ons niet steeds opnieuw van onze sokken willen laten rijden door rechts zoals de afgelopen week alweer in Oostenrijk en in Beieren dan wordt het hoog tijd dat we een geloofwaardig en zichtbaar links alternatief op poten zetten. Peter Vanvelthoven sloeg spijkers met koppen: er is een totaal gebrek aan economische democratie. Laten we zijn uitstekende redevoering als uitgangspunt nemen. De conclusie die we eruit moeten trekken is dat publieke controle in sleutelsectoren zoals energie, het verzekeringswezen en de kredietverlening essentieel is als we de transfers van arm naar rijk willen stoppen en als we weer greep willen krijgen op de economie. Publieke bedrijven zijn niet bedoeld om de kneusjes te redden of als schuilhokje voor private aandeelhouders in barre tijden. We zullen ze nodig hebben om via gerichte kredietverlening een duurzame en sociale economie op poten te zetten. We hebben ze nodig om de mensen ecologisch verantwoorde energie aan betaalbare prijzen te verschaffen. We hebben ze nodig om stabiliteit en sociale veiligheid te doen terugkeren onder de mensen.

Het zou een democratie onwaardig zijn indien dit politieke debat nu niet wordt gestart. En de enige partij die dit debat kan lanceren is de sp.a. Daarom willen wij een oproep doen om van het sp.a-congres op 18 en 19 oktober een politiek relevant congres te maken in plaats van een praatcafé. Een congres dat de vakbonden durft bijtreden in hun verdediging van de koopkracht van de mensen. Een congres dat duidelijk afstand neemt van het communautaire opbod. Een congres dat een sterke overheidssector en de omvorming van Fortis tot een openbare kredietinstelling eist.

Wij betreuren het deze polemiek te moeten voeren in de media. Dit debat hoort thuis in de partij. U zal ons dit scherp verwijten, eerder dan op de inhoudelijke elementen van deze brief in te gaan. Maar het kan niet anders. In het afgelopen jaar werd het in de sp.a mogelijk om al eens iets te zeggen, maar daarom wordt er nog niet geluisterd. Eenheid in de partij is belangrijk. Maar die eenheid mag niet als een kussen in het gezicht van de partijleden geduwd worden. Eenheid moet je verdienen, elke dag. Het is de partijleiding die de voorwaarden voor die eenheid moet scheppen. En dat doet zij momenteel niet. Integendeel, u maakt een scherp onderscheid tussen goede en slechte socialisten. U verdeelt de partij. Wij willen nochtans samen met u werken aan het herstel van de socialistische partij. Aan u om deze uitdaging samen met ons aan te gaan.

“Geen leger is zo machtig als een idee waarvan de tijd is aangebroken.” (Victor Hugo)

Kameraadschappelijk,

Erik De Bruyn namens SP.a Rood,
Antwerpen, 2 oktober 2008

11:27 Gepost door Jan Lievens in politiek | Permalink | Commentaren (0) | Tags: leterme, gennez, erik de bruyn |  Facebook |

18-07-08

De staatshervorming voor dummies

Oké, ik kan het woord niet meer horen, maar laten we het vandaag nogmaals hebben over de staatshervorming of la réforme de l’état. In De Morgen van gisteren (17 juli) geeft Walter Pauli in zijn stukje ‘(Nie) wieder Opposition’ een schitterende analyse van de huidige politieke impasse. Hij schuift de verantwoordelijkheid ervan volledig in de schoenen van de CD&V, die het eigenbelang laat primeren boven het algemeen belang. Deze houding, ingegeven om de eigen achterban en de kiezer niet voor het hoofd te stoten, zou wel eens kunnen leiden tot een electoraal debacle van jewelste. Je ziet het trouwens nu al in de opiniepeilingen. Pauli vergeet alleen te vermelden dat het verlies van de CD&V vooral ten goede komt van nog radicalere nationalistische partijen zoals de LDD.

large_397227

Kom ik terug tot mijn vorige column. Waarom kan de SP.a als oppositiepartij electoraal niet profiteren van wat Pauli terecht de slechtste regering uit de Belgische naoorlogse geschiedenis noemt? Waarom bijt, meer algemeen, links meestal in het zand als het nationalisme wind in de zeilen heeft? Of waarom bakkeleit links onderling over (het belang van) de communautaire of nationale kwestie? Wat volgt is een aanzet tot verdere discussie.

Sommigen die zich de ‘echte linksen’ noemen, negeren het probleem gewoon. Ze vinden het een afleidingsmanoeuvre van de bourgeoisie die de werkende klasse een rad voor de ogen wil draaien. De goede oude verdeel- en heerspolitiek. Laat de bourgeoisie haar kunstmatig probleem maar zelf oplossen, daar maken wij onze handen niet aan vuil, luidt de redenering. Nu, je kunt aan de zijkant wel de internationale zingen, maar als geen kat naar je luistert, heb je wel een probleem.

large_367579

Anderen springen zelf op de nationalistische kar, zoals onlangs Caroline Gennez die het ongegeneerd had over het ‘hooghartig Franstalige neen op alle Vlaamse verzuchtingen’. Van gemeenschappen tegen elkaar opzetten gesproken! Als ze zo doorgaat, kan ze het voorzitterschap van de SP.a misschien beter inruilen voor een baan als redacteur bij het Nieuwsblad. Ik denk echter dat het vooral om een lapsus ging, want in een eerste reactie legde de SP.a de verantwoordelijkheid van de crisis wel degelijk bij het kartel. Maar zo diep zit dat gevoel van ‘wij, de Vlamingen’ tegenover ‘zij, de Franstaligen’ er blijkbaar in, dat het ook binnen de eigen rangen al lang is binnengeslopen.

Het probleem negeren, of meewerken aan een oplossing? That’s the question. De moeilijkheid van de staatshervorming is dat die gebaseerd is op het bestaan van aparte gewesten (waarvan de grenzen worden betwist) en gemeenschappen, met andere woorden, dat ‘de mensen’ worden verdeeld op basis van waar ze wonen en welke taal ze spreken. Een ‘neutrale’ of ‘billijke’ oplossing is op die basis onmogelijk. Bovendien maskeert die ‘tegenstelling’ een veel belangrijkere contradictie: die tussen arm en rijk. Tobback kon destijds op veel sympathie rekenen door te verklaren dat hij dichter bij een Waalse arbeider stond dan bij een Vlaamse patroon. Wie in de SP.a durft vandaag nog een dergelijke uitspraak doen?

large_267285

Een van de redenen waarom de socialisten zo machteloos staan tegenover de communautaire kwestie (of er mede verantwoordelijk voor zijn zoals de PS die destijds Happart en het RW grotendeels hebben opgeslokt door hun nationalistisch discours over te nemen) is dan ook dat ze niet langer een oplossing bieden voor de klassenkwestie. Door die opnieuw op de agenda te plaatsen (werk, koopkracht, pensioen) en met een geloofwaardige oplossing te komen, zou de partij al heel wat wind uit de zeilen van de nationalisten kunnen nemen. Want het is absurd te denken dat dergelijke problemen alleen kunnen worden aangepakt na een staatshervorming. Sociaaleconomische problemen moeten op zo groot mogelijke (dus internationale) schaal worden aangepakt, niet op een regionale.

Anderzijds mag een dergelijke benadering niet gezien worden als een ontwijken van de kwestie. De Belgische staatstructuur is verre van perfect. Ze is het resultaat van een compromis tussen gemeenschappen die fundamenteel wantrouwig staan tegenover elkaar. Franstalige politici zien in de ‘Vlaamse eisen’ een egoïstische reflex waarbij meer geld voor Vlaanderen alleen maar minder geld voor Wallonië en Brussel kan betekenen, en in die zin hebben ze niet eens ongelijk. Nochtans is het een vergissing om de eis tot ‘responsabilisering’ alleen maar te zien als een verdere ontmanteling van de Belgische staat. Die dreigt inderdaad failliet te gaan als er geen nieuwe financieringsmechanismen komen.

prev2

In de laatste instantie draait de hele staatshervorming immers rond geld. Wie denkt dat binnen om het even welke kapitalistische staat een billijke manier kan gevonden worden om geld te verdelen, is een utopist. In België is dat probleem nog complexer wegens het bestaan van verschillende gemeenschappen die zich door elkaar onderdrukt (of oneerlijk bejegend) voelen. Een eerste vraag die we moeten beantwoorden is: over welk ‘geld’ hebben we het? Er bestaat niet zoiets als ‘Vlaams geld’, ‘Brussels geld’ of ‘Waals geld’. Sinds de euro bestaat er zelfs niet zoiets als ‘Belgisch geld’. Wat met die begrippen bedoeld wordt, is eigenlijk belastingsgeld dat gegenereerd wordt binnen welbepaalde grenzen. Maar zelfs dat is relatief. Veel Vlamingen en Walen werken immers in Brussel, maar betalen belastingen in Vlaanderen of Wallonië en veel ‘Vlaamse’, ‘Brusselse’ of ‘Waalse’ bedrijven hebben vestigingen in de drie landsdelen én in het buitenland.

Die hele discussie gaat voorbij aan een centrale kwestie als het over belastingsgeld gaat: wie betaalt wat? Hoeveel betalen loontrekkers, hoeveel betalen kapitaalbezitters, hoeveel betalen bedrijven? In de afgelopen twintig jaar is er in dit land een gigantische verschuiving van het aandeel van inkomen uit arbeid naar inkomen uit kapitaal. Door de gewone spaarder mee te betrekken in het spel van de financiële markten via alternatieve ‘spaarproducten’ zoals beleggingsfondsen (zelfs pensioenfondsen investeren op de beurs, met alle gevolgen van dien), is het genereren van geld uit kapitaal, de echte oorzaak van de inflatie, sociaal veel aanvaardbaarder geworden. Belastingen op waardepapieren bedragen 15% of 25%. De vennootschapsbelasting bedraagt door de notionele interest in de feiten minder dan 25%, maar veel bedrijven betalen door creatieve boekhouding helemaal niets. Dan hebben we het nog niet eens over alle andere juridische achterpoortjes waarmee de echt rijken perfect legaal belastingen kunnen ontduiken. Op een nettoloon wordt daarentegen bijna 250% belastingen betaald, sociale bijdragen (van werkgever en werknemer) inbegrepen.

2

Het leeuwenaandeel van de staatsinkomsten wordt dus betaald door de gewone werknemers, via belastingen en sociale bijdragen, en via BTW en accijnzen op hun aankopen. De discussie rond de staatshervorming gaat volledig voorbij aan de manier waarop de staat (of het nu de Belgische, Vlaamse of Waalse is) haar inkomsten genereert. Bovendien worden die inkomsten nog altijd centraal bepaald en vergaard om vervolgens via een complex en vandaag betwist mechanisme gedeeltelijk te worden verdeeld over de gewesten en de gemeenschappen die ermee hun bevoegdheden kunnen uitoefenen.

Daarnaast kunnen de gewesten ook eigen middelen genereren, zoals successie- en schenkingsrechten. Het grappige aan dat laatste is dat telkens een gewest (meestal Vlaanderen) het voortouw neemt om die te verlagen, de andere noodgedwongen volgen om niet het slachtoffer te worden van oneerlijke concurrentie. Op die manier komen we langs de gewesten om toch in grote mate weer uit op een ‘nationale’ politiek. Je kunt je op economisch vlak trouwens ook de vraag stellen hoe de nationalisten die zich voorstander tonen van een verenigd Europa waarbinnen alles gericht is op harmonisatie (tot de sigarettenprijzen toe) in België durven pleiten voor het omgekeerde en dat zonder in de grond te zinken, maar soit.

Goed, laten we terugkeren naar de discussie over de staatshervorming, rekening houdend met de bedenkingen van hierboven. Binnen het huidige staatsbestel dreigt zoals gezegd de federale overheid failliet te gaan. De helft van haar inkomsten gaat naar de gewesten, waardoor ze op termijn haar fundamentele uitgaven (justitie, politiediensten, defensie, maar ook de intrestlast op de staatsschuld en de factuur voor de vergrijzing) niet langer zou kunnen betalen. Anderzijds ondervinden de gewestelijke overheden geen hinder van eventueel wanbeheer omdat ze niet zelf moeten instaan voor de inkomsten. Juist daarom wordt elk (potentieel) corruptieschandaal in Wallonië ongenadig opgeklopt door de Vlaamse media, terwijl het al even erge Vlaamse blunderboek met de mantel der liefde wordt bedekt (geen kwaad woord over wat we zelf slecht doen).

Affiche_A3_Philippe_Moureaux_(Mario_Scolas)-_2006_copie

Nu, op het eerste gezicht lijkt het principe van ‘responsabilisering’ niet eens zo’n kwaad idee. Zelfs de notie van federalisme en confederalisme als staatsvorm die de ‘democratie dichter bij het volk brengt’ is op zich niet te verwerpen. Want de huidige deelregeringen zijn in de feiten papieren tijgers die voor de uitoefening van hun bevoegdheden afhankelijk blijven van nationaal gegenereerde middelen. Alleen zijn de verdedigers van die rechtstreekse democratie veel minder happig als het erop aan komt de bevolking uit de Brusselse rand te laten beslissen over tot welk gewest ze willen behoren. Ook heb ik hen nooit horen klagen over de manier waarop de Vlaamse overheid kruiwagens geld uitstort over de Vlaamse steden en gemeenten, die in de afgelopen tien jaar een ware metamorfose ondergingen (Gent, Antwerpen, Mechelen, Oostende, Leuven, Lier, noem maar op…). Over responsabilisering van de gemeenten heb ik Bourgeois of Dewever nooit horen piepen.

Het probleem met de eis voor responsabilisering is dat die in de huidige context in de eerste plaats bedoeld is als besparingsmaatregel. Lees er de Vlaamse media op na: België is (financieel) failliet! Het verzet van de Franstalige politici tegen de staatshervorming is dan ook in de eerste plaats een verzet tegen een verlies van middelen. Daarbij werpen ze zich echter op als toonbeelden van tolerantie, terwijl ze ‘de Vlamingen’ afschilderen als egoïsten en separatisten, een contradictie die hen volledig lijkt te ontgaan. Vervang in sommige Franstalige media het woord Vlaming door Marokkaan, en ze krijgen het Centrum voor Gelijke Kansen en Racismebestrijding over zich heen. Hetzelfde (nu ja, vervanging van Franstaligen door Marokkanen dan) geldt natuurlijk ook voor veel Vlaamse kranten, die van de VUM (Standaard-groep) op kop.

Zowel de eis voor meer democratie als die voor een billijker verdeling van middelen (met als centrale vraag: waar komen ze vandaan en hoe worden ze besteed) zijn fundamenteel linkse eisen. De linkerzijde zou op die basis een voorstel tot ‘staatshervorming’ moeten uitwerken over de taalgrenzen heen. Moureaux heeft zich overigens al uitgesproken voor het confederalisme. Door de staatshervorming een sociale dimensie te geven, kan ze ook ontzenuwd worden en kan het vertrouwen tussen de gemeenschappen worden hersteld, zeker als ze gedragen wordt door partijen langs beide zijden van de taalgrens (SP.a, PS, Ecolo en Groen om te beginnen). Dat wil niet zeggen dat dit een panacee is voor de fundamentele sociaaleconomische problemen. Die hebben integendeel een internationalistische en uiteindelijk mondiale oplossing nodig. Daar is geen enkele staatshervorming tegen gewassen. In België zou je voor hetzelfde geld evengoed kunnen pleiten voor het afschaffen van de gewesten en gemeenschappen en een terugkeer naar een unitaire, centrale, maar dan tweetalige Belgische staat. Alleen lijkt dat binnen de huidige context niet zeer haalbaar. Je moet je waren toch ook aan de man kunnen brengen.

17:19 Gepost door Jan Lievens in politiek | Permalink | Commentaren (0) | Tags: regeringscrisis, staatshervorming, moureaux, gennez, 044 |  Facebook |

15-07-08

Het kartel én de chaos

De grote verrassing is niet dat Leterme zijn ontslag heeft ingediend, maar wel dat de media er verrast op reageren. In de afgelopen maanden achtte immers geen enkele krant een akkoord over de staatshervorming tegen 15 juli mogelijk. Vanwaar dan de verrassing?

leterme

De meeste waarnemers hadden er blijkbaar op gemikt dat als puntje bij paaltje kwam Leterme uiteindelijk de moed zou hebben zijn partij voor de keus te stellen. Zijn regering had immers een akkoord bereikt over het sociaaleconomische luik en de begroting. Alleen de deadline voor een akkoord over de staatshervorming haalde hij niet. Leterme hoopte wellicht dat een nieuwe formule waarbij de gewesten en gemeenschappen werden betrokken en een engagement langs Franstalige zijde voor een grote staathervorming misschien niet de N-VA, maar toch zijn eigen partij over de streep zouden trekken. Maar neen, de leider werd niet gevolgd. Wel door de top (zie verklaring Peeters die het zou verdedigen binnen de Vlaamse regering), maar niet door de basis.

De CD&V-top is dus het noorden kwijt. Hij heeft met zijn kartel een monster van Frankenstein gecreëerd die hij niet langer onder controle heeft. Kiezen voor Leterme en een voortzetting van de communautaire onderhandelingen zou niet alleen een breuk in het kartel veroorzaken, maar een schisma binnen de CD&V zelf. Die verscheurende keuze kon Leterme alleen vermijden door zijn ontslag aan te bieden. Daarmee is zijn prestige en is zijn partij voorlopig wel gered, ook al staat België aan de rand van de afgrond.

leterme2

Het is duidelijk dat zowel Leterme, Kris Peeters als de CD&V-top verkozen om de onderhandelingen over de zomer te tillen en verder te zetten in een uitgebreid overlegorgaan met een vertegenwoordiging van de gewesten en gemeenschappen. De band met de NV-A dwong ze echter in een andere richting. Een van de meest opmerkelijke uitspraken van Leterme bij zijn ontslag is dat het Belgische overlegmodel zijn limieten heeft bereikt. Hij zegt daarmee identiek hetzelfde als Bart Dewever. Die uitspraak kan alleen maar betekenen dat een compromis op federaal vlak niet langer mogelijk is.

Maar wie a zegt, moet ook b zeggen. Leterme mist echter de moed om zijn redenering af te maken. Want als overleg niet meer kan, rest enkel nog een eenzijdig optreden. Wie niet luisteren wil, moet voelen. De reden waarom dat niet openlijk wordt gezegd, is dat in alle stilte gehoopt wordt op grotere toegevingen van de Franstaligen. Gebeurt dat niet, dan willen ze de Franstaligen voor een voldongen feit plaatsen: een confederaal model als enige werkbare oplossing. Ze vergeten echter één ding. Ook daarover moet worden onderhandeld. En hoe denken ze daarover een akkoord te bereiken, als ze nog geen kiesarrondissement kunnen splitsen? Nee, de CD&V heeft zich in een onmogelijke impasse gemanoeuvreerd die ze zélf heeft gecreëerd, en nu hoopt ze dat anderen de kastanjes uit het vuur zullen halen. Maar wie? Ze kunnen moeilijk in een regering blijven onder een andere leider die exact hetzelfde zou voorstellen als Leterme.   

20070511-gennez-swastika
 

Is er dan echt geen alternatief? Ik moet afleren te eten voor de tv, want toen ik bij het middagnieuws Caroline Gennez hoorde zeggen dat de impasse volledig toe te schrijven is aan de Franstaligen die op alles ‘neen’ blijven zeggen, ben ik haast gestikt. Door verslikking en van woede. Nu het nationalisme op alle fronten zijn petieterig onvermogen heeft aangetoond, trekt Gennez de Vlaamse kaart! On-be-grij-pe-lijk. Volgens opiniepeilingen heeft het kartel een dreun van 6% gekregen. De communautair veel minder beladen VLD klimt 2% omhoog. Toegegeven, de grootste winst gaat naar Dedecker, maar wie heeft het laatste jaar de SP.a echt gehoord? Ben ik de enige die eczema krijg bij het horen van het woord ‘staatshervorming’? Durft er dan niemand in de SP.a ingaan tegen het nationalistische vergif dat zich meester heeft gemaakt van brede lagen van de Vlaamse bevolking? Zijn de groenen dan de enigen die getuigen van gezond verstand op communautair vlak?

Anderzijds komt het communautaire niet eens voor in de topbekommernissen van ‘de mensen’. Werk, koopkracht en pensioen, stuk voor stuk thema’s die op het lijf geschreven staan van de socialisten, vormen de topdrie. De SP.a zou rond die drie thema’s, samen met de PS, een (geloofwaardig!) socialistisch noodprogramma moeten opstellen. Op die manier zouden de socialistische partijen in de prakrijk aantonen dat samenwerking over de taalgrens wel mogelijk is. Daar rond moeten ze vervolgens bondgenoten verzamelen: de groenen, maar ook de werknemersvleugel van de christendemocraten. Zelfs de arbeidersbasis van het Vlaams Belang zou zich achter een dergelijk programma kunnen scharen. Langs Franstalige kant zou een dergelijk programma vast weerklank vinden bij Ecolo en een deel van de CDH.

Dat betekent niet dat de SP.a en de PS blind moeten zijn voor de institutionele tekortkomingen van de Belgische staat. Maar de basis van die hervorming mag niet de Vlaams-Waalse tegenstelling zijn, maar die tussen arbeid en kapitaal. Utopisch? Een werk van lange adem? Allicht. Maar als je erover nadenkt, een praktische noodzaak. Want zoniet doemt er een alternatief op dat op termijn kan uitmonden in Balkantoestanden.

17:04 Gepost door Jan Lievens in politiek | Permalink | Commentaren (0) | Tags: leterme, sp a, staatshervorming, gennez, regimecrisis |  Facebook |

26-03-08

De schizofrenie van Leterme

De nieuwe federale regering is een afspiegeling van de politieke krachtsverhoudingen op gewestelijk vlak. In Vlaanderen is er een centrumrechtse meerderheid, in Wallonië heeft alleen een blauwe coalitie genoeg zetels. De resultante is de eerste asymmetrische federale regering uit de Belgische geschiedenis. Het betekent ook dat de politieke macht in de feiten al verhuisd is naar de gewesten –vooral Vlaanderen dan- en een ‘grote staatshervorming’ onvermijdelijk is. Zoniet kunnen de onderhandelingen over de boedelscheiding beginnen.

leterme200_1196522298

De regering Leterme is gestart onder het somberste gesternte van de laatste vijftig jaar. De voltallige pers geeft deze regering geen knip voor de neus. Ik vrees echter dat deze manke ploeg met ministers die elkaar het licht in de ogen niet gunnen wel eens langer aan de macht zou kunnen blijven dan alom gedacht. Ze is bijna gedoemd in het zadel te blijven tot minstens 2009 wegens gebrek aan alternatief.

De peilingen laten immers geen noemenswaardige verschuivingen zien. Bovendien is het onwaarschijnlijk dat er na tien hopeloze maanden opeens wel een alternatief mogelijk zou zijn op oranjepaars.

Een van de belangrijkste knelpunten in de afgelopen tien maanden was de onverzoenbaarheid tussen de vorming van een regering en het behoud van het kartel. Vandaag is er een regering dat halvelings het vertrouwen geniet van het kartel, wat eigenlijk een half wonder mag heten aangezien geen enkele eis van datzelfde kartel werd opgenomen in het regeerakkoord. De enige garantie dat de N-VA op zak heeft, is dat de regering valt als er tegen juli geen akkoord is over een grote staatshervorming. Dus: (alweer) uitstel van de executie.

Dezelfde vraag blijft bijgevolg ook vandaag nog halsstarrig overeind: wat zal het halen: de regering of het kartel? Die contradictie uit zich in de ronduit potsierlijke houding van Leterme die bij zijn aantreden als premier niet alleen meteen dreigt met opstappen als er binnenkort geen grote staatshervorming komt, maar voor het eerst ook dreigende taal spreekt aan het adres van de Bart De Wever: de CD&V zal zich niet laten gijzelen door de N-VA…

Het vooropstellen van een deadline voor een ‘grote staatshervorming’ is onder alle omstandigheden absurd, zeker in de huidige. Daarom zal tegen 15 juli wel een goed excuus worden gevonden om de kalender te herzien. Een eerste doorbraak, een eerste deelakkoord… voldoende voor de CD&V, onvoldoende voor de N-VA? Want nu komt het er voor de CD&V en N-VA vooral op neer elkaar de zwarte piet door te schuiven voor het opblazen van het kartel.

Nee, voor mij is het vooral uitkijken naar de oppositie van de SP.a. Het wordt een moeilijke oefening in geloofwaardigheid, want nu zal de SP.a van leer moeten trekken tegen maatregelen die de PS verdedigt (en die ook de SP.a had verdedigd mocht ze in de regering hebben gezeten). De SP.a is bijgevolg gedoemd om verder naar links te schuiven, ook zonder SP.a Rood.

480386740_20938b37b3

 

15:31 Gepost door Jan Lievens in politiek | Permalink | Commentaren (0) | Tags: kartel, leterme, gennez, 037 |  Facebook |

22-12-07

De strike van Verhofstadt

Oké, ik beken. Ik ben opgelucht. En ik heb leedvermaak. Opgelucht omdat er eindelijk een regering is. Leedvermaak omdat Leterme ze niet leidt. Opgelucht omdat het tienpuntenprogramma van Verhofstadt III, dankzij de inbreng van Milquet, Di Rupo en het ACV-CSC, een stuk socialer oogt dan het rechtse geweld dat oranjeblauw op ons wou loslaten. En zeer veel leedvermaak omdat de N-VA niet een toontje, maar een hele octaaf lager zingt. 


large_55464 
Maar goed, in politiek zijn gevoelens weliswaar een krachtige drijfveer, maar vaak ook een slechte leidraad. Zo ben ik 100% tegen een regeringsdeelname van de SP-a, maar ik vind het ook verschrikkelijk dat de eerste asymmetrische regering in de Belgische geschiedenis geschraagd zit op een schizofrene socialistische familie. De kans is echter groot dat de SP-a binnen enkele maanden toch aan boord wordt gehesen, al was het maar om de huidige coalitie een tweederde meerderheid te geven. Oranjepaars mist immers één zetel in de senaat, maar ook vijf in de kamer, want wie durft rekenen op de loyaliteit van de N-VA?  

Verhofstadt heeft het bijzonder slim gespeeld, eer wie ere toekomt. In bowlingtermen heeft hij een strike gegooid: met één bal tien kegels omver. De eerste is Bart De Wever. In de laatste veertien dagen leek Bart wel verdampt. Onhoorbaar in de hoezee over de redding van België. Tweede gevallen pin is Yves Leterme. Geen premier, maar minister van institutionele hervorming. In de afgelopen zes maand kon hij niet eens een akkoord bereiken over de agenda van de staatshervorming. Nu moet hij een akkoord bereiken over de inhoud, een kamikazeopdracht. Guy lacht in zijn vuistje dat een eigen nota omklemt. Een derde punt scoort de Numero Uno in eigen rangen. Het triumviraat dat achter zijn rug stond te dansen vanwege zijn vertrek, veert vandaag recht in ovatie voor zijn comeback.


large_208455 Vierde kegel: de verkiezingsnederlaag. Guy is zelfs in Vlaanderen populairder geworden dan Yves, de VLD klimt sterk in de peilingen, het kartel stagneert. Vijf: de socialisten. Met de PS in de regering zal de SP-a zich veel meer gedeisd moeten houden. Zes: Madame Non. Tegen Guy zei ze ‘Oui’. Zeven: de vakbeweging. Met de PS, Vervotte en Piette in de regering mikt Verhofstadt op de goodwill van de vakbonden die onrustig worden bij de revival van de seventies: stagflatie en politieke instabiliteit. Acht: oranjeblauw. Verhofstadt heeft de akkoorden begraven die onder Leterme tot stand waren gekomen. Met de PS in de regering worden die hoe dan ook heronderhandeld.  

Negen: de logica van het separatisme. Mensen houden niet van conflicten, zeker als ze te lang duren. Met zijn oproep aan het herstel van het vertrouwen, treedt Verhofstadt naar voor als de grote verzoener. Bart, Gerolf en Jean-Marie kleuren paars van woede, altijd een goed teken. En tien: de truc van de tijdelijke (zijn er ook andere?) regering, misschien nog de geniaalste van al. De enige manier om zijn winkel verkocht te krijgen, is door nadruk te leggen op het tijdelijke karakter ervan. Met Pasen moet Yves de fakkel overnemen. Maar je weet hoe dat gaat. Het is moeilijk om macht af te staan eens je die in handen hebt. Zie maar naar Pieter De Crem die, nooit verlegen om potsierlijkheid, vandaag als reïncarnatie van Napoleon door zijn pas veroverde defensiekabinet flaneert. Leve de vrijwillige legerdienst! 
116631 
 Het is ook niet omdat de communautaire twisten zes maand de politieke agenda hebben bepaald, dat ze dat zullen blijven doen. Een grote staatshervorming is een werk van lange adem, dixit Schouppe, de kersverse 65-jarige CD&V-voorzitter. Nu, het zal wel een toeval zijn dat het eerste dossier op de tafel van Verhofstadt III terroristenalarm is, maar toch... De stijgende inflatie, de ontwrichting van het internationale financieel systeem en de daarmee gepaard gaande recessiedreiging zijn geen fictie. De term ‘noodregering’ zou binnenkort wel eens een heel andere betekenis kunnen krijgen.  

Als kers op de taart heeft Verhofstadt, waarschijnlijk in overleg met Leterme, de totale impasse van de CD&V doorbroken. Gedurende zes maand konden de christendemocraten niet kiezen tussen regering en kartel. Door het kartel hadden ze de verkiezingen gewonnen, door het kartel konden ze geen regering vormen. De huidige formule was dan ook onmogelijk met Leterme aan het stuur. Hoe kon hij premier worden van een regering die geen overeenkomst had over de staatshervorming en B-H-V? Maar ook, hoe kon hij weigeren te dienen in een noodregering onder Verhofstadt? Resultaat: de CD&V glundert in de regering, het kartel blijft overeind, maar Bart De Wever staat in een gevaarlijke spreidstand. De barstjes (in het kartel) worden echter groter. De uitschuiver van De Wever over de Jodenvervolging in Antwerpen was een eerste incident met de CD&V, de uitspraak over de postjesregering van Bourgeois een tweede.


SH104870 

 

Het eerste dossier dat Leterme op zijn bord krijgt, is dat van de nachtvluchten. Een herfederalisering van de geluidsnormen zit eraan te komen. Dat wordt meteen een lakmoestest voor het kartel. In de loop van de komende maanden zullen er nog veel volgen. En hoe gering ook het enthousiasme voor Verhofstadt III, je kunt er donder op zeggen dat de regeringsdeelname sterker zal doorwegen dan de band met de bende van De Wever. De CD&V had de N-VA nodig om aan de macht te komen. Dat doel is bereikt. De vraag vandaag is: zal de CD&V bereid zijn de macht op te geven voor de N-VA? De liefdesverklaring van Leterme en Schouppe aan de SP-a zegt genoeg. Rennen Caroline!

13:48 Gepost door Jan Lievens in politiek | Permalink | Commentaren (0) | Tags: 034, leterme, de wever, gennez, verhofstadt, noodregering |  Facebook |