17-06-10

Argumenten en tegenargumenten

Een reactie op de reactie van Hans Sterckendries

 

Tot mijn grote vreugde lokte mijn tekst “Een sprankeltje hoop” redelijk wat reacties uit. De positieve kwamen vooral van sympathisanten van SP.a Rood, de negatieve van Hans Sterckendries, een voormalig journalist (thans tekstschrijver) die de moeite nam om mijn analyse door de mangel te halen en uitgebreid te bekritiseren. Ik wens hem hiervoor van harte te bedanken, en dat is helemaal niet cynisch bedoeld. Hans noemt zich een donkerrode socialist, die echter voor De Wever heeft gestemd. Hij was op 13 juni lang niet de enige. Zijn argumenten verdienen dan ook een reactie, want zolang de linkerzijde mensen als Hans niet meer kunnen overtuigen, heeft ze een ernstig probleem. Of, om het anders te stellen, zolang de linkerzijde geen klare en gemeenschappelijke oplossing heeft voor de communautaire kwestie, is ze gedoemd om voor de zoveelste keer in de sterfput van het burgerlijke nationalisme te verzuipen.

smiles

 

Om het mezelf gemakkelijk te maken, heb ik ervoor gekozen om de reacties van Hans chronologisch en punt voor punt van een repliek te voorzien.

 

Over kiesdrempels en kartels   

 

“De kiesdrempel is een bijzonder ondemocratisch instrument dat officieel de versnippering van het politieke landschap moet tegengaan maar dat in werkelijkheid bedoeld is om de grote politieke families aan de macht te houden. Overigens hebben Open VLD en SP.a precies dezelfde hetzelfde gedaan als “het kartel”. Alleen hebben respectievelijk Vivant en Spirit dat niet kunnen verzilveren.”

 

De kiesdrempel heeft inderdaad als bedoeling de politieke versnippering tegen te gaan en grote politieke families aan de macht te houden. In die zin is het een ondemocratische maatregel. Maar gezien de monsteroverwinning van een partij die een paar jaar geleden nog tegen die verkiezingsdrempel opbokste, is het wel een bijzonder inefficiënte maatregel gebleken.

 

Laten we ons geheugen even opfrissen. Na de splitsing van de Volksunie, kwam de N-VA voor het eerst op in de verkiezingen van 2003. De uitslag was vergelijkbaar met die van de LDD vandaag: geen enkel zitje in de senaat en slechts één zetel in de Kamer, namelijk voor Geert Bourgeois in West-Vlaanderen. Uit vrees helemaal van het politieke toneel te verdwijnen, ging de N-VA in op de uitnodiging van de CD&V om gesprekken aan te knopen over de vorming van een kartel. De bedoeling van de CD&V was om via dat kartel haar tanende verkiezingsuitslagen weer om te buigen. De VLD beoogde met Vivant hetzelfde te doen, de SP nam Spirit onder de arm en stelde ook tevergeefs de groenen voor om het progressieve kartel te vervoegen.

 

De traditionele partijen deelden dezelfde strategie en hadden ongetwijfeld als doel om op termijn hun kartelpartners op te slokken. De liberalen en socialisten zijn daar geheel of gedeeltelijk in geslaagd, bij de CD&V gebeurde bijna het omgekeerde (1).

De kiesdrempel en de kartelvorming waren bijgevolg twee kanten van dezelfde medaille, namelijk een poging om via een hergroepering van de stemmen tot grotere politieke stabiliteit te komen in Vlaanderen (2). Maar goed, terug naar de N-VA. De eerste gesprekken over de vorming van een kartel werden gevoerd in de zomer van 2003, maar deze sprongen af begin september omdat de CD&V niet wou ingaan op de eis van de N-VA om de vijf resoluties van het Vlaams parlement over de verdere staatshervorming in het Vlaams regeringsprogramma op te nemen. De CD&V gaf uiteindelijk toe, en de top van de N-VA wist uiteindelijk de partijraad ervan te overtuigen om het kartel goed te keuren. Ze namen samen deel aan de Vlaamse parlementsverkiezingen van 2004 onder de naam CD&V/N-VA. Dat door de media omgedoopte “Vlaamse kartel” werd met 26% de grootste politieke formatie in Vlaanderen. Tussen haakjes, de voorwaarde van de N-VA om tot de Vlaamse regering te treden, was de onverwijlde splitsing van B-H-V. Toen opeens (!)  bleek dat niet het Vlaamse, maar wel het federale niveau daarvoor bevoegd was, bleef Bourgeois rustig zitten, waardoor het woord ‘onverwijld’ in Vlaanderen een nieuwe betekenis kreeg.   

large_702240

Op Vlaams niveau leidde het kartel CD&V/N-VA tot een win-winsituatie. De miserie is echter begonnen toen het Vlaams kartel op federaal vlak onderhandelingen begon aan te knopen. Uit mijn frustraties daarover is trouwens deze blog ontstaan. Ik ben Bart De Wever dus veel verschuldigd. In elk geval is er van verzilvering van het kartel vandaag niet veel sprake meer, althans niet voor de CD&V. De N-VA begon deze partij eerst van binnenuit op te peuzelen, vervolgens electoraal en morgen misschien helemaal. Mogelijk komt er dan toch een hergroepering van rechts in Vlaanderen, niet volgens de agenda van de traditionele partijen, maar rond de figuur van Bart De Wever.  

Over het Waals nationalisme

 

“Natuurlijk zijn er aan de andere kant van de taalgrens ook partijen die België willen opsplitsen: Rassemblement Wallonie-France, Rassemblement Wallon, Parti France, Mouvement Citoyens Wallons… Ze zijn alleen minder succesvol. Misschien is het goed om eens de vraag te stellen waarom dat zo is?”

Hier dringt zich minstens een korte analyse op van het Vlaamse en Waalse nationalisme die ik verder (3) behandel. Maar volgens mij hebben Waals-nationalistische of rattachistische partijtjes geen succes omdat de meeste Walen inzien dat ze geen realistische oplossing bieden voor hun problemen. Voor Wallonië betekent meer federalisme minder geld. De Wever heeft hen dit met alle mogelijke middelen duidelijk  gemaakt. Bijvoorbeeld door met zes vrachtwagens vol bankbiljetten de taalgrens over te steken. Maar in plaats van te spreken over ‘Vlaams’, ‘Waals’ en ‘Brussels’ geld, moet links objectieve criteria hanteren en zich baseren op een analyse van de economie: hoe wordt rijkdom gecreëerd en hoe wordt ze toegeëigend, en dat is een klassenverhaal. Het is rond die breuklijn dat links zich moet profileren. De objectieve bondgenoten van de Vlaamse werknemers zitten aan de andere kant van de taalgrens, niet aan de andere klant van de sociale onderhandelingstafel.

 fgtb

Waarom blijven Franstaligen vechten voor België?

 

“Tenslotte moeten de Franstaligen al decennialang allerlei vernederingen ondergaan. We hebben hun land afgenomen en het schijnt dat je in Brussel alleen nog Frans kan praten in geheime achterafkamertjes. Tenminste, dat lees ik op de fora van Le Soir. Schandalig hoeveel rechten “les Flamoutches” tegenwoordig krijgen in Brussel! Neem bijvoorbeeld de Vlaamse luchthaven. Daar werken alléén Vlamingen maar alle vluchten vliegen wel over Brussel. Alle lasten voor de Franstaligen; alle lusten voor “les Bataves”. En toch blijven de meeste Franstaligen vechten voor België?”

 

Het discours van sommige Franstalige media, politici en burgers is inderdaad hemeltergend. Als Vlaamse Brusselaar kan ik daar een woordje over meespreken. Maar elke vorm van (taal)discriminatie is mij vreemd: veel Franstaligen moeten op het vlak van imbeciliteit helemaal niet onderdoen voor hun Vlaamse collega's, ook al verdedigen ze tegenovergestelde thesissen. Maar waarom verdedigen “ze” België? Omdat “ze” er een totaal andere visie op hebben. Voor hen werkt België wel behoorlijk. De Walen hebben schrik dat een splitsing hen zal verarmen, de Brusselaars dat de hoofdstad haar bestaansreden zal verliezen als België ophoudt te bestaan. Hun vastklampen aan België heeft met andere woorden eenzelfde materialistische oorzaak als de Vlaming die een einde wil stellen aan de financiële transfers naar Wallonië. Dat betekent zeker niet dat gevoelens van eenheid en solidariteit hierbij geen rol zouden spelen, maar die leven ook langs Vlaamse kant.

 

Is een goedkopere overheid het doel?

 

“Is het "beter (lees goedkoper) doen functioneren van het overheidsapparaat in België" wel écht een gemeenschappelijk agendapunt van alle politieke partijen? Vlaanderen en Wallonië hebben allebei een overheidsapparaat dat paradoxaal genoeg geweldig veel kost aan België (ondermeer via pensioenen). Terwijl er zich op alle niveaus besparingsmaatregelen opdringen, moet je nu al vaststellen dat er aan Waalse kant een gemeenschappelijk front is ontstaan tegen de (snelle) afbouw van dat apparaat. Immers: in Wallonië wordt het overheidsapparaat gezien als een sociaal vangnet.

Het zal op Belgisch niveau niet anders zijn wanneer er wordt gesproken over het "efficiënter" maken het overheidsapparaat. Mag ik misschien de Copernicushervorming in herinnering brengen? Ter info: http://www.gva.be/archief/guid/experten-maken-harde-analyse-van-copernicus-hervorming.aspx?artikel=dc960d57-b1dc-4a55-82b0-756adce1013e merken nu al twee snelheden op.”

 n-va060105nbo_jpg_275

Het beter of goedkoper doen functioneren van het overheidsapparaat in België is inderdaad geen gemeenschappelijk agendapunt van alle politieke partijen, maar wel van de Vlaamse. De vaak geciteerde vijf resoluties van 1999 (die overigens geen kat kent) illustreren dat.

 

Misschien ook even ter verduidelijking: met het overheidsapparaat in België bedoel ik alle overheidsadministraties, niet alleen de federale, maar ook die van het Vlaams Gewest, Waals Gewest, Franstalige Gemeenschap, Duitstalige Gemeenschap en Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Die versnippering kost niet alleen hopen geld, maar is bovendien inefficiënt gebleken. Ze is er gekomen omdat de oude unitaire staat niet meer werkte. De federalisering moest juist zorgen voor communautaire vrede en een efficiënter bestuur. Tegen problemen als stijgende armoede, immigratie, globalisering, delokalisering, ontsporende budgetten, kortom, kapitalisme, is echter geen Belgisch kruit gewassen, maar ook geen Vlaams. Vraag eens aan de Grieken, IJslanders, Spanjaarden, Portugezen, of, waarom niet, aan de Amerikanen wat ze denken over hún overheid.  

 

In Vlaanderen is echter de illusie ontstaan dat er op Vlaams niveau goed kan worden bestuurd, maar op Belgisch niveau niet. Om te beginnen is dit niet correct. Ook Vlaanderen heeft zijn blunderboek. Het dossier over de Lange Wapper is daar een mooi voorbeeld van. Maar belangrijker is dat alle moeilijke beslissingen op het federale niveau plaatsvinden: financiën, justitie, binnenlandse zaken, buitenlandse zaken, defensie, sociale zekerheid… Dat daarover met Franstaligen moet worden beslist is misschien een complexerende factor, maar op zich kan dat geen probleem zijn. Stoort Bart De Wever zich aan het Frans, of aan het feit dat er binnen het Belgisch kader geen conservatieve koers mogelijk is, omdat Vlaanderen coalitiepartners krijgt opgedrongen die het niet wenst. Zijn oplossing is Vlaamse onafhankelijkheid (op termijn). Maar iedereen die denkt dat dit een gemakkelijke oplossing is, weet niet hoe een administratie werkt.

 

Er valt theoretisch zeker iets te zeggen voor het model dat De Wever voorstaat, ten minste moest België alleen uit Vlaanderen en Wallonië bestaan: responsabilisering van de gewesten, federalisering van de belastingen en voor de rest een aantal bevoegdheden federaal houden, zoals defensie en desnoods een strooien koning. Maar wat met Brussel? Veel Vlamingen liggen daar niet wakker van, want ze zien Het Hoofdstedelijk Gewest als een vuile stad vol migranten, criminaliteit en bureaucraten. Waarom daarvoor nog vechten? In werkelijkheid vertegenwoordigt Brussel met 10% van de bevolking 20% van het BNP. Dus toch niet zo onbelangrijk om zomaar te laten vallen.

 pensioentoren

Maar er stelt zich een ander probleem, dat minstens even belangrijk is. Een verregaande staatshervorming impliceert ook een verregaande hervorming van de ambtenarij. Wie een administratie naar de haaien wil helpen, moet maar de raad volgen van externe consultants. Het artikel over de Copernicushervorming waar Hans naar verwijst is daar een mooie illustratie van. Laat de deelregeringen de belastingen innen en een eigen sociale zekerheid uitbouwen? Begin maar de ambtenaren van de Financietoren en de Pensioentoren te verdelen over een Waalse, Vlaamse (en Brusselse?) administratie. Om nog maar te zwijgen over de organisatorische en logistieke gevolgen. Moeten we het daarom niet doen? Neen, maar ik denk dat er andere en veel efficiëntere methodes zijn om het staatsapparaat te vereenvoudigen en efficiënter te maken. Een gedeeltelijke recentralisatie waarbij Vlamingen en Franstaligen elkaar als gelijken beschouwen en de culturele verschillen worden uitgespeeld als troef naar de rest van Europa, is ook een denkpiste.  

 

Een federale kieskring

 

“Wat betreft de federale kieskring: De Wever doet niets anders dan de Franstaligen wijzen op de gevolgen van die piste. Dat afdoen als "politieke sluwheid" is intellectueel onfair. Op dit moment hoor ik de Franstalige politici stuk voor stuk verkondigen dat zij zullen "opkomen voor de rechten van de Franstaligen". Dat is een confederale stelling want van een Belgische parlementariër verwacht ik dat hij opkomt voor de rechten van de Belgen, en niet voor het BHV-privilège van sommigen. In een federale kieskring worden de parlementariërs en/of senatoren aangesteld door álle Belgen en kunnen zij die verantwoordelijkheid niet langer ontlopen.”

 

Er liggen verschillende voorstellen op tafel in verband met de federale kieskring, waarvan de bekendste waarschijnlijk die van de Paviagroep is, namelijk de rechtstreekse verkiezing van 10 % (15) van de 150 Kamerzetels in een kieskring die het volledige territorium van de federale staat omvat. Het is een bescheiden voorstel dat wat meer federale cohesie beoogt. Bart De Wever vraagt daarvoor in ruil het van de kaart vegen van alle maatregelen die de Franstalige minderheid in België (niet in de Rand, Hans) beschermt: de alarmbel, de bijzondere meerderheden, enzovoort. Dat model is verre van perfect, maar het wordt wel wereldwijd bestudeerd als prototype om conflicten tussen verschillende bevolkingsgroepen vreedzaam op te lossen. Het democratische spel is nu eenmaal een stuk geraffineerder en subtieler dan de brute optelsom van numerieke meerderheden, denk maar aan positieve discriminatie of bescherming van kwetsbare groepen en minderheden.

hv
 

Respect is wederzijds.

“Het Belgische compromis wordt dagelijks opgeblazen door de Franstaligen, ondermeer door uitbreiding van het grondgebied te vragen, door hun interpretatie van de faciliteiten die van de Rand de facto een tweetalig gebied maakt, of door te pas en te onpas de bevoegdheid van de Vlaamse overheid aan te vechten.”

 

De faciliteiten zijn langs beide kanten van de taalgrens altijd anders geïnterpreteerd geweest. Voor de Vlamingen waren ze uitdovend, voor de Franstaligen een verworven recht. Hoe dan ook, een halve eeuw later zijn de faciliteitengemeenten overwegend Franstalig. Dat is een feit waar je niet omheen kunt.

 

Elke grote stad in de wereld breidt uit. Brussel is een internationale hoofdstad met als dominante taal het Frans. Die stad breidt echter uit op Vlaams grondgebied. De verstedelijking van het platteland creëert overal in de wereld problemen, maar in België krijgen ze een zeer geladen communautair staartje, niet alleen vanwege de historische culturele onderdrukking van de Vlamingen door de Franstalige elite, maar ook vanwege de sociale samenstelling van de nieuwe inwijkelingen. Buiten rijke Europeanen en Amerikanen zijn het overwegend kapitaalkrachtige Franstaligen die villa’s bouwen in de groene gemeenten,  of migranten die de dure stad inruilen voor goedkopere stedelijke gebieden, bijvoorbeeld in en rond Vilvoorde. Het oorspronkelijke karakter verdwijnt, en dit ondanks alle wanhopige pogingen van de plaatselijke politici om het “Vlaamse karakter” van hun gemeente te behouden. Je kunt dat betreuren, maar met constitutionele maatregelen zal je die problemen niet oplossen, wat Hans zelf ook toegeeft.  

 

Het kaderverdrag betreffende de bescherming van nationale minderheden

 taalkaart_europa

“De Wever overtreedt helemaal niet "het Kaderverdrag betreffende de bescherming van nationale minderheden". België heeft dat kaderverdrag ondertekend maar het moet nog worden geratificeerd door de verschillende deelstaten. Het stoute Vlaanderen heeft dat nog niet gedaan maar goede leerling Wallonië ook niet. We zijn trouwens in het goede gezelschap van Frankrijk, het lichtende voorbeeld voor de Communauté Française.”

 

“Dat verdrag vertelt bovendien niet wat een "nationale minderheid" is. Dat mogen de lidstaten zelf bepalen. Op dit moment worden ondermeer de Friezen in Nederland, de Saami in Zweden en Roma in Macedonië en Oostenrijk beschermd. Het is toch bijzonder vergezocht om de Franstaligen dan op gelijke hoogte te zetten? Het lijkt er op dat we dan beter "de Limburgers" als nationale minderheid erkennen. Overigens heeft bijvoorbeeld Spanje bepaald dat het géén minderheden heeft. De Basken, Catalanen en Aranezen halen opgelucht adem. Ook Roemenië heeft geen minderheden. Roma anyone? En de Saami ("Lappen") doen er beter aan naar Zweden te verhuizen want in Finland zijn ze géén minderheid.

 

Hans weet duidelijk meer over dit kaderverdrag dan ik, maar ik ben wel benieuwd naar de kritiek van Bart De Wever erop. Ik hou echter mijn hart vast als ik lees hoe de N-VA de bescherming van taalminderheden ziet. Want wat zegt het N-VA-partijmanifest? “Wij willen Vlaanderen samen opbouwen: een aparte benadering van taalminderheden, etnische of andere minderheden strookt niet met een inclusieve benadering; wel een doorgedreven gelijke-kansenbeleid.” De N-VA kiest dus voor assimilatie, precies het omgekeerde van bescherming. Maar het kan natuurlijk ook zijn dat ik het niet goed heb begrepen.

 

Europa der volkeren

 

"Ik denk niet dat De Wever pleit voor een onafhankelijk Vlaanderen en Wallonië in een "Europa der volkeren”. Dat is een persiflage van wat hij echt zegt, namelijk: als je álle macht transfereert naar de lidstaten moet je op een bepaald moment vaststellen dat je met een overbodig niveau (België) zit."

 

Surf naar de website van de N-VA. Je leest daar het volgende: “De N-VA wil van Vlaanderen een lidstaat in Europa maken. Vlaanderen is het meest geschikte microniveau, de Europese Unie het macroniveau. Wij geloven in een Europa der volkeren.” Over Europa heb ik het in andere stukjes gehad.

 

We zijn het eens

 media_xl_915536

 “Ik denk dat De Wever de copernicaanse revolutie ziet als een scenario om te komen tot Vlaamse onafhankelijkheid. Volgens mij is het gewoon onhaalbaar om de Belgische staat zodanig uit te hollen dat ze overbodig wordt. Maar op dit moment hebben we wel door zoveel verschillende staatshervormingen, financieringswetten en Belgische compromissen een monster gecreëerd dat met haken en ogen aan elkaar hangt en nauwelijks levensvatbaar is.”

 

Ik denk dat Hans hierin volkomen gelijk heeft.

 

“Je omschrijft het nationalisme terecht als een trend maar je laat na om te kijken naar de oorzaak. Nationalisme heeft altijd een voedingsbodem. En heel cru gesteld, denk ik dat we dat dit keer moeten zoeken in de onwaarschijnlijke arrogantie van de Franstalige elite. Als B-H-V een snelle en propere oplossing had gekregen, zouden de volgende verkiezingen er heel anders uitzien.”

 

Gedurende drie jaar hebben de onderhandelingen niets opgeleverd. Vergeet niet dat de Franstaligen om te beginnen geen vragende partij waren voor een nieuwe staatshervorming. Door het been echter stijf te houden, hebben ze de thesissen van de N-VA in de Vlaamse publieke opinie bevestigd. Het gebrek aan argumenten van de andere onderhandelaars én van de SP.a-oppositie deed de rest.

De meeste Vlamingen zijn echter tegen ruzie en verdeeldheid. Ze voelen instinctief dat separatisme geen oplossing biedt. En de meesten liggen helemaal niet wakker van B-H-V. Ik denk dan ook dat Hans die problematiek overschat, maar dat is een andere zaak. In elk geval, als het federaal niet meer lukt, wel, dan lijkt de scheiding de enige uitweg. Wapperen met de Belgische vlag, pralines, streekbieren en Eddy Merckx zijn niet opgewassen tegen die ijzersterke logica. Vlaams nationalisme moet je niet bestrijden met Belgisch, Brussels of zelfs ’anti-‘nationalisme, wel met internationalisme, op voorwaarde dat dit een concrete invulling krijgt. Op dat vlak schiet de socialistische beweging in de praktijk tekort, maar de sleutel van de oplossing ligt wel in haar kamp. Maar bon, we werken eraan.

 

Een proteststem op De Wever?

 

“En tot slot, een eindstatement. Ik heb dat al gezegd, maar ik ben een SP.a'er in hart en nieren. Een donkerrode zelfs. Toch zal ik dit keer NV-A stemmen. Daarvoor zijn twee redenen. De eerste ligt bij NV-A zelf en bij de rechtlijnigheid van de partij. Ik ben geen nationalist maar een democraat en daarom is BHV een doorn in mijn oog.”

“Nee, een splitsing van BHV zal de verfransing van Brussel en/of De Rand niet stoppen maar BHV is gewoon ongrondwettelijk en ondemocratisch. Als democraat én als Belg vind ik het onaanvaardbaar dat zoiets bestaat. Artikel 10 van onze grondwet zegt dat alle Belgen gelijk zijn voor de wet. Toch is er een selectie groepje dat het privilege heeft om te stemmen voor kandidaten die opkomen in een andere regio”

Hier gaat Hans volgens mij uit de bocht. De redenering doet denken aan ‘ik ben geen racist, maar…’ Ik denk dat het verkeerd is te stemmen op een partij waarmee je het in wezen niet eens bent. Als je beweert in hart en nieren een socialist te zijn, dan stem je volgens mij niet op een partij die voor het omgekeerde staat, maar op een alternatieve progressieve partij of op een oppositiekandidaat binnen de SP.a.

 DSC02901

“Bij de vorige verkiezingen ben ik niet kunnen gaan stemmen. Maar van alle Vlaamse partijen is de NV-A de enige die bij mij geen slechte smaak nalaat. Letterlijk álle Vlaamse partijen hebben samen, in het Vlaamse parlement, beslist dat "5 minuten politieke moed" zouden moeten volstaan om het BHV-probleem van de baan te helpen. Toch zijn CD&V, Open VLD en Groen! (onder het goedkeurend oog van SP.a) na de stemming in de commissie aan tafel gaan zitten om te kijken welke toegevingen we dit keer zouden doen voor het regulariseren van een abnormaliteit. Elke democratische vezel in mijn lijf komt in opstand bij zo'n vertoning.”

 

De uitspraak van het Grondwettelijk Hof werd door de Vlaams-nationalisten steevast verkeerd geïnterpreteerd. Het is al eerder opgemerkt door anderen (bijvoorbeeld de VRT), maar de splitsing van B-H-V is niet de enige oplossing om het gelijkheidsprincipe weer te doen respecteren. Ook de terugkeer naar de oude kiesarrondissementen, of voor mijn part één Belgisch kiesarrondissement, zou een einde stellen aan het ondemocratische karakter van de huidige situatie. Ik vind het overigens vreemd dat niemand ooit op het idee is gekomen om aan de bewoners in de Rand zelf eens te vragen tot welk Gewest ze willen behoren. Ik ben er vrij zeker van dat veel Franstaligen niet voor Brussel zouden kiezen.

 

“Ten tweede is er het debacle binnen SP.a zelf. Ik vind Caroline Gennez als voorzitter een absolute flop. Haar keuze om Vande Lanotte aan te stellen als lijsttrekker voor de Senaat (en dus stilzwijgend kandidaat-premier), is hilarisch. De man is eigenhandig verantwoordelijk voor de malafide begroting van twee paarse regeringen en als een tiende klopt van het gesjoemel dat Koen Meulenaere wekelijks aankaart in zijn column... De manier waarop Frank Vandenbroucke aan de kant werd geschoven, is beschamend en een regelrechte aantijging voor de democratie. Ik vind bovendien dat de SP.a-ministers en -Kamerleden geen hoge ogen hebben geworpen. En tenslotte leg je zelf de vinger op een open wonde: dat Erik De Bruyn máár op de tiende plaats staat (33% van de Sp.a-leden wou hem verdorie als voorzitter!) is nog zoiets dat een electorale afstraffing verdient.”

“Frank Vandenbroucke, Erik De Bruyn en laat ik maar meteen Bert Anciaux toevoegen, zijn voor mij drie tekens dat de huidige SP.a de voeling met zijn achterban kwijt is. En als er één partij is die zich dat niet kan permitteren...”

 

Ik ben het eens dat de SP.a de voeling met zijn achterban op vele plaatsen kwijt is en dat er een groot probleem is van leiding. Ik ben al 33 jaar lid van die partij en al 10 jaar niet meer echt actief. Maar geen haar op mijn hoofd dat eraan denkt op een politieke vijand te gaan stemmen om de partij af te straffen. Ik denk dat de SP.a aan een grondige zelfanalyse toe is, en in de eerste plaats werk moet maken van een nieuw progressief project voor Vlaanderen, België, Europa en de wereld. En natuurlijk ook Oostende. Onder andere via deze weg wil ik daartoe graag mijn steentje bijdragen.

 

     

(1) In 2007 werd het kartel VLD/Vivant opgeheven en ging Vivant op in Open VLD; de SP.a slokte een deel van Spirit op (o.a. Bert Anciaux), maar de rest waaronder Geert Lambert zocht onderdak bij Groen!

 

(2) België is lang niet het enige land waar het kiessysteem wordt veranderd of ter discussie staat. Is het meerderheidsstelsel in Groot-Brittannië democratisch(er)? Volgens de liberalen die er het slachtoffer van zijn niet, maar in naam van de politieke stabiliteit stuit de overgang naar een proportioneel stelsel al decennia op het njet van de Tories en Labour. Hun redenering is dat in een dergelijk stelsel de kleinste partij bepaalt wie zal regeren, en dat vinden zij nu net ondemocratisch. Voor mij is het een redenering als een ander.

 

(3) Essentieel gaat het over het volgende. De Vlaamse strijd was oorspronkelijk een sociale en democratische strijd om binnen het unitaire België, geregeerd door een Franstalige elite, gelijke rechten te verkrijgen. De meeste socialistische leiders hebben deze strijd echter verwaarloosd en ondergeschikt gemaakt aan materialistische eisen. Bovendien gingen ze uit van een internationalistische ideologie die afkerig stond van elk soort van nationalisme. Door die houding aan te nemen, lieten ze de Vlaamse strijd echter over aan kleinburgerlijke intellectuelen die ze uiteindelijk in het vaarwater bracht van het fascisme.

 

Maar de repressie na de oorlog, het over één kam scheren van alle ‘flaminganten’ met ‘fascisten’ en de ongelijke behandeling van de collaborateurs in Wallonië en Vlaanderen na de oorlog, hebben diepe en terechte frustraties veroorzaakt bij de erfgenamen van de Vlaamse beweging. Ze zien in de klinkende overwinning van De Wever een rehabilitatie, en wat mij betreft, is het hen gegund. Ik wil ook niet verstoppen dat ik geniet van de begrafenisstemming bij het Vlaams Belang en een wezenlijk onderscheid onderken tussen beide Vlaams-nationalistische partijen.

 staking60-61

Het Waals-nationalisme heeft een totaal andere oorzaak en is geworteld in de Waalse arbeidersbeweging. Hier zou ik dieper moeten ingaan op de Koningskwestie en de Grote Staking van ‘60-61 tegen de eenheidswet. De politieke breuk tussen het noorden en het zuiden was toen een heel stuk dieper en traumatischer dan degene die we vandaag meemaken. In elk geval, de linkervleugel van de Waalse arbeidersbeweging kwam tot de conclusie dat ze, gezien het rechtskatholieke overwicht van de Vlamingen in België, haar programma van fundamentele antikapitalistische structuurhervormingen nooit zou kunnen doorvoeren. Alleen in een onafhankelijk Wallonië zou links haar politieke agenda kunnen waarmaken. Zo ontstond er een Waalse nationalistische en antikapitalistisch beweging. De mondialisering, de opmars van de EU en uiteindelijk de val van het communisme hebben dergelijke ideeën veroordeeld tot de stortplaats van de geschiedenis. Binnen het kader van de nationale staat zijn er geen oplossingen mogelijk. Niet in Duitsland, niet in Frankrijk, niet in België, laat staan, in Wallonië of Vlaanderen. Vandaar dat De Wever niet alleen met de Vlaamse, maar ook met de Europese vlag zwaait. Maar net als de Waalse linkse nationalisten destijds, ziet De Wever zich binnen het huidige België gehinderd in het verwezenlijken van zijn rechts programma. 

 

Daarnaast zijn ook andere pro-Belgicistische en franskiljonse bewegingen met heimwee naar het Belgique à papa, die de Franse cultuur hoger schatten dan de Vlaamse, het Frans superieur aan het Nederlands, enz. Het zijn gelukkig marginale groepen die gelukkig niets meer in de pap te brokken hebben. Maar hun ideeën leven in meer of mindere mate verder in de MR, CDH, FDF en zelfs in de PS.